Verband tussen preferentiebeleid en geneesmiddelentekorten aannemelijk
mrt12

Verband tussen preferentiebeleid en geneesmiddelentekorten aannemelijk

Het preferentiebeleid raakt de beschikbaarheid van geneesmiddelen. Dat vergroot risico’s van het wisselen van medicatie, zoals medicatiefouten en een lagere therapietrouw van de patiënt. Daarom is een versoepeling van het preferentiebeleid nodig. Dit staat in rapport ‘Effecten van het preferentiebeleid op beschikbaarheid van geneesmiddelen’.  Diverse partijen hebben de afgelopen jaren gewezen op een mogelijke associatie tussen preferentiebeleid en geneesmiddelentekorten. Daarom hebben de KNMP, Bogin en de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen opdracht gegeven aan Berenschot tot dit onderzoek naar de effecten van het preferentiebeleid van zorgverzekeraars op de beschikbaarheid van geneesmiddelen. Tekort vaker bij preferent middel Het adviesbureau stelt vast dat geneesmiddeltekorten relatief vaker voorkomen bij preferent aangewezen geneesmiddelen. Sinds de invoering van het preferentiebeleid is het aantal gerapporteerde geneesmiddelentekorten gestegen en een verband met het preferentiebeleid is aannemelijk. Voor geneesmiddelen die onder het preferentiebeleid vallen, blijft de impact van tekorten voor de gezondheid van patiënten overigens beperkt. Het preferentiebeleid vergroot echter wel risico’s van het wisselen van medicatie, zoals medicatiefouten en een lagere therapietrouw. Ook levert wisseling regelmatig problemen op bij de vergoeding van het alternatief door de zorgverzekeraar. In de komende jaren zal slechts een beperkt aantal veel gebruikte, breed verkrijgbare geneesmiddelen uit patent gaan en in aanmerking komen voor preferentiebeleid. Het huidige preferentiebeleid sluit niet aan op een stijging in het gebruik van steeds specifiekere geneesmiddelen (personalised medicine). Nederland kent meer tekorten heeft dan andere landen in Europa. Echter, in andere landen is de rapportage waarschijnlijk minder goed dan in Nederland. Het is voorstelbaar dat het relatief grote aantal tekorten in Nederland samenhangt met relatief lage geneesmiddelenprijzen, een relatief kleine markt en een relatief hoog gebruik van generieke geneesmiddelen. Preferentiebeleid monitoren en versoepelen Het preferentiebeleid moet worden gemonitord, zo luidt de aanbeveling. Bij terugkerende tekorten moet het preferentiebeleid worden versoepeld en vereenvoudigd. Verder pleit Berenschot ervoor de lijst van geneesmiddelen waarvoor preferentiebeleid geldt te beperken. Reactie KNMP “Voor een doorontwikkeling van het preferentiebeleid pleiten wij al langer”, stelt voorzitter Gerben Klein Nulent van de KNMP. “We ervaren dagelijks in de apotheek dat de patiënt hinder ondervindt van het preferentiebeleid. Het zijn de apothekers die continu met veel kunst- en vliegwerk aan oplossingen moeten werken.” Samen met patiëntenorganisaties bood de KNMP vorig jaar een petitie aan voor een preferentiebeleid waarin zorgverzekeraars na twee jaar niet langer één maar vier of vijf middelen aanwijzen als preferent. Reactie Bogin “Lage prijzen en een onzekere, niet-flexibele markt maken Nederland minder aantrekkelijk voor generieke geneesmiddelfabrikanten”, stelt Bogin-voorzitter Martin Favié. “Voor goedkope generieke geneesmiddelen betalen we daarom de prijs dat er bij een tekort niet meteen andere producenten klaar staan om dit op te vangen. Met meer flexibiliteit, zoals het rapport aanbeveelt, kunnen we...

Lees Verder
Bogin-Nieuwe Zorg-Apotex symposium: Van erkenning naar vertrouwen
nov17

Bogin-Nieuwe Zorg-Apotex symposium: Van erkenning naar vertrouwen

Apothekers zijn zorgverleners en verdienen erkenning voor het vak, voor de rol, voor het specialisme en voor wat apothekers allemaal voor patiënten doen. Ook moeten zorgverleners, zorgverzekeraars en patiënten lijstjes met verplichtingen inruilen voor vertrouwen in elkaar. Dat –en meer- bleek tijdens het symposium van Bogin-Nieuwe Zorg-Apotex medio november in Haarlem. Een greep uit wat er deze middag zoal aan bod kwam bij de sprekers. De apotheker is (ook) zorgverlener Wat is de apotheker nu eigenlijk: zorgverlener, dienstverlener, ondernemer? Volgens Veronique Esman, directeur curatieve zorg van het Ministerie van VWS is de apotheker niet alleen dienstverlener door medicatie te verstrekken, maar ook zorgverlener en een belangrijke schakel naar de patiënt en andere zorgverleners. Het woordje ook, daar gaat het om. De sector zelf ziet zich toch vooral als zorgverlener. Punt. Dat onderstreepte Gerben- Klein Nulent weer eens. “De apotheker adviseert huisartsen en begeleidt patiënten. Als apothekers dit goed doen en de therapietrouw stijgt, dan is rol van de apotheker geborgd. Die rol moet wel nog een betere invulling krijgen. VWS gelooft ook in die rol.” Het roer gaat om. Bijna Natuurlijk werd er met enige afgunst gekeken naar wat de huisartsen in korte tijd voor elkaar hebben gekregen. Dat roer gaat ook om in de farmacie, zo laat KNMP-voorzitter Gerben Klein Nulent weten. Zijn wensenlijstje voor de toekomst: “De samenwerking  met artsen moet top zijn. Ook moeten we af van de bijwerkingen van het preferentiebeleid. Nu zijn 500 medicijnen niet verkrijgbaar. Daar moeten we iets aan doen. Het roer gaat ook bij ons om, maar het is nog niet zover. Er is goede wil. De KNMP heeft een rapport met 25 knelpunten. Wij zijn er klaar voor. Zo hebben we een goede meeting met Andre Rouvoet van Zorgverzekeraars Nederland gehad. Overigens, ook bij huisartsen is het roer nog niet om, hoor.” Weg met dat eigen risico! Zorgverzekeraars Menzis en Achmea halen de medicatiebeoordeling uit het eigen risico. Waarbij Menzis erop vertrouwt dat apothekers de medicatiereview gebruiken bij patiënten die het nodig hebben. Dat smaakt naar meer. Kan de hele farmaceutische zorg niet uit dat eigen risico? Net als de huisartsenzorg? Dat gaat niet zomaar gebeuren, vertelde Arnold Moerkamp, opperbaas van Zorginstituut Nederland. En zeker niet deze regeerperiode. Maar kunnen dan misschien generieke geneesmiddelen uit het basispakket? Moerkamp: “Het is niet ondenkbaar dat de patiënt in de toekomst zelf gaat betalen voor goedkopere generieke geneesmiddelen.” Het gaat niet over geld De veranderingen in de farmacie en in de eerst lijn zijn niet ingegeven door geld, zo laat Veronique Esman van VWS weten. Echt niet. “Wel zijn we dankbaar dat farmacie veel financiële middelen heeft  vrijgespeeld. Het kon kennelijk, dat inleveren....

Lees Verder
Generieke industrie kan tekorten Ranbaxy slechts enkele weken opvangen
jan27

Generieke industrie kan tekorten Ranbaxy slechts enkele weken opvangen

Bogin: preferentiebeleid moet op de helling Naar aanleiding van het importverbod op Ranbaxy geneesmiddelen en grondstoffen door de Inspectie voor de Gezondheidszorg kunnen de Bogin-leden (Bond van de Generieke Geneesmiddelenindustrie Nederland) het dreigend tekort aan geneesmiddelen op korte termijn oplossen. Maar door het preferentiebeleid hebben fabrikanten die niet preferent zijn bij de zorgverzekeraars hooguit genoeg voorraad voor een aantal weken, zoals van cholesterolremmer atorvastatine. Om ook op lange termijn de continuïteit te garanderen, wil Bogin de discussie aangaan met de overheid en zorgverzekeraars over het falende preferentiebeleid. Bogin is niet tegen prijspreferentie, maar wel tegen labelpreferentie zoals nu, waarbij een zorgverzekeraar één fabrikant aanwijst die een geneesmiddel mag leveren. De kans bestaat dat verzekeraars, als de tekorten zijn opgelost, het preferentiebeleid weer gaan voeren, waardoor de fabrikanten die nu te hulp schieten, met voorraden blijven zitten die niet afgenomen worden. Voldoen aan vraag Bogin voorzitter Martin Favié: ‘Bogin heeft al meerdere malen gewezen op de problemen die kunnen ontstaan door preferentiebeleid, zoals het in gevaar brengen van continuïteit van leveren, wat nu met Ranbaxy het geval is. Onze leden zijn de mogelijkheden aan het onderzoeken om de tekorten op de Nederlandse markt aan te vullen. Voor het ene geneesmiddel is dat makkelijker dan voor het andere. Bijvoorbeeld, atorvastatine van Ranbaxy is bij vier grote zorgverzekeraars preferent en heeft een marktaandeel van 80%. Dit houdt in dat andere leveranciers, die de resterende 20% van de patiënten van atorvastatine voorzien, moeten nagaan hoe en in welke mate zij aan deze extra vraag kunnen voldoen. Want het is voor producenten van generieke geneesmiddelen niet mogelijk om op korte termijn speciaal voor de Nederlandse markt extra te produceren. Bovendien zullen er na de Verenigde Staten en Nederland meer landen zijn die de import van Ranbaxy producten zullen verbieden, waardoor het ook niet mogelijk is om goede generieke geneesmiddelen uit andere landen te importeren.’ Prijspreferentie Favié: ‘Bogin pleit al langer voor een vorm van prijspreferentie, waarbij met zorgverzekeraars een bepaalde maximum prijs voor een geneesmiddel wordt afgesproken. Producenten van generiek zijn dan vrij om te bepalen of ze het voor die prijs willen leveren. In deze situatie ontstaat een gezonde economische markt met meerdere aanbieders, waardoor de kans op tekorten tot het minimum beperkt is.’    ...

Lees Verder