Borstkankerbehandeling anno 2017
mei10

Borstkankerbehandeling anno 2017

Ongeveer 1 op de 8 vrouwen krijgt gedurende haar leven te maken met borstkanker, de meest voorkomende kankersoort bij Nederlandse vrouwen. Het aantal gevallen van invasieve borstkanker per jaar steeg van ca. 8300 in 1990 naar ca. 14.500 in 2014. De meest recente cijfers (www.cijfersoverkanker.nl) voor 2015 en 2016 (voorlopig) wijzen erop dat het aantal gevallen per jaar niet verder is gestegen. De prognose heeft ook verbetering ondergaan. In de periode 1989 tot 2008 steeg het percentage vrouwen met tienjaarsoverleving (tot 2004) van 64% tot 77%. Terzijde zij vermeld dat Nederland hiermee internationaal bezien slechts middelmatig scoort. Elk jaar overlijden ongeveer 3200 vrouwen aan borstkanker. De overlevingswinst kan voor een deel worden toegeschreven aan de vervroegde ontdekking van borstkanker door het bevolkingsonderzoek bij vrouwen van 50 tot 75 jaar (waaraan gemiddeld 75%-80% van de vrouwen deelneemt) maar voor een ander deel ook aan de toepassing van verschillende vormen van behandeling zoals radio-, chemo-, immuno- en antihormonale therapie. Door de betrekkelijk hoge incidentie en de toenemende overlevingsduur heeft elke huisarts en elke apotheker te maken met vrouwen die worden of zijn behandeld voor borstkanker. De belangrijkste risicofactor om borstkanker te krijgen is leeftijd; dit is de reden dat het bevolkingsonderzoek is opgezet voor vrouwen in de leeftijd van 50 tot 75 jaar. Daarnaast zijn nog vele andere risicofactoren gevonden in epidemiologische onderzoeken zoals vroege menarche en late menopauze, geen kinderen, geboorte van het eerste kind op latere leeftijd, niet geven van borstvoeding, pilgebruik (met afnemend risico na staken van het pilgebruik), hormonale substitutie (met afnemend risico na staken van dit hormoongebruik), overgewicht bij postmenopauzale vrouwen. Ook roken en gebruik van alcohol verhogen het risico, lichamelijke inspanning verlaagt het risico. Indien een vrouw een positieve familie-anamnese heeft is dat reden om haar buiten het bevolkingsonderzoek te onderzoeken op borstkanker. Dat geldt evenzeer voor (50% kans op) dragerschap van een BRCA1- of BRCA2-mutatie of mutaties in andere risicoverhogende genen zoals CHEK2 en in zeldzame gevallen PTEN, TP53 en NF1 (die overigens ook langs de mannelijke lijn worden doorgegeven), invasieve borstkanker of ductaal carcinoma in situ (waarbij de tumor beperkt blijft tot de klierbuizen of -kwabjes in de borst) of bestraling van de thorax in de voorgeschiedenis (denk aan bijvoorbeeld hodgkinlymfoom). Veel vrouwen zullen zich bij klachten of een knobbeltje allereerst tot de huisarts wenden. Ook als een recente mammogram geen afwijkingen liet zien is het van belang toch opnieuw aandacht aan de klachten te besteden: o.a. aard van de klacht of afwijking, tijdstip van de ontdekking, invloed van de menstruatiecyclus (indien van toepassing), voorgeschiedenis en familiaire belasting. Alarmsymptomen Alarmsymptomen bij het lichamelijk onderzoek zijn o.a. onregelmatig of slecht afgrensbaar knobbeltje al dan...

Lees Verder