Minister Bruins gaat in op het wisselen van medicatie
mei28

Minister Bruins gaat in op het wisselen van medicatie

Minister Bruins reageert in een brief naar de Tweede Kamer op de oproep van14 patiëntenorganisaties om te stoppen met het wisselen van medicijnen om niet-medische redenen. Hij vindt wisseling op zich geen probleem, maar wil dat mensen daarvan zo min mogelijk nadelige gevolgen ondervinden. Daarom gaat hij medio juni met de opstellers van het rapport in gesprek om te bekijken wat er eventueel beter kan. In zijn brief begint Bruins met de opmerking dat het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) na uitvoerig onderzoek heeft bevestigd dat generieke geneesmiddelen en merkgeneesmiddelen in beginsel onderling uitwisselbaar zijn. Ze kunnen er anders uitzien, maar bevatten dezelfde hoeveelheid werkzame stof, in dezelfde dosering en ook de toedieningswijze is gelijk, waardoor de werking hetzelfde is. Bij het gebruik van medicijnen is daarom het uitgangspunt: gebruik een generiek medicijn (goedkoop) waar het kan en een merkmedicijn (duur) als het moet. Dit heeft de afgelopen jaren miljarden euro’s zijn bespaard. Randvoorwaarden
 Bruins vindt het wisselen van medicijnen met dezelfde werkzame stof dan ook geen probleem, maar hij stelt dat daarbij wel een aantal randvoorwaarden in acht moeten worden genomen. Bij omzetting van medicatie moet de patiënt goed worden geïnformeerd en zo nodig worden begeleid door voorschrijver en apotheker. Daarbij dient te worden gekeken naar de ziekte en andere specifieke kenmerken van de patiënt. Bij bepaalde ziektes, geneesmiddelen en patiëntgroepen kan het wisselen van geneesmiddel namelijk leiden tot verminderde effectiviteit of bijeffecten, al dan niet veroorzaakt door het ‘nocebo-effect’: het ontstaan of verergeren van klachten bij een patiënt door negatieve verwachtingen van een nieuw geneesmiddel. Dat kan ook de therapietrouw beïnvloeden. Artikel 2.8
 Indien het gebruik van een preferent middel voor een patiënt medisch niet verantwoord is, moet de zorgverzekeraar een niet-preferent middel vergoeden. Dit is vastgelegd in artikel 2.8 van het Besluit Zorgverzekering. Voorschrijvers, apothekers en zorgverzekeraars maken afspraken met elkaar over hoe hiermee wordt omgegaan. Bruins zal met betrokken partijen bespreken welke maatregelen er eventueel kunnen worden genomen om de uitwerking van artikel 2.8 te verbeteren. Breed agenderen
 Tot slot wil Bruins het wisselen van medicatie breed agenderen in overleggen met partijen die daarin een rol spelen, zoals in het Strategisch Farmacie Overleg en de werkgroep Geneesmiddelentekorten. Zie ook het artikel in FarmaMagazine over de brief van de patiëntenorganisaties, inclusief de reactie van ZN en KNMP. Bron: ministerie VWS Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Fonds moet nieuwe zorg sneller beschikbaar maken
mei23

Fonds moet nieuwe zorg sneller beschikbaar maken

Er is een fonds in het leven geroepen met 105 miljoen euro in kas. Dit heeft minister Bruno Bruins onlangs bekend gemaakt. Met dit fonds moeten geneesmiddelen, medische technologie en veelbelovende behandelingen sneller beschikbaar komen voor de patiënt. De minister wil zo voorkomen dat goede zorg blijft steken in de ontwikkelfase. Het bedrag is bedoeld als subsidieregeling voor nieuwe behandelingen, hulpmiddelen en medische technologie  die  over het algemeen  al tot de markt zijn toegelaten,  maar nog niet worden vergoed.  Voordat een nieuwe vorm van zorg  kan worden vergoed vanuit de basiszorg moet het aantoonbaar meerwaarde hebben ten opzichte van bestaande behandelingen. Om dat te kunnen aantonen, is tijd, geld en expertise nodig. Met het geld uit het fonds, kunnen ontwikkelaars zoals MKB’ers, ziekenhuizen  en  onderzoekers dit onderzoek betalen en worden de gemaakte zorgkosten tijdens het onderzoek gedekt. Ook krijgen zij professionele hulp bij de opzet van het onderzoek. Laagdrempelig
 Deze regeling gaat in op 1 januari 2019 en komt in de plaats van de huidige regeling van voorwaardelijke toelating. De regels daarvoor zijn in de praktijk te lastig, waardoor er weinig gebruik van wordt gemaakt. De nieuwe regeling is laagdrempeliger, waardoor er naar verwachting vier tot vijf keer meer gebruik van gemaakt zal worden. Omdat de regeling eenvoudiger is, wordt de totale  voorbereidings- en onderzoektijd teruggebracht van ongeveer zes   naar ongeveer vier jaar. Regeling voor geneesmiddelen
 Bruins werkt aan een vergelijkbare regeling voor geneesmiddelen. Vanwege de verschillen in geldende regelgeving voor geneesmiddelen wordt hiervoor een aparte regeling in het leven geroepen. Deze regeling wordt de komende periode uitgewerkt en zal voor het einde van het jaar worden gepresenteerd worden. Actieve evaluatie van de zorg
 Datzelfde geldt voor de regeling om bestaande zorgvormen te evalueren om te kijken of ze echt goed werken. Ook in  het onderhandelaarsakkoord  medisch specialistische zorg is afgesproken om bestaande zorg  actiever  te evalueren, om zo onnodige zorg of zorg die niet werkt, te weren uit het basispakket. Onder redactie van: Gerda van...

Lees Verder
Sluis officieel geregeld via Algemene Maatregel van Bestuur
mei18

Sluis officieel geregeld via Algemene Maatregel van Bestuur

Nieuwe geneesmiddelen die meer dan 50.000 euro per behandeling per jaar of in totaal meer dan 40 miljoen per jaar kosten, komen vanaf 1 juli 2018 standaard in aanmerking voor ‘de sluis.’ Hierdoor krijgt minister Bruno Bruins de mogelijkheid om eerst met de fabrikant te onderhandelen over die zeer hoge prijs, voordat het middel vergoed wordt uit ons basispakket. De Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) die dit regelt, is 15 mei in het staatsblad gepubliceerd. Minister Bruno Bruins zegt hierover:  ‘Nieuwe geneesmiddelen kunnen verschrikkelijk duur zijn. We hebben het soms over meer dan 100 miljoen euro per middel per jaar. Als je bedenkt dat alle ziekenhuizen in totaal ruwweg jaarlijks 2 miljard uitgeven   aan geneesmiddelen, kun je nagaan wat een impact zo’n nieuw middel op ons zorgbudget heeft. We moeten goed op dat budget letten, voor de patiënt van vandaag en voor de patiënt van morgen – wiens ziekte we nog niet kennen-  voor wie we ook een medicijn willen hebben. De sluis, die voorkomt dat zo’n middel zondermeer tegen de hoofdprijs vergoed wordt, is daarom onmisbaar als we onze zorg betaalbaar willen houden.’ Bijzondere (prijs-)afspraken
 Nieuwe geneesmiddelen die in het ziekenhuis worden gebruikt, worden tot op heden zonder bijzondere (prijs-)afspraken toegelaten tot het basispakket van de zorgverzekering. De nieuwe AMvB legt vast in welke gevallen de minister kan besluiten om nieuwe middelen toch tijdelijk uit het pakket te houden. In de tussentijd kan het Zorginstituut een advies uitbrengen en kan de minister met de fabrikant onderhandelen over de prijs.  Deze zogenaamde sluis wordt sinds 2015 toegepast. In totaal zijn sindsdien acht middelen in de sluis geplaatst. Tot nu toe gebeurde dit telkens ad hoc. Vijf van deze middelen zijn na een positief onderhandelingsresultaat toegelaten tot het pakket. Op dit moment zitten nog drie middelen in de sluis. Met de nu vastgelegde regeling is van tevoren duidelijk welke medicijnen voor de regeling in aanmerking komen, welke criteria de minister hierbij hanteert en welke stappen gezet worden in de verdere procedure. Horizonscan  
 Bij de bepaling welke nieuwe medicijnen mogelijk in de sluis worden geplaatst, wordt gebruik gemaakt van de horizonscan. In dit openbare document wordt bijgehouden welke nieuwe dure medicijnen de komende tijd hoogstwaarschijnlijk op de markt komen en wat ze gaan kosten. Deze horizonscan is te vinden op  www.horizonscangeneesmiddelen.nl Bron: VWS Onder redactie van: Gerda van...

Lees Verder
Farmabuddy: farmaceutische zorg op maat in de laatste levensfase
apr11

Farmabuddy: farmaceutische zorg op maat in de laatste levensfase

Na het overlijden van een patiënt blijven er regelmatig ongebruikte genees- en hulpmiddelen over die worden weggegooid. In het project ’ Pilot Farmabuddy: Farmaceutische zorg in de palliatieve en terminale fase’ biedt het apotheekteam zorg op maat aan de patiënt in de laatste levensfase. Dit door een vast aanspreekpunt in de apotheek aan te wijzen, de zogeheten farmabuddy. Doordat de geleverde zorg beter past bij de situatie van de patiënt, ontvangt de patiënt betere farmaceutische zorg en blijven minder ongebruikte medicijnen over na overlijden. Het project is uitgevoerd door SIR Institute for Pharmacy Practice and Policy, academische apotheek Stevenshof en diverse deelnemende apotheken. In de periode van maart 2016 t/m november 2017 hebben 32 apotheekteams trainingen gevolgd en de farmabuddy geïmplementeerd in hun apotheek. De resultaten zijn gebundeld in het eindrapport ‘Farmabuddy project 2016-2017’ Resultaten 
 Uit de eindrapportage van het farmabuddy project blijkt dat de farmabuddy-zorg door patiënten, mantelzorgers, huisartsen, thuiszorgmedewerkers, apothekers en de farmabuddy’s goed wordt gewaardeerd. Door het tijdig stoppen van medicatie, het afleveren van aangepaste hoeveelheden genees- en hulpmiddelen en het optimaliseren van de farmacotherapie wordt verspilling verminderd. Daarnaast ervaren patiënten en mantelzorgers de zorgverlening van de buddy als zeer prettig bij het oplossen van (acute) zorgproblemen. Dankzij het project is op verschillende plekken de samenwerking tussen apothekers, huisartsen en thuiszorgmedewerkers (verder) verbeterd. Financiële tegemoetkomen van VWS
 Minister Bruins geeft in een brief aan de Tweede Kamer aan dat hij de ontwikkeling van apotheker richting farmaceutisch zorgverlener ondersteunt. Hij is erg tevreden met de resultaten van het farmabuddy project. Het werken als farmabuddy noemt hij een mooi voorbeeld van hoe het apotheekteam zijn zorgverlenende functie kan uitbreiden en inzetten voor het verbeteren van de zorg in de eerste lijn. Bruins zie graag dat op meerdere plaatsen in Nederland farmabuddy’s worden opgeleid en ingezet. Hij heeft daarom besloten om apotheekteams die de opleiding tot farmabuddy willen volgen, via de StipCO-financiering (Stimuleringsprogramma Competentieontwikkeling Openbaar apothekers) vanuit het ministerie van VWS een tegemoetkoming te geven. De eerste trainingen zijn reeds gestart. Structurele financiering is punt van aandacht
Daarnaast gaat SIR Institute for Pharmacy Practice and Police verder met onderzoek en projecten op dit thema. De eindrapportage en implementatiemogelijkheden worden in de stuurgroep Nationaal Programma Palliatieve Zorg besproken. Een punt van aandacht in alle vervolgactiviteiten is de financiering van de buddy op het moment dat de trainingen zijn afgelopen. Inzet van een farmabuddy vergt namelijk meer tijd in de apotheek dan bij een gemiddelde patiënt. Bron: Brief minister Bruins en rapport Farmabuddy project 2016-2017 Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Zorgaanbod van apotheken onvoldoende bekend
apr10

Zorgaanbod van apotheken onvoldoende bekend

Een groot deel van de Nederlanders is niet goed op de hoogte van het zorgaanbod van de apotheek. Degenen die dit wel weten, kiezen hun apotheek vaker op basis van diensten en service die de apotheek aanbiedt. Dit blijkt uit onderzoek van het Nivel. Apothekers doen er goed aan meer bekendheid te geven aan hun totale zorgaanbod. Soms zijn mensen niet goed op de hoogte, omdat ze geen behoefte hebben aan de intensievere zorgdiensten die de apotheek biedt, zoals een medicijnkluisje of een herinnering voor het ophalen van medicijnen. Wel vinden burgers het belangrijk dat hun apotheek een breed scala aan zorgactiviteiten ontplooit. Minister Bruno Bruins heeft begin april een brief gestuurd aan de Tweede Kamer met het rapport ‘Farmaceutische zorg in de eerste lijn: ervaringen en meningen van burgers’. Wanneer apothekers meer bekendheid geven aan hun totale zorgaanbod, dan weten burgers voor welke zorg ze terecht kunnen bij de apotheek. Dat is meer dan alleen het ophalen van geneesmiddelen. Keuze apotheek op basis van praktische overwegingen
 Mensen kiezen hun apotheek op basis van praktische overwegingen, zoals de afstand tot de woning of tot de huisartspraktijk. Deze overwegingen zijn belangrijker dan zorggerelateerde overwegingen. Eenmaal gekozen, blijft men de apotheek trouw: 9 van de 10 burgers gaan altijd naar dezelfde apotheek. Voor patiënten met een chronische aandoening moeten apotheken dus continue zorg kunnen leveren. De apotheek weet welke medicijnen de patiënt gebruikt en wanneer deze nieuwe medicijnen nodig heeft. Zo kunnen zij de patiënt begeleiden in het medicatiegebruik. Medicijnen makkelijker ophalen Met name mensen tot 40 jaar zien wel graag meer mogelijkheden om hun geneesmiddelen op te halen. Apotheken kunnen hierop inspelen door het verruimen van de wijze waarop geneesmiddelen aangeboden worden, bijvoorbeeld in de vorm van een kluis, bezorgdiensten of ruimere openingstijden. Apotheek en huisartspraktijk: zorgteam rondom geneesmiddelen
 Er liggen voor apotheken ook kansen in het versterken van de samenwerking met de huisarts. Veel patiënten zien graag dat apotheker en huisarts als team samenwerken in de zorgverlening rondom geneesmiddelen. Ze zien de huisarts als vraagbaak bij problemen over geneesmiddelen en noemen als belangrijke taken van de apotheek: medicatiebewaking en het geven van informatie. Veel mensen willen graag dat apotheek en huisartspraktijk overleggen over de medicatie van hun patiënten. Bron: Nivel Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Brief minister Bruins over taperingstrips
mrt16

Brief minister Bruins over taperingstrips

Depressie staat al jaren in de top vijf van hoogste ziektelast, hoogste ziektekosten en grootste veroorzakers van arbeidsverzuim. Jaarlijks slikken 1 miljoen mensen antidepressiva. Eenmaal ingesteld op antidepressiva kan afbouwen lastig zijn. Dat geldt ook voor antipsychotica en slaap- en kalmeringsmiddelen. Er zijn meerdere mogelijkheden om medicatie af te bouwen. Afbouw met taperingstrips is één van deze mogelijkheden. Echter: dit komt (nog?) niet in aanmerking voor vergoeding. Taperingstrips bevatten geneesmiddelen die magistraal door de apotheker zijn bereid. Deze apotheekbereidingen komen niet standaard voor vergoeding in aanmerking, uitsluitend wanneer er wordt voldaan aan de eis van ‘rationele farmacotherapie’. Op dit moment maken de taperingstrips geen duidelijk omschreven onderdeel uit van specifieke behandelrichtlijnen van psychiatrische aandoeningen en zijn zorgverzekeraars terughoudend om deze te vergoeden, schrijft minister Bruins als antwoord op Tweede Kamer-vragen. Taperingstrips niet opgenomen in richtlijnen
 Er is op dit moment geen peer-reviewed gepubliceerd wetenschappelijk bewijs, noch zijn er door beroepsgroepen geaccordeerde richtlijnen beschikbaar. Als een geleidelijke afbouw met bestaande fabriekspreparaten niet lukt, kan de beroepsgroep in richtlijnen aangeven welke andere afbouwmogelijkheden er zijn en welke rol taperingstrips daarin kunnen vervullen.
Beroepsverenigingen zijn in overleg over een goede afbouw van antidepressiva. Naar verwachting is dat het consensusdocument half mei gereed. Dit document wil men verder ontwikkelen tot onderdeel van een richtlijn. Soms wel vergoeding
 Begin 2016, toen de zorgverzekeraars voor het eerst geconfronteerd werden met nota’s voor magistraal bereide taperingstrips, zijn deze strips door enkele verzekeraars (uit coulance) vergoed. Nadat bleek dat er niet is voldaan aan de eis van rationele farmacotherapie worden (de meeste) taperingstrips niet meer vergoed, met uitzondering van het middel venlafaxine (een antidepressivum). Sommige verzekeraars vergoeden (eenmalig op machtiging) taperingstrips venlafaxine afbouw van 37.5 mg tot 0 mg (o.a. Zilveren Kruis, Menzis, VGZ). De reden hiervoor is dat er geen andere afbouwmogelijkheden zijn voor venlafaxine 37.5 tot 0 mg dan taperingstrips en dat in deze individuele casussen de rationele farmacotherapie vastgesteld is. CZ vergoedt indien nodig en in afstemming met de behandelaar gedurende een bepaalde periode één magistraal bereide lagere dosering van het af te bouwen geneesmiddel om (gefaseerde) afbouw mogelijk te maken. Ook in dit geval heeft de zorgverzekeraar rationele farmacotherapie vastgesteld. Onderzoek Zilveren Kruis
 Zilveren Kruis geeft aan grondig onderzoek te hebben gedaan naar de vraag of de medicatie in taperingstrips valt onder ‘rationele farmacotherapie’. Volgens deze verzekeraar is er geen wetenschappelijke literatuur waaruit de farmacotherapeutische meerwaarde van taperingstrips is gebleken ten opzichte van het afbouwen met geregistreerde (en dus bestaande) fabriekspreparaten. Magistraal bereide taperingstrips komen om deze reden niet in aanmerking voor vergoeding. Voor veel psychofarmaca geregistreerde alternatieven in de handel zijn, zoals Seroxat®-drank voor het afbouwen van paroxetine of Rivotril®-druppels voor het afbouwen...

Lees Verder
Portefeuilleverdeling op VWS
okt30

Portefeuilleverdeling op VWS

Twee ministers op één ministerie. Dat vereist een duidelijke afbakening van de portefeuilleverdeling,  in combinatie met de inzet van de staatssecretaris. Daarbij zal er ook sprake zijn van veel gezamenlijke aandachtspunten. De Regering heeft deze week de portefeuilleverdeling bekend gemaakt. Zaken rondom geneesmiddelen vallen onder Bruno Bruins. In de berichtgeving is er ook sprake van verschillende benamingen. Hugo de Jonge staat genoemd als ‘minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport’. Bruno Bruins wordt aangeduid met de ‘minister voor Medische Zorg’. Minister VWS – Hugo de Jonge
 Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Hugo de Jonge (CDA) is verantwoordelijk voor de care – WLZ – Wmo en mantelzorg – jeugdbeleid, jeugdwet en jeugdgeozndheidszorg – wijkverpleegkundige zorg – persoonsgebonden budget – kwaliteitsbeleid care – arbeidsmarktbeleid care en jeugd – toezicht care & jeugd – medisch-ethische vraagstukken – SCP (Sociaal Cultureel Planbureau) – NZa (Nederlandse Zorgautoriteit). Minister voor Medische Zorg – Bruno Bruins
 De minister voor Medische Zorg (hoe wordt dat straks afgekort?) Bruno Bruins (VVD) is verantwoordelijk voor: care – zorgverzekeringswet – zorgtoeslag en pakketbeheer – curatieve zorg – drugs – toezicht voedselkwaliteit en NVWA (Ned. Voedsel- en Waren-Autoriteit) – genees- en hulpmiddelen – beroepen en opleiding – arbeidsmarktbeleid – gezondheidsbescherming – infectieziektebestrijding – kwaliteitsbeleid – medische (bio)technologie – sportbeleid – toezicht, CBG (College ter Beoordeling van Geneesmiddelen), CIBG, RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) – kennis en informatie-infrastructuur. Staatssecretaris VW
 Paul Blokhuis (CU) wordt overigens betiteld als ‘staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Zijn verantwoordelijkheid ligt bij: oorlogsgetroffenen en verzetsdeelnemers – ggz – maatschappelijke opvang en beschermd wonen – preventie – gezondheidsbevordering (leefstijl) – VWS-domein voor de BES-eilanden (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) – maatschappelijke diensttijd. Verantwoording aan Tweede Kamer
 Elke bewindsman is eindverantwoordelijk voor zijn eigen portefeuille en moet daar zelf verantwoording over afleggen aan de Tweede Kamer.  Het departement hanteert één begroting. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
VWS-bewindslieden nieuwe kabinet bekend
okt20

VWS-bewindslieden nieuwe kabinet bekend

De namen van de ministers en de staatssecretaris voor VWS zijn bekend. Ministers? Jawel: er komen er twee op Volksgezondheid. Een duobaan, zogezegd, ingevuld door de  nieuwe ministers Hugo de Jonge en Bruno Bruins. Paul Blokhuis wordt staatssecretaris. Overigens komen niet alleen op VWS twee ministers. Dat geldt ook voor OCW (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) en Veiligheid en Justitie. Daarnaast krijgt het nieuwe kabinet drie vicepremiers, waarvan Hugo de Jonge er één van is. De bewindslieden van VWS hebben een stevige opdracht, want de hoofdlijnenakkoorden voor de sectoren ziekenhuizen, wijkverpleging en ggz moeten samen 1,9 miljard euro aan besparingen opleveren.  Ga er maar aan staan. Taakverdeling
 Een grove verdeling van de taken op VWS is als volgt: Hugo de Jonge de langdurige zorg en medisch-ethische kwesties. Bruno Bruins doet ziekenhuiszorg en sport. Paul Blokhuis heeft preventie, ggz en maatschappelijke opvang als aandachtspunten. Hugo de Jonge
 Hugo de Jonge (CDA, 40 jaar) is in Rotterdam sinds 2010 wethouder onderwijs, jeugd en gezin en vanaf 2014 als wethouder betrokken bij de zorg.  Zijn voorstel om vrouwen die niet in staat zijn tot verantwoord ouderschap te verplichten tot conceptie, heeft in 2016 veel stof doen opwaaien. Hij is gestart als onderwijzer en werd in 2004 beleidsmedewerker Onderwijs bij de Tweede Kamerfractie van het CDA. Van 2006 tot 2008 was hij politiek assistent bij de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen en in 2008 was hij waarnemend politiek assistent van minister-president Balkenende. Bruno Bruins
 Bruno Bruins (VVD, 54 jaar) is sinds januari 2012 bestuursvoorzitter bij het UWV. Van juli 2006 tot februari 2007 was hij werkzaam als staatssecretaris van Onderwijs. Daarna is hij kort waarnemend burgemeester van Leidschendam geweest en van 2008 tot 2012 was hij directeur van Connexxion. Paul Blokhuis Paul Blokhuis (CU, 53 jaar) is reeds ruim tien jaar, sinds 2006, wethouder in Apeldoorn, met als portefeuilles welzijn, zorg, wmo en jeugd. Hij gaf overigens eerder al aan na de gemeenteraadsverkiezingen niet meer beschikbaar te zijn voor deze functie. Van 2003-2006 was hij Statenlid van de provincie Gelderland. Nog een leuk feitje: hij is de broer van muziekkenner Leo Blokhuis. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder