Nieuwe aangrijpingspunten voor cholesterolverlaging
okt26

Nieuwe aangrijpingspunten voor cholesterolverlaging

Hart- en vaatziekten (HVZ) veroorzaken grofweg een derde van de totale sterfte in ons land en zijn verantwoordelijk voor ruim 9% van alle kosten in de gezondheidszorg. Veel Nederlanders hebben risicofactoren voor hart- en vaatziekten: roken, een verhoogde bloeddruk, overgewicht of een verhoogd cholesterol. Een stijging van 10% van het totaal cholesterol gaat gepaard met 20% meer kans op HVZ. Dit artikel beschrijft het huidige aanbod in cholesterolverlagende medicatie en de meest recente ontwikkelingen op dit gebied. Het lipidenspectrum is een van de factoren aan de hand waarvan de huisarts het risicoprofiel vaststelt bij cardiovasculair risicomanagement. Met dit risicoprofiel schat de arts het absolute risico op sterfte aan HVZ binnen 10 jaar. Of een cholesterolverlager wel of niet is geïndiceerd is behalve van het tienjaarsrisico afhankelijk van de hoogte van het LDL-C, de familie-anamnese, de BMI en de nierfunctie. Is het tienjaarsrisico lager dan 10% dan is medicamenteuze behandeling van een licht tot matig verhoogd cholesterol meestal niet zinvol. Is farmacotherapie wel aangewezen, dan is op basis van kosteneffectiviteit simvastatine 40mg de eerste keus. Van bijna alle statines is aangetoond dat zij niet alleen het cholesterol verlagen, maar ook daadwerkelijk het risico op HVZ verminderen. Elke millimol daling van het LDL-C reduceert het relatieve risico op ziekte of sterfte aan HVZ met 20%. Om dat effect te bereiken is een jarenlange behandeling nodig. Het is een taak van de apotheek om de patiënt voor te lichten over de noodzakelijke therapietrouw. Bijwerkingen Bereikt de patiënt met simvastatine 40mg de streefwaarde voor het LDL-C van 2,5 mmol/l niet, dan is de volgende stap switchen naar atorvastatine 20-40mg of rosuvastatine 10-20mg, afhankelijk van de hoogte van het LDL-C. Lagere doseringen hebben geen voordelen boven simvastatine 40mg. Daalt het cholesterol nog niet onder de 2,5 mmol/l, dan kan de dosering worden verhoogd naar maximaal 80mg atorvastatine of 40mg rosuvastatine. Is het tienjaarsrisico op HVZ groter dan 20% en bereikt de patiënt met deze dosering en leefstijlaanpassingen nog niet de streefwaarde, dan kan de arts andere cholesterolverlagers overwegen: acipimox, ezetimibe, een fibraat, een galzuurbindend hars of omega-3-vetzuren. Van combinaties van een statine met deze middelen is niet aangetoond dat het LDL-C daalt dan met alleen een statine. De NHG-standaard adviseert dan ook terughoudend te zijn met het voorschrijven van deze middelen. Bij therapieresistente hypercholesterolemie ligt een taak voor de apotheek. Is de patiënt therapietrouw en of is hij gestopt met het statine vanwege bijwerkingen? Probeer hierover in gesprek te gaan met de patiënt. Spierklachten zijn weliswaar een veelvoorkomende bijwerking – 5 tot 18% van de gebruikers heeft hier last van – maar komen ook zonder statinegebruik vaak voor. Misschien zijn milde spierklachten toch acceptabel...

Lees Verder