Medicatie bij astma en COPD
apr13

Medicatie bij astma en COPD

Combinatiepreparaten van inhalatiecorticosteroïden en luchtwegverwijders zijn populair bij astma en COPD. Huisartsen schrijven deze combinatie voor aan bijna 40% van volwassen met astma of COPD. Bij kinderen leven de huisartsen de NHG-Standaard Astma bij kinderen en het daarin genoemde stappenplan goed na. Bij volwassenen wordt bij 8% van de nieuw gediagnosticeerde volwassen patiënten als eerste stap na het stellen van de diagnose de combinatie voorgeschreven, zelfs nog voor kortwerkende luchtwegverwijders. Dit, terwijl de richtlijnen juist een stapsgewijze benadering adviseren. Huisartsen geven de ernst van de klachten van de patiënt als reden om direct beide geneesmiddelgroepen in te zetten. Van de patiënten met COPD gebruikt bijna de helft een inhalatiecorticosteroïd. Deze middelen kunnen het aantal astma-aanvallen (exacerbaties) verminderen, maar ze hebben het nadeel dat ze de kans op longontsteking vergroten. Daarom hebben ze maar een beperkte plaats in de richtlijnen voor de behandeling van COPD. Lage therapietrouw
 Het onderzoek inventariseerde daarnaast problemen bij het gebruik van inhalatoren en de therapietrouw bij deze middelen. Veel gebruikers van geneesmiddelen voor astma of COPD staken het gebruik van deze middelen. Maar liefst 28% in het eerste jaar en nog eens 39% daarna. Patiënten met astma zijn daarbij vaker therapieontrouw dan patiënten met COPD. Meer onderzoek naar verschillen tussen geneesmiddelen en geneesmiddelgroepen, maar ook naar de redenen van therapieontrouw kan leiden tot een betere behandeling, stellen de onderzoekers.
Huisartsen  praktijkondersteuners komen regelmatig onjuist gebruik van inhalatoren tegen bij hun patiënten. Omzettingen van inhalatoren in de apotheek, bijvoorbeeld vanwege het beleid van zorgverzekeraars, kan eveneens leiden tot problemen. Onderzoek
 Het onderzoek vergelijkt het voorschrijfgedrag van de huisarts bij beide aandoeningen met de aanbevelingen uit de NHGStandaarden. Het IVM en het NIVEL hebben het onderzoek gedaan in opdracht van Zorginstituut. Het onderzoek is gebaseerd op voorschrijfgegevens van huisartsen die deelnemen aan  NIVEL Zorgregistraties eerste lijn. Daarnaast zijn huisartsen, praktijkondersteuners en praktijkverpleegkundigen uit 14 huisartspraktijken geïnterviewd   en deden de onderzoekers dossier- en literatuuronderzoek. De uitkomsten van het onderzoek staan kunt u lezen in de Nivel-publicatie ‘Medicatie bij Astma en COPD: voorschrijven en gebruik in de eerste lijn’. U kunt deze publicatie hier downloaden. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Meer ruimte voor combinatie LABA/LAMA
feb10

Meer ruimte voor combinatie LABA/LAMA

FarmaMagazine heeft nog niet zo lang geleden aandacht besteed aan de KNMP-standaard COPD (najaar 2014), aan de NHG-Standaard COPD (voorjaar 2015) en aan de herziene Zorgstandaard COPD van de Long Alliantie Nederland (zomer 2016). Er gebeurt veel op het gebied van de diagnostiek en behandeling van COPD. In november 2016 is de herziening van de Global Strategy for the Diagnosis, Management and Prevention of COPD verschenen, een richtlijn van het Global Initiative for Chronic Obstructive Lung Disease (GOLD 2017). In dit belangrijke document zijn aanbevelingen opgenomen voor de preventie, diagnostiek en behandeling van COPD. Betreffende de toepassing van preparaten die een combinatie van langwerkende bèta-agonisten (LABA’s, long acting beta2-agonists) en langwerkende anticholinergica (LAMA’s, long acting muscarinic antagonists) bevatten zijn nieuwe aanbevelingen opgesteld. Naast enkele andere onderwerpen vormen de aanbevelingen betreffende deze combinatiepreparaten het voornaamste onderwerp van dit artikel. Vragenlijsten Bij de beoordeling van de ernst van de COPD bij een individuele patiënt wordt gekeken naar de aanwezigheid en de ernst van de spirometrische afwijkingen (na gebruik van een kortwerkende bèta2-agonist), naar de huidige aard en omvang van de klachten van de patiënt, naar de exacerbaties in het afgelopen jaar en de schatting van de kans op toekomstige exacerbaties en naar de aanwezigheid van comorbiditeit. Hierbij raadt GOLD aan om niet alleen naar klachten van kortademigheid te kijken, maar ook naar andere symptomen, zoals hoesten en slijmvorming met behulp van vragenlijsten, zoals bijvoorbeeld de St. George’s Respiratory Questionnaire (SGRQ) of de COPD Assessment Test (CAT). Indeling verfijnd De beoordeling en indeling in verschillende groepen is verder verfijnd ten opzichte van eerdere versies van de GOLD-richtlijn. Voor de diagnose is de eerder genoemde spirometrie zeker van belang maar voor de therapeutische aanbevelingen gaat men alleen nog uit van de symptomen en het risico op exacerbaties van de patiënt. Er is slechts een gering verband tussen de FEV1, de symptomen en de hinder die de patiënt van zijn of haar COPD ondervindt. Vier klassen: GOLD 1, 2, 3 en 4 Op grond van de resultaten van de spirometrie wordt de luchtwegobstructie bij patiënten met FEV1/FVC < 0,70 (de NHG-Standaard heeft dit afkappunt verlaten en gebruikt < 5e percentiel van de referentiewaarde) ingedeeld in vier klassen: GOLD 1 (licht; FEV1 ≥ 80% van voorspeld), GOLD 2 (matig; 50% ≤ FEV1 < 80% van voorspeld), GOLD 3 (ernstig; 30% ≤ FEV1 < 50% van voorspeld) of GOLD 4 (zeer ernstig; FEV1 < 30% van voorspeld). Vervolgens wordt het aantal exacerbaties (waarvoor al dan niet ziekenhuisopname noodzakelijk was) in het afgelopen jaar bekeken (≥2 of ≥1 met ziekenhuisopname: C of D; 0 of 1 zonder ziekenhuisopname: A of B), worden de symptomen beoordeeld met behulp...

Lees Verder
Online test voor vroegopsporing COPD
nov14

Online test voor vroegopsporing COPD

COPD is een ongeneeslijke ziekte waarbij de longen steeds verder achteruit gaan. Bijna 600.000 mensen hebben deze ziekte. Daarnaast zijn er nog eens zo´n 300.000 mensen met een groot risico op COPD, zonder dat ze het zelf weten. Vooral (ex)rokers boven de 40 jaar vallen in de risicogroep. Bij COPD raken de longen onherstelbaar beschadigd. Vroegopsporing is van zeer groot belang en kan erger voorkomen, omdat de patiënt snel kan beginnen met het gebruik van de juiste medicijnen en aanpassing van de leefstijl. Veel mensen weten echter niet dat ze COPD hebben of ze nemen hun klachten niet serieus. Het begint meestal met een rokershoestje, na een tijdje gevolgd door kortademigheid. Roken is de belangrijkste oorzaak van COPD. Het Longfonds heeft een online test ontwikkeld. Aan de hand van 10 vragen kunnen deelnemers zien hoe hoog hun risico op COPD is.  Van degenen die tot nu toe deze test hebben ingevuld, heeft ongeveer een kwart een hoog risico op COPD. Deze mensen krijgen het advies naar de huisarts te gaan, die vervolgens uitsluitsel kan geven over de diagnose en, indien nodig, kan starten met een behandeling. Zie hier de online longtest van het Longfonds Onder redactie van Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Derde herziening van de NHG-Standaard COPD
mei28

Derde herziening van de NHG-Standaard COPD

Onlangs is de derde herziening van de NHG-Standaard COPD gepubliceerd. Daarin zijn een aantal belangrijke wijzigingen ten opzichte van de vorige versie uit 2007 opgenomen. Er is thans – terecht – veel aandacht voor de behandeling van de ernstige en invaliderende aandoening COPD. Een jaar geleden verscheen de KNMP-richtlijn COPD. Alleen al het gegeven dat er nu twee recente richtlijnen zijn, een van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) en een van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP), maakt ‘COPD’ tot een uitermate geschikt onderwerp voor een FTO in de nabije toekomst. Feiten De feiten over ‘chronic obstructive pulmonary disease’ (COPD) zijn waarschijnlijk wel bekend. Het gaat om een chronische aandoening van de longen die niet kan worden genezen. De niet volledig reversibele luchtwegobstructie is meestal progressief en het gevolg van een ontstekingsreactie van de longen op schadelijke deeltjes of gassen, heel vaak sigarettenrook. Normaal longweefsel verdwijnt en word vervangen door bindweefsel. Er ontstaat emfyseem. De gevolgen zijn toenemende benauwdheid, kortademigheid en vaak ook hoesten en opgeven van slijm (sputum). De prevalentie van COPD in Nederland is ongeveer 2%. Een gemiddelde Nederlandse apotheek kent dus ongeveer 160 patiënten met COPD, 90 mannen en 70 vrouwen. Voor een gemiddelde huisartsenpraktijk zijn deze cijfers ongeveer 40 patiënten met COPD, 23 mannen en 17 vrouwen. Roken Dat er veel aandacht is voor de behandeling en begeleiding van patiënten met COPD is een groot goed maar mag niet de aandacht afleiden van het feit dat het hier gaat om een aandoening die voor een groot deel het gevolg is van het roken van sigaretten en dus is te voorkomen. Maar daarbij moet onmiddellijk worden erkend dat nicotineverslaving een buitengewoon hardnekkige en moeilijk te behandelen vorm van verslaving is die veel inzet en doorzettingsvermogen van de betreffende mensen vergt. En niet alle rokers zijn voldoende gemotiveerd om het roken te staken. En de tabakslobby is goed georganiseerd. Ziektelast In deze derde herziening van de NHG-Standaard COPD is de beoordeling van de ernst van COPD niet meer alleen afhankelijk van de mate van luchtwegobstructie maar vooral van de ziektelast, die wordt bepaald door de combinatie van klachten en beperkingen, de frequentie van exacerbaties, de FEV1 en de voedingstoestand. De spirometrische criteria voor vaststelling van luchtwegobstructie zijn in deze herziene NHG-Standaard aangepast. Men heeft besloten om voor het onderscheid tussen wel of geen luchtwegobstructie een statistisch correct en klinisch gevalideerd afkappunt te kiezen, namelijk een waarde kleiner dan het 5e percentiel van de referentiepopulatie en niet meer de gefixeerde FEV1/FVC-ratio (< 0,7) die tot overdiagnostiek van obstructie bij personen ouder dan 50 jaar en onderdiagnostiek onder die leeftijd leidde. Multidisciplinair Zorg voor mensen met...

Lees Verder
COPD: Farmaceutische patiëntenzorg in KNMP richtlijn vastgelegd
nov18

COPD: Farmaceutische patiëntenzorg in KNMP richtlijn vastgelegd

Chronic Obstructive Pulmonary Disease, beter bekend als COPD, is een ernstige en invaliderende chronische aandoening die niet kan worden genezen. De niet volledig reversibele luchtwegobstructie is meestal progressief en het gevolg van een ontstekingsreactie van de longen op schadelijke deeltjes of gassen, heel vaak sigarettenrook. Normaal longweefsel verdwijnt en wordt vervangen door bindweefsel. Er ontstaat emfyseem. De gevolgen laten zich raden: toenemende benauwdheid en kortademigheid al dan niet in combinatie met hoesten en opgeven van slijm (sputum). Het betreft een grote groep patiënten. Men schat dat in Nederland meer dan 350.000 mensen lijden aan COPD. Daarbij komt nog een aantal mensen – vaak rokers – die nog niet bekend zijn met COPD. De prevalentie van COPD in Nederland is ongeveer 2%. Een gemiddelde Nederlandse apotheek kent dus ongeveer 160 patiënten met COPD, 90 mannen en 70 vrouwen. Multidisciplinair Zorg voor mensen met COPD is bij uitstek multidisciplinair. Andere apothekers, huisartsen, praktijkondersteuners, longartsen, longverpleegkundigen, diëtisten, fysiotherapeuten, wijkverpleegkundigen en thuiszorgmedewerkers zijn alle betrokken bij de zorg voor deze kwetsbare groep patiënten. De KNMP heeft nu in de KNMP-richtlijn COPD vastgelegd wat van de openbare apotheker in deze ketenzorg mag – moet – worden verwacht. Het wekt geen verbazing dat daarbij de nadruk ligt op de farmacotherapeutische behandeling en begeleiding vanuit de apotheek. Bij de algemene doelstelling van de farmaceutische zorg maakt men onderscheid tussen de behandeldoelen op korte termijn en die op lange termijn. Op de korte termijn gaat het om vermindering van de klachten, verbetering van het inspanningsvermogen, preventie en behandeling van exacerbaties en verbetering van de kwaliteit van leven (voor zover COPD daarbij een rol speelt). Op langere termijn is het streven om de achteruitgang van de longfunctie (FEV1) te voorkomen of te vertragen, complicaties, invaliditeit en arbeidsongeschiktheid uit te stellen of te voorkomen, en uiteindelijk de overleving te verbeteren. Om dit alles te verwezenlijken maakt de apotheker in goed overleg met de patiënt een zorgplan dat waar nuttig en/of nodig van tijd tot tijd kan worden aangepast. Daarnaast voert hij de aanleg, toepassing en het beheer uit van het Patiëntendossier volgens de betreffende richtlijn van de KNMP waarin individuele kenmerken, medische gegevens en uitslagen worden vastgelegd. Keuze van de geneesmiddelen Een belangrijk onderdeel van de KNMP-richtlijn COPD is vanzelfsprekend de keuze van de geneesmiddelen. Daarbij is van belang of de patiënt een lichte, matige of ernstige ziektelast heeft. Deze indeling is overgenomen uit de Zorgstandaard COPD die vorig jaar is uitgebracht door de Long Alliantie Nederland (zie www.longalliantie.nl/zorgstandaard-copd). Uiteraard moet de apotheker zich er goed van bewust zijn dat de farmacotherapeutische behandeling onderdeel uitmaakt van een veel meer omvattende behandeling die ook gaat over het staken van het...

Lees Verder