Keuzehulp Bloedglucosemeters
jun12

Keuzehulp Bloedglucosemeters

Onlangs is de Keuzehulp Bloedglucosemeters gelanceerd. Dit is een online tool die mensen met diabetes en hun zorgverleners helpt om samen de bloedglucosemeter te kiezen die het beste past bij de medische en persoonlijke situatie van de patiënt. De Keuzehulp Bloedglucosemeters is bedoeld voor insulineafhankelijke mensen met diabetes die aan zelfcontrole doen. Op www.keuzehulpbloedglucosemeter.nl kan de patiënt thuis de Keuzehulp Bloedglucosemeters invullen en krijgt vervolgens een overzicht van bloedglucosemeters die passen bij de eigen medische en persoonlijke situatie. Samen met de zorgverlener neemt de patiënt de keuzehulp in de spreekkamer nogmaals door, waarna ze samen de meest geschikte meter kiezen en bestellen. De online Keuzehulp Bloedglucosemeters is het resultaat van een samenwerking tussen de Nederlandse Diabetes Federatie (NDF), Vilans en een gemeenschap van behandelaars, patiëntenvereniging, fabrikanten, leveranciers en zorgverzekeraars (o.a. DVN, DiHAG, V&VN Diabeteszorg, KNMP, NVKC, NVD/DNO, NIV, NVK, FHI, Diagned en ZN). De keuzehulp is mede mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van VWS en het Diabetes Fonds. Kwaliteitsstandaard Het maken van de keuzehulp is een implementatiestap van de Kwaliteitsstandaard Bloedglucosemeting. Sinds de zomer van 2017 zijn in het register van het Zorginstituut Nederland de kwaliteitseisen vastgelegd waaraan de hulpmiddelenzorg moet voldoen. Zo zijn er in dit kader ook kwaliteitsstandaarden ontwikkeld voor stoma en continentie hulpmiddelenzorg. Kennisgemeenschap Hulpmiddelenzorg Voor het delen van kennis en ervaring rondom de kwaliteitsstandaarden is de Kennisgemeenschap Hulpmiddelenzorg opgericht. Het ondersteunen en coördineren van deze kennisgemeenschap wordt gedaan door Vilans. Het doel is uitwisseling van kennis, leren van elkaars ervaringen en gedeelde thema’s gezamenlijk aanpakken. Bron: Vilans Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Succesvol groepsprogramma voor mensen met diabetes
mrt13

Succesvol groepsprogramma voor mensen met diabetes

Mensen met diabetes type 2 kunnen voor een groot deel van hun ziekteverschijnselen afkomen door hun leefstijl te veranderen. Dat blijkt uit de eerste uitkomsten van het programma  Keer Diabetes 2 Om. Na 12 maanden is 87 procent van de deelnemers geheel of gedeeltelijk van de ziekte af, 38 procent gebruikt zelfs helemaal geen medicijnen meer. In Nederland hebben 1 miljoen mensen diabetes 2. Keer Diabetes 2 Om  is een groepsprogramma. Het begint met een gezamenlijk weekend waarbij patiënten leren wat diabetes type 2 eigenlijk is, en wat een andere leefstijl voor patiënten kan betekenen. Zo krijgt deelnemers praktische handvatten voor een nieuw voedingspatroon en leert ze meer over zelfregie. Daarna volgen nog een aantal terugkomdagen, na een, drie en zes maanden. Hier wordt zowel in groepsverband als individueel gekeken naar hoe het is gegaan. Wat gaat er goed of waar loopt de deelnemer tegenaan?  De deelnemers hebben daarnaast een eigen online community. Hoe eerder, hoe beter
 Huisarts Nynke van der Zijl is medisch eindverantwoordelijk voor het programma. “Het is nadrukkelijk geen afval-programma, geen crash-dieet”, benadrukt ze. “Je leert je voeding aan te passen door er zoveel mogelijk koolhydraten uit te halen. “
Naast voeding is ook bewegen belangrijk, wandelen, fietsen of sporten. Volgens Van der Zijl is de aanpak voor bijna alle patiënten geschikt. “Alleen voor een groepje van 5 procent dat al heel lang ziek is en bijvoorbeeld geen alvleesklierfunctie meer heeft, is het geen optie. Voor alle anderen geldt hoe eerder je begint, hoe beter.” Uitrol
 Nu de resultaten zo goed zijn, wordt Keer Diabetes 2 Om uitgebreid. Rotterdam sloot deze week een samenwerkingsovereenkomst waardoor enkele duizenden inwoners de mogelijkheid krijgen mee te doen. Zorgverzekering VGZ vergoedt voor haar verzekerden de meeste kosten van het programma. Bron: NOS en Keer Diabetes 2 om Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Subsidie gepast gebruik van medische hulpmiddelen
dec12

Subsidie gepast gebruik van medische hulpmiddelen

In de hulpmiddelenzorg in Nederland gaat veel goed. Toch is er ook ruimte voor verbetering. ZonMw stelt subsidies beschikbaar voor doelmatigheidsonderzoek naar (gepast gebruik van) hulpmiddelen in, en op weg naar, het verzekerde pakket. Bijvoorbeeld bij de zorg voor stoma, incontinentie en diabetes. In het kader van het programma Goed Gebruik Hulpmiddelenzorg heeft ZonMw recent twee subsidierondes opengesteld voor onderzoek naar hulpmiddelen. Daarbij gaat het om medische hulpmiddelen zoals bedoeld in de Zorgverzekeringswet, het Besluit en de Regeling zorgverzekering. Een onderwerp waarover een aanvraag is ingediend voor een Stimuleringssubsidie, mag niet door dezelfde aanvrager óók worden ingediend in de subsidieronde Goed Gebruik Hulpmiddelenzorg ronde 1 en andersom. Goed Gebruik Hulpmiddelenzorg – Stimuleringssubsidies ronde 1
 Deze oproep is bedoeld voor wie onderzoek naar de hulpmiddelenzorg wil doen, maar daarvoor nog geen concrete plannen en samenwerkingspartners heeft. Binnen deze ronde kan maximaal €10.000,- per voorstel worden aangevraagd, voor financiering van voorbereidende activiteiten. Zoals activiteiten ter voorbereiding op het schrijven van de subsidieaanvraag en/of het versterken van de onderzoeksinfrastructuur op het gebied van de hulpmiddelenzorg. Voorbeelden van mogelijke activiteiten zijn (een combinatie van): 
Een reeks bijeenkomsten bedoeld om tot relevante en concrete onderzoeksvragen te komen
Het oprichten van een samenwerkingsverband/netwerk
Voorbereiden van een subsidieaanvraag. Voor deze subsidieronde is €100.000,- beschikbaar. Per project kan maximaal € 10.000,- worden aangevraagd. Zowel hoofd- als medeaanvragers mogen bij maximaal één aanvraag voor een stimuleringssubsidie betrokken zijn. Deadline: 18 januari 2018, 14.00 uur Zie alle informatie over de stimuleringssubsidie ronde 1 ‘Goed Gebruik Hulpmiddelenzorg – Open ronde 1’
 Met de subsidieoproep ‘Goed gebruik hulpmiddelenzorg ronde 1’ stelt ZonMw subsidie beschikbaar voor onderzoek naar de effectiviteit en kosteneffectiviteit van de integrale hulpmiddelenzorg. Het gaat dus niet alleen om het hulpmiddel zelf, maar ook om de zorg daar omheen. Het is belangrijk dat de aanvrager al concrete doelmatigheidsvragen voor ogen heeft. Een subsidieaanvraag kan alleen worden ingediend door een onderzoeksinstelling. Uit de projectbeschrijving dient duidelijk naar voren te komen dat de inzet van publieke middelen gerechtvaardigd is en waarom het project niet geheel of gedeeltelijk door andere partijen wordt opgepakt of gefinancierd. Zorgprofessionals en hulpmiddelengebruikers/ mantelzorgers worden aangemoedigd om medeaanvrager van het project te zijn. Het maximaal aan te vragen bedrag per project is € 400.000,-. Eventuele zorgkosten mogen niet ten laste van de subsidie worden gebracht worden. De deadline is 1 februari 2018, 14.00 uur Zie alle informatie over de subsidieoproep Open ronde 1 Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Campagne tegen overtollig gebruik suiker
okt16

Campagne tegen overtollig gebruik suiker

Het Diabetes Fonds is een petitie gestart om de grote hoeveelheden suiker in voedingsmiddelen versneld terug te dringen. Ze roept supermarkten op meer schapruimte vrij te maken voor suikerarm en suikervrij en duidelijker aan te geven welke producten geen of weinig suiker bevatten. Iedereen wordt opgeroepen de petitie te tekenen. Het Diabetes Fonds wil met de campagne “Halve maatregelen” het overtollig gebruik van suiker terugdringen. Ze stelt dat het huidige aanbod in supermarkten, winkelstraten en op stations voornamelijk suikerrijk en ongezond is en vindt dat het anders moet. “We zien de industrie in advertenties goede sier maken met producten die geen of minder suiker bevatten, maar de realiteit is dat ze in de supermarkt vooral hun meest suikerhoudende waren promoten. Misleidende verpakkingen en letterlijk kleine lettertjes op de etiketten maken het voor veel consumenten bovendien nog altijd moeilijk om in één oogopslag te bepalen welke producten veel of weinig suiker bevatten”, aldus het fonds. Geen halve maatregelen
 Het Diabetes Fonds wil geen halve maatregelen. Op haar site laat ze in korte, grappige filmpjes enkele van dergelijke halve maatregelen zien: zoals het delen van toetjes of het aanvullen van vruchtensap-uit-een-fles met water. Dat zet geen zoden aan de dijk, stelt het Fonds. 
Daarom pleit ze voor echte oplossingen: minder suiker in producten, een gezonder aanbod en meer ruimte in de schappen voor suikerarm én suikervrij. Met een groot aantal handtekeningen hoopt ze de industrie te dwingen om versneld actie te ondernemen. Het gaat om een drie-puntenplan: 1. 30% minder suiker in producten 2. Een groter aanbod van gezonde producten 3. Meer schapruimte voor suikerarm en suikervrij Bewustwording Een ander doel van de campagne, die tot begin december loopt, is de consument bewuster te maken van de zoete verleidingen in het schap en de gevolgen van een te hoge suikerinname. Een op de drie Nederlanders krijgt diabetes type 2 en daarvan is suiker een flinke veroorzaker. Zorgverleners kunnen hun diabetespatiënten wijzen op deze campagne Petitie en nieuwsbrief Mensen die de petitie tekenen, kunnen zich gelijk abonneren op de minder-suiker-nieuwsbrief van het Diabetes Fonds. Deze verschijnt maandelijks met de laatste weetjes over minder suiker, tips en een recept. Het is overigens ook mogelijk om in te schrijven voor de minder-suiker-nieuwsbrief zonder de petitie te tekenen, klik daarvoor hier. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Eerste adviezen van Rondetafel Diabeteszorg overgenomen
mrt10

Eerste adviezen van Rondetafel Diabeteszorg overgenomen

De wereldwijde toename van obesitas, te weinig lichamelijke beweging en te veel voedsel met een overdaad aan calorieën heeft geleid tot een toename zonder weerga van het aantal patiënten met diabetes mellitus type 2 (DM2). De International Diabetes Federation schat dat in 2015 in totaal 415 miljoen mensen diabetes hadden, van wie meer dan 90% type 2. Dit aantal zal waarschijnlijk stijgen tot 642 miljoen in het jaar 2040. Er is – naast deze aantallen – nog een groot aantal mensen met DM2 die dit zelf (nog) niet weten. Het medicamenteuze behandelschema van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) dat is vastgelegd in de NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 (derde herziening; alweer uit 2013!) is redelijk rechttoe rechtaan (naast adviezen over leefstijl betreffende dieet, afvallen, lichaamsbeweging, niet roken en gezonde voeding). De NHG-Standaard beveelt voor de behandeling van mensen met DM2 een bedrieglijk gemakkelijk Drie-Stappenplan aan: allereerst metformine, zonodig daarbij gliclazide en als het bloedglucose nog te hoog blijft ‘insuline’. Pas als het op deze wijze niet lukt om de bloedglucoseconcentratie (en HbA1C) op het gewenste peil te krijgen komen andere middelen in aanmerking  die in verschillende combinaties kunnen of zelfs moeten worden toegepast. En ook bariatrische chirurgie is een mogelijkheid. Bloedglucoseverlagende middelen Er zijn  zeven (soorten) bloedglucoseverlagende middelen die oraal moeten worden ingenomen: 1. acarbose (Glucobay®) 2. metformine 3. 


dipeptidylpeptidase-4-remmers (alogliptine [Vipidia®], saxagliptine [Onglyza®], sitagliptine [Januvia®], vildagliptine [Galvus®]) 4. repaglinide (Novonorm®) 5. 
sulfonylureumderivaten (glibenclamide, gliclazide [Diamicron®], glimepiride [Amaryl®], tolbutamide) 6. pioglitazon (Actos®) 7.
 natrium/glucose-cotransporteiwitremmers (canagliflozine [Invokana®], dapagliflozine [Forxiga®], empagliflozine [Jardiance®]). Deze middelen zijn gedeeltelijk ook in verschillende combinatiepreparaten en als generiek preparaat beschikbaar en hebben allen hun eigen werkingsmechanisme, voor- en nadelen, bijwerkingen, interacties en kosten. Naast deze oraal toepasbare middelen zijn er twee soorten middelen die per (meestal subcutane) injectie worden toegediend, namelijk de glucagonachtige peptide-1-(GLP-1)agonisten en natuurlijk de verschillende soorten insuline en insuline-analoga met uiteenlopende werkingsduur. Het hoeft weinig betoog dat in het algemeen de nieuwere middelen (veel) duurder zijn dan de oudere middelen en dat er minder gegevens van die nieuwere middelen zijn betreffende de effecten op langere termijn – waar het natuurlijk eigenlijk allemaal om draait. In het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering:www.farmacotherapeutischkompas.nl/bladeren-volgens-boek/inleidingen/inl-besluit-zorgverzekering-en-regeling-zorgverzekering#09002b67809086ce) zijn aan de vergoeding van nieuwere middelen vaak voorwaarden gesteld. Voor bijvoorbeeld de GLP-1-agonisten albiglutide (Eperzan®), dulaglutide (Trulicity®), exenatide (Byetta®, Bydureon®), liraglutide (Victoza®) en lixisenatide (Lyxumia®) zijn deze voorwaarden “1. uitsluitend voor een verzekerde met diabetes mellitus type 2 en een BMI ≥ 35 kg/m², bij wie de bloedglucosewaarden onvoldoende kunnen worden gereguleerd met de combinatie van metformine en een sulfonylureumderivaat in de maximaal verdraagbare doseringen en die geen insuline gebruikt; en 2. als toevoeging aan metformine en basaal-insuline (NPH-insuline/langwerkend...

Lees Verder
Waar blijft dé app voor diabetes?
mrt11

Waar blijft dé app voor diabetes?

Het barst van de gezondheidsapps die het leven van patiënten met chronische zieken ondersteunen. Maar diabetespatiënten laten apps voorlopig links liggen. Waar blijft dé app voor diabetes?   De afgelopen jaren is er een enorme toename te zien in applicaties die te maken hebben met gezondheid. In de app stores barst het dan ook van deze gezondheidsapps voor mobiele apparaten. Iedere organisatie, instelling, of patiëntenvereniging heeft er inmiddels wel een. Een van de laatste is die van bijwerkingenbureau Lareb dat een app lanceerde om bijwerkingen makkelijker te melden. Maar patiënten willen vooral apps om ziekten te managen en niet om bijwerkingen te tellen. Voor het gros van de indicaties kunnen patiënten dan ook terecht in de app store. Als het om ziektegerelateerde apps gaat is het aanbod enorm. De potentiële markt voor een app is dan ook groot. Alleen al in ons land gebruikt 37% van de Nederlanders voorgeschreven geneesmiddelen. Volgens onderzoek van het Duitse Research2guidance zijn er wereldwijd inmiddels 45.000 makers van medische en gezondheidsapps en werden er vorig jaar 3 miljard van dergelijke apps gedownload. Chronische ziekte diabetes heeft volgens dat onderzoek de meeste potentie, naast hoge bloeddruk en overgewicht. Opvallend is dat de farmaceutische industrie niet bijster succesvol is met het ontwikkelen van apps. De grote jongens hebben wel allemaal ruim 60 apps per fabrikant gemaakt, maar echt vaak gebruikt worden ze ook weer niet. Volgens de onderzoekers luisteren de farmaceuten te weinig naar de behoefte van de gebruiker, leggen ze de nadruk op het eigen product en zijn de apps niet wereldwijd beschikbaar maar slechts in een aantal landen. Onderzoek RIVM In Nederland wilde het RIVM weleens weten hoe het is gesteld met gebruikservaringen van apps. Het onderzoek verscheen in december vorig jaar en geeft de geneesmiddelenketen een duidelijk inzicht in de beschikbaarheid van apps voor geneesmiddelengebruik. Het onderzoek van het RIVM richt zich onder meer op diabetes. Niet zo gek, want daar zijn de meeste apps voor te vinden, wereldwijd meer dan 1.500. En het is een grote groep patiënten, ruim 1 miljoen, die dagelijks bezig zijn met hun ziekte. Patiënten met diabetes type 2 moeten veel informatie bijhouden, zich houden aan voorschriften, afwegingen maken en informatie tot zich nemen. Bovendien is het een groep patiënten die met een actieve levensstijl de ziekte beter kan managen. Toegankelijke informatie Volgens woordvoerder Marjolein Weda van het RIVM hebben diabetespatiënten behoefte aan gemakkelijk toegankelijke informatie. “Informatie die bovendien up to date is, altijd bij de hand is en de gezondheid en zelfredzaamheid bevordert. Zo willen patiënten inzicht hebben in wanneer inspuiten nodig is.” En ze willen informatie afkomstig van een betrouwbare bron. Een diabeet moet dagelijkse gemiddeld...

Lees Verder
Schippers neemt regie op markt diabeteshulpmiddelen
dec15

Schippers neemt regie op markt diabeteshulpmiddelen

Diabetesvereniging Nederland (DVN) meldt dat minister Edith Schippers (VWS) heeft besloten een Bestuurlijk Overleg te starten over diabeteshulpmiddelen. Hierin gaan alle betrokken partijen een oplossing zoeken, onder regie van de minister. Het overleg zal half januari plaatsvinden. De kern van de problemen op de markt voor diabeteshulpmiddelen is volgens DVN dat de keuze voor bijvoorbeeld bloedglucosemeters steeds vaker wordt gemaakt door zorgverzekeraars, leveranciers en apothekers. Terwijl Diabetesvereniging Nederland de keuze voor het juiste hulpmiddel als een zaak van zorgverlener en patiënt beschouwt. Niet-passende hulpmiddelen vergroten de kansen op ernstige complicaties aanzienlijk, stelt DVN. Het gaat om geld De oorzaken van de problemen zijn financieel, zo heeft DVN geconcludeerd. Zorgverzekeraars willen minder betalen voor deze diabeteshulpmiddelen en apothekers en leveranciers willen voldoende blijven verdienen. De diabetespatiënt trekt dus aan het kortste eind, en de zorgverlener kijkt machteloos toe. Overigens spelen dezelfde problemen binnen de stoma- en incontinentiezorg. Pas op de plaats Diabetesvereniging Nederland heeft in diverse media het woord gevoerd over deze problemen. Eerder zijn de zorgen hierover al geuit bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), terwijl er ook in de Tweede Kamer over gesproken is. DVN zegt verheugd te zijn over deze stap van het ministerie. “Het is duidelijk dat zorgverzekeraars, leveranciers en de industrie er met elkaar niet uitkomen. De patiënt is dan de dupe. Wij verwachten dat de bemoeienis van de minister een oplossing zal forceren”, zegt directeur Olof King. Intussen moeten zorgverzekeraars nu even pas op de plaats moeten maken met hun bezuinigingsdrift, is de aanbeveling van de vereniging. “Als besparingen leiden tot gezondheidsrisico’s voor de patiënt, dan schiet je je doel voorbij. We roepen zorgverzekeraars dan ook op eerst de uitkomsten van het overleg met het ministerie afwachten.” Onder redactie van: Kees Kommer  ...

Lees Verder
Diabetesepidemie vergt internationale aandacht
apr08

Diabetesepidemie vergt internationale aandacht

Hoewel diabetes in veel Europese landen volop in de belangstelling staat, ontbreekt het aan samenhang over de landsgrenzen heen in preventie, (vroeg)diagnostiek en behandeling. De betrokkenheid van ziekenhuizen bij de behandeling van diabetes blijft hierdoor groter dan nodig is. Diabetes type II hoort primair in de eerste lijn, betoogden sprekers tijdens een recent Europees congres over het onderwerp. De Europese Unie stelt onderzoekssubsidies beschikbaar. Het is niet voor niets dat het Diabetes Fonds al eens openlijk steun betuigde aan de landelijke prikweek van de apothekers in ons land voor vroege opsporing van mensen met een verhoogd risico op diabetes. Diabetes is een ziekte die zoveel mensen treft dat inmiddels al wordt gesproken over deze ziekte in termen van een epidemie. In Europa hebben 32 miljoen volwassenen diabetes, waarvan circa twaalf procent type I. Gelet op het feit dat de helft van de volwassen Europeanen en twintig procent van de Europese kinderen obees is, zal dit aantal snel toenemen. Tussen de verschillende Europese landen bestaat veel variatie in behandeling, bijvoorbeeld in de toepassing van cholesterolverlagers. Bovendien is niet voor iedere Europese diabetespatiënt de toegang tot de zorg even goed gewaarborgd. De aandacht voor preventie is niet in alle landen gelijk. Veel mensen lopen te lang rond met diabetes zonder gediagnosticeerd te zijn, waardoor complicaties te laat worden opgemerkt. Mede hierdoor is de diabateszorg ook voor type II (voor type I is het logisch) nog steeds vooral ziekenhuis georiënteerd, want gericht op behandeling van de complicaties van de huid, voeten en ogen die primair met dit ziektebeeld samenhangen. Cardiovasculaire problemen in relatie tot diabetes krijgen onvoldoende aandacht. En omgekeerd wordt bij patiënten met cardiovasculaire problemen onvoldoende stilgestaan bij de vraag of ook sprake is van diabetesproblematiek. Mensen met diabetes krijgen onvoldoende ondersteuning om tot verantwoorde zelfregie over hun ziekte te komen. Ziekte met enorme gevolgen Wie de waarschuwingen in ogenschouw neemt die werden geuit tijdens het Europese congres European Diabetes Leadership Forum 2014 (EDLF, 4 maart in Brussel), heeft weinig reden tot vrolijkheid. De zorg voor mensen met diabetes laat veel te wensen over en de gevolgen hiervan zijn groot. In de eerste plaats voor de patiënt zelf, die bij gebrek aan onderkenning van of gerichte aandacht voor het ziektebeeld met grote gezondheidsproblemen kan worden geconfronteerd. Niet alleen lichamelijk maar ook geestelijk, zo wijst de net afgeronde studie DAWN2 uit. En behalve de persoon zelf ervaren ook diens gezinsleden deze problemen. Daarnaast zijn er de maatschappelijke gevolgen: diabeteszorg kost geld. Francesca Colombo van OESO zei tijdens EDLF niet voor niets: “Wij zijn een organisatie die vanuit economisch perspectief kijkt naar ontwikkelingen in de samenleving en manieren om daarop via Europese samenwerking...

Lees Verder
Actavis introduceert unieke diabeteszelfzorglijn DiaClin
mrt04

Actavis introduceert unieke diabeteszelfzorglijn DiaClin

Per 3 maart brengt Actavis onder de merknaam DiaClin de eerste diabeteszelfzorglijn op de Nederlandse markt. DiaClin is gericht op de vier meest voorkomende klachten bij diabetes: huid-, voet-, oog- en mondproblemen. Ongeveer 1.000.000 Nederlanders hebben diabetes mellitus. Jaarlijks neemt het aantal mensen met diabetes met 71.000 toe. Diabetes verandert de microflora en vochtbalans van de huid en de slijmvliezen. Hierdoor kan een overmatige groei aan schadelijke bacteriën ontstaan die mogelijk klachten veroorzaakt. Het belangrijkste actieve bestanddeel van DiaClin is het 2QR-complex. Dit bestanddeel neutraliseert schadelijke bacteriën en voorkomt of behandelt daarmee een ontsteking of infectie. DiaClin is maatschappelijk partner van Diabetesvereniging Nederland. Bekijk www.DiaClin.nl voor meer informatie.    ...

Lees Verder
NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2
dec10

NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2

  Dit is het eerste artikel in de reeks ‘Standaarden en richtlijnen’ waarin arts en klinisch farmacoloog J.M.A. Sitsen nieuwe of herziene zorgstandaarden en richtlijnen voor u verheldert en duidt. Wat zijn de belangrijkste vernieuwingen en aanpassingen en wat betekent dit voor uw dagelijkse praktijk?   In september 2013 is de derde herziening van de NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 verschenen. Er is reikhalzend naar uitgezien: de tweede herziening was alweer ruim zeven jaar geleden in 2006 gepubliceerd en er gebeurt veel op het gebied van de behandeling (en preventie?) van diabetes mellitus type 2 (DM2). Nog steeds komen geneesmiddelen op de markt die het bloedglucosegehalte op weer andere wijze verlagen. Het laat zich raden dat deze duurder zijn dan de beschikbare middelen en het is maar de vraag of zij werkzamer zijn – niet alleen op de korte termijn (zeg een jaar) maar vooral ook op de lange termijn (vele jaren). Er zijn grote (financiële) belangen mee gemoeid want het aantal mensen met DM2 neemt nog steeds toe. De tweede herziening van de NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 (NHG2006) vermeldde dat in 2003 de prevalentie van DM2 bij mannen 36/1000 en bij vrouwen 39/1000 was, de derde herziening (NHG2013) vermeldt dat in 2007 deze prevalentie 40/1000 resp. 41/1000 was. En inmiddels zijn we alweer 6 jaar verder en er zijn geen aanwijzingen dat deze prevalenties afnemen, integendeel. Het Nationaal Kompas Volksgezondheid (www.nationaalkompas.nl) laat zien dat op 1 januari 2011 de prevalentie van diabetes mellitus (type 1 en type 2 samen) voor mannen 50,5/1000 en voor vrouwen 49,7/1000 was. Van deze mensen heeft ongeveer 90% DM2 hetgeen een geschatte prevalentie op 1 januari 2013 oplevert van 45,5/1000 resp. 44,7/1000. Aanbevolen medicamenteuze behandeling Zijn er verschillen in de aanbevolen medicamenteuze behandeling tussen de NHG2006 en de NHG2013? Vooral de vraag wat de NHG2013 vindt van de nieuwere bloedglucoseverlagende middelen is natuurlijk van groot belang. Weliswaar had de NHG in 2010 reeds een verklaring betreffende deze middelen gepubliceerd maar in NHG2013 verwacht men een nadere standpuntbepaling. De conclusie in het ‘NHG-Standpunt DPP-4-remmers en GLP-1-agonisten’ uit 2010 luidde als volgt: “DPP-4-remmers en GLP-1-agonisten zijn nieuwe medicamenteuze behandelingsmogelijkheden van type 2 diabetes die een bescheiden verlaging van het HbA1c geven vergeleken met placebobehandeling, maar, in geval van de DPP-4-remmers, een minder sterke HbA1c-daling laten zien dan met metformine, sulfonylureumderivaten of glitazonen kan worden bereikt. Er zijn geen resultaten van onderzoek op klinische eindpunten (micro- en macrovasculaire complicaties en mortaliteit) bekend. Dit maakt samen met het ontbreken van gegevens over effectiviteit en veiligheid op de langere termijn dat de nieuwe middelen vooralsnog geen aanleiding geven het huidige stappenplan voor medicamenteuze behandeling in de NHG-Standaard...

Lees Verder
Pagina 1 van 212