Ron van Schaik: Samenwerking bepaalt succes van farmacogenetica
sep18

Ron van Schaik: Samenwerking bepaalt succes van farmacogenetica

Met medicatie afgestemd op het persoonlijke DNA-profiel zijn er minder bijwerkingen, is de therapie effectiever, zijn de patiënten tevreden en de zorgkosten uiteindelijk lager. Het succes van farmacogenetica hangt echter af van de samenwerking tussen huisarts en apotheker, stelt hoogleraar Ron van Schaik: “De huisarts schrijft voor, maar de apotheker is essentieel in het veilig voorschrijven van medicatie. Hieronder valt dus ook het adviseren over en het daadwerkelijk aanvragen van genotyperingen.” Ron van Schaik heeft een droom. De toekomst die de hoogleraar Farmacogenetica schetst is inmiddels heel reëel. “Als het om voorschrijven, afleveren en gebruik van medicatie gaat moeten we eerst denken en dan pas doen. We moeten eerst goed nadenken over de werking van de enzymen in het menselijk lichaam die van invloed zijn op de werking van medicatie. En op basis van die gegevens moeten we pas voorschrijven. In de toekomst doseren we veel meer geneesmiddelen op genotype. Artsen kunnen straks antidepressiva alleen voorschrijven als het genotype van de patiënt vooraf in kaart is gebracht.” De weg naar optimale therapie is nog lang, maar er worden stappen gezet. Dat is ook nodig, want suboptimale therapie en bijwerkingen vormen een van de grootste problemen in de zorg. Van alle ziekenhuisopnames wordt zo’n 5-7% veroorzaakt door bijwerkingen op medicatie. In de regel krijgt namelijk iedere patiënt met dezelfde ziekte of aandoening dezelfde dosering. Met als gevolg hoge bloedspiegels bij patiënten met een lage enzymactiviteit. Mensen verschillen nu eenmaal in de snelheid van metabolisme. Patiënten met een laag metabolisme kunnen dus meer bijwerkingen krijgen. Dit is niet zeldzaam: 5-10% van de patiënten mist een van de belangrijkste enzymen in de lever: het cytochroom 2D6 (CYP2D6). En op het in dit jaar gehouden KNMP-congres bleek dat van de 350 apothekers die voor de gelegenheid een DNA-paspoort hadden laten maken, 90% wel een variant had in één van de zeven enzymen die een belangrijke rol spelen bij alledaagse medicatie. Nu is het al een tijd mogelijk om met DNA-analyse uit het bloed of het speeksel patiënten met een afwijkend metabolisme op te sporen. Als dat gebeurt voor de start van de therapie kan de hoeveelheid medicatie op voorhand worden aangepast op basis van deze gegevens. Een trager metabolisme leidt tot voorschrijven van een lagere dosering. En uiteindelijk tot effectievere therapie, omdat de juiste dosering direct wordt toegepast. Een van de grondleggers van deze personalized medicine is Ron van Schaik. De klinisch chemicus werd in 2013 benoemd tot buitengewoon hoogleraar Farmacogenetica bij de afdeling Klinische Chemie van het Erasmus MC Rotterdam. Hij bestudeert de effectiviteit van farmacotherapie in relatie tot genetische variaties in metaboliserende enzymen en geneesmiddeltransporters. Deze variatie in geneesmiddelrespons is deels...

Lees Verder