Beperkte toename voorschrijven opioïden op huisartsenposten
jul30

Beperkte toename voorschrijven opioïden op huisartsenposten

Op de huisartsenpost worden de laatste jaren vaker opioïden voorgeschreven. Met name het aantal recepten voor sterke opioïden, zoals morfine en oxycodon, is er een lichte toename te zien. De voorgeschreven recepten voor opioïden steeg van 5,6% in 2013 naar 7,7% in 2017 van het totale aantal recepten. Dit blijkt uit cijfers van Nivel Zorgregistraties eerste lijn. Recent berichtten de media over een toename van het voorschrijven van oxycodon, een sterkwerkende opioïde, in huisartsenpraktijken. Hiertoe heeft het Nivel onderzocht hoe vaak opioïden worden voorgeschreven op de huisartsenpost. Het is bekend dat huisartsen de laatste jaren steeds vaker opioïden voorschrijven. Het Nivel heeft hier in 2016 onderzoek naar gedaan. De toename komt vooral door een stijging in het voorschrijven bij aandoeningen anders dan kanker. Opioïden worden veelal voorgeschreven bij hevige of chronische pijn, na een ongeval of operatie. Ze kunnen aanleiding geven tot gewenning en afhankelijkheid. Er zijn zwakwerkende opioïden, zoals tramadol en sterkwerkende, zoals morfine, oxycodon en fentanyl. Vanuit binnen- en buitenland zijn er signalen van een toename in het voorschrijven van (sterkwerkend) opioïden. Voorgeschreven opioïden op de huisartsenpost Deze tendens is dus ook enigszins zichtbaar op de huisartsenpost, zij het slechts zeer beperkt. Het aantal recepten op de huisartsenpost voor de zwakwerkende opioïde tramadol bleef vrijwel gelijk, terwijl die voor sterkwerkende opioïden als morfine en oxycodon licht toenamen. Tramadol, oxycodon en morfine werden vooral voorgeschreven bij aandoeningen van het bewegingsapparaat. Daarnaast werd morfine voorgeschreven bij aandoeningen van de spijsverteringsorganen en urinewegen. Overige geneesmiddelen Bij ongeveer een derde van alle contacten met de huisartsenpost werd tussen 2013 en 2017 een recept voor een geneesmiddel meegegeven. Dit aandeel bleef in deze periode min of meer gelijk. Wel steeg het absolute aantal contacten met de huisartsenpost: van 238 contacten per 1000 inwoners in 2013 naar 254 in 2016. In 2017 daalde dit weer licht; van 254 naar 249 contacten per 1000 inwoners. Bron: Nivel Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Aris Prins gaat Zorgorganisatie Eerste Lijn steunen
jul09

Aris Prins gaat Zorgorganisatie Eerste Lijn steunen

 Apotheker en KNMP-bestuurder Aris Prins van de sectie Landelijke Openbare Apotheken (LOA), gaat bij de ZEL een bijdrage leveren aan ICT, chronische zorg en de nascholing van apothekers. Hij zal zich met zijn expertise als apotheker vier uur per week inzetten voor een effectieve samenwerking, ontlasten van administratie en vermijden van dubbel werk. De Zorgorganisatie Eerste Lijn ZEL is er voor alle eerstelijns zorgverleners in de regio Nieuwe Waterweg Noord en Delfland Westland en Oostland en faciliteert hen om kwalitatief hoogwaardige geïntegreerde zorg te realiseren en landelijke en regionale ontwikkelingen naar hun praktijk te vertalen. 
Aris Prins gaat bij de ZEL het nascholingscurriculum voor apothekers opzetten. Tevens zal hij vanuit zijn expertise als apotheker bijdragen aan een aantal dossiers waaronder ICT en chronische zorg. 
Dit gaat uiteindelijk leiden tot gezondere organisaties en betere zorg voor de populatie. Speerpunten Aris Prins is beherend apotheker bij Apotheek Poeldijk. Na zijn studie in Utrecht werkte hij drie jaar als ziekenhuisapotheker in het Schotse Dundee. Zijn speerpunten als openbaar apotheker zijn nierfunctiestoornissen en antistolling. Hij heeft meegeschreven aan landelijke richtlijnen voor antistolling en heeft deze geïmplementeerd met regionale afspraken. Hij is actief betrokken bij de werkgroep Haagsenieren en hij geeft via Post Academisch Onderwijs farmacie nascholingen over nierfunctiestoornissen aan collega’s. Tekst: Kees Kommer...

Lees Verder
Marjolein Geleedst-de Vooght: Op het snijvlak tussen 1e en 2e lijn
dec18

Marjolein Geleedst-de Vooght: Op het snijvlak tussen 1e en 2e lijn

Het is druk in de centrale hal van het Rijnstate ziekenhuis. Medewerkers, patiënten en bezoekers lopen door elkaar. Doelgericht en zoekend, vrolijk en bezorgd, jong en oud, ziek en gezond. Iedereen is hier met een reden. Omdat je in het ziekenhuis werkt, omdat je bij je zieke moeder op bezoek gaat of omdat je hersteld bent en je je leven buiten weer kunt oppakken. Vlakbij de ingang van het ziekenhuis ligt de Rijnstate Poli-Apotheek. Hier werkt Marjolein Geleedst-de Vooght, poliklinisch apotheker, klinisch farmacoloog en manager: “De Poli-Apotheek is onderdeel van het grote Rijnstate ziekenhuis. Wij zijn gespecialiseerd in de farmaceutische zorg op het snijvlak tussen de eerste en de tweede lijn.” Ziekenhuis Rijnstate is een topklinisch ziekenhuis met locaties in Arnhem, Zevenaar, Velp, Dieren en Arnhem-Zuid. In de Poli-Apotheek werken, verdeeld over twee locaties: 3 apothekers, 19 assistentes en 1 farmaceutisch medewerker. Heb je bewust gekozen voor het werken in een Poli-Apotheek? Marjolein: “Na mijn opleiding heb ik als tweede apotheker gewerkt in een openbare apotheek in Utrecht. Dat vond ik leuk maar op een zeker moment wilde ik verder. Ik heb toen de opleiding tot klinisch farmacoloog gevolgd. Ik mocht meelopen met visites van de artsen en meekijken in de ziekenhuisapotheek. Daarnaast heb ik onderzoek gedaan. Het was een verdiepingsslag. Ik werk sinds 2011 in deze Poli-Apotheek en het bevalt me prima. Hier komen vooral mensen die met ontslag gaan of een arts hebben bezocht op de poli. We zorgen voor een goede overgang op het gebied van medicatie na een ziekenhuisopname – of poliklinisch bezoek – en thuis.” Die overgang kan toch ook worden verzorgd door de ‘thuisapotheker’ van een patiënt? “Zij kunnen dat natuurlijk ook maar wij hebben meer informatie omdat we toegang hebben tot het ziekenhuissysteem. Wij kunnen zien wat er tijdens de opname van de patiënt is gebeurd. En het grote voordeel van een poliklinische apotheek is dat wij een onderdeel zijn van het ziekenhuis. De lijnen met specialisten en verpleegkundigen zijn kort. Wij krijgen regelmatig recepten met nieuwe geneesmiddelen en dan is het toch fijn dat je elkaar gemakkelijk kunt bereiken als je vragen hebt. Dat is voor een openbare apotheker wellicht lastiger. Andersom weten de artsen ons ook te vinden als ze iets willen vragen. Het is fijn dat ze een vast aanspreekpunt hebben. Toen we net met de Poli-Apotheek begonnen waren apothekers in de regio wat terughoudend: nog een speler in de markt erbij. Inmiddels zijn Alphega Apotheken Arnhem mede-eigenaar geworden en zijn de verhoudingen met de openbare apothekers in de regio heel erg goed. Het is gangbaar geworden dat ieder ziekenhuis een poliklinische apotheek heeft, zeker ook door een toename...

Lees Verder
CGM versterkt positie in eerste lijn
okt01

CGM versterkt positie in eerste lijn

CompuGroup Medical (CGM) heeft op  1 oktober Labelsoft uit Zoetermeer overgenomen. “Met onze sterke positie op het gebied van apotheek-, huisarts- en zorggroep software hebben we hiermee de benodigde schaalgrootte en het productportfolio om werkelijk integrale zorgoplossingen te kunnen ontwikkelen voor de eerste lijn in Nederland.”

 Eric de Wilde, Algemeen Directeur van CGM Nederland geeft aan nu de technologie in huis te hebben om huisartsen, apotheken, zorggroepen, huisartsenposten, politheken en EHBO-posten digitaal met elkaar te verbinden en te laten samenwerken. “Niet als eilandjes met berichtenverkeer, maar als een daadwerkelijk geïntegreerd systeem. De komende jaren gaan we onze oplossingen integreren tot een open en moeiteloos verbonden omgeving waarin zorgverleners uit de eerste lijn op een eenvoudige manier samen kunnen werken.” De algemeen directeur geeft verder een aantal cijfers. Het marktaandeel van Labelsoft in de automatisering van huisartsenposten met WebHIS Call Manager bedraagt 75%. In 2013 was de omzet van Labelsoft rond de € 3 miljoen; de huidige directeur van Labelsoft, Ab Elzenga, blijft aan boord om samen verdere groei te realiseren met CGM Nederland. Zo’n 25% van de huisartsen werkt met een HIS van CGM, 45% van de apotheken met een AIS en een substantieel aantal zorggroepen met een KIS van CGM. Met een omzet van ongeveer Euro 500 miljoen is CompuGroup Medical AG één van ‘s- werelds leidende eHealth ondernemingen. CGM Nederland is een 100% dochter en  bedient ruim 3200 klanten in de eerstelijns zorg. Er werken meer dan 200 medewerkers op de drie locaties in Amsterdam, Echt en Zoetermeer....

Lees Verder
Martin Bontje: Meer samenwerking, meer toegevoegde waarde
mei06

Martin Bontje: Meer samenwerking, meer toegevoegde waarde

De huisarts als spil in een goed georganiseerd samenwerkingsverband. Met de apotheker als volwaardige partner die volop meedraait in zorgprogramma’s, zo luidt de visie van Martin Bontje, de eerste voorman van Ineen. Wel zal het aantal apotheken afnemen. Ineen is het resultaat van de fusie tussen LVG (Landelijke Vereniging Georganiseerde Eerstelijnszorg), LOK (Landelijke Organisatie voor Ketenzorg), en VHN (Vereniging Huisartsenposten Nederland). De nieuwe brancheorganisatie eerste lijn is op 1 januari 2014 gestart. Leden van InEen zijn gezondheidscentra, eerstelijnscentra, zorggroepen, eerstelijns diagnostische centra, regionale ondersteuningsstructuren en huis­artsen­posten. Aanleiding voor de fusie was de behoefte aan meer samenwerking binnen de eerste lijn en tussen de eerste en tweede lijn. Martin Bontje, voormalig topman bij Zorgverzekeraars Nederland en bij zorgverzekeraar VGZ is een ervaren bestuurder. Hij geeft leiding aan negen bestuursleden. Zijn visie is helder: “Een georganiseerde eerstelijnszorg waarin huisartsenzorg een centrale positie inneemt.” Nu werken huisartsen al in samenwerkingsverbanden. Maar nog niet overal gebeurt dat. Er zullen ook altijd regio’s zijn waar de huisarts als een solist blijft  werken omdat het niet anders kan: in dunbevolkte regio’s bijvoorbeeld. Maar huisartsen en de zorg komen het beste tot hun recht in  een georganiseerd verband, zo stelt Bontje. Met thuiszorg en apotheker dicht in de buurt. Hoe ziet de eerstelijns zorg er straks uit? “Er komen een aantal ontwikkelingen op ons af die invloed hebben op de eerste lijn. De verschuiving in de AWBZ waardoor mensen langer thuis blijven, de gemeentes die verantwoordelijk worden voor de WMO en de geestelijke gezondheidszorg die naar de huisarts gaat. Dit leidt allemaal tot een groter volume aan zorg in de eerste lijn. Zorg die rondom de huisarts geleverd moet worden.” Kan die huisarts die grote regierol wel aan? “Die rol heeft hij nu al. Op dit moment zijn er tal van zorggroepen actief die al grotere volumes aan zorg organiseren. Daar zijn al hele goede voorbeelden van te zien. Die trend zal zich voortzetten. Wel moeten we ervoor zorg dat beter zichtbaar is welke activiteiten nu al goed georganiseerd zijn. Ik spreek dan ook niet van een revolutie in de eerste lijn, maar van een evolutie” En hoe is de farmaceutische zorg dan geregeld? “Ik verwacht niet dat de farmaceutische zorg straks heel veel anders zal zijn dan nu. Wel zal de samenwerking tussen huisarts en apotheker verder intensiveren. De groep chronische patiënten en de patenten met verschillende ziektes en dus verschillende medicatie worden in toenemende mate vaste klant van de huisarts in plaats van het ziekenhuis. De complexe farmapatiënt gaat dus meer de eerste lijn in dan nu het geval is. Het zal vooral de huisarts zijn die daar de effecten van zal merken.” Ik...

Lees Verder
De basis is gelijkwaardigheid: multidisciplinaire zorg
dec10

De basis is gelijkwaardigheid: multidisciplinaire zorg

Samenwerken: het is de kurk waarop de eerste lijn en de farmaceutische zorg moeten draaien. “Geen bedrijfsverzamelgebouwen maar saamhorige zorg”, is het credo van Rob Beereboom, directeur van de samenwerkende apothekers in Alphen aan den Rijn, verenigd in de organisatie Sprint. “Altijd op gelijkwaardige basis met huisartsen en fysiotherapeuten.” “Wij staan voor multidisciplinaire zorg waarin huisartsen, apothekers, fysiotherapeuten en medebehandelaars en gelijkwaardig zijn. Opgezet vanuit de zorgvraag, met een zo zelfstandig mogelijke patiënt die standaard in de eerste lijn zit, met waar nodig een uitstapje naar een specialist. Met gedeelde informatietechnologie en steeds meer gericht op thuiszorg en de gemeente.” Zorggroep met meerdere disciplines Al is 2003 verenigden zich de apothekers in Alphen aan den Rijn, een gemeente in het Zuid-Hollandse Groene Hart met zo’n 70.000 inwoners, in de organisatie Sprint. Daarbij zijn nu acht apotheken in Alphen aan den Rijn, Nieuwkoop en Ter Aar aangesloten. In de Alphense vestiging in het Gezondheidscentrum Dillenburg ontstond als eerste de vraag naar multidisciplinaire zorg. “Maar wel op gelijkwaardige basis tussen huisartsen, apothekers en fysiotherapeuten. De zorgverleners willen meer bieden dan een bedrijfsverzamelgebouw. Ze zijn overtuigd van de waarde van farmacotherapie en medicatiebeoordeling om complicaties bij chronisch zieke patiënten te voorkomen én om hen uit het dure ziekenhuis te houden. Ze stellen zich gezamenlijk op als hoofdaannemer van ketenzorg met inmiddels vijf zorgprogramma’s.” In 2008 en 2009 volgden gesprekken met zorgverzekeraars en via Zorg & Zekerheid in Leiden is toen de GEZ-module voor Gezondheidscentrum Dillenburg gecontracteerd. “In tegenstelling tot de meeste zorggroepen zijn wij vanaf het begin op meerdere disciplines georiënteerd geweest. We dachten vanuit de zorg, niet vanuit het geld,” aldus Rob Beereboom. Dit sprak aan en zo wonnen met het “Model Alphen” de Achmea Eerstelijns Innovatieprijs 2012. Overkoepelend verband Inmiddels zijn vijf GEZ-modules gecontracteerd. “Om te voorkomen dat we op al die plekken opnieuw het wiel uitvinden, zoeken we naar een groot, overkoepelend samenwerkingsverband. Dat is niet eenvoudig, het is het slot van het proces van solistisch zorg verlenen naar volledig geïntegreerd samenwerken. Met voor de apotheker een nieuwe rol in farmaceutische zorg,” licht Rob Beereboom toe. “We hebben een subsidie uit het programma ‘Op één lijn’ van ZonMw gekregen om dat proces vorm te geven. Het spreekt voor zich dat je de krachten op facilitair niveau moet bundelen, dat je afspraken namens alle zorgverleners op stadsniveau moet kunnen maken. Zoals je met ziekenhuizen en specialisten centraal het overleg moet inzetten. Toch is er angst voor nieuwe managers en angst om zelfstandigheid op te geven. Daarom wordt ervoor gepleit om niet te overhaasten en de samenwerking ‘organisch’ te laten groeien. Op zorginhoud vinden de partners elkaar immers heel snel.” Innovatieve...

Lees Verder
Apotheker Annemiek Bakker: Van afvoerputje naar onmisbare schakel
nov08

Apotheker Annemiek Bakker: Van afvoerputje naar onmisbare schakel

Van afvoerputje naar onmisbare schakel in de eerste en tweede lijn. Apotheker Annemiek Bakker heeft de poliklinische Scheperapotheek in Emmen omgebouwd tot een organisatie die zorg levert samen met het ziekenhuis en openbare apothekers. Ook als het gaat om diabetes. Nu nog een kostendekkend tarief. 2013. Het transmuraal overleg in Emmen is in volle gang. Met praktijkverpleegkundigen, de diabetesverpleegkundige uit het ziekenhuis, de openbare apotheek en assistentes brengt apotheker Annemiek Bakker namens de poliklinische apotheek in het Scheper Ziekenhuis lijn in de zorg rondom onder meer diabetes. Op de agenda staat deze keer de scholing van de zorgprofessionals, gezamenlijke afspraken maken over chronische medicatie en het uitwisselen van informatie over nierfuncties. Maar ook de overheveling naar het ziekenhuis van pompen en geneesmiddelen rondom diabetes in 2015 wordt besproken. Het duurt nog even maar het is zaak om nu al de voorbereidingen te treffen zodat de diabeteszorg ook straks goed is geregeld.  De ambities van Annemiek Bakker zijn helder: “Ik wil dat winkeltje van pompen en medicatie wel gaan draaien voor het ziekenhuis. Uiteraard in overleg met de specialist. Mijn insteek is dat er geen geneesmiddel wordt geleverd zonder hulpmiddel. Want als apotheker ga ik voor het leveren van complete zorg. We zijn net gestart met de gesprekken met specialisten over dit onderwerp. En ik heb er vertrouwen in dat het goed komt.” 2009. Het loopt niet helemaal naar wens in de poliklinische apotheek. Het huishoudboekje klopt niet, de declaraties zijn niet op orde en de kwaliteit van de dienstverlening kan ook beter. Zo kunnen de wachttijden naar beneden en het ontslag is niet altijd compleet. Bovendien heeft het team van apothekers en assistentes ook aandacht nodig. Net als de samenwerking met de ziekenhuisapotheek. En over een transmuraal overleg praat nog niemand. En op dat moment treedt Annemiek Bakker aan als directeur Scheperapotheek. In dienst van de toenmalige drie aandeelhouders Achmea, de stichting openbare apothekers Emmen en omstreken en een Leveste zorggroep. Ze heeft het wel zo geregeld dat ze zelfstandig besluiten kan nemen. Maar hecht aan een goede relatie met de nieuwe Raad van Commissarissen. Grootste hobbel “Die ruimte om besluiten te nemen was ook nodig. De toestand in de apotheek was niet zo verwonderlijk: in korte tijd kwamen en gingen hier 13 verschillende leidinggevenden. Dus er moest echt iets gebeuren.” Grootste hobbel zat in de relatie met de ziekenhuisapotheek. “De samenwerking in het ziekenhuis en tussen ziekenhuisapotheek en de politheek, die kwam maar niet op gang. Ziekenhuisapothekers zagen mij als concurrent en als vijand: jij bent toch van de openbare apothekers? Terug in mijn hok, zo was de opdracht. Kortom, we begrepen elkaar gewoon niet. Als de ziekenhuisapotheek...

Lees Verder
Jan Erik de Wildt: Apothekers worden wakker nadat de koek al is verdeeld…
jun13

Jan Erik de Wildt: Apothekers worden wakker nadat de koek al is verdeeld…

Jan Erik de Wildt: De eerste lijn gaat op de schop. Met de huisarts als regisseur van de zorg in de wijk. Maar wat is de positie van de apotheker in dit veranderende speelveld? Jan-Erik de Wildt, adviseur in de eerste lijn, directeur bedrijfsvoering van een innovatieve zorg­groep: “Schaalgrootte in de openbare farmacie zal toenemen. Een grotere achterban betekent meer marktmacht.” In landen als Canada en Zweden werkt het al. En in ons land wordt er volop mee geëxperimenteerd: populatiebekostiging. Populatiebekostiging wil zeggen dat de financiering van de zorg gericht is op een bepaalde populatie, waarbij het totale zorgaanbod inclusief preventie en nazorg in samenhang aangeboden en bekostigd wordt. Mooie woorden maar waar het op neerkomt is dat het ‘aantal en type’ mensen in een gebied bepaalt hoeveel geld je als zorgverlener ontvangt voor je inspanningen. Niet dat alle gebieden hetzelfde bedrag krijgen. Er wordt rekening gehouden met het type gebied en het type bewoner.  Het voordeel is dat, anders dan in het huidige systeem, ook de zorg- en welzijnsfuncties die gericht zijn op het realiseren van gezondheidswinst kunnen worden gefinancierd. Maar hoe populatiegerichte  bekostiging er precies uit zal zien, is nog niet helemaal duidelijk.  De regering heeft nu in ieder geval zo’n 250 miljoen euro beschikbaar gesteld om wijkverpleegkundigen meer in de wijk actief te laten zijn. De verwachting is dat zeker in achterstandswijken dit resultaat zal opleveren. De drempel om naar de huisarts of apotheker te gaan is in die wijken vaak nog groot. Onderaannemer De vraag is natuurlijk wat de gevolgen voor de eerste lijn zullen zijn. Gaat de wijkverpleegkundige straks de medicatiebewaking doen omdat die toch bij de mensen thuis komt? Nemen de huisartsen deze rol over? Of gaat de apotheker dit alsnog doen? Alsnog, want de positie van de apotheker in dit nieuwe business model is niet altijd even duidelijk. Soms doet de apotheker niet eens mee want is zijn rol even ‘vergeten’. Een andere keer worden apothekers zelf pas wakker als de koek al is verdeeld. In veel gevallen is de huisartsenorganisatie de budgethouder en reguleert de patiëntenstroom binnen de nulde, eerste en tweede lijn. Belangrijk daarbij is dat deze organisaties zorg mogen organiseren op een manier die niet per se valt binnen de traditioneel vastgestelde budgetten. Linksom of rechtsom, dat maakt niet uit. Als er onder de streep maar besparingen overblijven. Een deel van de besparingen zou dan weer in de zorg terug kunnen komen voor innovatie. Voor apothekers rest vaak niet meer dan een rol van onderaannemer. Maar die rol van onderaannemer geldt ook voor andere zorgverleners. Aan de andere kant ontstaan ook kansen voor apothekers. Denk aan de mogelijkheid dat...

Lees Verder