Drijfveren: Code A49.02
jun02

Drijfveren: Code A49.02

“De rode draad in mijn leven is dat ik langs een slootje loop en naar de overkant spring waar ik andere zorgverleners uitleg wat apothekers allemaal doen. Tegelijkertijd wil ik heel graag weten wat er aan die overkant gebeurt. Daarna kunnen we samen bekijken of het wenselijk is om een bruggetje te bouwen en gaan we aan de slag”, verklaart dr. Luc(retia) Peeters (63) poëtisch. We hebben afgesproken in Gezondheidscentrum Hoensbroek-Noord waar ze is voor haar wekelijks farmaceutisch overleg met huisarts Hanka Zwanikken. In haar grote HEMA tas zit het omvangrijke Informatorium Medicamentorum en Commentaren Medicatiebewaking: “Gelukkig heb ik het Farmacotherapeutisch Kompas digitaal.” De samenwerking tussen Luc en het academisch gezondheidscentrum is twee jaar geleden begonnen. Luc: “Er is een lijst van 150 patiënten opgesteld door een van de huisartsen met criteria zoals het aantal geneesmiddelen en de leeftijd van de patiënt. Ik bereid de medicatiebeoordelingen voor. Daartoe heb ik inzage in het Huisartsen Informatie Systeem. Per overleg bespreken we vijf of zes patiënten. Verder woon ik iedere week met de huisartsen het MDO bij met de internist, die voorafgaand aan het overleg spreekuur heeft in dit gezondheidscentrum. Tijdens het MDO worden alle patiënten besproken waar vragen over zijn. Je vult elkaar aan met de kennis die je hebt. Samen zorg je zo veel beter voor de patiënt. En ja, ik vind het heel erg leuk om te doen. Heb hier al veel geleerd.” Het heeft zin Hanka en Luc zitten een uur zij aan zij achter de computer en nemen een voor een de patiënten door. Hanka: “Er zijn veel zorgprofessionals die vinden dat overleg tijd kost. Maar onder aan de streep levert deze samenwerking wel degelijk wat op. Dit heeft echt zin. Je wordt ‘gedwongen’ om het medicatiegebruik goed in kaart te brengen; dossiers worden bijgewerkt. Polyfarmacie hoort er gewoon bij. Op deze manier is er duidelijk sprake van toename van kennis waardoor de kwaliteit van zorg voor de patiënt verbetert. Verkeerde combinaties van medicijnen worden voorkomen en geneesmiddelen worden op tijd stopgezet. Ik merk aan mezelf dat ik steeds zekerder word over de zorg die ik lever. En zo samen achter de pc zitten, is heel effectief gebleken. Het moet op persoonlijk vlak natuurlijk ook klikken. Als de een feedback geeft en de ander gaat meteen met de hakken in het zand dan gaat het niet werken.” Laat je pen eens zien Luc studeerde in ‘79 af en runde twintig jaar een eigen apotheek. Ze gaf vijftien jaar les aan huisartsen in opleiding aan de Universiteit van Maastricht. In 2000 promoveerde ze op een longitudinaal onderzoek naar voorschrijfgedrag bij huisartsen. “Voor dit onderzoek heb ik vijf...

Lees Verder
Ruud Coolen van Brakel over het FTO en de farmacotherapeutische zorg
mei23

Ruud Coolen van Brakel over het FTO en de farmacotherapeutische zorg

Zorgverzekeraars moeten zorgvuldig zijn om met kwaliteitsindicatoren zorgverleners af te rekenen op hun presteren. En het FTO is iets van huisarts en apotheek. De wijkverpleegkundige moet hier niet aanschuiven. Ruud Coolen van Brakel over de staat van de farmacotherapeutische zorg in het land. Ruud Coolen van Brakel is al jaren de eerste man bij het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik. Het IVM heeft als doel zorgdragen voor een goed, veilig, en betaalbaar medicijngebruik in ons land. Hij profileert zijn club als onafhankelijke en neutrale partij die farmaceutische kennis verspreid om de farmaceutische zorg, het voorschrijfgedrag en de medicatieveiligheid te verbeteren. Ruud Coolen van Brakel is de personificatie van dit doel. Een flamboyante man die vanuit zijn thuisbasis in een Waals kasteeltje zijn gevecht voert tegen de lobby van de industrie en de macht van zorgverzekeraars, overheid en de zorgprofessionals zelf. Hoe is het gesteld met de farmacotherapeutische zorg? “Door de bank genomen gaat het goed met de farmacotherapeutische zorg in ons land. We hebben een populatie huisartsen die goed is opgeleid, die kritisch en terughoudend is. En we hebben deskundige en klantgerichte apothekers, die beschikken over voldoende digitale toepassingen om de veiligheid van medicatie te borgen. Doorgaans krijgt de patiënt dan ook op het juiste moment, de juiste medicatie, met de juiste waarschuwing. Maar de zorg rond polyfarmacie en specifieke medicatie moet beter. Denk daarbij aan psychotrope geneesmiddelen of antipsychotica bij dementerenden. Daar gaat het nog te vaak mis. En de ‘reden van voorschrijven op recept’? Ik zie het nog nauwelijks in praktijk gebracht, zelfs niet voor de 23 middelen waarvoor dit wettelijk is verplicht.” Waarom gaat het daar mis? “Stakeholders als industrie, zorgverzekeraar, overheid en de beroepsbeoefenaren oefenen allemaal invloed uit op de zorg, maar de patiënt, waar het om gaat, heeft de minste invloed. Bovendien benaderen we farmacotherapie te veel als een exacte wetenschap. Natuurlijk, kennis over bijvoorbeeld farmacodynamica is belangrijk, maar een hoge mate van therapietrouw hangt ook af van het gemak waarmee een patiënt die pil uit de verpakking krijgt. We moeten dus de patiënt een prominentere rol geven, meer luisteren naar de behoeftes en ervaringen van de patiënt.” Volgens Coolen van Brakel moeten zorgverleners uitkijken besluiten te nemen op basis van opgeslagen patiëntengegevens “Zorgverleners maken zich afhankelijk van data over bijvoorbeeld medicatiegebruik van patiënten. We hebben inderdaad veel informatie opgeslagen, maar de informatie is verre van compleet. Het elektronisch patiëntendossier is gereduceerd tot een landelijk schakelpunt. Dat landelijk schakelpunt werkt echter nog niet. In welke instelling, praktijk of apotheek je ook gaat kijken, nergens is een dossier van de patiënt helemaal compleet. We lopen het risico dat zorgverleners zich blindstaren op data in een systeem...

Lees Verder
Een kwestie van lef
feb11

Een kwestie van lef

Dit is het tiende artikel in de reeks: ‘Drijfveren’. Van het laagste punt in Nederland Nieuwerkerk aan den IJssel, tot het hoogste punt de Vaalserberg, vertellen apothekers over zichzelf, hun vak, hun ambities en de keuzes die ze maken. Een kijkje in de keuken van uw collega: Gertjan Hooijman. Gertjan Hooijman is eerste apotheker en eigenaar van Kring-apotheek Asten. Toch spreken we af in de apotheek van Bakel-Milheeze. Tegenover de kerk. Het is vrijdag en op het dorpsplein staat traditiegetrouw de kar van de visboer. Gertjan: “Dit is de apotheek van mijn vrouw. Zij is hier eerste apotheker en eigenaar. Nee, nee, nee, we zijn geen apothekersgezin. Dat is ook de reden waarom we niet in dezelfde apotheek werken. We hebben hetzelfde beroep maar thuis praten we niet of nauwelijks over het werk.” Lacht: “Terwijl ik dat eerlijk gezegd best graag zou willen. Ik ben een echte workaholic.” Lijkt de apotheek in Asten op deze apotheek? Gertjan: “De apotheek in Asten is net zo mooi maar twee keer zo groot als deze. In Asten werken we met 17 medewerkers voor 16.000 patiënten. De groep medewerkers bestaat uit een eerste en tweede apotheker, apothekersassistentes, farmaceutisch medewerkers, stagiaires en bezorgers. Los daarvan is de manier van werken in de apotheek in Asten heel bijzonder. Ik zou eerlijk gezegd nooit meer anders willen werken. Het model zoals we dat in Asten hanteren, kom je vaak tegen in beleidsstukken en visiedocumenten.” “Mijn voorganger in Asten zocht een apotheker met voorliefde voor farmacotherapie. Ik heb na mijn studie een formularium geschreven. Dat heeft hij gelezen en zo ben ik in daar terecht gekomen. Het bijzondere aan Asten is het succesvolle samenwerkingsmodel dat we hebben in de eerstelijnsgezondheidszorg. Deze samenwerking is zeker al dertig jaar oud. Als ik het toespits op huisartsen en apothekers, kan ik zeggen dat we in Asten een manier van samenwerken hebben opgebouwd die gebaseerd is op wederzijds vertrouwen en respect. Huisartsen accepteren dat apothekers meer weten van geneesmiddelen; apothekers accepteren dat huisartsen meer weten van diagnostiek. De enige manier om de patiënten optimaal te kunnen helpen is door deze aspecten bij elkaar te brengen. Daar is lef voor nodig en het vermogen tot samenwerken.” Einde domein-denken? “Precies! Het is een gezamenlijk verhaal. Een keer per maand hebben we een Farmaco Therapie Overleg (FTO) met elf huisartsen en twee apothekers. Tijdens dit overleg bespreken we verschillende aandoeningen. Wat is het precies, waar komt het vandaan, hoe komt je tot een diagnose, welke labwaarden horen erbij? Vervolgens kijken we naar passende farmacotherapie. We discussiëren over de keuzes die we maken en dat leidt altijd tot consensus. Iedere deelnemende huisarts en apotheker, behandelt...

Lees Verder