MFB’s voor optimale farmacotherapie
aug01

MFB’s voor optimale farmacotherapie

In totaal hebben apothekers in ons land in 2017 bijna een miljoen landelijke Medisch Farmaceutische Beslisregels (MFB’s) afgehandeld. De MFB’s helpen bij het extra controleren op medicatieveiligheid. Bij een op de vijf afgehandelde MFB’s zijn aanpassingen doorgevoerd. De farmacotherapie van de individuele patiënt is zo geoptimaliseerd. Dit blijkt uit verzamelde data van bijna 90% van de Nederlandse apotheken. De MFB’s uit de landelijke set dragen bij aan zorg op maat en veilig medicatiegebruik. Per apotheek zijn over heel 2017 ruim vijfhonderd van deze MFB’s uit de landelijke set afgehandeld. In 20% van de gevallen werd naar aanleiding van een MFB de medicatie gewijzigd. Landelijke set MFB’s 2019 Inmiddels is de landelijke set MFB’s voor 2019 bekend. Deze bestaat uit totaal 26 MFB’s. De MFB ‘Overgebruik triptanen’ wordt toegevoegd voor het opsporen van patiënten met frequente migraine-aanvallen. Bij een frequentie van twee of meer migraine-aanvallen per maand wordt geadviseerd om preventieve behandeling te bespreken. Daarnaast kan deze MFB ondersteunen bij het signaleren van patiënten met hoofdpijn door medicatie-overgebruik. Dit kan ontstaan wanneer patiënten te veel en te vaak triptanen verstrekt krijgen. Met de MFB bekijkt de apotheker of de huidige therapie adequaat is. Vanaf augustus is de MFB ‘Overgebruik triptanen’ beschikbaar op de KNMP Kennisbank via het menu ‘Medicatiebewaking’. Alle zorgschillen (BENU Medicijnmonitor, NControl, NMC en WeCare) geven aan dat zij vanaf januari 2019 de nieuwe landelijke set volledig geïmplementeerd hebben in hun systemen. De MFB ‘Verhogen acetylsalicylzuur 30 mg en carbasalaatcalcium 38 mg’ wordt na twee jaar uit de landelijke set gehaald, omdat deze MFB niet voldoende meerwaarde heeft. Eenduidigheid en zichtbaarheid Het MFB-convenant is in 2016 getekend door de KNMP, Alphega & Boots apotheek, BENU Apotheken, NFZ, Pluriplus en Service Apotheek. De betrokken organisaties stellen jaarlijks de landelijke set MFB’s samen. Dankzij dit convenant signaleren bijna 90% van de Nederlandse apotheken MFB’s op dezelfde wijze. Deze landelijke signalering bevordert eenduidigheid en zichtbaarheid van de zorg die de apotheker levert. De set wordt jaarlijks geüpdatet. Bron: KNMP Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Miljoenen beschikbaar voor verbeteren farmacotherapie
apr11

Miljoenen beschikbaar voor verbeteren farmacotherapie

Er liggen tientallen miljoenen euro’s te wachten op onderzoek naar het verbeteren van farmacotherapie in de eerste lijn. Een mooie kans voor huisartsen en apothekers om onderzoek te doen naar het effect van hun handelen. “De uitdaging ligt met name in prospectief onderzoek in de eerste lijn. Dat gebeurt nu nog onvoldoende”, aldus Saco de Visser, programmacoördinator van het programma Goed Gebruik Geneesmiddelen van ZonMw. We willen allemaal dat het gebruik van geneesmiddelen effectief, veilig en doelmatig gebeurt. Op het gebied van goed gebruik van geneesmiddelen is veel winst te behalen. Om dat te bereiken loopt sinds 2012 een groot programma bij ZonMw: Goed Gebruik Geneesmiddelen (GGG). GGG richt zich op de geneesmiddelen die in de praktijk beschikbaar zijn. Onderzoek naar de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen valt er niet onder. Het programma beperkt zich echter ook weer niet tot de indicaties waarvoor het geneesmiddel op de markt is toegelaten. Off-label en magistrale bereidingen horen er ook bij. Samen met onder meer mede programmacoördinator Benien Vingerhoed-van Aken stond Saco de Visser aan de basis van dit grootschalige programma, waarvan ZonMw de ‘eigenaar’ is. De start van het programma gaat terug naar 2009 toen het eerste signalement naar Ab Klink, de toenmalige minister van VWS, werd gestuurd: waar moet de aandacht nu echt liggen als het gaat om medicatie? Wat kunnen we verbeteren? Dat er iets moest gebeuren was inmiddels wel duidelijk. Na consultatie met de spelers in het veld werd duidelijk dat de focus moest komen te liggen op het goed gebruik van medicatie. Saco de Visser: “Minister Ab Klink stond hier volledig achter; hij was bezig met het sturen op richtlijnen, en dat zorgverleners daarop zouden worden afgerekend. Hij begreep denk ik goed dat als hij zou gaan sturen op richtlijnen, dan moest hij zich ook ook richten op het genereren van voldoende evidence om dat goed te kunnen onderbouwen. Maar door de val van het toenmalig kabinet, werd ons gevraagd deze visie in een rapport op te schrijven. Het duurde uiteindelijk tot 2012 voordat het programma Goed Gebruik Geneesmiddelen van start kon gaan.” Zorg verbeteren Het uiteindelijke doel van GGG-programma is het effectiever, veiliger en doelmatiger gebruiken van bestaande geneesmiddelen. Hoe kunnen we de farmacotherapeutische zorg verbeteren? Maar dan wel op het niveau van het geneesmiddel en op het gebruik van geneesmiddelen in de dagelijkse zorg. Beter gebruik van geneesmiddelen is immers in het belang van alle betrokkenen: de patiënt, de zorgprofessional als voorschrijver en apotheker, de overheid, maar ook zorgverzekeraars en de farmaceutische industrie. Het onderzoek richt zich op vier pijlers: onder- en overbehandeling en epidemiologisch onderzoek, doelmatigheidsonderzoek, nieuwe indicaties voor bestaande geneesmiddelen en waar het mis...

Lees Verder
Apotheker ondersteunt huisarts met farmacotherapie
mei26

Apotheker ondersteunt huisarts met farmacotherapie

Apothekers en huisartsen werken al samen. Maar een apotheker in dienst van de huisarts om zo de huisarts dagelijks te ondersteunen op het gebied van farmacotherapie is een stap verder. En het werkt, zo laten twee enthousiaste zorgverleners in het Julius gezondheidscentrum in het Utrechtse Vleuten zien. De apotheker in dienst van de huisarts. De farmacotherapeutisch specialist ondersteunt collega huisarts dagelijks bij de farmacotherapie, screent bepaalde patiëntgroepen waar verbetering van de farmacotherapie mogelijk is, nodigt deze uit en gaat het gesprek aan om de medicatie te  optimaliseren, voert zelfstandig consulten met patiënten over polyfarmacie en gaat op huisbezoek. Initiatiefnemer van dit plan is apotheker en onderzoeker Anne Leendertse. Zij is bekend van het HARM-onderzoek dat in 2008 aantoonde dat 1 op de 18 patiënten door medicatiefouten acuut in het ziekenhuis terechtkomt. Waarom zou de apotheker niet samen met de huisarts naast de patiënt kunnen staan en de patiënt behandelen met een eigen zorgvraag op het gebied van farmacotherapie? Een clinical pharmacist is een apotheker, maar dan eentje zonder eigen praktijk. Naast elkaar In het LRJG gezondheidscentrum in Vleuterweide zitten huisarts Iemke Holtman en farmacotherapeut Ankie Hazen collegiaal naast elkaar. Op de bovenverdieping terwijl beneden een openbaar apotheker zit. “Toen het plan ontstond om een apotheker te laten meedraaien in deze praktijk, vond ik het een beetje een vaag plan”, vertelt huisarts Holtman. “We hebben toch al een apotheker hier beneden? Ik stond er niet negatief tegenover, maar was wel beducht voor hoeveel tijd dit allemaal zou gaan kosten. En wat ik er voor terug zou krijgen. Ik hoopte dan ook dat de farmacotherapeut mij zou kunnen ondersteunen bij bijvoorbeeld polyfarmacie. Daar komen huisartsen in de praktijk amper aan toe. Je weet dat er winst is te behalen met polyfarmacie, maar het kost je ook veel tijd. Ook het FTO kon beter vond ik. Tijdens het FTO maakten we ook wel verbeterplannen, maar dat blijft vaak steken bij het maken van plannen. Helaas word je als huisarts te veel geleefd bij de dag.” Heel enthousiast “Nu zijn we een jaar verder en ben ik echt heel enthousiast over de samenwerking met de farmacotherapeut hier in de praktijk. Ik zou niet meer anders willen. Wij en de patiënten ervaren dagelijks de meerwaarde en willen graag verder met deze werkwijze.” Farmacotherapeut Ankie Hazen zit er glunderend bij. Ook zij kon niet bevroeden dat de samenwerking zoveel effect zou hebben. “Voordat ik hier begon was ik al apotheker in de openbare apotheek. Daarnaast doe ik een promotieonderzoek en geef ik onderwijs. In de openbare apotheek voelde ik me echter onvoldoende zorgverlener. De inhoud van het vak is zo leuk en zo zinvol, maar...

Lees Verder
Een kwestie van lef
feb11

Een kwestie van lef

Dit is het tiende artikel in de reeks: ‘Drijfveren’. Van het laagste punt in Nederland Nieuwerkerk aan den IJssel, tot het hoogste punt de Vaalserberg, vertellen apothekers over zichzelf, hun vak, hun ambities en de keuzes die ze maken. Een kijkje in de keuken van uw collega: Gertjan Hooijman. Gertjan Hooijman is eerste apotheker en eigenaar van Kring-apotheek Asten. Toch spreken we af in de apotheek van Bakel-Milheeze. Tegenover de kerk. Het is vrijdag en op het dorpsplein staat traditiegetrouw de kar van de visboer. Gertjan: “Dit is de apotheek van mijn vrouw. Zij is hier eerste apotheker en eigenaar. Nee, nee, nee, we zijn geen apothekersgezin. Dat is ook de reden waarom we niet in dezelfde apotheek werken. We hebben hetzelfde beroep maar thuis praten we niet of nauwelijks over het werk.” Lacht: “Terwijl ik dat eerlijk gezegd best graag zou willen. Ik ben een echte workaholic.” Lijkt de apotheek in Asten op deze apotheek? Gertjan: “De apotheek in Asten is net zo mooi maar twee keer zo groot als deze. In Asten werken we met 17 medewerkers voor 16.000 patiënten. De groep medewerkers bestaat uit een eerste en tweede apotheker, apothekersassistentes, farmaceutisch medewerkers, stagiaires en bezorgers. Los daarvan is de manier van werken in de apotheek in Asten heel bijzonder. Ik zou eerlijk gezegd nooit meer anders willen werken. Het model zoals we dat in Asten hanteren, kom je vaak tegen in beleidsstukken en visiedocumenten.” “Mijn voorganger in Asten zocht een apotheker met voorliefde voor farmacotherapie. Ik heb na mijn studie een formularium geschreven. Dat heeft hij gelezen en zo ben ik in daar terecht gekomen. Het bijzondere aan Asten is het succesvolle samenwerkingsmodel dat we hebben in de eerstelijnsgezondheidszorg. Deze samenwerking is zeker al dertig jaar oud. Als ik het toespits op huisartsen en apothekers, kan ik zeggen dat we in Asten een manier van samenwerken hebben opgebouwd die gebaseerd is op wederzijds vertrouwen en respect. Huisartsen accepteren dat apothekers meer weten van geneesmiddelen; apothekers accepteren dat huisartsen meer weten van diagnostiek. De enige manier om de patiënten optimaal te kunnen helpen is door deze aspecten bij elkaar te brengen. Daar is lef voor nodig en het vermogen tot samenwerken.” Einde domein-denken? “Precies! Het is een gezamenlijk verhaal. Een keer per maand hebben we een Farmaco Therapie Overleg (FTO) met elf huisartsen en twee apothekers. Tijdens dit overleg bespreken we verschillende aandoeningen. Wat is het precies, waar komt het vandaan, hoe komt je tot een diagnose, welke labwaarden horen erbij? Vervolgens kijken we naar passende farmacotherapie. We discussiëren over de keuzes die we maken en dat leidt altijd tot consensus. Iedere deelnemende huisarts en apotheker, behandelt...

Lees Verder