Turbulentie rondom preferentiebeleid
aug21

Turbulentie rondom preferentiebeleid

“Ik voel me ontzettend genaaid, genomen, gepiepeld, voor schut gezet, in de steek gelaten, voor jan-met-de-korte-achternaam gehouden, als gekke gerritje beschouwd en gesaboteerd. Door zorgverzekeraars en VWS. Maar ik meen dit echt. Ik kan hier niet meer tegen. Zorgverzekeraars, VWS: mede namens onze patiënten, luister eens naar ons. Neem je verantwoordelijkheid. Verander dat preferentiebeleid. Stop deze verdomde afbraak.” Huisarts Bart Timmers windt er in zijn blog in Medisch Contact geen doekjes om. Hij is het meer dan zat. En met zijn noodkreet trekt hij de aandacht van de landelijke media. Een huisarts die zo onomwonden zijn frustratie uit, dan moet er wat serieus aan de hand zijn, dacht de redactie van het actualiteitenprogramma Nieuwsuur en wilde er meer van weten. De uitkomst was interessant genoeg om er een deel van de uitzending aan te wijden. Medicijnen niet meer leverbaar Terecht, want het gaat om een probleem, waarmee artsen en apothekers al lange tijd veel last van hebben: de gevolgen van het preferentiebeleid. Bart Timmers verwoordt het helder in zijn blog: “Heel veel medicijnen zijn inmiddels zo goedkoop geworden dat fabrikanten doodleuk melden dat ze niet meer leverbaar zijn. Medicijnen uit alle uithoeken van de wereld worden geïmporteerd, met onleesbare doosjes, onuitspreekbare namen en af en toe een kankerverwekkend foutje bij de productie. Maar wél lekker goedkoop! Tien jaar geleden was ik nog gemotiveerd om generiek (op stofnaam) voor te schrijven, en legde ik ook nog wel uit dat het echt hetzelfde middel was. Nu geloof ik er zelf niet meer in. Wat moet ik tegen de persoon zeggen die toch écht bijwerkingen ervaart van het zoveelste veranderde pilletje? ‘Dat kan niet’? ‘U beeldt u dat in’? Of vooral: ‘Zoek ’t maar uit?’” Reactie KNMP In de uitzending van Nieuwsuur valt KNMP-voorzitter Gerben Klein Nulent hem bij. Ook hij gebruikt daarbij ferme taal. “De maat is vol. Het preferentiebeleid leidt tot lagere therapietrouw en tot onaanvaardbare werkdruk voor apothekers en artsen. Iedereen wordt er gek van!” Oninteressante afzetmarkt Het preferentiebeleid bestaat nu bijna tien jaar. Het lijkt een goed middel om de zorgkosten in de hand te houden: met het preferentiebeleid wordt jaarlijks zo’n 600 miljoen euro bespaard. Klein Nulent erkent dat het beleid veel geld heeft bespaard. Maar nu draagt het sterk bij aan de geneesmiddelentekorten. Nederland is voor fabrikanten steeds minder interessant, waardoor ze kiezen voor levering aan andere landen. “De geneesmiddelen zijn hier te goedkoop geworden. Daardoor is ons land een oninteressante afzetmarkt geworden.” Reactie ZN Directeur Petra van Holst van Zorgverzekeraars Nederland wijst in de uitzending op de vele miljarden die zijn bespaard dankzij het preferentiebeleid. Ze verklaart dat zorgverzekeraars met leveranciers afspraken maken over de...

Lees Verder
Verband tussen preferentiebeleid en geneesmiddelentekorten aannemelijk
mrt12

Verband tussen preferentiebeleid en geneesmiddelentekorten aannemelijk

Het preferentiebeleid raakt de beschikbaarheid van geneesmiddelen. Dat vergroot risico’s van het wisselen van medicatie, zoals medicatiefouten en een lagere therapietrouw van de patiënt. Daarom is een versoepeling van het preferentiebeleid nodig. Dit staat in rapport ‘Effecten van het preferentiebeleid op beschikbaarheid van geneesmiddelen’.  Diverse partijen hebben de afgelopen jaren gewezen op een mogelijke associatie tussen preferentiebeleid en geneesmiddelentekorten. Daarom hebben de KNMP, Bogin en de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen opdracht gegeven aan Berenschot tot dit onderzoek naar de effecten van het preferentiebeleid van zorgverzekeraars op de beschikbaarheid van geneesmiddelen. Tekort vaker bij preferent middel Het adviesbureau stelt vast dat geneesmiddeltekorten relatief vaker voorkomen bij preferent aangewezen geneesmiddelen. Sinds de invoering van het preferentiebeleid is het aantal gerapporteerde geneesmiddelentekorten gestegen en een verband met het preferentiebeleid is aannemelijk. Voor geneesmiddelen die onder het preferentiebeleid vallen, blijft de impact van tekorten voor de gezondheid van patiënten overigens beperkt. Het preferentiebeleid vergroot echter wel risico’s van het wisselen van medicatie, zoals medicatiefouten en een lagere therapietrouw. Ook levert wisseling regelmatig problemen op bij de vergoeding van het alternatief door de zorgverzekeraar. In de komende jaren zal slechts een beperkt aantal veel gebruikte, breed verkrijgbare geneesmiddelen uit patent gaan en in aanmerking komen voor preferentiebeleid. Het huidige preferentiebeleid sluit niet aan op een stijging in het gebruik van steeds specifiekere geneesmiddelen (personalised medicine). Nederland kent meer tekorten heeft dan andere landen in Europa. Echter, in andere landen is de rapportage waarschijnlijk minder goed dan in Nederland. Het is voorstelbaar dat het relatief grote aantal tekorten in Nederland samenhangt met relatief lage geneesmiddelenprijzen, een relatief kleine markt en een relatief hoog gebruik van generieke geneesmiddelen. Preferentiebeleid monitoren en versoepelen Het preferentiebeleid moet worden gemonitord, zo luidt de aanbeveling. Bij terugkerende tekorten moet het preferentiebeleid worden versoepeld en vereenvoudigd. Verder pleit Berenschot ervoor de lijst van geneesmiddelen waarvoor preferentiebeleid geldt te beperken. Reactie KNMP “Voor een doorontwikkeling van het preferentiebeleid pleiten wij al langer”, stelt voorzitter Gerben Klein Nulent van de KNMP. “We ervaren dagelijks in de apotheek dat de patiënt hinder ondervindt van het preferentiebeleid. Het zijn de apothekers die continu met veel kunst- en vliegwerk aan oplossingen moeten werken.” Samen met patiëntenorganisaties bood de KNMP vorig jaar een petitie aan voor een preferentiebeleid waarin zorgverzekeraars na twee jaar niet langer één maar vier of vijf middelen aanwijzen als preferent. Reactie Bogin “Lage prijzen en een onzekere, niet-flexibele markt maken Nederland minder aantrekkelijk voor generieke geneesmiddelfabrikanten”, stelt Bogin-voorzitter Martin Favié. “Voor goedkope generieke geneesmiddelen betalen we daarom de prijs dat er bij een tekort niet meteen andere producenten klaar staan om dit op te vangen. Met meer flexibiliteit, zoals het rapport aanbeveelt, kunnen we...

Lees Verder
Geneesmiddelentekorten: KNMP-voostel krijgt steun van ZN en VWS
sep06

Geneesmiddelentekorten: KNMP-voostel krijgt steun van ZN en VWS

In een uitzending van Nieuwsuur op 5 september j.l. pleit directeur Léon Tinke van de KNMP voor vergoeding van meer dan één aangewezen geneesmiddel door zorgverzekeraars. Dit om de oplopende hoeveelheid geneesmiddeltekorten tegen te gaan. ‘Er zijn vaak eveneens goedkope vergelijkbare geneesmiddelen, die net een paar cent duurder zijn. In het geval van voorraadproblemen is er dan meer keuze.’ Door Tinke is de berekening gemaakt dat de maatregel 15 miljoen euro kost, afgezet tegen de 4 miljard euro die jaarlijks aan geneesmiddelen worden uitgegeven. Uit de uitzending blijkt dat het voorstel van de KNMP om het preferentiebeleid te versoepelen ook voor ZN (Zorgverzekeraars Nederland) een agendapunt is. ‘We zullen gezamenlijk moeten kijken naar goede oplossingen’, stelt directeur Petra van Holst. Directeur Gerard Schouw van Nefarma ziet ook wat er aan de hand is: ‘Wanneer je als apotheker maar één geneesmiddel in de la hebt liggen en dat middel is op, dan moet je nee verkopen aan de patiënt. Als je een paar alternatieven hebt, hoeft dat minder vaak.’ Het voorstel wordt ingediend in de werkgroep die onder regie van het ministerie van VWS zoekt naar een oplossing voor de geneesmiddelentekorten. VWS wil ook graag verder praten over het plan. Cijfers van KNMP Farmanco leren dat de geneesmiddelentekorten naar verwachting in 2016 wederom zullen toenemen. In 2015 waren het er 625, maar in de eerste helft van dit jaar zijn er al 369 definitieve en tijdelijke tekorten genoteerd. Indien deze trend zich voortzet, gaat de teller over dit jaar richting de 750.    ...

Lees Verder
Roep om transparantie
mrt22

Roep om transparantie

De afgelopen maanden ontstonden verschillende keren tekorten aan veel gebruikte medicijnen. Zorgverzekaars Nederland wil nu weten wat de oorzaken zijn van de tekorten en pleit voor transparantie. “Alleen wanneer die transparantie er is, kunnen geneesmiddeltekorten worden voorkomen en bestreden.” ZN kaart het aan bij het ministerie van VWS. “Vaak kunnen de zorgverzekeraars tekorten wel oplossen, maar soms schieten onze mogelijkheden te kort”, constateert ZN-directeur Zorg Marianne Lensink. “Dergelijke tekorten aan geneesmiddelen brengen onze verzekerden in problemen en brengen ook extra kosten met zich mee, terwijl vaak de werkelijke reden van het tekort onduidelijk is.” De zorgverzekeraars willen dat grondig wordt geanalyseerd wat die telkens terugkerende tekorten veroorzaakt. “De farmaceutische industrie en de groothandels moeten veel transparanter gaan werken”, stelt Lensink. “Zij hebben een wettelijke plicht om een adequate voorraad aan te houden. Zo staat het in de Geneesmiddelenwet. Wij vinden dat de overheid hen daar ook aan moet houden.” De tekorten lopen op Begin dit jaar ontstond een tekort aan het schildkliermedicijn Thyrax Duotab, dat in Nederland door 300.000 mensen wordt gebruikt. Apothekers, de farmaceutische industrie en de zorgverzekeraars hebben voor zulke scenario’s een vangnet gemaakt, met bijvoorbeeld parallelimport vanuit het buitenland of een alternatief geneesmiddel van een andere producent. Dat de tekorten een structureel karakter hebben, bleek eerder uit de cijfers van het meldpunt KNMP Farmanco: de medicijntekorten in Nederland zijn in 2015 verder gestegen: in het afgelopen jaar waren 625 medicijnen niet beschikbaar. Volgens de KNMP is er sprake van een verviervoudiging van de tekorten in vijf jaar tijd. Onder redactie van: Kees Kommer  ...

Lees Verder
Werkgroep Geneesmiddelentekorten gaat anders werken
okt06

Werkgroep Geneesmiddelentekorten gaat anders werken

Het onderwerp geneesmiddelentekorten heeft een prominente plek op de agenda heeft gekregen van betrokken partijen, constateert minister Edith Schippers (VWS). Op het moment dat een tekort dreigt, weten partijen elkaar tijdig te vinden en nemen hun verantwoordelijkheid. Daarom kan de Werkgroep Geneesmiddelentekorten op een andere manier gaan werken. In haar brief aan de Tweede Kamer over de problemen met de productie van antibiotica, gaat de minister ook in op de toenemende problemen in de beschikbaarheid van geneesmiddelen. Dat leidt tot de volgende beschouwing. “De redenen van het niet beschikbaar zijn van geneesmiddelen zijn divers; productieproblemen, de beschikbaarheid van grondstoffen maar ook economische motieven spelen hierin dikwijls een belangrijke rol. Tijdelijke geneesmiddelentekorten zijn vaak het gevolg van productieproblemen of een toegenomen vraag. Bij definitieve tekorten spelen vaak economische motieven een rol. Als Nederland hebben we niet altijd invloed op de oorzaken van geneesmiddelentekorten. Zo kan een fabrikant die de handel in een geneesmiddel wil stopzetten niet worden gedwongen een (verlieslijdend) geneesmiddel te produceren. Indien de werkzame stof of andere essentiële grondstoffen voor geneesmiddelenproductie niet meer op de markt zijn, is het bovendien feitelijk niet mogelijk die geneesmiddelen te produceren. We moeten dan ook niet de illusie hebben dat we geneesmiddelentekorten volledig kunnen voorkomen. Wel is het zo dat op het moment dat een tekort zich voordoet het van groot van belang is, dat partijen elkaar snel weten te vinden en gezamenlijk naar oplossingen wordt gezocht.” Procedures voor melden van tekorten De minister is ‘systeemverantwoordelijke’ en rekent het tot haar taak te zorgen voor een adequate infrastructuur zodat partijen binnen het systeem elkaar snel weten te vinden bij een tekort en een maximale inspanning kunnen leveren om daar waar mogelijk, tekorten te voorkomen of de gevolgen daarvan zo veel mogelijk te beperken voor patiënten. Artikel 36 lid 2.6 van de Geneesmiddelenwet kent een meldingsplicht voor fabrikanten; een fabrikant die de handel in een geneesmiddel wil stopzetten of onderbreken, moet dat uiterlijk twee maanden van te voren aangeven bij het CBG. Indien er sprake is van een onvoorzien tekort vanwege bijvoorbeeld een productdefect dan dient dit te worden gemeld aan de IGZ. Edith Schippers: “Binnen de door mij ingestelde Werkgroep geneesmiddelentekorten zijn afspraken gemaakt over de procedures voor het melden van tekorten. Daar waar onduidelijkheid bestond bij partijen, zijn de procedures verhelderd.” Rollen van alle betrokkenen Als een tekort al voorkomen kan worden, is er niet één partij die dit kan realiseren, concludeert de minister. De aanpak van geneesmiddelentekorten vraagt een gezamenlijke inspanning van alle betrokken partijen. Ze beschrijft in haar brief aan de Tweede Kamer vervolgens de rollen van respectievelijk het CBG, de IGZ, de farmaceutische zorgverlener, de groothandels en zorgverzekeraars....

Lees Verder