Opnieuw middel hepatitis C in basispakket
apr03

Opnieuw middel hepatitis C in basispakket

Een nieuwe behandeling tegen chronische hepatitis C met het geneesmiddel Epclusa (sofosbuvir en velpatasvir) valt vanaf 1 april jl. onder de vergoeding vanuit het basispakket. Dat heeft demissionair minister Edith Schippers van VWS besloten nadat ze met de fabrikant  succesvol heeft onderhandeld over de prijs van het nieuwe middel. Het middel kan worden ingezet bij alle patiënten met een chronische hepatitis C infectie. Chronische hepatitis C is een ziekte die in veel gevallen pas na vele jaren tot klachten leidt, zoals levercirrose. Bij een klein percentage leidt het na langere tijd tot leverkanker. Dankzij de komst van nieuwe medicijnen is de behandeling van chronische hepatitis C effectiever geworden. Bestaande en intensieve therapieën zijn daardoor nu overbodig en bovendien kunnen er meer patiënten worden geholpen. Lagere extra uitgaven Gezien het hoge kostenbeslag van de nieuwe hepatitis C geneesmiddelen heeft het Zorginstituut Nederland aan minister Schippers het advies gegeven om voor dit geneesmiddel te gaan onderhandelen met de fabrikant over de prijs. Dit heeft geleid tot een positief onderhandelingsresultaat. Daardoor zullen de extra uitgaven aan dit geneesmiddel lager uitvallen. Succesvolle onderhandelingen Het is de 21e keer dat de minister met succes heeft onderhandeld over de vergoeding van een geneesmiddel en de 6e keer dat dit een middel tegen hepatitis C betreft. Eerder zijn al de middelen Sovaldi (sofosbuvir), Daklinza (daclatasvir), Viekirax (ombitasvir, paritaprevir, en ritonavir) / Exviera (dasabuvir), Harvoni (sofosbuvir en ledipasvir) en Zepatier (elbasvir en grazoprevir) vergoed in de basisverzekering na succesvolle onderhandelingen tussen de minister en de fabrikant. (Bron: Rijksoverheid) Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
HCV Richtsnoer en EASL richtlijn voor behandeling van hepatitis C
dec10

HCV Richtsnoer en EASL richtlijn voor behandeling van hepatitis C

Zeer onlangs (november 2016) is het Richtsnoer Behandeling hepatitis C herzien. Deze herziening is grotendeels gebaseerd op de iets eerder uitgekomen herziene versie van de Recommendations on Treatment of Hepatitis C van de European Association for the Study of the Liver (EASL). De behandeling van hepatitis C is door de nieuwe antivirale middelen die beschikbaar komen aan grote veranderingen onderhevig. Het hepatitis C virus (HCV) is een belangrijke oorzaak van chronische hepatitis. De incubatietijd van HCV is gemiddeld zeven weken. Een acute HCV infectie geeft slechts bij ca. 10-15% van de patiënten klachten, zoals misselijkheid, verminderde eetlust, vermoeidheid en spier- of gewrichtspijn; zelden is er icterus. ALAT en ASAT kunnen zijn verhoogd. Bij 80% van volwassenen en 50% van kinderen ontstaat na besmetting met HCV een chronische infectie. Dit betekent dat het virus langer dan zes maanden in het lichaam aanwezig is. Ook mensen met een chronische hepatitis hebben vaak geen klachten. Pas later kunnen vage klachten van vermoeidheid, gewrichts- en spierpijn, misselijkheid en dergelijke ontstaan. Bij 5-30% van de mensen met chronisch hepatitis C ontstaat 10-40 jaar na de besmetting levercirrose, leverkanker of leverfalen. In vergevorderde stadia kunnen icterus, ascites, een opgezette lever en milt en/of (bloedingen uit) slokdarmvarices optreden. Er zijn zes belangrijke genotypen van het HCV bekend die verschillend over de wereld zijn verdeeld. Met uitzondering van genotype 5 zijn deze nog weer onderverdeeld in a, b, c, enz. In Nederland komen vooral de genotypen 1, 2, 3, en 4 voor en zijn waarschijnlijk 15.000 tot 60.000 mensen (0,1 – 0,4% van de  bevolking) dragers van HCV. Bij mensen afkomstig uit andere delen van de wereld, zoals o.a. Azië, Afrika en het Middellandse Zeegebied komt hepatitis C vaker voor, evenals bij (ex) injecterende druggebruikers en homoseksuele, hiv-positieve mannen. Materiaal afkomstig van mensen die besmet zijn met HCV kan tot wel 6 weken lang buiten het lichaam infectieus blijven. Desinfectie met  onverdunde povidon-jodium en chloorhexidine is effectief ter ontsmetting, dit geldt echter niet voor alle desinfectantia. Behandeling De behandeling van hepatitis C is individueel maatwerk en niet iedere vorm behoeft onmiddellijk na de diagnose te worden behandeld. Voor behandeling is het noodzakelijk dat genotypering van het HCV heeft plaatsgevonden omdat het genotype mede de keuze van de antivirale middelen bepaalt. Tevens wordt aanbevolen om onderzoek te doen naar dragerschap van hepatitis B omdat door behandeling er kans is op reactivering hiervan. In beginsel komen thans volgens het net herziene Richtsnoer Behandeling hepatitis C infectie alle patiënten met HCV in aanmerking voor behandeling. De beschikbare middelen voor de behandeling van hepatitis C waren tot voor kort de (peg)interferonen en ribavirine maar zijn recentelijk uitgebreid met enkele uitermate werkzame...

Lees Verder