Diagnose hiv wordt nogal eens over het hoofd gezien
nov15

Diagnose hiv wordt nogal eens over het hoofd gezien

Nu het preventieve hiv-medicijn PrEP vanaf 1 januari 2019 gedeeltelijk zal worden vergoed, is de verwachting dat het aantal hiv-infecties in Nederland verder zal afnemen. Geen reden om achterover te leunen, menen Jan van Bergen, bijzonder hoogleraar hiv en soa in de eerste lijn, en Godelieve de Bree, internist-infectioloog en wetenschappelijk coördinator van het Hiv-Transmissie Eliminatie Amsterdam. “De kans op het krijgen van hiv moet namelijk wel onderkend worden en PrEP geslikt. Bovendien blijft met minder hiv-positieven de kans op infectie nog steeds aanwezig.” Huisartsen en apothekers, zo benadrukken beide deskundigen, spelen een cruciale rol bij betere preventie en vroegtijdige opsporing. Hiv voorkomen en vroegtijdig opsporen, is nog steeds geen sinecure. Niet in de laatste plaats omdat hiv en aids onverminderd stigmatiserend blijken. Ook zorgverleners missen nogal eens de diagnose. In sommige gevallen omdat de mogelijkheid van een hiv-infectie niet bij ze opkomt. Maar ook omdat ze het moeilijk vinden een eventuele infectie te bespreken. “Veel huisartsen schromen bijvoorbeeld om bij een oudere heer met recidiverende pneumonie bij een bloedtest ook een hiv-test aan te vragen. Terwijl ook deze man hiv-geïnfecteerd kan zijn. Sterker, een kwart van de nieuwe hiv-diagnoses is bij mensen ouder dan vijftig jaar,” vertelt Jan van Bergen, bijzonder hoogleraar hiv en soa bij huisartsengeneeskunde aan het UMC Amsterdam. Onderzoeksresultaten, zo somt hij op, bewijzen dat nog veel te winnen valt rond preventie en vroegtijdig opsporen van hiv en andere soa’s. Én dat de huisarts daarbij een belangrijke rol speelt. Zo worden ieder jaar nog altijd bij achthonderd Nederlanders een nieuwe hiv-infectie vastgesteld. Zo’n twaalf procent van alle mensen met een hiv-infectie in Nederland weet niet dat ze hiv-positief zijn. Dat zijn er zo’n twaalfhonderd in heel Nederland. Veertig procent van de mensen met een hiv-infectie wordt te laat gediagnosticeerd, terwijl juist vroeg behandelen erg belangrijk is, zowel voor de individuele gezondheid, alsook voor de publieke gezondheid. Onderzoek toont aan dat iemand die effectief behandeld wordt, de infectie niet meer kan overdragen. Een derde van de hiv-infecties wordt opgespoord door de huisarts. Dertig procent van de huisartsen handelt echter niet altijd conform de richtlijnen over actiever testen op hiv; ook daardoor worden veel mensen met hiv niet tijdig gediagnosticeerd. “Waar het ons om te doen was, blijkt dus uit het onderzoek: het aantal nieuwe hiv-infecties neemt af.” Om huisartsen te stimuleren actiever te testen op hiv en andere soa’s, startte het H-team (Hiv Transmissie Eliminatie Amsterdam) in samenwerking met Elaa (voorheen 1ste Lijn Amsterdam) en Huisartsenkring Amsterdam, drie jaar geleden het ‘Diagnostisch Toets Overleg hiv en soa’ (DTO). Inmiddels hebben zo’n tweehonderd Amsterdamse huisartsen aan deze DTO deelgenomen. Van Bergen: “Uit spiegelinformatie die tijdens deze nascholing...

Lees Verder
PrEP: Door wie en hoe moet het  worden gebruikt?
feb20

PrEP: Door wie en hoe moet het worden gebruikt?

De Wereld Gezondheids Organisatie schat dat er wereldwijd ongeveer 37 miljoen mensen met een hiv-infectie zijn, waarvan het grootste deel (26 miljoen) in Afrika. In Europa schat men het aantal op 2,4 miljoen mensen. In Nederland registreert de Stichting HIV Monitoring (www.hiv-monitoring.nl) gegevens over personen met een hiv-infectie en hun behandeling en heel veel andere nuttige gegevens. In december 2016 waren in Nederland ruim 19.000 personen (onder wie ca. 200 kinderen jonger dan 18 jaar) met hiv in zorg bij een van de 26 aangewezen hiv-behandelcentra. Het aantal mensen dat in 2016 de diagnose hiv-infectie kreeg was naar schatting ongeveer 820. Het aantal nieuwe hiv-diagnoses in Nederland blijft in geringe mate dalen. De cijfers die onlangs zijn gepubliceerd laten zien dat vooral onder mannen die seks hebben met mannen (MSM) de diagnose steeds eerder wordt gesteld. In 2016 begon het merendeel van de mensen met hiv binnen enkele weken tot maanden na het stellen van de hiv-diagnose met behandeling. Prof. Peter Reiss, directeur van Stichting HIV Monitoring: “De doorzettende trend waarbij we minder nieuwe hiv-diagnoses zien, de diagnoses bovendien eerder worden gesteld en er sneller met behandeling wordt gestart, is bemoedigend. Er is echter geen ruimte voor zelfgenoegzaamheid, gezien het nog steeds onacceptabel hoge aantal mensen dat pas met een reeds verzwakt immuunsysteem in zorg komt. Er zijn aanvullende inspanningen nodig, goed afgestemd op de behoeftes van iedere groep, om het testen op hiv en het eerder vinden en behandelen van hiv ook te kunnen verbeteren. Samen met andere gerichte vormen van preventie, waaronder het hiv-preventiemiddel PrEP, is dit de enige manier om het aantal nieuwe hiv-infecties verder terug te dringen.” Leefstijl PrEP staat voor ‘Pre-Exposure Prophylaxis’ en is een manier om hiv-negatieve mensen met een leefstijl die de kans op het oplopen van een hiv-infectie in belangrijke mate vergroot, in staat te stellen zich aanvullend tegen hiv te beschermen. Het is van belang dat gebruik van PrEP geen vrijkaart is om ‘maar je gang te gaan’; het dient altijd in combinatie met andere bestaande preventieve maatregelen te worden toegepast, zoals voorlichting en adviezen betreffende: * kans op hiv en soa bij (anale) seks * condoomgebruik * risico’s van druggebruik tijdens seks, en * 
 


de noodzaak om zich frequent te laten testen op soa en op hiv. Vergoeding Tot midden 2017 was PrEP – dat bestaat uit oraal gebruik van de combinatie van de HIV-nucleoside-reverse-transcriptaseremmers tenofovirdisoproxil en emtricitabine – alleen mogelijk met het merkgeneesmiddel Truvada®, dat voor de indicatie pre-expositie profylaxe (ruim € 500 per 30 dagen) niet werd vergoed. De dossierbescherming van Truvada® is midden vorig jaar vervallen. Niet veel later bracht Sandoz een aanmerkelijk goedkopere (ca....

Lees Verder
Breed aantal opties bij behandeling van hiv-infecties
dec05

Breed aantal opties bij behandeling van hiv-infecties

Een besmetting met het humane immunodeficiëntie virus (hiv) is een seksueel overdraagbare aandoening en in sociaal opzicht dient er als zodanig mee te worden omgegaan. Het hiv is een retrovirus; het virale enkelstrengs RNA wordt door het virale enzym reverse transcriptase (RT) omgezet in dubbelstrengs viraal DNA dat vervolgens in het genoom van de gastheercel wordt ingebouwd. Er zijn twee genotypen hiv bekend: type 1 (hiv-1) en type 2 (hiv-2). De meeste infecties worden veroorzaakt door hiv-1. Besmetting met beide typen kan aanleiding geven tot aids en andere door hiv veroorzaakte ziekten; infectie met hiv-2 leidt echter tot een minder frequente en langzamere progressie naar aids. Infecties met beide typen hiv tegelijk komen ook voor. Cellulaire immuundeficiëntie Het centrale probleem bij een hiv-infectie is de invoering van het virus in CD4+-T-lymfocyten, CD4+-macrofagen en CD4+-dendritische cellen. Gedurende enige jaren kan er daarna sprake zijn van een klinisch latente toestand. In deze periode is echter wel sprake van een immuunrespons tegen met hiv geïnfecteerde cellen en intensieve virusreplicatie waarbij het virus gebruikmaakt van enkele enzymen zoals reverse-transcriptase (voor de omzetting van viraal RNA naar viraal DNA), integrase (voor de insertie van viraal DNA in het genoom van de gastheercel) en protease (voor de omzetting van viraal mRNA naar viraal eiwit). Voortdurende replicatie van het virus resulteert in voortgaande ontwikkeling van mutanten waarop het immuunsysteem steeds moeilijker vat krijgt. Uiteindelijk neemt het aantal CD4+-lymfocyten in het bloed af en worden de lymfoïde organen aangetast. Gevolg is een cellulaire immuundeficiëntie die tot opportunistische infecties en nieuwvormingen kan leiden. Uiteindelijk overlijdt de patiënt aan de gevolgen van deze opportunistische ziekten. Geneesmiddelengroepen Hoewel verschillende soorten zijn beschreven, is het voor de behandeling niet van belang met welk soort een individuele patiënt is besmet. Er is een groot aantal geneesmiddelen beschikbaar voor de behandeling van hiv-infecties. De verschillende genoemde enzymen vormen de aangrijpingspunten van de geneesmiddelgroepen, zoals CCR5-antagonisten, HIV-fusieremmers, HIV-nucleoside-reverse-transcriptaseremmers, HIV-non-nucleoside-reverse-transcriptaseremmers, HIV-integraseremmers en HIV-proteaseremmers. Bij de virusvermenigvuldiging ontstaan ook mutaties die op den duur kunnen leiden tot resistentie tegen de toegepaste behandeling. Combinaties van middelen Door combinatie van antivirale middelen uit verschillende groepen met verschillende werkingsmechanismen en niet-overlappende resistentieprofielen wordt het hiv in verschillende fasen van de virale levenscyclus bestreden. Dit leidt tot een hoge virologische verbetering. Bij de behandeling wordt dan ook altijd gebruik gemaakt van combinaties van middelen. Voor de bijzonderheden betreffende de praktische toepassing van deze middelen en combinaties daarvan wordt verwezen naar de website van de Nederlandse Vereniging van HIV Behandelaren (http://richtlijnhiv.nvhb.nl/index.php/Inhoud). Individuele kenmerken van de patiënt Welke middelen en welke combinaties de voorkeur verdienen is zeer afhankelijk van de individuele kenmerken van de patiënt en van de vraag of de patiënt...

Lees Verder