Samen verantwoordelijk  voor recept
jun01

Samen verantwoordelijk voor recept

Huisartsen en apothekers beseffen onvoldoende elkaars meerwaarde. Farmacotherapie kan alleen succesvol zijn als huisarts en apotheker actief samenwerken. “Want huisarts en apotheker zijn sámen verantwoordelijk voor het recept”, stelt Yvet Benthem voorzitter van LOVAH, de Landelijke Organisatie van Aspirant Huisartsen. Maar apothekers moeten niet op de stoel van de huisarts willen zitten. Ze wilde kinderarts worden, maar voelde zich niet thuis tussen de muren van het ziekenhuis. Eenmaal kennisgemaakt met het vak van huisarts wist ze het zeker: de huisarts kan in samenwerking met andere zorgverleners daadwerkelijk iets betekenen voor de patiënt. Huisarts, het mooiste vak ter wereld, vindt Yvet Benthem. “Het persoonlijke contact met patiënten is zo bijzonder. Huisartsen hebben een vertrouwensband, komen bij de patiënten thuis en leren de familie kennen. Samen met de patiënt op zoek gaan naar optimale zorg. Huisartsenzorg is individuele zorg. Natuurlijk, met protocollen en richtlijnen maar een goede huisarts kan die vertalen naar de individuele patiënt.” Nu zit ze in het derde jaar van de opleiding tot huisarts. Sinds vorig jaar is Yvet Benthem voorzitter van de LOVAH, de Landelijke Organisatie van Aspirant Huisartsen. En belangenbehartiger van alle circa 2300 huisartsen in opleiding. De LOVAH kijkt vooruit. Samen met de LHV, NHG en InEen werkt de vereniging aan een nieuwe toekomstvisie op de huisarts. “Natuurlijk praten wij mee over de toekomst van het vak! Onze generatie wordt geconfronteerd met de gevolgen van de substitutie van de tweede naar de eerste lijn. Het werkveld van de huisarts verbreedt, de maatschappij verwacht meer en meer van de huisarts, er komt meer werk op ons af. Hoe gaan we die substitutie in goede banen leiden en houden we toch voldoende tijd over voor de patiënt? Wij moeten nog 40 jaar werken en maken ons zorgen over de gevolgen van die substitutie.” Dat de werkdruk zal toenemen, daar is ze wel van overtuigd. Naast de substitutie, die extra druk zet op de praktijk, speelt immers de dubbele vergrijzing: meer ouderen die ook nog eens ouder worden en vaker een beroep doen op de eerstelijns zorg. “Op de huisartsenpost is er altijd wel iemand aanwezig die kan bijspringen als het nodig is. In de huisartsenpraktijk ontbreekt die mogelijkheid. Meer doen in de zelfde tijd, dat gaat bij huisartsen niet werken. De oplossing ligt in kleinere praktijken en het inzetten van extra handen zoals de verpleegkundig specialist in de huisartsenpraktijk, maar extra personeel betekent weer meer supervisie verlenen.” Farmacogenetica De huisarts is voorschrijver. Weten huisartsen eigenlijk wel voldoende van geneesmiddelen? Onderzoek van klinisch farmacoloog David Brinkman laat namelijk zien dat bijna afgestudeerde artsen in Europa onvoldoende in staat zijn om geneesmiddelen effectief en veilig voor te schrijven. Hij...

Lees Verder
Geneeskunde met een beetje geneeskunst
apr05

Geneeskunde met een beetje geneeskunst

De Reeshof is een nieuwbouwwijk ten westen van Tilburg waar in de jaren 80 de eerste woningen verschenen. Inmiddels wonen er 45.000 inwoners. Aan de rand van deze wijk is Huisartsenpraktijk Koolhoven gevestigd. Hier is Jan Smulders huisarts en praktijkhouder van een praktijk met ruim 6000 patiënten: “Ons motto is dat de patiënt centraal staat. Bij alles wat we doen. Onze praktijk moet een warme, vriendelijke plek zijn waar bezoekers zich gehoord en gezien voelen. Ik weet dat sommige collega’s mij zien als een man met een mening, doortastend en vooral vooruitstrevend. Maar het een hoeft het ander natuurlijk niet uit te sluiten.” Jan Smulders (56) werkt inmiddels 20 jaar als huisarts. Hij studeerde in 1998 af aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij is gehuwd en vader van vier kinderen. Jan: “Voetballen is altijd mijn passie geweest, mijn droom. Ik kon redelijk voetvallen maar niet goed genoeg om prof te worden. Dus als jij me vraagt of ik altijd huisarts wilde worden? Na profvoetballer zeker!” Wat vind je mooi aan het vak van huisarts? “Zeker in zo’n wijk als deze zie je patiënten opgroeien en ik groei mee. Kinderen waar je op kraamvisite bent geweest, worden volwassen. Samen maak je leuke, maar ook minder leuk dingen mee. Ik ken mijn patiënten en kom bij ze thuis. Ik mag vaak alles weten en ken veel diepe geheimen. Dat blijft boeien want iedereen is anders. Iedereen maakt andere keuzes, heeft een andere invulling van het leven, kent andere zorgen. En ik maakt het allemaal mee. Dat is prachtig.” Neem je je werk mee naar huis? “Doordat je zoveel mensen spreekt en zoveel verhalen hoort, kun je onmogelijk alles meenemen. Maar eerlijk is eerlijk, ik kan me niet voor alles afsluiten. Dat wil ik ook niet. Als het nodig is, geef ik mijn 06 nummer en kunnen patiënten me ‘s nachts bellen. Ik ben een open persoon en vertel ook over mezelf. Veel patiënten weten hoe het met mijn kinderen gaat en ze informeren daar ook regelmatig naar. Als huisarts kun je kiezen voor betrokkenheid met distantie, maar je kunt ook kiezen voor betrokkenheid met een stukje nabijheid. Ik kies voor het laatste en merk dat mijn band met de patiënten daardoor hecht is. Maar ik begrijp mijn collega’s die hier niet voor kiezen ook goed.” Hoe kijk je terug op de afgelopen 20 jaar met de wijsheid van nu? “Toen ik net begon, was ík de dokter. Ik had de opleiding gedaan, ík had de kennis en ík zei tegen patiënten wat er moest gebeuren. Daar was ik vrij rechtlijnig in en waarschijnlijk soms onuitstaanbaar. Ik ben er wel achter gekomen...

Lees Verder
Zorg over zorg in achterstandwijken
mrt23

Zorg over zorg in achterstandwijken

Hoogleraren huisartsengeneeskunde pleiten voor een drastische verkleining van de huisartsenpraktijk, met minder patiënten, vanwege te hoge werkdruk. Vooral bij dokters in  achterstandswijken is de nood enorm hoog, omdat de gezondheidsproblematiek in zo’n wijk nog veel omvangrijker is. Want hoe lager op de sociale ladder, hoe meer kans op diabetes, hart- en vaatziekten en kanker.  Het gevaar inschattingsfouten ligt op de loer. Er is te weinig extra geld beschikbaar voor achterstandspraktijken en de extra middelen die er zijn, zijn slecht verdeeld. Vanwege strikte criteria voor het al of niet behoren tot een achterstandswijk kan maar een beperkt aantal huisartsen vijf minuten extra aan een zieke patiënt besteden. Als voorbeeld: vanwege het vele groen in de wijk wordt de Bijlmer niet aangemerkt als achterstandswijk. In een achterstandswijk in Tilburg wil zelfs geen enkele huisarts zich vestigen. Er wordt een gloednieuw huisartsenpraktijk gebouwd, die kant en klaar gereedstaat voor een huisarts, maar deze heeft zich nog niet gemeld. Bewoners moeten daarom naar de huisartsenpost. Meervoudige problematiek Patiënten in achterstandswijken zijn vaak laaggeletterd, het duurt lang voordat ze begrijpen wat ze mankeren en hoe ze hun medicijnen moeten innemen. Sommige mensen halen de voorgeschreven medicijnen niet eens op bij de apotheek, omdat ze het eigen risico niet kunnen betalen. Schulden, werkloosheid, slechte behuizing: dat leidt tot stress en die hebben negatieve invloed op de gezondheid. Meer chronische ziekten en veel meer psychische problematiek. De artsen in de wijken worden daar dagelijks mee geconfronteerd. En als de dokter zelf eens ziek is of met zwangerschapsverlof moet, is er nauwelijks vervanging te vinden. Zembla heeft de praktijk van de achterstandsdokter onderzocht. Ze nemen een kijkje in gezondheidscentrum Gein in Amsterdam-Bijlmer, bij een huisartsenpraktijk in Almelo en de wijk Lombardije in Rotterdam. Apotheek in achterstandswijken Zembla filmt ook de aanpak van de apotheek in de Bijlmer, waar bij de balie gewerkt wordt met iconen voor het gebruik van medicatie. De uitzending gaat ook in op de toename van het gebruik van opiaten. Morfinepreparaten worden in de armste wijken 42% meer gebruikt dan in welgestelde wijken. Het gebruik van slaapmiddelen ligt zelfs 75% hoger. Terugzien? De uitzending was op 21 maart, maar is uiteraard terug te zien. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Geneeskundestudenten hebben onvoldoende kennis van geneesmiddelen
mrt14

Geneeskundestudenten hebben onvoldoende kennis van geneesmiddelen

Vrijwel elke arts schrijft dagelijks geneesmiddelen voor. Maar veel bijna afgestudeerde artsen in Europa zijn niet goed in staat om geneesmiddelen effectief en veilig voor te schrijven. Ze hebben onvoldoende kennis over veel voorgeschreven medicatie. Ze maken zelfs regelmatig fouten in geneesmiddelrecepten voor bekende ziektebeelden. Dat blijkt uit onderzoek van klinisch farmacoloog David Brinkman. Hij heeft de kennis en vaardigheden van geneeskundestudenten in Europa over het voorschrijven van geneesmiddelen onderzocht en is daarop recent gepromoveerd. “Geneeskundeopleidingen in Europa moeten hun curriculum verbeteren zodat beginnende artsen deskundiger zijn in het voorschrijven van geneesmiddelen”, raadt hij aan. “Het blijkt dat een behoorlijk deel van de bijna afgestudeerde artsen in Europa momenteel niet goed in staat is om effectief en veilig geneesmiddelen voor te schrijven. Zo hadden de studenten onvoldoende kennis over veel voorgeschreven medicatie. Ook maakten zij regelmatig fouten in geneesmiddelrecepten voor bekende ziektebeelden, zoals longontsteking en hoge bloeddruk”. Onvoldoende aandacht voor farmacotherapie Eén van de belangrijkste oorzaken voor het gebrek aan deskundigheid ligt bij de opleiding. Vaak is er onvoldoende aandacht voor klinische farmacologie en farmacotherapie. Brinkman: “Het onderwijs is bij de meeste opleidingen in Europa nog erg traditioneel. Kennis wordt alleen verkregen uit hoorcolleges en zelfstudie uit boeken. Studenten die meer praktijkgericht onderwijs volgden, hadden betere kennis en vaardigheden dan studenten die traditioneel onderwijs volgden.” In Nederland krijgen geneeskundestudenten overigens wel praktijkgericht onderwijs. Verplicht voorschrijfexamen Brinkman doet meerdere aanbevelingen om het onderwijs in Europa te moderniseren. Zo kunnen pas afgestudeerden bekwamer worden in het voorschrijven van geneesmiddelen. Brinkman: “Studenten moeten meer in de praktijk worden getraind. Dit kan met simulatie of echte patiënten onder begeleiding van ervaren artsen.” Daarnaast vindt hij dat er een verplicht voorschrijfexamen moet komen voor alle Europese landen. “Geneeskundestudenten in Europa moeten dit examen halen voordat zij hun voorschrijfbevoegdheid krijgen. Daarmee wordt ingezet op verbetering van de kwaliteit en veiligheid van de patiëntenzorg.” Bron: VUmc Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Medicatiebeleid bij multimorbiditeit: afstemming huisarts en apotheker 
nov03

Medicatiebeleid bij multimorbiditeit: afstemming huisarts en apotheker 

Om ouderen met multimorbiditeit van  passende medicatie te voorzien is een duidelijke afbakening van de doelgroep nodig en een goede organisatie van de zorg. Huisartsen en apothekers moeten dit gezamenlijk oppakken en de patiënt hierbij betrekken. Structurele overlegmomenten kunnen bijdragen aan een heldere visie op het complexe medicatiebeleid voor patiënten met multimorbiditeit en polyfarmacie. Huisartsen gaan verschillend om met medicatiebeleid bij polyfarmacie. Ze geven aan dat zij willen overleggen met andere huisartsen en apothekers over het medicatiebeleid voor ouderen met meerdere ziekten. Dit blijkt uit het proefschrift van NIVEL-onderzoeker Judith Sinnige. Vergrijzing vraagt om meer afstemming Het aandeel ouderen in de bevolking neemt toe. Omdat ouderen langer zelfstandig thuis blijven wonen, zal een steeds groter deel van de patiëntenpopulatie van de huisarts op leeftijd zijn. Een deel ervan komt bij de huisarts voor de behandeling van een diversiteit aan combinaties van chronische aandoeningen. Deze patiënten met multimorbiditeit gebruiken vaak veel verschillende geneesmiddelen. Overigens betreft dit niet alleen ouderen. Chronische ziekten komen al veel eerder voor. Dit betekent dus complexe zorg in de huisartsenpraktijk; niet alleen voor de alleroudsten maar ook voor de 55- tot 70-jarigen. Variatie in geneesmiddelenvoorschriften De complexiteit van deze zorg wordt nog eens onderstreept door de aangetoonde variatie in het aantal geneesmiddelvoorschriften per huisartsenpraktijk. Huisartsen gaan niet allemaal hetzelfde om met het medicatiebeleid bij polyfarmacie. Zo zijn er grote verschillen in het aantal geneesmiddelvoorschriften per huisartsenpraktijk. Huisartsen laten in gesprekken weten dat zij gemaakte keuzes in het medicatiebeleid regelmatig willen doornemen met andere huisartsen en apothekers. Structurele overlegmomenten of training kunnen bijdragen aan een heldere visie op het complexe medicatiebeleid voor patiënten met multimorbiditeit en polyfarmacie. Daarin moet aandacht zijn voor individuele wensen en voorkeuren van patiënten. Verdediging proefschrift
 Sinnige gaat in haar proefschrift “Multimorbidity and medication managment in general practice” in op de complexiteit van de behandeling van oudere patiënten met multimorbiditeit in de huisartsenpraktijk, met een specifieke focus op het geneesmiddelengebruik en het medicatiebeleid. Haar promotie vond plaats op 31 oktober jl. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Communicatie tussen de ketenpartners is de kern
jul12

Communicatie tussen de ketenpartners is de kern

Wie is verantwoordelijk voor de antistolling? Het is een vraag die de gemoederen van menig zorgverlener bezighoudt. Vooral nu steeds meer nieuwe generatie antistollingsmiddelen beschikbaar komen en steeds meer patiënten er afhankelijk van worden. Niet verwonderlijk dus dat de onlangs gehouden conferentie ‘Transmurale Antistolling, naar een sluitende antistollingsketen’ druk bezocht werd door alle betrokken partijen uit het veld. Conclusie? Communicatie tussen de ketenpartners is het kernpunt waar ongelooflijk hard aan gewerkt moet werken in de veranderende antistollingsomgeving in Nederland. Vanwege te weinig samenhang in de keten van antistollingszorg waren er altijd al risico’s verbonden aan antistollingsmiddelen. Betrokkenen uit het veld drongen er dan ook al langer op aan dat dit beter moest. Die noodzaak is de afgelopen jaren alleen maar toegenomen. Nu al gebruiken meer dan een miljoen mensen in Nederland een of meerdere antistollingsmiddelen en dat aantal zal de komende jaren verder stijgen. Onder meer als gevolg van de vergrijzing. De hierbij veelal gepaard gaande comorbiditeit maakt dat voorschrijven en bewaken van antistolling uiterst zorgvuldig moet gebeuren. De roep om verbeteringen en dan vooral duidelijkheid over wie de regie voert rondom het uitgeven en bewaken van antistollingsmiddelen, is de afgelopen jaren verhevigd met de komst van de NOAC’s, ook wel DOAC’s (nieuwe orale anticoagulantia of directe orale anticoagulantia). Nog meer nu sinds eind 2016 ook de huisartsen deze geneesmiddelen mogen voorschrijven. Was bij de VKA’s (vitamine K-antagonisten) een centrale rol weggelegd voor de trombosediensten, deze is met de nieuwe generatie antistollingsmiddelen in ieder geval wat betreft het bewaken van bloedwaarden, komen te vervallen. Het prikken hierop wat weer de dosering van de VKA bepaalt, is bij NOAC’s namelijk niet aan de orde. Dit is omdat NOAC’s rechtstreeks invloed hebben op een van de stollingseiwitten en niet, zoals VKA’s doen, de aanmaak van stollingseiwitten in de lever remmen. Tussen wal en schip Nu de trombosediensten grotendeels wegvallen als centraal onderdeel van de zorgketen en als bewaker van de antistolling, neemt het belang van duidelijke afspraken tussen de ketenpartners toe. Met name rondom overdracht van de patiënt tussen disciplines binnen de tweede lijn en rondom overdracht tussen de tweede- en eerste lijn. Voorkomen moet worden dat de antistolling van de patiënt tussen wal en schip geraakt. Ook voorkomen moet worden dat de patiënt vanwege de sporadische controlemomenten langere tijd antistollingsmiddelen slikt zonder controle en toezicht. Of niet, want therapie-ontrouw is ook een groot probleem onder deze groep patiënten. Gevaar dat hierdoor calamiteiten gaan optreden, ligt op de loer. Meer dan de helft van de potentieel vermijdbare ziekenhuisopnames wordt veroorzaakt door verkeerd gebruik van antistollingsmiddelen en door geen- of miscommunicatie tussen zorgverleners. Geen wonder dus dat de conferentie over transmurale antistolling,...

Lees Verder
Huisarts Gordon Oron: “Declareren is een makkie in Medicom”
mei10

Huisarts Gordon Oron: “Declareren is een makkie in Medicom”

Van gebruiksgemak tijdens het consult tot efficiënte ondersteuning van administratieve processen – Huisarts Gordon Oron heeft geen moment spijt van de keuze voor het huisartsinformatiesysteem Medicom. Acht jaar geleden stapte de hagro in één keer over. Naast de probleemloze en uitgebreide samenwerking met de apotheek, levert het veel voordelen op in de praktijk. Van gebruiksgemak tijdens het consult tot efficiënte ondersteuning van administratieve processen. De acht huisartsenpraktijken in Leerdam startten met Medicom omdat ze het receptenverkeer met de apotheek voor eens en altijd goed wilden regelen. Gordon Oron van Huisartsenpraktijk Hurts & Oron was direct enthousiast. “Ik deed de declaraties en statistieken voor de huisartsenpraktijk en dat werd met Medicom een stuk eenvoudiger.” Ook tijdelijke waarnemers waren blij met het nieuwe HIS. “Medicom is makkelijk en overzichtelijk. Je kunt er snel je weg in vinden.” Compleet medicatieoverzicht Na jarenlange ervaring durft Oron wel te zeggen dat de keuze voor Medicom positief heeft uitgepakt. “Het receptenverkeer verloopt altijd goed. We delen de database met de apotheek, waardoor we een compleet medicatieoverzicht hebben. Inclusief medicatie voorgeschreven door specialisten en interacties, contra-indicaties en allergieën die bij de apotheek geregistreerd zijn. Dat komt de medicatiebewaking ten goede.” Tijdens het spreekuur dubbelklikt Oron op de naam van de patiënt om het dossier te openen. Medicom volgt de routine van de huisarts, dus registreren en doorverwijzen zijn een logisch onderdeel van het consult. “Sinds een paar jaar bezoek ik de HIS Demodag. Daar zie ik hoe andere HIS’en werken. De laatste keer werden agenda’s en takenlijsten vergeleken. De Medicom- agenda kwam er echt supergoed uit en de takenlijst doet zeker niet onder voor die in andere systemen.” “Medicom is makkelijk en overzichtelijk. Je kunt er snel je weg in vinden.” Een makkie Nog enthousiaster is Oron over de ondersteuning van doorgaans tijdrovende administratieve klussen. “Declareren is echt een makkie in Medicom. En tariefswijzigingen en nieuwe contracten geven bij ons nooit gedoe. De basis wordt in het systeem gezet door PharmaPartners en clusterspecifieke zaken regel ik als clusterbeheerder. Op 1 januari is het bij ons ‘business as usual’.” Ook het genereren van data voor de praktijkaccreditatie stemt Oron tevreden. “Die eindeloze hoeveelheid data haal ik uit Medicom met de Q- module. Het kan nog wat gebruiksvriendelijker, maar het werkt feilloos.” Of het nu gaat om de implementatie van nieuwe standaarden of de communicatie via het LSP, Medicom loopt bijna altijd voorop, is de ervaring van Oron. “Het ondersteunen van de ontwikkelingen in de zorg vereist samenwerking, ook op het gebied van ICT. Dat begrijpen ze bij Medicom.” Laagdrempelige eHealth PharmaPartners ondersteunt de samenwerking tussen zorgprofessionals onderling én de samenwerking tussen zorgprofessionals en patiënten. In onze participatiesamenleving...

Lees Verder
Een gesloten farmacotherapeutisch traject
mrt09

Een gesloten farmacotherapeutisch traject

Compleet dossier in de onderlinge waarneming – Voor huisarts Rob Beumer is de vergaande samenwerking met de drie Pharmacom-apotheken in Best het belangrijkste voordeel van Medicom. Maar ook het complete dossier in de onderlinge waarneming en de altijd actuele ondersteuning van zorg en voorschrijven zijn absoluut pluspunten, vertelt hij. Het Medicom-Pharmacom samenwerkingsverband in Best telt dertien huisartsen en drie apotheken. “Het allergrootste voordeel daarvan is dat het farmacotherapeutisch traject voor de patiënt gesloten is”, vertelt huisarts Rob Beumer. De samenwerking in Medicom en Pharmacom is niet te vergelijken met het receptenverkeer tussen andere systemen, legt hij uit. “Bij ons is het ‘what you see is what you get’. De apotheker en ik kijken naar dezelfde gegevens. Er is een betrouwbaarheid van honderd procent.” En dat is niet het enige, vervolgt Beumer. “Ik krijg in Medicom dezelfde bewakingssignalen als de apotheek en kan daarop anticiperen. Ook kan ik met de apotheek informatie uitwisselen over de context van de patiënt. Compleet dossier in de waarneming In de onderlinge waarneming binnen het cluster beschikken de Medicom-gebruikers over het complete patiëntendossier, inclusief specialistenbrieven en dergelijke. Ideaal, vindt Beumer. “Als ik zelf waarneem én wanneer ik mijn patiënten toevertrouw aan een ander. Weer terug in de praktijk zie ik eenvoudig in het contactverslag wie bij een collega is geweest en waarvoor. Mijn dossiers en declaraties zijn netjes bijgewerkt.” “Het allergrootste voordeel is dat het farmacotherapeutisch traject voor de patiënt gesloten is.” Robuust Medicom is een robuust systeem, verklaart Beumer. “Het is altijd in de lucht. Je kunt meer agenda’s en meer dossiers naast elkaar open zetten, daar leidt de performance niet onder. Ik doe dat zelf bijvoorbeeld om te zien of een patiënt door de assistente of POH-er gezien kan worden.” De actielijst wordt binnen de praktijk veelvuldig gebruikt voor taakdelegatie. “Bijvoorbeeld om de assistente in te plannen voor aanvullend onderzoek of haar een berichtje te sturen over een patiënt die van de spreekkamer naar de balie loopt.” Gestructureerde zorg Om gestructureerde zorg te leveren en deze eenduidig vast te leggen, gebruikt Beumer de protocollen in Medicom. Die worden gemaakt en beheerd door Health Base. “’Meetwaarden eigen praktijk’ is een klein en handig protocol. Als je lengte en gewicht invoert, rekent hij automatisch de BMI uit. Het protocol voor de diabetes kwartaalcontrole zorgt ervoor dat ik niks vergeet te bespreken.” Absoluut fan is Beumer van het Formularium in Medicom. “Ik adviseer alle collega’s om daarvan gebruik te maken. Het is uitstekend gevuld en wordt door Health Base bijgehouden op basis van de laatste standaarden.” Innovatiekracht Belangrijk vindt Beumer de innovatiekracht van Medicom. De huisartsenzorg staat voor uitdagingen waarbij ICT kan helpen. “Bijvoorbeeld door het...

Lees Verder
Elkaar kennen is de basis, samenwerken een voorwaarde
jan12

Elkaar kennen is de basis, samenwerken een voorwaarde

Janneke Bressers (33) is huisarts in Vinkel. Een kleine, laagdrempelige praktijk in het hart van een dorp waar mensen elkaar kennen. Waar zorg op maat bijna vanzelfsprekend is en waar men van mening is dat niet elke patiënt in een protocol te vangen is. Janneke straalt als je haar vraagt waarom ze haar vak zo boeiend vindt: ”Ik vind het fijn dat ik tússen de mensen sta. In een huisartspraktijk komen patiënten met name omdat ze willen weten hoe ze in het dagelijks leven met hun ziekte moeten omgaan. Ik ben vooral bezig met het leven.” De eerste lijn krijgt een steeds prominentere positie binnen de gezondheidszorg en huisartsen en apothekers moeten intensiever gaan samenwerken om de zorg kwalitatief hoog te houden. Daarom organiseerde de VJA in 2015 in samenwerking met de Landelijke Organisatie van Aspirant Huisartsen (LOVAH) voor het eerst een symposium met het thema: ‘Samen werken of samenwerken, in welk sprookje geloof jij?’ Janneke was een van de organisatoren van dit succesvolle event dat een vervolg krijgt. Janneke: “De laatste anderhalf jaar van mijn studie ben ik actief geweest binnen de LOVAH, onder andere als voorzitter van de werkgroep onderwijs. Voorafgaand aan het symposium kwamen we al brainstormend tot de conclusie dat je het beste zo vroeg mogelijk kunt beginnen met samenwerken; tijdens de opleiding al. Daar moet de basis worden gelegd.” Hoogste tijd om elkaar beter te leren kennen? Janneke: “Zeker! Het symposium werd goed bezocht en iedereen was super enthousiast. Het organiserend team bestond uit zes huisartsen in opleiding en vijf jonge apothekers. Iedereen vond het belangrijk om dichter tot elkaar te komen. Om meer van en over elkaar te horen. Hoe denken apothekers over ons vak en andersom? Wat zijn de vooroordelen? Ik kreeg er veel energie van. Het volgende symposium van de VJA en de LOVAH is op 30 januari 2017 en gaat over therapietrouw: ‘Pil zoekt trouw. Hét recept voor een goed huwelijk.” Welke vooroordelen zijn er over en weer? “Even diep in mijn geheugen graven. Vooroordeel over apothekers was dat ze soms lui gevonden worden en zich in een kantoortje achter de computer verschuilen. Het vooroordeel over huisartsen is dat wij weinig kennis van geneesmiddelen hebben.” Hoe overbrug je vooroordelen? “Door te zoeken naar gemeenschappelijke delers. Wat kun je met elkaar delen zodat je samen de zorg beter en veiliger maakt. Dan gaat het over kennis maar ook over logistiek bijvoorbeeld. In de huisartsenpraktijk waar ik werk, werken we intensief samen met de apotheek. Dat vind ik heel prettig. De apotheker heeft toegang tot het elektronische patiëntendossier zodat hij kan zien welke geneesmiddelen patiënten gebruiken en welke labwaarden ze hebben. Dat...

Lees Verder
Afschaffing formulier leidt niet tot ander voorschrijfgedrag
dec05

Afschaffing formulier leidt niet tot ander voorschrijfgedrag

Huisartsen moesten bij het voorschrijven van een merkgeneesmiddel waarvoor ook generieke varianten bestaan, het formulier “Medische Noodzaak” invullen. In het kader van het “Het roer gaat om” is deze verplichting begin dit jaar vervallen. Nivel heeft onderzocht of dit heeft geleid tot verandering in het voorschrijven van merkgeneesmiddelen. Dat is niet het geval. De maatregel was indertijd ingevoerd om ervoor te zorgen dat de patiënt het middel toch vergoed kreeg van zijn zorgverzekeraar, ondanks dat er een goedkoper alternatief is. Een overbodige handeling, vond men in het kader van “Het roer gaat om”, het manifest om te komen tot minder administratie en rompslomp in de huisartsenzorg. Er kan ook op een eenvoudiger manier aangegeven worden dat het gaat om medische noodzaak.  Een compleet formulier invullen zag men als een te grote administratieve belasting. Daarom is het sinds 1 januari jl. voldoende als de huisartsen alleen op het recept aangeven dat het gaat om medische noodzaak. Vermelding op het recept volstaat om de zorgverzekeraar het merkgeneesmiddel te laten vergoeden. Geen verandering Het lijkt een logisch aanpassing, waar niemand moeilijk over doet. Toch vond men het noodzakelijk om te kijken of door deze vereenvoudigde handeling huisartsen niet ineens meer merkgeneesmiddelen gaan uitschrijven. En wat blijkt? Huisartsen hebben hun voorschrijfgedrag niet veranderd. Je kunt je ook afvragen waarom ze dat zouden doen, maar dat is nu ook daadwerkelijk aangetoond. De onderzoekers hebben gekeken naar het voorschrijfgedrag van een cholesterolverlager, maagzuurremmers en bloeddrukverlagers. Middelen waarvan in slechts 5% een merkgeneesmiddel wordt voorgeschreven en dat is dus zo gebleven. Ook in de ADHD-medicatie is het voorschrijven van merkgeneesmiddelen niet toegenomen. Maar…., zo zegt het Nivel: “Het verlichten van de administratieve lasten voor huisartsen heeft niet geleid tot veranderingen in de geleverde zorg. De analyses zijn wel kort na de verandering in het beleid uitgevoerd. Op de lange termijn kan nog wel een verandering plaatsvinden”. Is deze veronderstelling reden voor een volgend onderzoek? Onder redactie van Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Pagina 1 van 212