Ton de Boer (CBG): “Tekorten verdwijnen nooit  helemaal”
jan21

Ton de Boer (CBG): “Tekorten verdwijnen nooit helemaal”

De bijsluiter verbeteren, en gunstige effecten met alleen de relevante bijwerkingen van geneesmiddelen op één toegankelijke A4. Ton de Boer, voorzitter van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG), over het winnen van het vertrouwen van de patiënt en over de tekorten aan geneesmiddelen. “Ik ben bang dat de tekorten nooit helemaal zullen verdwijnen.” Hij voelt zich na een jaar helemaal thuis als voorzitter van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen. “Het was de juiste stap om de universiteit te verruilen voor het CBG. En het is veel spannender dan ik had gedacht! Hier heerst een andere dynamiek dan op de universiteit: zeer afwisselend werk en altijd spannend want iedere dag kan er iets gebeuren. Als arts én onderzoeker kom ik hier goed tot mijn recht. Ik lees stukken, overleg met tal van mensen over heel verschillende onderwerpen en doe uitspraken. En ik word er nog voor betaald ook”, vertelt de Boer met een lichte glimlach. “Dit is mijn eerste termijn, maar ik blijf graag nog wat langer.” Ton de Boer zet het beleid van zijn voorganger Bert Leufkens voort en zet de luiken van het CBG verder open. Want als het aan De Boer ligt moet zijn organisatie de patiënt meer betrekken bij de regulatoire processen. “Vorig jaar is het CBG gestart met het programma Goed Gebruik om goed medicijngebruik te stimuleren. Zo heeft het CBG samen met andere partijen het startschot gegeven om te komen tot online betrouwbare informatie over geneesmiddelen. Maar we gaan verder: het CBG gaat de informatie aan de patiënt verbeteren. De bijsluiter moet in begrijpelijke taal zijn geschreven. Daarnaast komt er beknopte informatie op één A4 met gunstige effecten van het geneesmiddel: ‘Dit geneesmiddel verlengt uw levensduur’ in plaats van ‘verlaagt uw bloeddruk’. De bijwerkingen willen we beperken tot de meest relevante. Nu bevat de bijsluiter van bijvoorbeeld statines zo’n 50 bijwerkingen, terwijl vooral spierklachten en verhoogde leverenzymen voorkomen. Het format voor de beknopte, nieuwe bijsluiter bestaat uit een enkele A4, op een visueel aantrekkelijke manier gepresenteerd met betrouwbare informatie die eenvoudig te begrijpen is. Het CBG test de beknopte bijsluiter bij groepen patiënten en gaat in gesprek met de industrie om de bijsluiters volgens dit nieuwe format te maken.” Ondertussen neemt het vertrouwen van de patiënt in geneesmiddelen, industrie en overheid verder af. “Vertrouwen in alle medicijnen zit in de missie van het CBG! Onze uitdaging is om nog beter te communiceren over waarom er tekorten zijn, of waarom generieke medicijnen ook goed zijn. Het CBG wil meer zichtbaar zijn, is aanwezig op Twitter en wellicht binnenkort ook op Facebook. Verschijnen er onwaarheden in de pers dan zullen we dat rechtzetten.” Huisarts...

Lees Verder
MedGemak | Je apotheek en huisarts op zak!
dec21

MedGemak | Je apotheek en huisarts op zak!

Goed nieuws voor apotheken, huisartsen en patiënten die gebruikmaken van MijnGezondheid.net: De nieuwe versie van de app MedGemak is nu te downloaden in de Apple Store en Google Play Store. Vanaf deze versie kunnen gebruikers van MijnGezondheid.net (MGn) en MedGemak ook zorgzaken bij de huisartspraktijk regelen via hun smartphone. Hiermee hebben ze niet alleen de apotheek maar ook de huisarts ‘op zak’. Eén app voor de patiënt De patiëntenapp kwam eerder dit jaar al beschikbaar voor de apotheek. Met de app MedGemak hebben gebruikers van het patiëntenportaal MijnGezondheid.net een extra en vooral laagdrempelige mogelijkheid om hun zorgzaken te regelen. Via hun smartphone, waar en wanneer zij dat willen. Vanuit het oogpunt van de patiënt is het wenselijk om één app te hebben voor contact met de apotheek en de huisarts. Het lag dan ook voor de hand om de app verder te ontwikkelen en uit te breiden met functionaliteiten voor de huisartsenpraktijk. Wat biedt MedGemak? De app is speciaal ontwikkeld om een betere communicatie tussen apotheek, huisarts en patiënten te stimuleren en faciliteren. MedGemak geeft patiënten die gebruikmaken van MijnGezondheid.net: • Inzage in hun actuele medicatieoverzicht. • De mogelijkheid om voor hun medicatie relevante Geneesmiddel Informatie voor de Patiënt (GIP) te raadplegen. • Een functie om gemakkelijk herhaalmedicatie te bestellen op basis van het medicatieoverzicht. • De mogelijkheid om eenvoudig een inneemwekker in te stellen. Hiermee krijgt de patiënt een seintje wanneer het tijd is om zijn of haar medicatie in te nemen. Vanaf 13 december 2018 is de app uitgebreid met de volgende functionaliteiten: • Online een afspraak maken met de huisarts. Een afspraak maken kan 24 uur per dag; deze afspraak komt direct in de agenda van de huisarts te staan. • Het ontvangen van berichten van de huisarts. • Het versturen van e-consults met bijlage. Zo kan de patiënt eenvoudig via MedGemak een vraag stellen aan de huisarts of apotheek en kan de patiënt gemakkelijk een foto meesturen. • Het ontvangen van pushberichten, bijvoorbeeld wanneer een afspraak bijna plaats gaat vinden of de gebruiker een bericht heeft ontvangen. Patiënten kunnen bovenstaande functionaliteiten alleen gebruiken indien hun zorgverlener zowel MijnGezondheid.net als MedGemak aanbiedt. Bovendien kan het aanbod van functionaliteiten verschillen, afhankelijk van de modules van MijnGezondheid.net die de zorgverlener voor patiënten beschikbaar stelt. Registreren met DigiD De app is voor patiënten gratis te downloaden via de App Store en Google Play Store. Om de app te kunnen activeren, moet de apotheek en/of de huisarts beschikken over een e-healthpakket van PharmaPartners met MijnGezondheid.net (MGn) en MedGemak. Om ervoor te zorgen dat alle patiëntgegevens goed beveiligd zijn, moet de gebruiker de app registreren. Daarvoor logt de patiënt eenmalig met...

Lees Verder
Van  ‘goedkoop waar het kan’ naar ‘succes met deze rommel!’
sep14

Van ‘goedkoop waar het kan’ naar ‘succes met deze rommel!’

Het roer van het preferentiebeleid moet om. Huisarts Bart Timmers ondervindt de gevolgen van het wisselen van medicatie en de oplopende tekorten dagelijks in zijn praktijk. “Binnen een half jaar moet het probleem opgelost zijn, want zo kan het niet langer. Zorgverzekeraars en VWS: neem je verantwoordelijkheid, verander dat preferentiebeleid, stop de afbraak.” Huisarts Bart Timmers is boos. En gefrustreerd. “En dat is tegen mijn principes, want ik ga altijd constructief om met problemen die anderen veroorzaken, maar nu is het genoeg.” Bart Timmers is meer dan een kwart eeuw huisarts in het Gelderse ’s-Heerenberg, pal tegen de Duitse grens gelegen. Samen met twee maten is hij mede-eigenaar van Groepspraktijk Huisartsen Bergh en huisarts-opleider. Timmers is een actieve huisarts. Zo is hij voorloper in e-health, geeft lezingen over de invloed van nieuwe technologie op de zorg en is regelmatig op televisie te zien in het programma Dokters versus Internet. Maar bovenal is hij huisarts van zijn patiënten. “Aansluiten bij de nood van mensen, de meerwaarde die ik als persoonlijke dokter heb bij terminale patiënten zorgt ervoor dat mijn motortje als huisarts blijft draaien. Ook na 26 jaar.” Timmers is de redelijkheid zelve. Maar nu voelt hij zich “ontzettend genaaid, genomen, gepiepeld, voor schut gezet, in de steek gelaten, voor jan-met-de-korte-achternaam gehouden, als gekke gerritje beschouwd en gesaboteerd. Door zorgverzekeraars en VWS.” Oorzaak van zijn woedde zijn de gevolgen van het preferentiebeleid en het oplopend tekort aan geneesmiddelen. Timmers uitte zijn ongenoegen in zijn column in Medisch Contact: “Het inmiddels volledig verziekte medicijnbeleid in Nederland. De bananenrepubliek die we zijn geworden waar het medicijnen betreft. De uitgeknepen citroen die is overgebleven nadat medicijnen goedkoper moesten worden dan het zoetje in uw koffie. Als ik na vele telefoontjes de verantwoordelijke apotheker bij een zorgverzekeraar hierover spreek, zegt die doodleuk: ‘Ach, we horen er weinig klachten over.’” U bent echt boos. “Zorgverlenen is topsport. Zorgverleners zijn altijd bereid om een extra tandje bij te schakelen want ons werk gaat over kwetsbare mensen. De zorg die we leveren moet dan 100 procent in orde is. Wij, huisartsen en apothekers, gaan iedere dag tot het gaatje, werken meer dan 10 uur per dag. En dan steken VWS en zorgverzekeraars weer een spaak in mijn wiel. Ik word continu gedwarsboomd in mijn werk zo voelt dat. Enkele malen per dag een telefoontje van mijn apotheker die meldt dat dit medicijn voorlopig niet leverbaar is. Hoe bestaat het. Dat zou hetzelfde zijn als ik in de avonduren de HAP sluit: sorry, de dokter is er even niet, zoek het maar uit. Dat zal echter niemand accepteren, maar dat medicijnen niet leverbaar zijn, mijn patiënten telkens van...

Lees Verder
Je hoeft niet ziek te zijn om beter te worden
aug08

Je hoeft niet ziek te zijn om beter te worden

‘Ze is een huisarts zoals je iedereen zou toewensen’, aldus een patiënt van Anneke Dalinghaus. ‘Vriendelijk, benader- baar en professioneel.’ Een mooi compliment voor een huisarts lijkt me. Anneke (64) blijkt een bezige bij: huisarts, kaderarts ouderengeneeskunde, vrouw en moeder van, schildert en spreekt haar talen. En als het even kan doet ze alles op de fiets. Een vrouw die het vak ademt. “Ik hou van mijn vak omdat ik het verschil kan maken. Ik kan mensen helpen om zichzelf beter te laten voelen. Wat het soms moeilijk maakt, is dat ik mijn beroep bén. Het is een manier van leven. Prima hoor, anders zou ik iets anders doen.” Huisartsenpraktijk Lidwina ligt in Stratum. In deze praktijk zijn drie huisartsenpraktijken gevestigd. Stratum is een van de zeven stadsdelen van de gemeente Eindhoven en telt ruim 33.000 inwoners. Het was oorspronkelijk een agrarische gemeenschap waar in de vorige eeuw ook sigaren- en textiel- industrie ontstond. Daarna deden ook grotere, moderne bedrij- ven hun intrede, zoals truckfabrikant DAF. Het is een gemê- leerde wijk met een groot aantal oudere bewoners. U bent 32 jaar geleden begonnen als huisarts. Hoe zag uw carrière er in vogelvlucht uit? “Voordat ik als eenpitter mijn praktijk begon in een nieuw- bouwwijk iets verderop, heb ik een aantal jaar met mijn man in Venezuela gewoond. Daar hield ik me onder andere bezig met de bestrijding van malaria. In 1991 kwamen we terug in Nederland en begon ik mijn praktijk in een noodgebouwtje. Aantal patiënten: 0. In 1995 werd ik de klassieke huisarts met praktijk aan huis. Wel zo handig als je drie kinderen hebt. Sinds 2006 zit ik in deze praktijk. Aantal patiënten: 2350. Als ik terug- kijk, is vooral de manier waarop we nadenken over gezondheid veranderd.” In welke zin anders? “Gezondheid werd vooral gezien als de afwezigheid van ziekte. Je was gezond als je geen ziekte had. Nu is gezondheid het gevoel van gezond zijn. Dit kan ook als je ziek bent of een chronische ziekte hebt. Arts-onderzoeker Machteld Huber introduceerde deze visie over positieve gezondheid in 2012 in Nederland. In haar zienswijze is gezondheid het vermogen om met fysieke, emotionele en sociale uitdagingen om te gaan en zoveel mogelijk de eigen regie te voeren. Het gaat om het vermogen om met veranderende omstandigheden om te kunnen gaan. Vroeger zeiden we: ‘Je bent een ‘diabeet’. Maar je bént niet je ziekte, je hébt een ziekte.” Hoe vertaalt deze visie zich in de praktijk? “Het betekent dat ‘de dokter’ niet meer degene is die tegen de patiënt zegt wat hij moet doen. We gaan samen op zoek naar hoe je zo gezond en prettig mogelijk...

Lees Verder
Dikkedarm- en prostaatkanker: Op het snijvlak van huisarts en specialist
aug06

Dikkedarm- en prostaatkanker: Op het snijvlak van huisarts en specialist

Zorg die steeds complexer wordt, een groter kennisaanbod en een steeds mondiger patiënt die meer onderdeel wil uitmaken van zijn eigen behandelplan: door deze én meer aspecten speelt de huisarts een onmiskenbare rol rondom de oncologiepatiënt van nu. Hiermee beet Emile Voest, medisch directeur van het Antoni van Leeuwenhoek (AVL), het spits af tijdens het huisartsensymposium over darm- en prostaatkanker dat dinsdag 19 juni jl plaatsvond in zijn centrum. Een aantal medisch-oncologen uit het AVL en onco-seksuoloog Woet Gianotten presenteerden onderzoeksresultaten die ook van belang zijn voor de praktijk van de huisarts. Op basis van reacties uit de zaal bleek het geen overbodige luxe te benadrukken dat huisartsen ook de seksuele gevolgen van darm- en prostaatkanker met de patiënt zouden moeten bespreken: weinig huisartsen gaven aan dit te doen. “Zo’n gemiste kans,” zei Woet Gianotten, seksuoloog gespecialiseerd in onco-seksuologie: “Seks is niet alleen belangrijk voor de kwaliteit van leven, intimiteit en seks helpen ook bij het proces van herstel. Bovendien verbetert adequate aandacht voor het seksleven het contact met de patiënt. “De cijfers liegen er niet om: afhankelijk van hoe belangrijk seks is, het soort kanker, het soort behandeling en de aanpak van de zorgverlener, ondervindt tussen de veertig en honderd procent van de patiënten en hun partners schade aan intimiteit en seksualiteit. Met soms grote gevolgen, zoals depressiviteit en stuklopen van de relatie. “Uitleggen dat schade aan het seksleven ook een gevolg is van de aandoening, maakt voor de meeste patiënten al een groot verschil,” zei Gianotten: “En dat er vaak ook iets aan gedaan kan worden.” Aan de hand van studies liet de seksuoloog zien dat seksuele schade per aandoening verschilt. Zo vergroten chirurgie en radiotherapie bij colorectale kanker bij de man de kans op erectie- en ejaculatieproblemen en bij de vrouw lubricatieproblemen en ovariële schade. Het hebben van een stoma, zo legde Gianotten uit, kan enorm belastend zijn voor het seksleven. “Als je klaarkomt, stijgt de oxytocinespiegel sterk, waardoor de colonperistaltiek toeneemt. Normaal zorgt de kringspier van de anus ervoor dat er dan geen ontlasting vrijkomt. Het colostoma mist zo’n kringspier en dus loopt het stomazakje dan vol, waardoor onrust en onzekerheid. Hier is weinig aan te doen, maar je kunt het in ieder geval bespreken. ” Veranderend sexleven Gianotten liet de gevolgen van prostaatkankerbehandelingen op het seksleven zien: Zo hebben patiënten na radicale prostatectomie erectieproblemen, anejaculatie en last van urine-incontinentie. “Het laatste is bij orale seks vervelend tijdens het klaarkomen,” zei Gianotten: “Overigens is dit makkelijk te voorkomen met een stuwbandje. Elke huisarts kan zo’n advies geven.” Na radiotherapie zijn de gevolgen ongeveer hetzelfde als bij chirurgie, maar daar komt bij dat mannen vaak niet...

Lees Verder
Samen aan tafel bij de zorgverzekeraar
jun22

Samen aan tafel bij de zorgverzekeraar

Apothekers en huisartsen in Zuid-Oost Brabant werken niet alleen nauw samen in farmacotherapie, ze zitten ook samen aan tafel met zorgverzekeraars. Want perfecte zorg met medicijnen zonder verspilling, is de wens van huisartsen, apothekers en patiënten samen, stellen initiatiefnemers Niels van Elderen (PoZoB) en Marc van Asten (CaZo). Voorschrijven, afleveren en gebruik van medicijnen is niet alleen een zaak van richtlijnen en bijsluiters. Kwaliteit van zorg, doelmatig voorschrijven en hogere therapietrouw begint bij samenwerking tussen apotheker en huisarts. Dat hebben ze in Zuid-Oost Brabant al in 2012 begrepen. Al jaren werken daar apotheker, praktijkondersteuner en huisarts nauw samen. Bij Praktijkondersteuning Zuidoost-Brabant werken 150 huisartspraktijken en ruim 200 praktijkondersteuners in de eerstelijns zorg samen voor patiënten met een chronische of psychische aandoening en voor kwetsbare ouderen. PoZoB is een onafhankelijke vereniging die intensief met andere partijen samenwerkt. Een van die partijen is Zorggroep Categorale Zorg (CaZo), een groep van zo’n 21 regionale apothekers. Het is een van de eerste zorggroepen die al jaren samenwerkt. Dat was in een tijd dat het tussen de diverse bloedgroepen apothekers – zelfstandigen en diverse ketens- lastig was om een vuist te maken en gezamenlijk op te treden in de regio. Visie op farmacie Directeur Niels van Elderen van PoZoB moet even nadenken wanneer het allemaal ook al weer begon. “We zijn al jaren bezig om samen met de apothekers van CaZo de farmaceutische zorg te verbeteren. Voor ons is samenwerken inmiddels heel normaal. Ik verbaas me er dan over dat dat in andere regio’s nog helemaal niet het geval is. De samenwerking hier ging overigens met horten en stoten. We zijn in 2012 begonnen met medicatiereviews voor diabetespatiënten, ondersteund door zorgverzekeraar CZ. Dat leek een eenvoudige vorm van samenwerking. Maar de praktijk was weerbarstiger. De ondersteuning van ICT was onvoldoende, we konden niet aan voldoende patiënten komen en de samenwerking tussen huisartsen en apothekers stond nog in de kinderschoenen. Zo was de rol van de apotheker toen nog niet duidelijk. Uiteindelijk vond CZ de uitkomsten onvoldoende: er werd te weinig bespaard op de kosten. Drie jaar later zijn we gestart met het omzetten van duurdere naar goedkopere statines, het Crestor-project. Uiteindelijk was alleen de zorgverzekeraar blij met de resultaten, want de kosten gingen omlaag. Maar huisarts, apotheker en patiënt werden er niet blij van: het project was veel te smal ingericht, leidde tot frustratie en richtte zich te veel op kostenbesparing. We stopten er 200.000 euro in en het leidde tot een besparing van 50.000 euro. Formularia kunnen zeker helpen om medicatiebeleid te verbeteren als iedereen eenduidig en transparant voorschrijft. Maar het doel moet wel verhogen van de kwaliteit van zorg zijn en niet...

Lees Verder
Samen verantwoordelijk  voor recept
jun01

Samen verantwoordelijk voor recept

Huisartsen en apothekers beseffen onvoldoende elkaars meerwaarde. Farmacotherapie kan alleen succesvol zijn als huisarts en apotheker actief samenwerken. “Want huisarts en apotheker zijn sámen verantwoordelijk voor het recept”, stelt Yvet Benthem voorzitter van LOVAH, de Landelijke Organisatie van Aspirant Huisartsen. Maar apothekers moeten niet op de stoel van de huisarts willen zitten. Ze wilde kinderarts worden, maar voelde zich niet thuis tussen de muren van het ziekenhuis. Eenmaal kennisgemaakt met het vak van huisarts wist ze het zeker: de huisarts kan in samenwerking met andere zorgverleners daadwerkelijk iets betekenen voor de patiënt. Huisarts, het mooiste vak ter wereld, vindt Yvet Benthem. “Het persoonlijke contact met patiënten is zo bijzonder. Huisartsen hebben een vertrouwensband, komen bij de patiënten thuis en leren de familie kennen. Samen met de patiënt op zoek gaan naar optimale zorg. Huisartsenzorg is individuele zorg. Natuurlijk, met protocollen en richtlijnen maar een goede huisarts kan die vertalen naar de individuele patiënt.” Nu zit ze in het derde jaar van de opleiding tot huisarts. Sinds vorig jaar is Yvet Benthem voorzitter van de LOVAH, de Landelijke Organisatie van Aspirant Huisartsen. En belangenbehartiger van alle circa 2300 huisartsen in opleiding. De LOVAH kijkt vooruit. Samen met de LHV, NHG en InEen werkt de vereniging aan een nieuwe toekomstvisie op de huisarts. “Natuurlijk praten wij mee over de toekomst van het vak! Onze generatie wordt geconfronteerd met de gevolgen van de substitutie van de tweede naar de eerste lijn. Het werkveld van de huisarts verbreedt, de maatschappij verwacht meer en meer van de huisarts, er komt meer werk op ons af. Hoe gaan we die substitutie in goede banen leiden en houden we toch voldoende tijd over voor de patiënt? Wij moeten nog 40 jaar werken en maken ons zorgen over de gevolgen van die substitutie.” Dat de werkdruk zal toenemen, daar is ze wel van overtuigd. Naast de substitutie, die extra druk zet op de praktijk, speelt immers de dubbele vergrijzing: meer ouderen die ook nog eens ouder worden en vaker een beroep doen op de eerstelijns zorg. “Op de huisartsenpost is er altijd wel iemand aanwezig die kan bijspringen als het nodig is. In de huisartsenpraktijk ontbreekt die mogelijkheid. Meer doen in de zelfde tijd, dat gaat bij huisartsen niet werken. De oplossing ligt in kleinere praktijken en het inzetten van extra handen zoals de verpleegkundig specialist in de huisartsenpraktijk, maar extra personeel betekent weer meer supervisie verlenen.” Farmacogenetica De huisarts is voorschrijver. Weten huisartsen eigenlijk wel voldoende van geneesmiddelen? Onderzoek van klinisch farmacoloog David Brinkman laat namelijk zien dat bijna afgestudeerde artsen in Europa onvoldoende in staat zijn om geneesmiddelen effectief en veilig voor te schrijven. Hij...

Lees Verder
Geneeskunde met een beetje geneeskunst
apr05

Geneeskunde met een beetje geneeskunst

De Reeshof is een nieuwbouwwijk ten westen van Tilburg waar in de jaren 80 de eerste woningen verschenen. Inmiddels wonen er 45.000 inwoners. Aan de rand van deze wijk is Huisartsenpraktijk Koolhoven gevestigd. Hier is Jan Smulders huisarts en praktijkhouder van een praktijk met ruim 6000 patiënten: “Ons motto is dat de patiënt centraal staat. Bij alles wat we doen. Onze praktijk moet een warme, vriendelijke plek zijn waar bezoekers zich gehoord en gezien voelen. Ik weet dat sommige collega’s mij zien als een man met een mening, doortastend en vooral vooruitstrevend. Maar het een hoeft het ander natuurlijk niet uit te sluiten.” Jan Smulders (56) werkt inmiddels 20 jaar als huisarts. Hij studeerde in 1998 af aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij is gehuwd en vader van vier kinderen. Jan: “Voetballen is altijd mijn passie geweest, mijn droom. Ik kon redelijk voetvallen maar niet goed genoeg om prof te worden. Dus als jij me vraagt of ik altijd huisarts wilde worden? Na profvoetballer zeker!” Wat vind je mooi aan het vak van huisarts? “Zeker in zo’n wijk als deze zie je patiënten opgroeien en ik groei mee. Kinderen waar je op kraamvisite bent geweest, worden volwassen. Samen maak je leuke, maar ook minder leuk dingen mee. Ik ken mijn patiënten en kom bij ze thuis. Ik mag vaak alles weten en ken veel diepe geheimen. Dat blijft boeien want iedereen is anders. Iedereen maakt andere keuzes, heeft een andere invulling van het leven, kent andere zorgen. En ik maakt het allemaal mee. Dat is prachtig.” Neem je je werk mee naar huis? “Doordat je zoveel mensen spreekt en zoveel verhalen hoort, kun je onmogelijk alles meenemen. Maar eerlijk is eerlijk, ik kan me niet voor alles afsluiten. Dat wil ik ook niet. Als het nodig is, geef ik mijn 06 nummer en kunnen patiënten me ‘s nachts bellen. Ik ben een open persoon en vertel ook over mezelf. Veel patiënten weten hoe het met mijn kinderen gaat en ze informeren daar ook regelmatig naar. Als huisarts kun je kiezen voor betrokkenheid met distantie, maar je kunt ook kiezen voor betrokkenheid met een stukje nabijheid. Ik kies voor het laatste en merk dat mijn band met de patiënten daardoor hecht is. Maar ik begrijp mijn collega’s die hier niet voor kiezen ook goed.” Hoe kijk je terug op de afgelopen 20 jaar met de wijsheid van nu? “Toen ik net begon, was ík de dokter. Ik had de opleiding gedaan, ík had de kennis en ík zei tegen patiënten wat er moest gebeuren. Daar was ik vrij rechtlijnig in en waarschijnlijk soms onuitstaanbaar. Ik ben er wel achter gekomen...

Lees Verder
Zorg over zorg in achterstandwijken
mrt23

Zorg over zorg in achterstandwijken

Hoogleraren huisartsengeneeskunde pleiten voor een drastische verkleining van de huisartsenpraktijk, met minder patiënten, vanwege te hoge werkdruk. Vooral bij dokters in  achterstandswijken is de nood enorm hoog, omdat de gezondheidsproblematiek in zo’n wijk nog veel omvangrijker is. Want hoe lager op de sociale ladder, hoe meer kans op diabetes, hart- en vaatziekten en kanker.  Het gevaar inschattingsfouten ligt op de loer. Er is te weinig extra geld beschikbaar voor achterstandspraktijken en de extra middelen die er zijn, zijn slecht verdeeld. Vanwege strikte criteria voor het al of niet behoren tot een achterstandswijk kan maar een beperkt aantal huisartsen vijf minuten extra aan een zieke patiënt besteden. Als voorbeeld: vanwege het vele groen in de wijk wordt de Bijlmer niet aangemerkt als achterstandswijk. In een achterstandswijk in Tilburg wil zelfs geen enkele huisarts zich vestigen. Er wordt een gloednieuw huisartsenpraktijk gebouwd, die kant en klaar gereedstaat voor een huisarts, maar deze heeft zich nog niet gemeld. Bewoners moeten daarom naar de huisartsenpost. Meervoudige problematiek Patiënten in achterstandswijken zijn vaak laaggeletterd, het duurt lang voordat ze begrijpen wat ze mankeren en hoe ze hun medicijnen moeten innemen. Sommige mensen halen de voorgeschreven medicijnen niet eens op bij de apotheek, omdat ze het eigen risico niet kunnen betalen. Schulden, werkloosheid, slechte behuizing: dat leidt tot stress en die hebben negatieve invloed op de gezondheid. Meer chronische ziekten en veel meer psychische problematiek. De artsen in de wijken worden daar dagelijks mee geconfronteerd. En als de dokter zelf eens ziek is of met zwangerschapsverlof moet, is er nauwelijks vervanging te vinden. Zembla heeft de praktijk van de achterstandsdokter onderzocht. Ze nemen een kijkje in gezondheidscentrum Gein in Amsterdam-Bijlmer, bij een huisartsenpraktijk in Almelo en de wijk Lombardije in Rotterdam. Apotheek in achterstandswijken Zembla filmt ook de aanpak van de apotheek in de Bijlmer, waar bij de balie gewerkt wordt met iconen voor het gebruik van medicatie. De uitzending gaat ook in op de toename van het gebruik van opiaten. Morfinepreparaten worden in de armste wijken 42% meer gebruikt dan in welgestelde wijken. Het gebruik van slaapmiddelen ligt zelfs 75% hoger. Terugzien? De uitzending was op 21 maart, maar is uiteraard terug te zien. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Geneeskundestudenten hebben onvoldoende kennis van geneesmiddelen
mrt14

Geneeskundestudenten hebben onvoldoende kennis van geneesmiddelen

Vrijwel elke arts schrijft dagelijks geneesmiddelen voor. Maar veel bijna afgestudeerde artsen in Europa zijn niet goed in staat om geneesmiddelen effectief en veilig voor te schrijven. Ze hebben onvoldoende kennis over veel voorgeschreven medicatie. Ze maken zelfs regelmatig fouten in geneesmiddelrecepten voor bekende ziektebeelden. Dat blijkt uit onderzoek van klinisch farmacoloog David Brinkman. Hij heeft de kennis en vaardigheden van geneeskundestudenten in Europa over het voorschrijven van geneesmiddelen onderzocht en is daarop recent gepromoveerd. “Geneeskundeopleidingen in Europa moeten hun curriculum verbeteren zodat beginnende artsen deskundiger zijn in het voorschrijven van geneesmiddelen”, raadt hij aan. “Het blijkt dat een behoorlijk deel van de bijna afgestudeerde artsen in Europa momenteel niet goed in staat is om effectief en veilig geneesmiddelen voor te schrijven. Zo hadden de studenten onvoldoende kennis over veel voorgeschreven medicatie. Ook maakten zij regelmatig fouten in geneesmiddelrecepten voor bekende ziektebeelden, zoals longontsteking en hoge bloeddruk”. Onvoldoende aandacht voor farmacotherapie Eén van de belangrijkste oorzaken voor het gebrek aan deskundigheid ligt bij de opleiding. Vaak is er onvoldoende aandacht voor klinische farmacologie en farmacotherapie. Brinkman: “Het onderwijs is bij de meeste opleidingen in Europa nog erg traditioneel. Kennis wordt alleen verkregen uit hoorcolleges en zelfstudie uit boeken. Studenten die meer praktijkgericht onderwijs volgden, hadden betere kennis en vaardigheden dan studenten die traditioneel onderwijs volgden.” In Nederland krijgen geneeskundestudenten overigens wel praktijkgericht onderwijs. Verplicht voorschrijfexamen Brinkman doet meerdere aanbevelingen om het onderwijs in Europa te moderniseren. Zo kunnen pas afgestudeerden bekwamer worden in het voorschrijven van geneesmiddelen. Brinkman: “Studenten moeten meer in de praktijk worden getraind. Dit kan met simulatie of echte patiënten onder begeleiding van ervaren artsen.” Daarnaast vindt hij dat er een verplicht voorschrijfexamen moet komen voor alle Europese landen. “Geneeskundestudenten in Europa moeten dit examen halen voordat zij hun voorschrijfbevoegdheid krijgen. Daarmee wordt ingezet op verbetering van de kwaliteit en veiligheid van de patiëntenzorg.” Bron: VUmc Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Pagina 1 van 3123