Een gesloten farmacotherapeutisch traject
Mrt09

Een gesloten farmacotherapeutisch traject

Compleet dossier in de onderlinge waarneming – Voor huisarts Rob Beumer is de vergaande samenwerking met de drie Pharmacom-apotheken in Best het belangrijkste voordeel van Medicom. Maar ook het complete dossier in de onderlinge waarneming en de altijd actuele ondersteuning van zorg en voorschrijven zijn absoluut pluspunten, vertelt hij. Het Medicom-Pharmacom samenwerkingsverband in Best telt dertien huisartsen en drie apotheken. “Het allergrootste voordeel daarvan is dat het farmacotherapeutisch traject voor de patiënt gesloten is”, vertelt huisarts Rob Beumer. De samenwerking in Medicom en Pharmacom is niet te vergelijken met het receptenverkeer tussen andere systemen, legt hij uit. “Bij ons is het ‘what you see is what you get’. De apotheker en ik kijken naar dezelfde gegevens. Er is een betrouwbaarheid van honderd procent.” En dat is niet het enige, vervolgt Beumer. “Ik krijg in Medicom dezelfde bewakingssignalen als de apotheek en kan daarop anticiperen. Ook kan ik met de apotheek informatie uitwisselen over de context van de patiënt. Compleet dossier in de waarneming In de onderlinge waarneming binnen het cluster beschikken de Medicom-gebruikers over het complete patiëntendossier, inclusief specialistenbrieven en dergelijke. Ideaal, vindt Beumer. “Als ik zelf waarneem én wanneer ik mijn patiënten toevertrouw aan een ander. Weer terug in de praktijk zie ik eenvoudig in het contactverslag wie bij een collega is geweest en waarvoor. Mijn dossiers en declaraties zijn netjes bijgewerkt.” “Het allergrootste voordeel is dat het farmacotherapeutisch traject voor de patiënt gesloten is.” Robuust Medicom is een robuust systeem, verklaart Beumer. “Het is altijd in de lucht. Je kunt meer agenda’s en meer dossiers naast elkaar open zetten, daar leidt de performance niet onder. Ik doe dat zelf bijvoorbeeld om te zien of een patiënt door de assistente of POH-er gezien kan worden.” De actielijst wordt binnen de praktijk veelvuldig gebruikt voor taakdelegatie. “Bijvoorbeeld om de assistente in te plannen voor aanvullend onderzoek of haar een berichtje te sturen over een patiënt die van de spreekkamer naar de balie loopt.” Gestructureerde zorg Om gestructureerde zorg te leveren en deze eenduidig vast te leggen, gebruikt Beumer de protocollen in Medicom. Die worden gemaakt en beheerd door Health Base. “’Meetwaarden eigen praktijk’ is een klein en handig protocol. Als je lengte en gewicht invoert, rekent hij automatisch de BMI uit. Het protocol voor de diabetes kwartaalcontrole zorgt ervoor dat ik niks vergeet te bespreken.” Absoluut fan is Beumer van het Formularium in Medicom. “Ik adviseer alle collega’s om daarvan gebruik te maken. Het is uitstekend gevuld en wordt door Health Base bijgehouden op basis van de laatste standaarden.” Innovatiekracht Belangrijk vindt Beumer de innovatiekracht van Medicom. De huisartsenzorg staat voor uitdagingen waarbij ICT kan helpen. “Bijvoorbeeld door het...

Lees Verder
Elkaar kennen is de basis, samenwerken een voorwaarde
Jan12

Elkaar kennen is de basis, samenwerken een voorwaarde

Janneke Bressers (33) is huisarts in Vinkel. Een kleine, laagdrempelige praktijk in het hart van een dorp waar mensen elkaar kennen. Waar zorg op maat bijna vanzelfsprekend is en waar men van mening is dat niet elke patiënt in een protocol te vangen is. Janneke straalt als je haar vraagt waarom ze haar vak zo boeiend vindt: ”Ik vind het fijn dat ik tússen de mensen sta. In een huisartspraktijk komen patiënten met name omdat ze willen weten hoe ze in het dagelijks leven met hun ziekte moeten omgaan. Ik ben vooral bezig met het leven.” De eerste lijn krijgt een steeds prominentere positie binnen de gezondheidszorg en huisartsen en apothekers moeten intensiever gaan samenwerken om de zorg kwalitatief hoog te houden. Daarom organiseerde de VJA in 2015 in samenwerking met de Landelijke Organisatie van Aspirant Huisartsen (LOVAH) voor het eerst een symposium met het thema: ‘Samen werken of samenwerken, in welk sprookje geloof jij?’ Janneke was een van de organisatoren van dit succesvolle event dat een vervolg krijgt. Janneke: “De laatste anderhalf jaar van mijn studie ben ik actief geweest binnen de LOVAH, onder andere als voorzitter van de werkgroep onderwijs. Voorafgaand aan het symposium kwamen we al brainstormend tot de conclusie dat je het beste zo vroeg mogelijk kunt beginnen met samenwerken; tijdens de opleiding al. Daar moet de basis worden gelegd.” Hoogste tijd om elkaar beter te leren kennen? Janneke: “Zeker! Het symposium werd goed bezocht en iedereen was super enthousiast. Het organiserend team bestond uit zes huisartsen in opleiding en vijf jonge apothekers. Iedereen vond het belangrijk om dichter tot elkaar te komen. Om meer van en over elkaar te horen. Hoe denken apothekers over ons vak en andersom? Wat zijn de vooroordelen? Ik kreeg er veel energie van. Het volgende symposium van de VJA en de LOVAH is op 30 januari 2017 en gaat over therapietrouw: ‘Pil zoekt trouw. Hét recept voor een goed huwelijk.” Welke vooroordelen zijn er over en weer? “Even diep in mijn geheugen graven. Vooroordeel over apothekers was dat ze soms lui gevonden worden en zich in een kantoortje achter de computer verschuilen. Het vooroordeel over huisartsen is dat wij weinig kennis van geneesmiddelen hebben.” Hoe overbrug je vooroordelen? “Door te zoeken naar gemeenschappelijke delers. Wat kun je met elkaar delen zodat je samen de zorg beter en veiliger maakt. Dan gaat het over kennis maar ook over logistiek bijvoorbeeld. In de huisartsenpraktijk waar ik werk, werken we intensief samen met de apotheek. Dat vind ik heel prettig. De apotheker heeft toegang tot het elektronische patiëntendossier zodat hij kan zien welke geneesmiddelen patiënten gebruiken en welke labwaarden ze hebben. Dat...

Lees Verder
Afschaffing formulier leidt niet tot ander voorschrijfgedrag
Dec05

Afschaffing formulier leidt niet tot ander voorschrijfgedrag

Huisartsen moesten bij het voorschrijven van een merkgeneesmiddel waarvoor ook generieke varianten bestaan, het formulier “Medische Noodzaak” invullen. In het kader van het “Het roer gaat om” is deze verplichting begin dit jaar vervallen. Nivel heeft onderzocht of dit heeft geleid tot verandering in het voorschrijven van merkgeneesmiddelen. Dat is niet het geval. De maatregel was indertijd ingevoerd om ervoor te zorgen dat de patiënt het middel toch vergoed kreeg van zijn zorgverzekeraar, ondanks dat er een goedkoper alternatief is. Een overbodige handeling, vond men in het kader van “Het roer gaat om”, het manifest om te komen tot minder administratie en rompslomp in de huisartsenzorg. Er kan ook op een eenvoudiger manier aangegeven worden dat het gaat om medische noodzaak.  Een compleet formulier invullen zag men als een te grote administratieve belasting. Daarom is het sinds 1 januari jl. voldoende als de huisartsen alleen op het recept aangeven dat het gaat om medische noodzaak. Vermelding op het recept volstaat om de zorgverzekeraar het merkgeneesmiddel te laten vergoeden. Geen verandering Het lijkt een logisch aanpassing, waar niemand moeilijk over doet. Toch vond men het noodzakelijk om te kijken of door deze vereenvoudigde handeling huisartsen niet ineens meer merkgeneesmiddelen gaan uitschrijven. En wat blijkt? Huisartsen hebben hun voorschrijfgedrag niet veranderd. Je kunt je ook afvragen waarom ze dat zouden doen, maar dat is nu ook daadwerkelijk aangetoond. De onderzoekers hebben gekeken naar het voorschrijfgedrag van een cholesterolverlager, maagzuurremmers en bloeddrukverlagers. Middelen waarvan in slechts 5% een merkgeneesmiddel wordt voorgeschreven en dat is dus zo gebleven. Ook in de ADHD-medicatie is het voorschrijven van merkgeneesmiddelen niet toegenomen. Maar…., zo zegt het Nivel: “Het verlichten van de administratieve lasten voor huisartsen heeft niet geleid tot veranderingen in de geleverde zorg. De analyses zijn wel kort na de verandering in het beleid uitgevoerd. Op de lange termijn kan nog wel een verandering plaatsvinden”. Is deze veronderstelling reden voor een volgend onderzoek? Onder redactie van Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Drijfveren: Code A49.02
Jun02

Drijfveren: Code A49.02

“De rode draad in mijn leven is dat ik langs een slootje loop en naar de overkant spring waar ik andere zorgverleners uitleg wat apothekers allemaal doen. Tegelijkertijd wil ik heel graag weten wat er aan die overkant gebeurt. Daarna kunnen we samen bekijken of het wenselijk is om een bruggetje te bouwen en gaan we aan de slag”, verklaart dr. Luc(retia) Peeters (63) poëtisch. We hebben afgesproken in Gezondheidscentrum Hoensbroek-Noord waar ze is voor haar wekelijks farmaceutisch overleg met huisarts Hanka Zwanikken. In haar grote HEMA tas zit het omvangrijke Informatorium Medicamentorum en Commentaren Medicatiebewaking: “Gelukkig heb ik het Farmacotherapeutisch Kompas digitaal.” De samenwerking tussen Luc en het academisch gezondheidscentrum is twee jaar geleden begonnen. Luc: “Er is een lijst van 150 patiënten opgesteld door een van de huisartsen met criteria zoals het aantal geneesmiddelen en de leeftijd van de patiënt. Ik bereid de medicatiebeoordelingen voor. Daartoe heb ik inzage in het Huisartsen Informatie Systeem. Per overleg bespreken we vijf of zes patiënten. Verder woon ik iedere week met de huisartsen het MDO bij met de internist, die voorafgaand aan het overleg spreekuur heeft in dit gezondheidscentrum. Tijdens het MDO worden alle patiënten besproken waar vragen over zijn. Je vult elkaar aan met de kennis die je hebt. Samen zorg je zo veel beter voor de patiënt. En ja, ik vind het heel erg leuk om te doen. Heb hier al veel geleerd.” Het heeft zin Hanka en Luc zitten een uur zij aan zij achter de computer en nemen een voor een de patiënten door. Hanka: “Er zijn veel zorgprofessionals die vinden dat overleg tijd kost. Maar onder aan de streep levert deze samenwerking wel degelijk wat op. Dit heeft echt zin. Je wordt ‘gedwongen’ om het medicatiegebruik goed in kaart te brengen; dossiers worden bijgewerkt. Polyfarmacie hoort er gewoon bij. Op deze manier is er duidelijk sprake van toename van kennis waardoor de kwaliteit van zorg voor de patiënt verbetert. Verkeerde combinaties van medicijnen worden voorkomen en geneesmiddelen worden op tijd stopgezet. Ik merk aan mezelf dat ik steeds zekerder word over de zorg die ik lever. En zo samen achter de pc zitten, is heel effectief gebleken. Het moet op persoonlijk vlak natuurlijk ook klikken. Als de een feedback geeft en de ander gaat meteen met de hakken in het zand dan gaat het niet werken.” Laat je pen eens zien Luc studeerde in ‘79 af en runde twintig jaar een eigen apotheek. Ze gaf vijftien jaar les aan huisartsen in opleiding aan de Universiteit van Maastricht. In 2000 promoveerde ze op een longitudinaal onderzoek naar voorschrijfgedrag bij huisartsen. “Voor dit onderzoek heb ik vijf...

Lees Verder
Apotheker ondersteunt huisarts met farmacotherapie
Mei26

Apotheker ondersteunt huisarts met farmacotherapie

Apothekers en huisartsen werken al samen. Maar een apotheker in dienst van de huisarts om zo de huisarts dagelijks te ondersteunen op het gebied van farmacotherapie is een stap verder. En het werkt, zo laten twee enthousiaste zorgverleners in het Julius gezondheidscentrum in het Utrechtse Vleuten zien. De apotheker in dienst van de huisarts. De farmacotherapeutisch specialist ondersteunt collega huisarts dagelijks bij de farmacotherapie, screent bepaalde patiëntgroepen waar verbetering van de farmacotherapie mogelijk is, nodigt deze uit en gaat het gesprek aan om de medicatie te  optimaliseren, voert zelfstandig consulten met patiënten over polyfarmacie en gaat op huisbezoek. Initiatiefnemer van dit plan is apotheker en onderzoeker Anne Leendertse. Zij is bekend van het HARM-onderzoek dat in 2008 aantoonde dat 1 op de 18 patiënten door medicatiefouten acuut in het ziekenhuis terechtkomt. Waarom zou de apotheker niet samen met de huisarts naast de patiënt kunnen staan en de patiënt behandelen met een eigen zorgvraag op het gebied van farmacotherapie? Een clinical pharmacist is een apotheker, maar dan eentje zonder eigen praktijk. Naast elkaar In het LRJG gezondheidscentrum in Vleuterweide zitten huisarts Iemke Holtman en farmacotherapeut Ankie Hazen collegiaal naast elkaar. Op de bovenverdieping terwijl beneden een openbaar apotheker zit. “Toen het plan ontstond om een apotheker te laten meedraaien in deze praktijk, vond ik het een beetje een vaag plan”, vertelt huisarts Holtman. “We hebben toch al een apotheker hier beneden? Ik stond er niet negatief tegenover, maar was wel beducht voor hoeveel tijd dit allemaal zou gaan kosten. En wat ik er voor terug zou krijgen. Ik hoopte dan ook dat de farmacotherapeut mij zou kunnen ondersteunen bij bijvoorbeeld polyfarmacie. Daar komen huisartsen in de praktijk amper aan toe. Je weet dat er winst is te behalen met polyfarmacie, maar het kost je ook veel tijd. Ook het FTO kon beter vond ik. Tijdens het FTO maakten we ook wel verbeterplannen, maar dat blijft vaak steken bij het maken van plannen. Helaas word je als huisarts te veel geleefd bij de dag.” Heel enthousiast “Nu zijn we een jaar verder en ben ik echt heel enthousiast over de samenwerking met de farmacotherapeut hier in de praktijk. Ik zou niet meer anders willen. Wij en de patiënten ervaren dagelijks de meerwaarde en willen graag verder met deze werkwijze.” Farmacotherapeut Ankie Hazen zit er glunderend bij. Ook zij kon niet bevroeden dat de samenwerking zoveel effect zou hebben. “Voordat ik hier begon was ik al apotheker in de openbare apotheek. Daarnaast doe ik een promotieonderzoek en geef ik onderwijs. In de openbare apotheek voelde ik me echter onvoldoende zorgverlener. De inhoud van het vak is zo leuk en zo zinvol, maar...

Lees Verder
Hallo huisarts!
Mei24

Hallo huisarts!

Een hartelijk en welgemeend welkom aan alle huisartsen in Nederland! Welkom bij de nieuwste editie van FarmaMagazine. Uw nieuwe lijfblad en website www.farma-magazine.nl.  Waar u de nieuwste trends en ontwikkelingen leest op het gebied van farmacotherapie. Als hoofdredacteur wens ik u veel leesplezier en volop inspiratie voor bijvoorbeeld het komende farmacotherapeutisch overleg! Zeg, Bas, wat ben je aan het doen! Stop eens met dat verkooppraatje. Heb je met je magazine net een hele aardige positie opgebouwd bij apothekers, heb je een trouwe lezersgroep van beslissers in de farmacie, kunnen de zorgverzekeraars en politici ook niet meer om FarmaMagazine heen en dan stuur je het magazine nu ook naar alle huisartsen? Waar ben je mee bezig? Precies, Niels. Huisartsen en apothekers hebben elkaar nodig, kunnen van elkaar leren en elkaars positie versterken. Ons land telt al 850 actieve FTO-groepen, honderden gezondheidscentra, Ahoeden en ga zo maar door. En de relatie tussen de twee zorgverleners zal alleen maar sterker worden gezien de ontwikkelingen in de zorg: zorg lokaal, betaald per prestatie, de toenemende macht van de zorgverzekeraar en de industrie. Got the picture? Het begint te dagen, Bas. Je wil dus eigenlijk de farmaceutische zorg naar een hoger plan tillen. En wie kunnen dat beter dan de apotheker en huisarts samen. Zoals die apotheker en huisarts in het Utrechtse Vleuten dat al doen. De apotheker is net als de huisarts in dienst van het gezondheidscentrum. En via een verlengde arm ondersteunen die twee elkaar om zo de farmaceutische zorg goedkoper en efficiënter te maken. En het werkt zo laat onderzoek zien. Sterker nog, Niels, de huisarts in het artikel in deze editie zou niet anders willen dan een apotheker in de praktijk. Samenwerken in plaats van domeindenken, delen in plaats van landje pik. De zorg lijkt inmiddels te begrijpen hoe het ook kan. Voorlopig krijgen alle huisartsen driemaal per jaar een editie van FarmaMagazine in de bus. Ik hoor dan ook graag wat onze lezers ervan vinden. Misschien is het een idee dat huisarts en apotheker de totale inhoud van deze editie bespreken tijdens het komende FTO, Bas.  Bijvoorbeeld over de herziene NHG-standaard COPD? Nu moet jij stoppen met je verkooppraatje, Niels Bastiaan Witvliet, hoofdredacteur Niels van Haarlem,...

Lees Verder
Anne Leendertse: Apotheker in dienst van de huisarts
Dec12

Anne Leendertse: Apotheker in dienst van de huisarts

Apothekers in de huisartspraktijk maken patiënten beter met pillen maar vooral met praten. Dr. Anne Leendertse gelooft in de apotheker in dienst van de huisartsenpraktijk. In tien praktijken draait de apotheker al mee als volwaardige zorgverlener. En als collega van de openbare apotheker. Is ze nu apotheker of onderzoeker? Of een Don Quichot die vecht tegen de zittende orde die zo graag vasthoudt aan veilige conventies? In ieder geval is zij heilig overtuigd van de toegevoegde waarde van de apotheker als zorgverlener voor de individuele patiënt. Anne Leendertse noemt zichzelf clinical pharmacist. Een apotheker die naast de patiënt staat en die de patiënt behandelt als individu, met een eigen zorgvraag. Een apotheker zonder drop, zoals ze dat zelf noemt. Ze is bekend van het HARM-onderzoek dat in 2008 aantoont dat 1 op de 18 patiënten door medicatiefouten acuut in het ziekenhuis terechtkomt. Dat onderzoek was een opstapje naar haar huidige onderzoek. In het Julius Centrum in Utrecht, dat onderzoek doet naar gezondheidswetenschappen en eerstelijnsgeneeskunde startte in maart van dit jaar het onderzoek naar de rol van de apotheker-farmacotherapeut bij de huisarts. Waarom bent u begonnen met het onderzoek apotheek in de huisartspraktijk? “Twee jaar ben ik bezig geweest om de medicatiebeoordeling te implementeren in de apotheek en huisartspraktijk. Dat heeft niet de gehoopte gezondheidswinst opgeleverd. In de openbare apotheken lukte het niet om onder de huidige omstandigheden de farmacotherapie te optimaliseren. Bovendien hebben apothekers het al zo druk en is er weinig tijd in de apotheek om de beoordeling echt goed te doen. Daarnaast is de samenwerking tussen openbare apotheek en huisarts niet altijd optimaal. Tot slot hebben apothekers niet veel klinische ervaring en zijn onvoldoende vaardig om een consult te voeren met de patiënt. Maar ik wilde niet opgeven.” Omgaan met onzekerheden Volgens Leendertse is er in huidige opleiding tot apotheker onvoldoende aandacht voor klinisch denken en doen. De nadruk ligt vooral op de medicatie.  “De opleiding is productgericht. Het woord patiënt valt wel, maar leren denken als een patiënt, daar is weinig aandacht voor. De focus op dat productgerichte zie je terug in de dagelijkse praktijk van de openbare apotheker. Apothekers zijn nu eenmaal gewend om tot vier decimalen achter de komma te denken en te handelen. Onmisbare kwaliteiten als het gaat om controleren van medicatie of de analyse van patiëntengroepen. Maar in de wereld van de zorg, en zeker in die van de patiënt, moeten apothekers leren omgaan met onzekerheden. Afwegingen maken en  verantwoordelijkheid nemen voor je besluiten, dat vinden apothekers een uitdaging. En toch zijn juist dat competenties die je nodig hebt, wil je een goed consult voeren met de patiënt. Wat zegt de patiënt...

Lees Verder
De huisarts: Intussen bij de buren
Mrt25

De huisarts: Intussen bij de buren

Utrecht – Dé samenwerkingsvorm voor de toekomst is het eerstelijns gezondheidscentrum. Dit aantal zal richting 2020 meer dan verdubbelen tot zo’n 1.000 in Nederland. Aldus de thema-update Gezondheidszorg die Rabobank Cijfers & Trends op 21 maart uitbracht. Deze beschrijft ontwikkelingen bij de belangrijkste samenwerkingspartner voor de apotheker: de huisarts. De huisarts vormt de belangrijkste schakel in de gezondheidszorg in Nederland. De Rabobank verwacht dat tot 2020 zo’n 2.000 huisartsen hun praktijk zullen overdragen of beëindigen. Op basis van het onderzoek dat tussen oktober 2013 en februari 2014 is uitgevoerd, verwacht de bank dat minimaal 2.500 nieuwe huisartsen nodig zijn om de komende vijf jaar het kwaliteitsniveau op peil te houden en kleinere praktijken mogelijk te maken. Dan kunnen meer activiteiten in de eerste lijn gerealiseerd worden en wordt meer parttime werk mogelijk. Het aanbod van huisartsenzorg is de laatste jaren sterk veranderd, vervolgt het rapport. Oorzaken zijn deeltijdwerk, feminisering, groepspraktijken, werken in loondienst en samenwerkingsverbanden. Het aanbod van huisartsen neemt af door vergrijzing en meer parttimers, met soms grote regionale verschillen. Het aantal duo- en groepspraktijken groeit, net zoals de samenwerking in de eerste lijn. Bijvoorbeeld met de apothekers. De huisarts staat nu voor strategische keuzes, die bij voorkeur op basis van een gezamenlijke regiovisie met zorgverleners in de andere beroepen, gemaakt moeten worden. Dan gaat het om (1) samenwerking in de wijk en met de gemeente, (2) samenwerking met de eerste en/of tweede lijn, (3) het overnemen van taken uit de tweede lijn en het inzetten van e-health en (4) het opzetten van nieuwe diensten. Nieuwe diensten dienen zich aan in de GGZ, in de ouderengeneeskunde, in het virtuele consult of in het samen met apothekers opbouwen van de medicatiebeoordeling. Uit onderzoek onder 100 startende huisartsen blijkt dat zij een grote voorkeur (81%) hebben om te gaan werken in een eerstelijns gezondheidscentrum met meerdere disciplines onder een dak. De meerderheid streeft naar samenwerking met collega’s, slechts 16% geeft er de voorkeur aan om als solist te beginnen. Door starters wordt eerst de keuze gemaakt om met collega huisartsen samen te werken, om pas daarna de stap te zetten naar eerstelijns gezondheidscentra met diverse zorgdisciplines. Nederland telde in 2003 circa 200 gezondheidscentra, dat steeg naar 470 in 2013. De laatste jaren is een inhaalslag buiten de verstedelijkte gebieden waar te nemen. In 2020 zal het aantal gezondheidscentra verdubbeld zijn. Daarbij blijkt het verbouwen van bestaande gebouwen veelal de beste optie. — De Thema-update Gezondheidszorg is te downloaden via: http://www.rabobank.nl/images/thema_update_gezondheidszorg_defbev_29633856.pdf...

Lees Verder
Jan Erik de Wildt: Apothekers worden wakker nadat de koek al is verdeeld…
Jun13

Jan Erik de Wildt: Apothekers worden wakker nadat de koek al is verdeeld…

Jan Erik de Wildt: De eerste lijn gaat op de schop. Met de huisarts als regisseur van de zorg in de wijk. Maar wat is de positie van de apotheker in dit veranderende speelveld? Jan-Erik de Wildt, adviseur in de eerste lijn, directeur bedrijfsvoering van een innovatieve zorg­groep: “Schaalgrootte in de openbare farmacie zal toenemen. Een grotere achterban betekent meer marktmacht.” In landen als Canada en Zweden werkt het al. En in ons land wordt er volop mee geëxperimenteerd: populatiebekostiging. Populatiebekostiging wil zeggen dat de financiering van de zorg gericht is op een bepaalde populatie, waarbij het totale zorgaanbod inclusief preventie en nazorg in samenhang aangeboden en bekostigd wordt. Mooie woorden maar waar het op neerkomt is dat het ‘aantal en type’ mensen in een gebied bepaalt hoeveel geld je als zorgverlener ontvangt voor je inspanningen. Niet dat alle gebieden hetzelfde bedrag krijgen. Er wordt rekening gehouden met het type gebied en het type bewoner.  Het voordeel is dat, anders dan in het huidige systeem, ook de zorg- en welzijnsfuncties die gericht zijn op het realiseren van gezondheidswinst kunnen worden gefinancierd. Maar hoe populatiegerichte  bekostiging er precies uit zal zien, is nog niet helemaal duidelijk.  De regering heeft nu in ieder geval zo’n 250 miljoen euro beschikbaar gesteld om wijkverpleegkundigen meer in de wijk actief te laten zijn. De verwachting is dat zeker in achterstandswijken dit resultaat zal opleveren. De drempel om naar de huisarts of apotheker te gaan is in die wijken vaak nog groot. Onderaannemer De vraag is natuurlijk wat de gevolgen voor de eerste lijn zullen zijn. Gaat de wijkverpleegkundige straks de medicatiebewaking doen omdat die toch bij de mensen thuis komt? Nemen de huisartsen deze rol over? Of gaat de apotheker dit alsnog doen? Alsnog, want de positie van de apotheker in dit nieuwe business model is niet altijd even duidelijk. Soms doet de apotheker niet eens mee want is zijn rol even ‘vergeten’. Een andere keer worden apothekers zelf pas wakker als de koek al is verdeeld. In veel gevallen is de huisartsenorganisatie de budgethouder en reguleert de patiëntenstroom binnen de nulde, eerste en tweede lijn. Belangrijk daarbij is dat deze organisaties zorg mogen organiseren op een manier die niet per se valt binnen de traditioneel vastgestelde budgetten. Linksom of rechtsom, dat maakt niet uit. Als er onder de streep maar besparingen overblijven. Een deel van de besparingen zou dan weer in de zorg terug kunnen komen voor innovatie. Voor apothekers rest vaak niet meer dan een rol van onderaannemer. Maar die rol van onderaannemer geldt ook voor andere zorgverleners. Aan de andere kant ontstaan ook kansen voor apothekers. Denk aan de mogelijkheid dat...

Lees Verder
Britse apothekers wijzen de weg
Feb08

Britse apothekers wijzen de weg

Nederlandse patiënten bezoeken voor de behandeling van kleine kwalen zoals verkoudheid, hoesten, hooikoorts of lichte eczemen nog steeds massaal de huisarts. Dat kan ook anders, bewijst de Britse gezondheidszorg. Patiënten kunnen daar voor consult en behandeling van kleine kwalen terecht bij de apotheker, in het kader van de farmaceutische Minor Ailment Services. De Britse cijfers liegen er niet om. Patiënten in Groot-Brittannië brengen jaarlijks 57 miljoen bezoeken aan de huisarts voor de behandeling van kleine kwalen zoals verkoudheid, hoestklachten of milde allergieën zoals hooikoorts. Want ook in Groot-Brittannië is het, evenals in Nederland, volstrekt normaal dat je voor allerlei kleine klachten meteen, en veelal kosteloos, naar de huisarts stapt. Maar dat betekent wel gemiddeld een dag per week werk voor de huisarts. Kosten: jaarlijks twee miljard pond, oftewel ruim twee miljard euro. Dat bedrag is de National Health Service (NHS), de Britse ziektekostenverzekering, jaarlijks kwijt aan consulten aan patiënten met zogeheten minor ailments, de Britse benaming voor een scala aan kleine klachten of kwalen [zie kader]. De Britse huisarts wordt dus zwaar belast, en dat terwijl deze consulten in de meeste gevallen slechts neerkomen op het geruststellen van de patiënt. Dat is over het algemeen voldoende. In 2007 deed de Proprietary Association of Great Britain (PAGB), de Britse vereniging van producenten van OTC-geneesmiddelen en voedingssupplementen, en de Pharmaceutical Services Negotiating Committee (PSNC), de belangenorganisatie voor de elfduizend openbare apothekers in Engeland en Wales, onderzoek naar de behandeling van kleine kwalen in de eerste lijn. Dat resulteerde in een White Paper. Daarin werd de rol van de apotheker bij de behandeling van minor ailments geanalyseerd en werden voorstellen gedaan om deze te versterken. “Uit de White Paper kwam naar voren dat apothekers een minder grote rol spelen bij de advisering, begeleiding en behandeling van kleine kwalen dan je op grond van hun expertise zou mogen verwachten,” vertelt Neil Patel, senior communicatiemedewerker van de Royal Pharmaceutical Society, de Britse zusterorganisatie van de KNMP. “En het toonde tevens aan dat als je deze consultaties zou overdragen aan de apothekers, de huisarts daarmee minstens een dag per week zou overhouden voor de behandeling van patiënten met meer complexe problematiek.” Voor de opdrachtgevers van de White Paper was dat voldoende reden om te pleiten voor een National Minor Ailment Programme, waarbij de apotheker het eerste aan­spreekpunt zou worden voor de consultatie van patiënten met kleine kwalen. Een belangrijke taak daarbij zou zijn het bevorderen van zelfzorg van deze patiënten. Goedkopere zorg Na het verschijnen van de White Paper is de nationale uitrol van het Minor Ailment programma in het Verenigd Koninkrijk daadwerkelijk ingezet, legt Patel uit. “Mede onder invloed van nieuwe contractonderhandelingen tussen overheid...

Lees Verder