Je hoeft niet ziek te zijn om beter te worden
aug08

Je hoeft niet ziek te zijn om beter te worden

‘Ze is een huisarts zoals je iedereen zou toewensen’, aldus een patiënt van Anneke Dalinghaus. ‘Vriendelijk, benader- baar en professioneel.’ Een mooi compliment voor een huisarts lijkt me. Anneke (64) blijkt een bezige bij: huisarts, kaderarts ouderengeneeskunde, vrouw en moeder van, schildert en spreekt haar talen. En als het even kan doet ze alles op de fiets. Een vrouw die het vak ademt. “Ik hou van mijn vak omdat ik het verschil kan maken. Ik kan mensen helpen om zichzelf beter te laten voelen. Wat het soms moeilijk maakt, is dat ik mijn beroep bén. Het is een manier van leven. Prima hoor, anders zou ik iets anders doen.” Huisartsenpraktijk Lidwina ligt in Stratum. In deze praktijk zijn drie huisartsenpraktijken gevestigd. Stratum is een van de zeven stadsdelen van de gemeente Eindhoven en telt ruim 33.000 inwoners. Het was oorspronkelijk een agrarische gemeenschap waar in de vorige eeuw ook sigaren- en textiel- industrie ontstond. Daarna deden ook grotere, moderne bedrij- ven hun intrede, zoals truckfabrikant DAF. Het is een gemê- leerde wijk met een groot aantal oudere bewoners. U bent 32 jaar geleden begonnen als huisarts. Hoe zag uw carrière er in vogelvlucht uit? “Voordat ik als eenpitter mijn praktijk begon in een nieuw- bouwwijk iets verderop, heb ik een aantal jaar met mijn man in Venezuela gewoond. Daar hield ik me onder andere bezig met de bestrijding van malaria. In 1991 kwamen we terug in Nederland en begon ik mijn praktijk in een noodgebouwtje. Aantal patiënten: 0. In 1995 werd ik de klassieke huisarts met praktijk aan huis. Wel zo handig als je drie kinderen hebt. Sinds 2006 zit ik in deze praktijk. Aantal patiënten: 2350. Als ik terug- kijk, is vooral de manier waarop we nadenken over gezondheid veranderd.” In welke zin anders? “Gezondheid werd vooral gezien als de afwezigheid van ziekte. Je was gezond als je geen ziekte had. Nu is gezondheid het gevoel van gezond zijn. Dit kan ook als je ziek bent of een chronische ziekte hebt. Arts-onderzoeker Machteld Huber introduceerde deze visie over positieve gezondheid in 2012 in Nederland. In haar zienswijze is gezondheid het vermogen om met fysieke, emotionele en sociale uitdagingen om te gaan en zoveel mogelijk de eigen regie te voeren. Het gaat om het vermogen om met veranderende omstandigheden om te kunnen gaan. Vroeger zeiden we: ‘Je bent een ‘diabeet’. Maar je bént niet je ziekte, je hébt een ziekte.” Hoe vertaalt deze visie zich in de praktijk? “Het betekent dat ‘de dokter’ niet meer degene is die tegen de patiënt zegt wat hij moet doen. We gaan samen op zoek naar hoe je zo gezond en prettig mogelijk...

Lees Verder
Dikkedarm- en prostaatkanker: Op het snijvlak van huisarts en specialist
aug06

Dikkedarm- en prostaatkanker: Op het snijvlak van huisarts en specialist

Zorg die steeds complexer wordt, een groter kennisaanbod en een steeds mondiger patiënt die meer onderdeel wil uitmaken van zijn eigen behandelplan: door deze én meer aspecten speelt de huisarts een onmiskenbare rol rondom de oncologiepatiënt van nu. Hiermee beet Emile Voest, medisch directeur van het Antoni van Leeuwenhoek (AVL), het spits af tijdens het huisartsensymposium over darm- en prostaatkanker dat dinsdag 19 juni jl plaatsvond in zijn centrum. Een aantal medisch-oncologen uit het AVL en onco-seksuoloog Woet Gianotten presenteerden onderzoeksresultaten die ook van belang zijn voor de praktijk van de huisarts. Op basis van reacties uit de zaal bleek het geen overbodige luxe te benadrukken dat huisartsen ook de seksuele gevolgen van darm- en prostaatkanker met de patiënt zouden moeten bespreken: weinig huisartsen gaven aan dit te doen. “Zo’n gemiste kans,” zei Woet Gianotten, seksuoloog gespecialiseerd in onco-seksuologie: “Seks is niet alleen belangrijk voor de kwaliteit van leven, intimiteit en seks helpen ook bij het proces van herstel. Bovendien verbetert adequate aandacht voor het seksleven het contact met de patiënt. “De cijfers liegen er niet om: afhankelijk van hoe belangrijk seks is, het soort kanker, het soort behandeling en de aanpak van de zorgverlener, ondervindt tussen de veertig en honderd procent van de patiënten en hun partners schade aan intimiteit en seksualiteit. Met soms grote gevolgen, zoals depressiviteit en stuklopen van de relatie. “Uitleggen dat schade aan het seksleven ook een gevolg is van de aandoening, maakt voor de meeste patiënten al een groot verschil,” zei Gianotten: “En dat er vaak ook iets aan gedaan kan worden.” Aan de hand van studies liet de seksuoloog zien dat seksuele schade per aandoening verschilt. Zo vergroten chirurgie en radiotherapie bij colorectale kanker bij de man de kans op erectie- en ejaculatieproblemen en bij de vrouw lubricatieproblemen en ovariële schade. Het hebben van een stoma, zo legde Gianotten uit, kan enorm belastend zijn voor het seksleven. “Als je klaarkomt, stijgt de oxytocinespiegel sterk, waardoor de colonperistaltiek toeneemt. Normaal zorgt de kringspier van de anus ervoor dat er dan geen ontlasting vrijkomt. Het colostoma mist zo’n kringspier en dus loopt het stomazakje dan vol, waardoor onrust en onzekerheid. Hier is weinig aan te doen, maar je kunt het in ieder geval bespreken. ” Veranderend sexleven Gianotten liet de gevolgen van prostaatkankerbehandelingen op het seksleven zien: Zo hebben patiënten na radicale prostatectomie erectieproblemen, anejaculatie en last van urine-incontinentie. “Het laatste is bij orale seks vervelend tijdens het klaarkomen,” zei Gianotten: “Overigens is dit makkelijk te voorkomen met een stuwbandje. Elke huisarts kan zo’n advies geven.” Na radiotherapie zijn de gevolgen ongeveer hetzelfde als bij chirurgie, maar daar komt bij dat mannen vaak niet...

Lees Verder
Samen aan tafel bij de zorgverzekeraar
jun22

Samen aan tafel bij de zorgverzekeraar

Apothekers en huisartsen in Zuid-Oost Brabant werken niet alleen nauw samen in farmacotherapie, ze zitten ook samen aan tafel met zorgverzekeraars. Want perfecte zorg met medicijnen zonder verspilling, is de wens van huisartsen, apothekers en patiënten samen, stellen initiatiefnemers Niels van Elderen (PoZoB) en Marc van Asten (CaZo). Voorschrijven, afleveren en gebruik van medicijnen is niet alleen een zaak van richtlijnen en bijsluiters. Kwaliteit van zorg, doelmatig voorschrijven en hogere therapietrouw begint bij samenwerking tussen apotheker en huisarts. Dat hebben ze in Zuid-Oost Brabant al in 2012 begrepen. Al jaren werken daar apotheker, praktijkondersteuner en huisarts nauw samen. Bij Praktijkondersteuning Zuidoost-Brabant werken 150 huisartspraktijken en ruim 200 praktijkondersteuners in de eerstelijns zorg samen voor patiënten met een chronische of psychische aandoening en voor kwetsbare ouderen. PoZoB is een onafhankelijke vereniging die intensief met andere partijen samenwerkt. Een van die partijen is Zorggroep Categorale Zorg (CaZo), een groep van zo’n 21 regionale apothekers. Het is een van de eerste zorggroepen die al jaren samenwerkt. Dat was in een tijd dat het tussen de diverse bloedgroepen apothekers – zelfstandigen en diverse ketens- lastig was om een vuist te maken en gezamenlijk op te treden in de regio. Visie op farmacie Directeur Niels van Elderen van PoZoB moet even nadenken wanneer het allemaal ook al weer begon. “We zijn al jaren bezig om samen met de apothekers van CaZo de farmaceutische zorg te verbeteren. Voor ons is samenwerken inmiddels heel normaal. Ik verbaas me er dan over dat dat in andere regio’s nog helemaal niet het geval is. De samenwerking hier ging overigens met horten en stoten. We zijn in 2012 begonnen met medicatiereviews voor diabetespatiënten, ondersteund door zorgverzekeraar CZ. Dat leek een eenvoudige vorm van samenwerking. Maar de praktijk was weerbarstiger. De ondersteuning van ICT was onvoldoende, we konden niet aan voldoende patiënten komen en de samenwerking tussen huisartsen en apothekers stond nog in de kinderschoenen. Zo was de rol van de apotheker toen nog niet duidelijk. Uiteindelijk vond CZ de uitkomsten onvoldoende: er werd te weinig bespaard op de kosten. Drie jaar later zijn we gestart met het omzetten van duurdere naar goedkopere statines, het Crestor-project. Uiteindelijk was alleen de zorgverzekeraar blij met de resultaten, want de kosten gingen omlaag. Maar huisarts, apotheker en patiënt werden er niet blij van: het project was veel te smal ingericht, leidde tot frustratie en richtte zich te veel op kostenbesparing. We stopten er 200.000 euro in en het leidde tot een besparing van 50.000 euro. Formularia kunnen zeker helpen om medicatiebeleid te verbeteren als iedereen eenduidig en transparant voorschrijft. Maar het doel moet wel verhogen van de kwaliteit van zorg zijn en niet...

Lees Verder
Samen verantwoordelijk  voor recept
jun01

Samen verantwoordelijk voor recept

Huisartsen en apothekers beseffen onvoldoende elkaars meerwaarde. Farmacotherapie kan alleen succesvol zijn als huisarts en apotheker actief samenwerken. “Want huisarts en apotheker zijn sámen verantwoordelijk voor het recept”, stelt Yvet Benthem voorzitter van LOVAH, de Landelijke Organisatie van Aspirant Huisartsen. Maar apothekers moeten niet op de stoel van de huisarts willen zitten. Ze wilde kinderarts worden, maar voelde zich niet thuis tussen de muren van het ziekenhuis. Eenmaal kennisgemaakt met het vak van huisarts wist ze het zeker: de huisarts kan in samenwerking met andere zorgverleners daadwerkelijk iets betekenen voor de patiënt. Huisarts, het mooiste vak ter wereld, vindt Yvet Benthem. “Het persoonlijke contact met patiënten is zo bijzonder. Huisartsen hebben een vertrouwensband, komen bij de patiënten thuis en leren de familie kennen. Samen met de patiënt op zoek gaan naar optimale zorg. Huisartsenzorg is individuele zorg. Natuurlijk, met protocollen en richtlijnen maar een goede huisarts kan die vertalen naar de individuele patiënt.” Nu zit ze in het derde jaar van de opleiding tot huisarts. Sinds vorig jaar is Yvet Benthem voorzitter van de LOVAH, de Landelijke Organisatie van Aspirant Huisartsen. En belangenbehartiger van alle circa 2300 huisartsen in opleiding. De LOVAH kijkt vooruit. Samen met de LHV, NHG en InEen werkt de vereniging aan een nieuwe toekomstvisie op de huisarts. “Natuurlijk praten wij mee over de toekomst van het vak! Onze generatie wordt geconfronteerd met de gevolgen van de substitutie van de tweede naar de eerste lijn. Het werkveld van de huisarts verbreedt, de maatschappij verwacht meer en meer van de huisarts, er komt meer werk op ons af. Hoe gaan we die substitutie in goede banen leiden en houden we toch voldoende tijd over voor de patiënt? Wij moeten nog 40 jaar werken en maken ons zorgen over de gevolgen van die substitutie.” Dat de werkdruk zal toenemen, daar is ze wel van overtuigd. Naast de substitutie, die extra druk zet op de praktijk, speelt immers de dubbele vergrijzing: meer ouderen die ook nog eens ouder worden en vaker een beroep doen op de eerstelijns zorg. “Op de huisartsenpost is er altijd wel iemand aanwezig die kan bijspringen als het nodig is. In de huisartsenpraktijk ontbreekt die mogelijkheid. Meer doen in de zelfde tijd, dat gaat bij huisartsen niet werken. De oplossing ligt in kleinere praktijken en het inzetten van extra handen zoals de verpleegkundig specialist in de huisartsenpraktijk, maar extra personeel betekent weer meer supervisie verlenen.” Farmacogenetica De huisarts is voorschrijver. Weten huisartsen eigenlijk wel voldoende van geneesmiddelen? Onderzoek van klinisch farmacoloog David Brinkman laat namelijk zien dat bijna afgestudeerde artsen in Europa onvoldoende in staat zijn om geneesmiddelen effectief en veilig voor te schrijven. Hij...

Lees Verder
Geneeskunde met een beetje geneeskunst
apr05

Geneeskunde met een beetje geneeskunst

De Reeshof is een nieuwbouwwijk ten westen van Tilburg waar in de jaren 80 de eerste woningen verschenen. Inmiddels wonen er 45.000 inwoners. Aan de rand van deze wijk is Huisartsenpraktijk Koolhoven gevestigd. Hier is Jan Smulders huisarts en praktijkhouder van een praktijk met ruim 6000 patiënten: “Ons motto is dat de patiënt centraal staat. Bij alles wat we doen. Onze praktijk moet een warme, vriendelijke plek zijn waar bezoekers zich gehoord en gezien voelen. Ik weet dat sommige collega’s mij zien als een man met een mening, doortastend en vooral vooruitstrevend. Maar het een hoeft het ander natuurlijk niet uit te sluiten.” Jan Smulders (56) werkt inmiddels 20 jaar als huisarts. Hij studeerde in 1998 af aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij is gehuwd en vader van vier kinderen. Jan: “Voetballen is altijd mijn passie geweest, mijn droom. Ik kon redelijk voetvallen maar niet goed genoeg om prof te worden. Dus als jij me vraagt of ik altijd huisarts wilde worden? Na profvoetballer zeker!” Wat vind je mooi aan het vak van huisarts? “Zeker in zo’n wijk als deze zie je patiënten opgroeien en ik groei mee. Kinderen waar je op kraamvisite bent geweest, worden volwassen. Samen maak je leuke, maar ook minder leuk dingen mee. Ik ken mijn patiënten en kom bij ze thuis. Ik mag vaak alles weten en ken veel diepe geheimen. Dat blijft boeien want iedereen is anders. Iedereen maakt andere keuzes, heeft een andere invulling van het leven, kent andere zorgen. En ik maakt het allemaal mee. Dat is prachtig.” Neem je je werk mee naar huis? “Doordat je zoveel mensen spreekt en zoveel verhalen hoort, kun je onmogelijk alles meenemen. Maar eerlijk is eerlijk, ik kan me niet voor alles afsluiten. Dat wil ik ook niet. Als het nodig is, geef ik mijn 06 nummer en kunnen patiënten me ‘s nachts bellen. Ik ben een open persoon en vertel ook over mezelf. Veel patiënten weten hoe het met mijn kinderen gaat en ze informeren daar ook regelmatig naar. Als huisarts kun je kiezen voor betrokkenheid met distantie, maar je kunt ook kiezen voor betrokkenheid met een stukje nabijheid. Ik kies voor het laatste en merk dat mijn band met de patiënten daardoor hecht is. Maar ik begrijp mijn collega’s die hier niet voor kiezen ook goed.” Hoe kijk je terug op de afgelopen 20 jaar met de wijsheid van nu? “Toen ik net begon, was ík de dokter. Ik had de opleiding gedaan, ík had de kennis en ík zei tegen patiënten wat er moest gebeuren. Daar was ik vrij rechtlijnig in en waarschijnlijk soms onuitstaanbaar. Ik ben er wel achter gekomen...

Lees Verder
Zorg over zorg in achterstandwijken
mrt23

Zorg over zorg in achterstandwijken

Hoogleraren huisartsengeneeskunde pleiten voor een drastische verkleining van de huisartsenpraktijk, met minder patiënten, vanwege te hoge werkdruk. Vooral bij dokters in  achterstandswijken is de nood enorm hoog, omdat de gezondheidsproblematiek in zo’n wijk nog veel omvangrijker is. Want hoe lager op de sociale ladder, hoe meer kans op diabetes, hart- en vaatziekten en kanker.  Het gevaar inschattingsfouten ligt op de loer. Er is te weinig extra geld beschikbaar voor achterstandspraktijken en de extra middelen die er zijn, zijn slecht verdeeld. Vanwege strikte criteria voor het al of niet behoren tot een achterstandswijk kan maar een beperkt aantal huisartsen vijf minuten extra aan een zieke patiënt besteden. Als voorbeeld: vanwege het vele groen in de wijk wordt de Bijlmer niet aangemerkt als achterstandswijk. In een achterstandswijk in Tilburg wil zelfs geen enkele huisarts zich vestigen. Er wordt een gloednieuw huisartsenpraktijk gebouwd, die kant en klaar gereedstaat voor een huisarts, maar deze heeft zich nog niet gemeld. Bewoners moeten daarom naar de huisartsenpost. Meervoudige problematiek Patiënten in achterstandswijken zijn vaak laaggeletterd, het duurt lang voordat ze begrijpen wat ze mankeren en hoe ze hun medicijnen moeten innemen. Sommige mensen halen de voorgeschreven medicijnen niet eens op bij de apotheek, omdat ze het eigen risico niet kunnen betalen. Schulden, werkloosheid, slechte behuizing: dat leidt tot stress en die hebben negatieve invloed op de gezondheid. Meer chronische ziekten en veel meer psychische problematiek. De artsen in de wijken worden daar dagelijks mee geconfronteerd. En als de dokter zelf eens ziek is of met zwangerschapsverlof moet, is er nauwelijks vervanging te vinden. Zembla heeft de praktijk van de achterstandsdokter onderzocht. Ze nemen een kijkje in gezondheidscentrum Gein in Amsterdam-Bijlmer, bij een huisartsenpraktijk in Almelo en de wijk Lombardije in Rotterdam. Apotheek in achterstandswijken Zembla filmt ook de aanpak van de apotheek in de Bijlmer, waar bij de balie gewerkt wordt met iconen voor het gebruik van medicatie. De uitzending gaat ook in op de toename van het gebruik van opiaten. Morfinepreparaten worden in de armste wijken 42% meer gebruikt dan in welgestelde wijken. Het gebruik van slaapmiddelen ligt zelfs 75% hoger. Terugzien? De uitzending was op 21 maart, maar is uiteraard terug te zien. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Geneeskundestudenten hebben onvoldoende kennis van geneesmiddelen
mrt14

Geneeskundestudenten hebben onvoldoende kennis van geneesmiddelen

Vrijwel elke arts schrijft dagelijks geneesmiddelen voor. Maar veel bijna afgestudeerde artsen in Europa zijn niet goed in staat om geneesmiddelen effectief en veilig voor te schrijven. Ze hebben onvoldoende kennis over veel voorgeschreven medicatie. Ze maken zelfs regelmatig fouten in geneesmiddelrecepten voor bekende ziektebeelden. Dat blijkt uit onderzoek van klinisch farmacoloog David Brinkman. Hij heeft de kennis en vaardigheden van geneeskundestudenten in Europa over het voorschrijven van geneesmiddelen onderzocht en is daarop recent gepromoveerd. “Geneeskundeopleidingen in Europa moeten hun curriculum verbeteren zodat beginnende artsen deskundiger zijn in het voorschrijven van geneesmiddelen”, raadt hij aan. “Het blijkt dat een behoorlijk deel van de bijna afgestudeerde artsen in Europa momenteel niet goed in staat is om effectief en veilig geneesmiddelen voor te schrijven. Zo hadden de studenten onvoldoende kennis over veel voorgeschreven medicatie. Ook maakten zij regelmatig fouten in geneesmiddelrecepten voor bekende ziektebeelden, zoals longontsteking en hoge bloeddruk”. Onvoldoende aandacht voor farmacotherapie Eén van de belangrijkste oorzaken voor het gebrek aan deskundigheid ligt bij de opleiding. Vaak is er onvoldoende aandacht voor klinische farmacologie en farmacotherapie. Brinkman: “Het onderwijs is bij de meeste opleidingen in Europa nog erg traditioneel. Kennis wordt alleen verkregen uit hoorcolleges en zelfstudie uit boeken. Studenten die meer praktijkgericht onderwijs volgden, hadden betere kennis en vaardigheden dan studenten die traditioneel onderwijs volgden.” In Nederland krijgen geneeskundestudenten overigens wel praktijkgericht onderwijs. Verplicht voorschrijfexamen Brinkman doet meerdere aanbevelingen om het onderwijs in Europa te moderniseren. Zo kunnen pas afgestudeerden bekwamer worden in het voorschrijven van geneesmiddelen. Brinkman: “Studenten moeten meer in de praktijk worden getraind. Dit kan met simulatie of echte patiënten onder begeleiding van ervaren artsen.” Daarnaast vindt hij dat er een verplicht voorschrijfexamen moet komen voor alle Europese landen. “Geneeskundestudenten in Europa moeten dit examen halen voordat zij hun voorschrijfbevoegdheid krijgen. Daarmee wordt ingezet op verbetering van de kwaliteit en veiligheid van de patiëntenzorg.” Bron: VUmc Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Medicatiebeleid bij multimorbiditeit: afstemming huisarts en apotheker 
nov03

Medicatiebeleid bij multimorbiditeit: afstemming huisarts en apotheker 

Om ouderen met multimorbiditeit van  passende medicatie te voorzien is een duidelijke afbakening van de doelgroep nodig en een goede organisatie van de zorg. Huisartsen en apothekers moeten dit gezamenlijk oppakken en de patiënt hierbij betrekken. Structurele overlegmomenten kunnen bijdragen aan een heldere visie op het complexe medicatiebeleid voor patiënten met multimorbiditeit en polyfarmacie. Huisartsen gaan verschillend om met medicatiebeleid bij polyfarmacie. Ze geven aan dat zij willen overleggen met andere huisartsen en apothekers over het medicatiebeleid voor ouderen met meerdere ziekten. Dit blijkt uit het proefschrift van NIVEL-onderzoeker Judith Sinnige. Vergrijzing vraagt om meer afstemming Het aandeel ouderen in de bevolking neemt toe. Omdat ouderen langer zelfstandig thuis blijven wonen, zal een steeds groter deel van de patiëntenpopulatie van de huisarts op leeftijd zijn. Een deel ervan komt bij de huisarts voor de behandeling van een diversiteit aan combinaties van chronische aandoeningen. Deze patiënten met multimorbiditeit gebruiken vaak veel verschillende geneesmiddelen. Overigens betreft dit niet alleen ouderen. Chronische ziekten komen al veel eerder voor. Dit betekent dus complexe zorg in de huisartsenpraktijk; niet alleen voor de alleroudsten maar ook voor de 55- tot 70-jarigen. Variatie in geneesmiddelenvoorschriften De complexiteit van deze zorg wordt nog eens onderstreept door de aangetoonde variatie in het aantal geneesmiddelvoorschriften per huisartsenpraktijk. Huisartsen gaan niet allemaal hetzelfde om met het medicatiebeleid bij polyfarmacie. Zo zijn er grote verschillen in het aantal geneesmiddelvoorschriften per huisartsenpraktijk. Huisartsen laten in gesprekken weten dat zij gemaakte keuzes in het medicatiebeleid regelmatig willen doornemen met andere huisartsen en apothekers. Structurele overlegmomenten of training kunnen bijdragen aan een heldere visie op het complexe medicatiebeleid voor patiënten met multimorbiditeit en polyfarmacie. Daarin moet aandacht zijn voor individuele wensen en voorkeuren van patiënten. Verdediging proefschrift
 Sinnige gaat in haar proefschrift “Multimorbidity and medication managment in general practice” in op de complexiteit van de behandeling van oudere patiënten met multimorbiditeit in de huisartsenpraktijk, met een specifieke focus op het geneesmiddelengebruik en het medicatiebeleid. Haar promotie vond plaats op 31 oktober jl. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Communicatie tussen de ketenpartners is de kern
jul12

Communicatie tussen de ketenpartners is de kern

Wie is verantwoordelijk voor de antistolling? Het is een vraag die de gemoederen van menig zorgverlener bezighoudt. Vooral nu steeds meer nieuwe generatie antistollingsmiddelen beschikbaar komen en steeds meer patiënten er afhankelijk van worden. Niet verwonderlijk dus dat de onlangs gehouden conferentie ‘Transmurale Antistolling, naar een sluitende antistollingsketen’ druk bezocht werd door alle betrokken partijen uit het veld. Conclusie? Communicatie tussen de ketenpartners is het kernpunt waar ongelooflijk hard aan gewerkt moet werken in de veranderende antistollingsomgeving in Nederland. Vanwege te weinig samenhang in de keten van antistollingszorg waren er altijd al risico’s verbonden aan antistollingsmiddelen. Betrokkenen uit het veld drongen er dan ook al langer op aan dat dit beter moest. Die noodzaak is de afgelopen jaren alleen maar toegenomen. Nu al gebruiken meer dan een miljoen mensen in Nederland een of meerdere antistollingsmiddelen en dat aantal zal de komende jaren verder stijgen. Onder meer als gevolg van de vergrijzing. De hierbij veelal gepaard gaande comorbiditeit maakt dat voorschrijven en bewaken van antistolling uiterst zorgvuldig moet gebeuren. De roep om verbeteringen en dan vooral duidelijkheid over wie de regie voert rondom het uitgeven en bewaken van antistollingsmiddelen, is de afgelopen jaren verhevigd met de komst van de NOAC’s, ook wel DOAC’s (nieuwe orale anticoagulantia of directe orale anticoagulantia). Nog meer nu sinds eind 2016 ook de huisartsen deze geneesmiddelen mogen voorschrijven. Was bij de VKA’s (vitamine K-antagonisten) een centrale rol weggelegd voor de trombosediensten, deze is met de nieuwe generatie antistollingsmiddelen in ieder geval wat betreft het bewaken van bloedwaarden, komen te vervallen. Het prikken hierop wat weer de dosering van de VKA bepaalt, is bij NOAC’s namelijk niet aan de orde. Dit is omdat NOAC’s rechtstreeks invloed hebben op een van de stollingseiwitten en niet, zoals VKA’s doen, de aanmaak van stollingseiwitten in de lever remmen. Tussen wal en schip Nu de trombosediensten grotendeels wegvallen als centraal onderdeel van de zorgketen en als bewaker van de antistolling, neemt het belang van duidelijke afspraken tussen de ketenpartners toe. Met name rondom overdracht van de patiënt tussen disciplines binnen de tweede lijn en rondom overdracht tussen de tweede- en eerste lijn. Voorkomen moet worden dat de antistolling van de patiënt tussen wal en schip geraakt. Ook voorkomen moet worden dat de patiënt vanwege de sporadische controlemomenten langere tijd antistollingsmiddelen slikt zonder controle en toezicht. Of niet, want therapie-ontrouw is ook een groot probleem onder deze groep patiënten. Gevaar dat hierdoor calamiteiten gaan optreden, ligt op de loer. Meer dan de helft van de potentieel vermijdbare ziekenhuisopnames wordt veroorzaakt door verkeerd gebruik van antistollingsmiddelen en door geen- of miscommunicatie tussen zorgverleners. Geen wonder dus dat de conferentie over transmurale antistolling,...

Lees Verder
Huisarts Gordon Oron: “Declareren is een makkie in Medicom”
mei10

Huisarts Gordon Oron: “Declareren is een makkie in Medicom”

Van gebruiksgemak tijdens het consult tot efficiënte ondersteuning van administratieve processen – Huisarts Gordon Oron heeft geen moment spijt van de keuze voor het huisartsinformatiesysteem Medicom. Acht jaar geleden stapte de hagro in één keer over. Naast de probleemloze en uitgebreide samenwerking met de apotheek, levert het veel voordelen op in de praktijk. Van gebruiksgemak tijdens het consult tot efficiënte ondersteuning van administratieve processen. De acht huisartsenpraktijken in Leerdam startten met Medicom omdat ze het receptenverkeer met de apotheek voor eens en altijd goed wilden regelen. Gordon Oron van Huisartsenpraktijk Hurts & Oron was direct enthousiast. “Ik deed de declaraties en statistieken voor de huisartsenpraktijk en dat werd met Medicom een stuk eenvoudiger.” Ook tijdelijke waarnemers waren blij met het nieuwe HIS. “Medicom is makkelijk en overzichtelijk. Je kunt er snel je weg in vinden.” Compleet medicatieoverzicht Na jarenlange ervaring durft Oron wel te zeggen dat de keuze voor Medicom positief heeft uitgepakt. “Het receptenverkeer verloopt altijd goed. We delen de database met de apotheek, waardoor we een compleet medicatieoverzicht hebben. Inclusief medicatie voorgeschreven door specialisten en interacties, contra-indicaties en allergieën die bij de apotheek geregistreerd zijn. Dat komt de medicatiebewaking ten goede.” Tijdens het spreekuur dubbelklikt Oron op de naam van de patiënt om het dossier te openen. Medicom volgt de routine van de huisarts, dus registreren en doorverwijzen zijn een logisch onderdeel van het consult. “Sinds een paar jaar bezoek ik de HIS Demodag. Daar zie ik hoe andere HIS’en werken. De laatste keer werden agenda’s en takenlijsten vergeleken. De Medicom- agenda kwam er echt supergoed uit en de takenlijst doet zeker niet onder voor die in andere systemen.” “Medicom is makkelijk en overzichtelijk. Je kunt er snel je weg in vinden.” Een makkie Nog enthousiaster is Oron over de ondersteuning van doorgaans tijdrovende administratieve klussen. “Declareren is echt een makkie in Medicom. En tariefswijzigingen en nieuwe contracten geven bij ons nooit gedoe. De basis wordt in het systeem gezet door PharmaPartners en clusterspecifieke zaken regel ik als clusterbeheerder. Op 1 januari is het bij ons ‘business as usual’.” Ook het genereren van data voor de praktijkaccreditatie stemt Oron tevreden. “Die eindeloze hoeveelheid data haal ik uit Medicom met de Q- module. Het kan nog wat gebruiksvriendelijker, maar het werkt feilloos.” Of het nu gaat om de implementatie van nieuwe standaarden of de communicatie via het LSP, Medicom loopt bijna altijd voorop, is de ervaring van Oron. “Het ondersteunen van de ontwikkelingen in de zorg vereist samenwerking, ook op het gebied van ICT. Dat begrijpen ze bij Medicom.” Laagdrempelige eHealth PharmaPartners ondersteunt de samenwerking tussen zorgprofessionals onderling én de samenwerking tussen zorgprofessionals en patiënten. In onze participatiesamenleving...

Lees Verder
Pagina 1 van 212