2020: Ziekenhuisopnames door medicatiefouten fors gedaald
Mrt10

2020: Ziekenhuisopnames door medicatiefouten fors gedaald

Als in 2020 weer een onderzoek naar ziekenhuisopnames door medicatiefouten wordt gehouden dan laten de cijfers een radicaal ander beeld zien. Met dank aan de patiënt die zijn medicatiedossier beheert. Lies van Gennip, directeur Nictiz: “Het aantal ziekenhuisopnames door medicatiefouten kan alleen dalen als huisartsen en apothekers de patiënt als partner zien.” En vanaf 2019 mogen artsen alleen medicatie voorschrijven als zij daadwerkelijk beschikken over een actueel medicatiedossier. Nictiz is het landelijk expertisecentrum in standaardisatie en e-health. Door de overheid in het leven geroepen is Nictiz de organisatie die de zorg helpt met standaarden en ICT. Hoe digitaal is de Nederlandse zorg eigenlijk? “Internationaal valt op dat ons land erg hoog scoort met digitalisering in de zorg. Bijna alle huisartsendossier zijn digitaal, bijna alle huisartsen wisselen gegevens uit met apothekers en alle apothekers krijgen digitale signalen bij interacties van geneesmiddelen. Daarin lopen we dus voorop ten opzichte van de rest van de wereld.” Missie geslaagd dus? “Dat is een te snelle conclusie. Er staan twee grote uitdagingen te wachten. De eerste is de uitdaging om de patiënt meer te betrekken bij het digitale zorgproces. Willen we dat de patiënt actief meegaat doen in dat zorgproces, dan moet het voor de patiënt ook mogelijk zijn om informatie in een medicatiedossier te stoppen of informatie eruit te halen. De huidige systemen in de zorg zijn echter verouderd en dateren uit de tijd dat de informatie-uitwisseling uitsluitend nodig was tussen de zorgprofessionals onderling. De patiënt digitaal aansluiten op dit systeem is daarom lastig. Internationaal gezien lopen we hierin zelfs achter, al zijn we bezig met een inhaalslag. De tweede uitdaging ligt in wat ik noem het hergebruik van gegevens. In de zorg is heel veel informatie beschikbaar. En tussen de zorgverleners vindt op patiëntniveau ook veel informatie-uitwisseling plaats. Dat biedt de mogelijkheid om data aan elkaar te koppelen en analyses te maken om zo inzichtelijk te krijgen welke therapie ‘werkt’ en welke zorg beter kan, welke patiënten wel in staat zijn zelf de regie over de gezondheid te nemen en welke patiënten iets extra’s nodig hebben. Zou je denken, want dat hergebruiken en koppelen van data, daar zijn we niet zo goed in. Een goed voorbeeld is de discussie om labdata over de nierfunctie beschikbaar te stellen aan apothekers. Met deze data kan de apotheker de dosering afstemmen op de individuele patiënt. Beschikbaar stellen van dit soort data is echter nog steeds niet goed geregeld.” Wat is de drempel dan? “Technisch is alles mogelijk. Uiteraard moet er dan wel geïnvesteerd worden in de systemen en moeten de werkprocessen worden aangepast, maar er zijn geen technische barrières. In de praktijk lopen we echter...

Lees Verder
Bouwstenen voor het farmaceutisch informatiesysteem
Jun17

Bouwstenen voor het farmaceutisch informatiesysteem

Hoe zien de apotheekprocessen er in 2020 uit? En welke ICT hoort daarbij? Over die vragen ging PharmaPartners Farmacie in gesprek met zelfstandige apothekers en vertegenwoordigers van apotheekketens. Samen brachten ze zeven hoofdprocessen en de daarvoor benodigde functionaliteit in kaart. Daarmee legden ze de basis voor de doorontwikkeling van het apotheekinformatiesysteem, die in nauwe samenwerking met gebruikers vorm krijgt. Tijdens iedere innovatiedag vlogen de meningen en ideeën over tafel, vertelt Edwin van Aalten, zelf apotheker en sinds dit jaar productmanager van Pharmacom. “En steevast, na een uurtje, kwamen de deelnemers tot de conclusie dat zij redelijk op één lijn zaten. In zeven bijeenkomsten zijn zeven processen doorgelicht, variërend van terhandstelling, medicatiebewaking, zorgverlening en de geld- en goederenbeweging tot het clusterbeheer dat we binnen onze Pharmacom-Medicom samenwerkingsverbanden kennen.” De processen zijn vervolgens gevisualiseerd en gekoppeld aan benodigde functionaliteit. Het resultaat is voorgelegd tijdens een bijeenkomst met alle deelnemers uit de sessies, samen met de vraag welke twee innovaties als eerste moeten worden opgepakt. “Als je snel tot innovatie van het systeem wil komen, moet je de ontwikkeling opknippen in kleine, overzichtelijke stukjes, die binnen drie maanden klaar kunnen zijn en direct meerwaarde bieden in de apotheek”, verduidelijkt Sander de Jong, managing director van PharmaPartners Farmacie. Met deze innovatiemethode wordt een ‘minimal viable product’ gecreëerd, dat precies aansluit bij de behoefte van de gebruikers. Ontvlechten zorg en logistiek Van Aalten schetst een aantal uitkomsten van de Pharmacom innovatiedagen . “Als je kijkt naar het terhandstellingsproces, dan is de overtuiging dat medicatiebewaking ook buiten de context van het recept zal plaatsvinden. Bijvoorbeeld naar aanleiding van een nieuw binnengekomen labwaarde of een contra-indicatie die is toegevoegd door de huisarts. Door de bewaking los te trekken van de terhandstelling, kun je de signalen neerleggen bij de persoon die deze het best kan afhandelen. De apotheker kan via een dashboard  inzage krijgen in de relevante signalen, op basis van instellingen die hij of zij zelf heeft bepaald.” De Jong: “De apotheker is de farmaceutisch zorgverlener en dossierhouder van zijn patiënten. Daar geloven we in. Op het moment dat er iets verandert in de context van de patiënt, krijg je een signaal op het dashboard en houd je het behandelplan opnieuw tegen het licht.” Dit is in lijn met de gedachte dat de begeleiding van chronisch geneesmiddelgebruik in de toekomst gebaseerd is op medicatie-afspraken in plaats van verstrekkingen, zoals wordt uitgewerkt in het project ‘Bouwstenen van het medicatieproces’ van de KNMP, het NHG en Z-Index. De ontvlechting van zorg en logistiek wordt hierdoor steeds meer realiteit. Communicatiewensen Unaniem was ook de wens om de mogelijkheden voor communicatie met andere zorgaanbieders rondom de patiënt uit te breiden....

Lees Verder
“We kozen voor de inhoud,  dan volgt de ICT”
Mrt21

“We kozen voor de inhoud, dan volgt de ICT”

“De ICT kun je pas als laatste regelen en moet aansluiten op de core business van de samenwerkingspartners. De rol van de patiënt moet je nadrukkelijke benoemen.” Dat concludeert Matine van Schie bij het maken van afspraken over een veilige uitwisseling van medicatiegegevens in de regio Rijnmond. In december jl. werd in deze Rotterdamse regio het convenant medicatieoverdracht getekend. Vertegenwoordigers uit de eerstelijnszorg, de ziekenhuizen en belangenbehartigers van zorgvragers hebben er onder begeleiding van Matine van Schie van de regionale ondersteuningsorganisatie ZorgImpuls twee jaar aan gewerkt. Het is de Rijnmondse uitwerking van de landelijke richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’, die sinds 2011 voor alle zorgaanbieders in Nederland geldt. Baanbrekend samenzijn “Het was een bont gezelschap dat we bij de start in 2011 bij elkaar hebben gebracht: de huisartsenkring, de huisartsenposten, de samenwerkende gezondheidscentra, de vereniging van apothekers en de trombosedienst. Na afloop sprak men over een baanbrekend samenzijn en wilde men er een vervolg aan geven. De stakeholders spraken af te vertrekken vanuit de inhoud van de zorg, om te voorkomen dat ze terecht kwamen in een ICT-discussie. Dus niet hoe gaan we medicatiegegevens overdragen, maar wat, wanneer, door en aan wie doen we dat.” Quick scan “De eerste activiteit was het maken van een quick scan over welke informatie men deelt en wat men mist als het gaat om het voorkomen van fouten in de medicatieoverdracht en het vergroten van de patiëntveiligheid.” Matine van Schie geeft enkele voorbeelden: – De huisarts stuurt veelal geen ‘stopbericht’ over de aan een patiënt voorgeschreven medicijnen naar een apotheker. – In de gegevensuitwisseling ontbreekt meestal een contra-indicatie of informatie over allergische aanleg. – De laboratoriumuitslagen gaan niet standaard naar de apotheker als de medicatie wordt voorgeschreven. – De apotheker stuurt wel informatie over interactie met de patiënt naar de huisarts, maar beiden geven er geen follow-up aan. – In het recept ontbreekt doorgaans de diagnose. “Maar ook als de informatie-uitwisseling wel plaatsvindt, dan is het de vraag of de gegevens op de juiste plaats in het informatiesysteem komen.” Verantwoordelijkheid van de patiënt De patiënt bleek geheel afwezig in de informatievoorziening. “Die gaat ervan uit dat de zorgverleners het onderling goed regelen en op tijd informatie kunnen verstrekken als dat nodig is. Maar dezelfde patiënt legt niets vast over het gebruik van de middelen die hij of zij zelf uit het schap kan halen,” weet Matine van Schie. “Nu steeds meer de regie over het eigen leven gevoerd moet worden, hebben we in het convenant de patiënt duidelijk een plaats gegeven. Wij zeggen dat de patiënt het recht heeft op inzage en een kopie van zijn volledige medicatiedossier. Hij heeft ook...

Lees Verder
Huisartsen en apothekers: Eén groep, een systeem
Dec01

Huisartsen en apothekers: Eén groep, een systeem

GEZAMENLIJK SYSTEEM – “De huisarts beschikt bij het inzetten van een behandeling altijd over het actuele medicatieoverzicht van zijn patiënten, inclusief medicatie die door specialisten is voorgeschreven. De groepsgewijze keuze voor één informatiesysteem, maakt een intensievere samenwerking mogelijk.” Apotheker Gert Jonge Poerink is ervan overtuigd dat de keuze van Huisartsenzorg Regio Arnhem voor Medicom van PharmaPartners de samenwerking met de regionale apothekers, die allemaal met Pharmacom werken, makkelijk maakt. “Hierdoor zal nog meer voor samenwerking worden gekozen.” Eén groep, een systeem De keuze voor een gezamenlijk informatiesysteem weerspiegelt de ambitie van de huisartsen in de Regio Arnhem om in samenwerking met apothekers en andere zorgaanbieders kwalitatief hoogwaardige zorg te bieden. Met de keuze voor één gezamenlijk huisartsinformatiesysteem en één apotheekinformatiesysteem zetten de aangesloten huisartsen en apothekers een belangrijke stap. “Eén groep, één informatiesysteem”, zo vat medisch directeur Richard Linders het kernachtig samen. De groep legt een stevige basis onder de samenwerking met apothekers en andere zorgaanbieders en borgt de continuïteit van zorg voor de ruim 300.000 patiënten in de regio. Regie in de keten Huisartsen hebben te maken met een toenemende taaklast en een steeds complexere zorgvraag. Dit vereist IT-ondersteuning die de huisarts faciliteert in de behandelrelatie met de patiënt en bij het vervullen van zijn regierol in de zorg. Tegelijkertijd moet slimme IT ervoor zorgen dat de administratieve last tot een minimum wordt beperkt. Op basis van deze uitgangspunten koos Huisartsenzorg Regio Arnhem na een uitgebreid selectietraject Medicom als het preferente huisartsinformatiesysteem voor de regio. Vehikel dat je nodig hebt “De huisarts wordt de spil. Om dat te ondersteunen zal je ICT meer moeten gebruiken en dan is één gezamenlijk systeem een van de vehikels die je nodig hebt”, aldus Dorien Cohen Stuart, huisarts in Arnhem. Ruim 75% van de huisartsen die zijn aangesloten bij Huisartsenzorg Regio Arnhem heeft inmiddels getekend. Een centraal loket van Huisartsenzorg Regio Arnhem en samenwerkingspartners ondersteunt hen bij zowel inhoudelijke, als technische vragen. De ICT-keuze van de huisartsen maakt een intensievere samenwerking met apothekers mogelijk. Zowel in de dagelijkse zorg voor patiënten, als bij verbetertrajecten. Tekst: Kees...

Lees Verder