Veilig voorschrijven: gaat goed, kan beter
jan23

Veilig voorschrijven: gaat goed, kan beter

Bijna iedereen gebruikt wel eens medicijnen. Vaak gaat dit goed, maar niet altijd. Daarom toetst de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) op veilig voorschrijven. De bevindingen staan in het recent verschenen rapport: “Veilig voorschrijven moet beter. Een gezamenlijke zorgbrede verantwoordelijkheid”. Het rapport gaat in op vier voorwaarden voor veilig voorschrijven, namelijk: 1.    Elektronisch voorschrijven en medicatiebewaking 2.    Medicatieoverdracht 3.    Medicatiebeoordeling 4.    Verantwoordelijkheidsverdeling bij samenwerking in de zorg. De inspectie ziet op alle terreinen echte verbetering, maar aandacht voor medicatieveiligheid blijft noodzakelijk. Het elektronisch voorschrijven noemt IGZ winst,  maar ze waarschuwt dat het ook kan leiden tot nieuwe risico’s als zorgverleners te veel vertrouwen op het systeem. De inspectie zal daar dus op toezien. Verantwoordelijkheidsverdeling
 Zorgverleners besteden veel tijd aan het verzamelen van informatie bij de patiënt en uit overdrachten. Helaas besteden zorgverleners daarna te weinig aandacht aan het zelf overdragen van de eigen medicatie-informatie aan anderen. Dit leidt tot risico’s en is inefficiënt. De rol van de patiënt moet belangrijker worden, stelt de Inspectie. Vooral wanneer kwetsbare ouderen medicatie gebruiken die door verschillende zorgverleners werd voorgeschreven, kunnen risico’s ontstaan. Er zijn onvoldoende dekkende afspraken over wie, waarvoor verantwoordelijk is. IGZ verwacht dat de beroepsgroepen de samenwerking met de patiënt en met elkaar helder zullen vastleggen in (herziene) richtlijnen. Zodat elke Nederlander ook in het veranderend zorglandschap met meer thuiswonende kwetsbare ouderen kan vertrouwen op veilig voorgeschreven medicatie. Reactie Nederlandse Patiëntenfederatie
 Het rapport heeft direct veel stof doen opwaaien. Met o.a. een reactie van de Nederlandse Patiëntenfederatie met de ongenuanceerde kop: “Dokter, apotheker, patiënt en medicijnen: het blijft kwakkelen.” Directeur Diana Veldman vraagt zich in dat bericht af: “Is het teveel gevraagd om even aan de patiënt te vragen wat hij slikt?” Terwijl de praktijk uitwijst dat een groot deel van de patiënten niet exact en correct zijn eigen medicatie kan benoemen. Beleidsreactie Schippers Minister Schippers heeft het rapport naar de Tweede Kamer gestuurd met daarbij haar beleidsreactie. Ze geeft aan dat de herziene richtlijn “Overdracht van medicatiegegevens in de keten” per maart 2017 van kracht is. Deze sluit goed aan op de huidige praktijk, waarin de patiënt centraal staat met verbetering van het verifiëren van informatie bij de patiënt. Ook financiert ze de totstandkoming van de informatiestandaard Medicatieproces. Dit project staat voor verbetering van de digitale registratie en gegevensuitwisseling van medicatiegegevens in de gehele keten van zorgverleners en met de patiënt. Dit gebeurt door standaardisatieafspraken binnen de zorgketen over welke gegevens door wie vastgelegd. Naar verwachting is de informatiestandaard medio 2017 beschikbaar voor brede implementatie. Betrokkenheid apotheker
 Ook stelt Schippers in haar brief dat de apotheker meer moet worden betrokken bij medicatieoverdracht en medicatieverificatie. “De apotheker is bij uitstek...

Lees Verder
Meldpunt geneesmiddelentekorten en -defecten
jan05

Meldpunt geneesmiddelentekorten en -defecten

Om zoveel mogelijk een tekort aan geneesmiddelen tegen te gaan, heeft het ministerie van VWS de opdracht gegeven om een Meldpunt geneesmiddelentekorten en –defecten te starten. Dit meldpunt is deze week van start gegaan. Dit meldpunt kunt u vinden onder: www.meldpuntgeneesmiddelentekortendefecten.nl. Het doel van het meldpunt is dat handelsvergunninghouders en fabrikanten hier melden dat: * Een geneesmiddel voor het eerst in de handel wordt gebracht, of opnieuw, na een tekort; * De handel van een geneesmiddel wordt stopgezet of onderbroken (inclusief een mogelijk tekort); * Een geneesmiddel in kleinere hoeveelheden in de handel wordt gebracht, waardoor mogelijk een tekort ontstaat (met vermelding van de bijbehorende verwachte of onverwachte tekorten) * Een kwaliteitsdefect bestaat bij een geneesmiddel. De website bevat een meldformulier waarin alle meldingen moeten plaatsvinden. Per geneesmiddel moet een apart formulier worden ingevuld. Een geneesmiddel is gedefinieerd als “alle sterkten en farmaceutische vormen van een geneesmiddel samen”. In de handleiding op de website staan alle details en toelichting over de meldprocedures. Andere meldingen Let op: het meldpunt is alleen bedoeld voor meldingen van handelsvergunninghouders en fabrikanten, zoals hierboven staat beschreven in de vier punten. Voor een melding over de kwaliteit van zorg kunt u terecht bij het Landelijk Meldpunt Zorg of contact opnemen met de IGZ. Als het gaat om bijwerkingen van geneesmiddelen kunt u deze melden bij het Nederlands Bijwerkingencentrum Lareb. Coördinatie
 De coördinatie van het Meldpunt geneesmiddelentekorten en -defecten ligt bij het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) en de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Medicatieveiligheid topprioriteit van IGZ
feb04

Medicatieveiligheid topprioriteit van IGZ

In het werkplan van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) voor het jaar 2015 behoort medicatieveiligheid tot de vijf prioriteiten in het toezicht. Met de toezicht op de medicatieveiligheid wordt volgens het werkplan van de IGZ het volgende beoogd: Door het houden van toezicht draagt de inspectie bij aan het naleven en toepassen van de genoemde richtlijnen/afgeleide veldnormen door alle zorgverleners die medicatie voorschrijven. Daardoor ondervindt de patiënt zo min mogelijk, en indien mogelijk geen, nadelige gevolgen van het gebruik van geneesmiddelen. Twee hoofddoelen Deze prioriteit in 2015 maakt onderdeel uit van de twee hoofddoelen van de IGZ: (1) Werken aan gerechtvaardigd vertrouwen in veiligheid en kwaliteit van zorg, en (2) Signaleren en adresseren van de grootste risico’s in de zorg. De inspectie ziet erop toe dat zorgaanbieders en fabrikanten incidenten en gebleken risico’s benutten om de zorg te verbeteren. Ook beoogt ze met haar toezicht dat onverantwoord grote risico’s voor de veiligheid van patiënten en cliënten zo snel mogelijk weggenomen worden. Het is een doel van de inspectie dat zorgaanbieders zorgvuldig en adequaat omgaan met klachten. Daarnaast beoogt ze met haar toezicht de kwaliteit en veiligheid van uit het buitenland geïmporteerde geneesmiddelen, medische technologie en hulpmiddelen te bewaken. Grootste risico’s Voor het jaar 2015 heeft de inspectie op basis van risicoanalyses vijf prioriteiten bepaald die in haar toezicht extra aandacht krijgen. Naast medicatieveiligheid zijn dat: – Grote veranderingen in de zorgsector. Voorbeeld: Begin 2016 rapporteert de inspectie in haar jaarbeeld over de in 2015 gesignaleerde risico’s in de nieuwe zorgsector. – Bestuurlijke verantwoordelijkheid (governance). Voorbeeld: Eind 2015 vindt het aanspreken van de bestuurders op hun integrale, bestuurlijke verantwoordelijkheid voor kwaliteit en veiligheid eenduidig, structureel en effectief plaats. – Intramurale ouderenzorg. Voorbeeld: Intensief toezicht op de hoog risico zorgaanbieders in de ouderenzorg waarbij een variatie aan toezichtinstrumenten wordt ingezet waaronder een onafhankelijke audit en het bestuurlijke gesprek. – Disfunctionerende beroepsbeoefenaren. Voorbeeld: Medio 2015 beschikken het Openbaar Ministerie en de inspectie over een gezamenlijk protocol over de aanpak van en informatie-uitwisseling bij situaties van seksueel misbruik door zorgverleners. Naast haar werk rond de vijf prioriteiten zet de inspectie in 2015 de ingezette koers van het verbetertraject Toezien met Vertrouwen en Gezag voort. Tekst: Kees Kommer...

Lees Verder
Nieuwe Hoofdinspecteur Geneesmiddelen bij IGZ
dec30

Nieuwe Hoofdinspecteur Geneesmiddelen bij IGZ

INSPECTIE – Voor het Domein Curatieve Gezondheidszorg, Geneesmiddelen en Medische Technologie van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) is per 1 maart a.s. Hans Schoo als hoofdinspecteur benoemd. Hij volgt Josée Hansen op, die in 1 november naar Genève ging voor een functie bij de World Health Organization (WHO). Hans Schoo is nu nog als directeur Strategie Ontwikkeling verbonden aan het Antoni van Leeuwenhoek, waar hij onder meer verantwoordelijk is voor het ontwikkelen van strategische programma’s, zorgverkoop en de relaties met  andere zorginstellingen. Eerder was hij Manager Zorg en Bedrijfsvoering van het Antoni van Leeuwenhoek en directeur van de Van Leeuwenhoek Kliniek. Binnen het Domein Curatieve Gezondheidszorg, Geneesmiddelen en Medische Technologie van de IGZ wordt de eenheid Geneesmiddelen geleid door Annejet Meijler. Hans Schoo (52) heeft gewerkt in diverse leidinggevende functies in zowel de thuiszorg als bij andere zorginstellingen. Hij heeft een achtergrond in de verpleging, heeft kunstgeschiedenis gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam en heeft een MBA-H van de Erasmus Universiteit Rotterdam. (Per 22 december jl. zijn alle locaties van de Inspectie voor de Gezondheidszorg naar het Stadskantoor van de gemeente Utrecht verhuisd. Dit is direct bij het Centraal Station gevestigd.) Tekst: Kees...

Lees Verder
‘Polyfarmacie bij ouderen’ onvoldoende geïmplementeerd
dec04

‘Polyfarmacie bij ouderen’ onvoldoende geïmplementeerd

Medicatieveiligheid bij kwetsbare ouderen die vijf of meer geneesmiddelen gebruiken, de polyfarmacie, is een speerpunt van de IGZ in 2015, zo maakte de Inspectie in november bekend. LHV, NHG en KNMP twijfelen echter of het mogelijk is voor 700.000 patiënten tegelijk een medicatiebeoordeling te realiseren. De Inspectie voor de Gezondheidszorg schrijft dat de multidisciplinaire richtlijn ‘Polyfarmacie bij ouderen’ is nog onvoldoende wordt geïmplementeerd. Zorgprofessionals zijn in het algemeen bekend met de richtlijn, maar voeren nog onvoldoende medicatiebeoordelingen uit. De selectie van kwetsbare ouderen met polyfarmacie die extra zorg nodig hebben, behoeft aanscherping. De kwaliteit van het medicatieoverzicht is onvoldoende en de samenwerking van zorgprofessionals tussen de verschillende domeinen in de zorg is nog nauwelijks formeel geregeld. Dit zijn de belangrijkste conclusies uit een brede nulmeting naar het huidige farmacotherapeutische zorgproces voor kwetsbare ouderen met polyfarmacie in huisartspraktijken, ziekenhuizen, verpleeghuizen, GGZ, openbare apotheek en ziekenhuisapotheek in 2013/2014, uitgevoerd door EMGO+/VUMC en IGZ. Toezicht op naleven richtlijn Belangrijke aanbevelingen zijn nu gericht op het aanscherpen van de selectiecriteria voor patiënten die voor een medicatiebeoordeling in aanmerking komen, het stimuleren van een systematische aanpak van de medicatiebeoordeling, en het bevorderen van samenwerkingsafspraken. De IGZ gaat vanaf 2015 toezien op het naleven van de richtlijn ‘Polyfarmacie bij ouderen’ als onderdeel van het zorgbrede toezicht op verantwoord voorschrijven. De Inspectie gaat in ieder geval toetsen of zorgprofessionals medicatiebeoordelingen uitvoeren volgens de richtlijn en of zij hiervoor samenwerkingsafspraken hebben gemaakt en vastgelegd, en bij welke kwetsbare ouderen zij een medicatiebeoordeling hebben uitgevoerd. Groeimodel voor de toekomst De LHV, het NHG en de KNMP reageren nu op het toezichtkader van IGZ voor 2015. Enerzijds voorzien zij dat het Landelijk Schakel Punt (LSP) en andere systemen voor gegevensuitwisseling nog onvoldoende voorzien in de medicatieoverdracht tussen apothekers en huisartsen. Anderzijds achten zij het onmogelijk om voor al die 700.000 patiënten tegelijk een medicatiebeoordeling te realiseren. De organisaties zullen daarom voorstellen te starten met een aanvankelijke versmalling van de inclusiecriteria en een groeimodel voor de toekomst, waarmee de richtlijnen voor medicatie-overdracht en medicatiebeoordeling wel goed kunnen worden nageleefd. Deze voorstellen worden voor het einde van het jaar met de IGZ besproken. Apotheekhoudende huisartsen De Apotheekhoudende afdeling van de huisartsenvereniging heeft bij herhaling ook de specifieke problematiek voor apotheekhoudende huisartsen bij de Inspectie onder de aandacht gebracht. Zo geldt bij de medicatiebeoordeling dat zij met een openbare apotheker moeten samenwerken aan medicatiebeoordeling, terwijl die nu juist in de werkgebieden van apotheekhoudende huisartsen dun gezaaid zijn. De Apotheekhoudende afdeling vindt dat de IGZ rekening moet houden met de specifieke situatie van apotheekhoudende huisartsen en zal ook hiervoor alternatieven voorleggen voor goedkeuring door de IGZ. Tekst: Kees...

Lees Verder
Veelgestelde vragen over Ranbaxy
jan27

Veelgestelde vragen over Ranbaxy

Op 24 januari 2014 heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg, aansluitend aan de Amerikaanse FDA, besloten de grondstoffen voor geneesmiddelen van de fabriek in Toansa van de Indiase grondstoffen- en geneesmiddelenproducent Ranbaxy te weren. Dit geldt ook voor geneesmiddelen die deze grondstoffen bevatten. Hieronder enkele veelgestelde vragen over deze kwestie. Download hier.      ...

Lees Verder