Lagerhuisdebat innovatie in de geneesmiddelenzorg
mrt29

Lagerhuisdebat innovatie in de geneesmiddelenzorg

Hoe ziet de zorg door huisarts en apotheker er in 2025 uit? En wat betekent dat voor de patiënt?  Rondom dit vraagstuk organiseert het IVM een debat op dinsdag 22 mei voor en met (huis)artsen, apothekers en patiënten(vertegenwoordigers). U bent van harte uitgenodigd om kosteloos deel te nemen! Met twee inspirerende inleidingen over hoe technologische innovaties de farmaceutische en farmacotherapeutische zorg gaan veranderen, door:     * Bob de Wit, hoogleraar strategisch leiderschap aan Nyenrode Business Universiteit, over zijn toekomstvisie op de rol van de huisarts in het digitale tijdperk, en * Claudia Rijcken, industrieapotheker, laat haar licht schijnen op de toekomst van de farmaceutische patiëntenzorg.  U kunt zich hier aanmelden. Bent u zelf niet in de gelegenheid om deel te nemen, stuur dit bericht dan door naar een collega. Praktische informatie * Datum: Dinsdag 22 mei * Thema: Innovatie in de geneesmiddelenzorg * Locatie: Utrecht * Inloop: Vanaf 14:30 uur * Aanvang: 15.00 uur * Einde: 17:00 uur met netwerkborrel na Klik hier voor meer info    ...

Lees Verder
Monique Kappert (KNMP): ‘Samenwerking apotheker/huisarts krijgt steeds beter vorm’
jun01

Monique Kappert (KNMP): ‘Samenwerking apotheker/huisarts krijgt steeds beter vorm’

Monique Kappert, manager afdeling zorgonderzoek & innovatie bij de KNMP, is positief over de toekomst van het vak van de openbare apotheker. Het feit dat in de farmaceutische zorg steeds meer de individuele patiënt centraal komt te staan speelt een belangrijke rol in dit optimisme. Maar de samenwerking met andere zorgverleners in de eerste lijn, waaronder ook de huisarts. De toekomstvisie die de KNMP eind 2014 het licht deed zien, gaat uit van de toekomstvoorspellingen over de inwoners van Nederland. Kappert: “We weten op basis van die toekomstvoorspellingen dat een deel van de achttienjarige meisjes die nu in ons land wonen de honderd jaar zullen bereiken. We leven steeds langer omdat we steeds gezonder gaan leven, met als gevolg dat we als samenleving met andere ziektebeelden te maken zullen krijgen. Waar nu diabetes en hart- en vaatziekten de boventoon voeren, zullen we in de toekomst steeds meer te maken krijgen met ouderen met bijvoorbeeld dementie of COPD. Daar moeten we op inspelen. Ook zullen we een antwoord moeten vinden op de kostenvraag die deze langere levensverwachting met zich meebrengt. En op de vraag hoe we het probleem ondervangen van het tekort aan verzorgenden voor al die ouderen. Een belangrijk deel van het antwoord op deze vragen ligt in de verschuiving van tweedelijns naar eerstelijns gezondheidszorg en van behandeling naar preventie. Door met elkaar samen te werken, kunnen de zorgaanbieders in de eerste lijn een essentiële rol spelen in die preventie, en in het begeleiden van de mantelzorgers die een deel van de taken zullen moeten overnemen van de verzorgenden.” Individuele benadering Onder die professionals in de eerste lijn is een belangrijke rol weggelegd voor de openbare apotheker en de huisarts, stelt Kappert. “Voor beiden is een taak weggelegd om meer te kijken naar wat de individuele patiënt nodig heeft”, zegt ze. “Een oudere die bewust en gezond leeft en slechts één geneesmiddel gebruikt, vraagt om een andere benadering dan een oudere die laaggeletterd is en bij wie sprake is van polyfarmacie. Door met die verschillen rekening te houden, kunnen ze het zorgproces efficiënter inrichten. Dat we hierin het meest kunnen bereiken als de huisarts en de openbaar apotheker goed samenwerken voor deze patiënten is duidelijk. Daarom speelt die samenwerking ook een belangrijke rol in onze beleidsontwikkeling. Op de dossiers waarop dit van toepassing is, werken we hiervoor ook samen met andere zorgverleners in de eerste lijn, maar ook met andere stakeholders en bijvoorbeeld de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuisapothekers.” Er zijn ook al pilots waarin deze samenwerking goed tot zijn recht komt. Kappert vertelt: “Een mooi voorbeeld vind ik op het gebied van kwetsbare ouderen van onder andere de werkgroep...

Lees Verder
Innovatie: De visuele patiënt neemt zelf de regie
sep18

Innovatie: De visuele patiënt neemt zelf de regie

Binnen vijf jaar volgen patiënten standaard een digitaal begeleidingsprogramma. Apothekers en huisartsen volgen patiënten op afstand en sturen op basis van data zo nodig bij. De patiënt heeft inmiddels zelf de regie over ziekte en gezondheid genomen. Aldus het digitale en visuele communicatiesysteem Umenz, dat een innovatieprijs heeft gewonnen. Op straat, in de supermarkt en thuis voor de televisie of de Ipad worden we continu geconfronteerd met de educatieve kracht van video’s, beelden en korte boodschappen in woorden. We maken volop gebruik van de mogelijkheden die de digitale en visuele wereld ons biedt. Zo bestellen we vakanties en producten online, bereiden we gecompliceerde maaltijden dankzij inspirerende en vooral duidelijke filmpjes op YouTube en verwisselen we voor het eerst van ons leven een lekke autoband met hulp van heldere instructies met pictogrammen. Maar stapt de consument eenmaal de wereld van de zorg binnen dan is hij plotsklaps patiënt en lijkt het alsof die wereld stil heeft gestaan: de patiënt krijgt mondelinge informatie van de zorgverlener, informatie in bijsluiters bestaat vrijwel uitsluitend uit lange lappen moeilijk te begrijpen tekst, net als de uitleg over vergoedingen of de instructies voor het gebruik van inhalatieapparatuur. Regie over gezondheid Dat moet anders, zo stelt Markus Konings, specialist in consumentencommunicatie. “De zorg wil dat patiënten de stap zetten van ziekte en zorg naar gezondheid en gezond gedrag. Dat betekent dat je mensen moet stimuleren om die stap ook te zetten en zelf de regie te gaan nemen over hun gezondheid. Dat bereik je niet door op een verouderde manier met patiënten te communiceren: in de apotheek hangt naast de balie een stuk moeilijk te begrijpen tekst over veranderingen in de regelgeving. En bij de eerste uitgifte geven apotheken, meestal na mondelinge toelichting, schriftelijke informatie mee aan de patiënt. Terwijl mensen tegenwoordig denken en leven in beelden en niet meer in tekst. Kijk maar naar de teloorgang van de papieren krant en de opkomst van Youtube en nu.nl. Of de switch op scholen van traditioneel schoolbord naar digitaal bord. Er ligt dus een uitdaging om ook de zorg visueel tastbaar te maken.” Die uitdaging is Markus Konings aangegaan door Umenz op te richten, een digitaal platform met als doel de patiënt te stimuleren meer de regie te nemen over zijn ziekte en gezondheid. “Met ons platform communiceer je vanaf het begin op een heel andere manier met de patiënt. Het sluit aan op de manier waarop consumenten en patiënten anno 2015 geprikkeld worden: met audiovisuele en digitale middelen.” Opvallend is dat Umenz is ontwikkeld door de sector zelf. Want naast Konings zijn arts en apotheker Pieter-Joep Huige (voormalig directie farmaceut Lilly), arts Piet van der Wal...

Lees Verder
Zorg op afstand een stapje dichterbij
apr24

Zorg op afstand een stapje dichterbij

Met de komst van de Apple Watch komt farmaceutische zorg op afstand weer een stapje dichterbij. En met de grote hoeveelheid aan data die patiënten leveren is het mogelijk steeds beter zorg op maat te leveren. Het wachten is op de eerste wearable die patiënten helpt bij medicatietrouw. Heel Nederland is aan het gamen. We hebben allemaal spelcomputers en mobile devices. En ons land spreekt met 350 bedrijven, 3.000 werknemers en 275 miljoen euro omzet per jaar ook nog eens een aardig woordje mee als ontwikkelaar van games. Tijdens het SXSW-festival in Austin, een grote technologiebeurs in de VS, toonde Jeroen Tas, topman van de gezondheidsdivisie van Philips, een grote pleister aan zijn publiek. De pleister meet ondermeer ademhaling, temperatuur, hartslag en stressniveau. Aansluiten op meetapparatuur en draden is niet meer nodig: de sensoren in de pleister op de huid slaan meetwaarden van vitale functies op en sturen die naar een mobile device en naar een centrale computer. Merkt die computer iets vreemds op, dan klinkt er letterlijk een belletje. De zorgprofessional op afstand ziet op de app de staat van die ademhaling, hartslag en temperatuur. Een teken voor zorgprofessionals om in een vroeg stadium in te grijpen. Om zo ernstige problemen te voorkomen. Maar niet alleen de zorgprofessional krijgt een signaal dat er iets mis is. Ook is het mogelijk dat een familielid van een patiënt een seintje krijgt als vader de medicijnen weer eens heeft laten staan. Vitale functies meten Tas claimt dat deze technologie het aantal ziekenhuisopnames tot 50 procent vermindert. Hij vertelde tijdens de internationale beurs over technologische ontwikkelingen over zijn tachtig jarige vader die nog maar met moeite thuis kan blijven wonen. En over zijn tienerdochter met diabetes. Met deze technologische ontwikkelingen als wearables kunnen zij beter omgaan met hun gezondheid. Sensoren in een pleister, het is een voorbeeld van een wearable. Maar die sensoren zitten ook in een ooglens of in kleding.  Of hangen aan je pols in de vorm van een horloge. Apparaten die je continu bij je draagt en die continu vitale functies meten en doorgeven. Feitelijk zijn deze wearables in twee categorieën te verdelen. Op de eerste plaats kunnen zij tal van gegevens van mensen op afstand registreren. Hoe gaat het met de patiënt? Met de uitslag kunnen patiënten eerder naar huis. Of patiënten kunnen juist langer thuis blijven wonen nu de zorg op afstand een goed beeld geeft van de patiënt. Daarnaast leveren de wearables tal van interessante gegevens op. Met deze gegevens kunnen patronen worden herkend en kan al in een vroeg stadium preventief worden opgetreden: Hoe doet deze patiënt het ten opzichte van een controlegroep? Moet de...

Lees Verder
Lucien Engelen: De apotheker gaat online
okt03

Lucien Engelen: De apotheker gaat online

De zorgprofessional in de eerste lijn verhuist van een gebouw naar een plek in de cloud. Persoonlijke gesprekken aan de balie maken plaats voor algoritmes die patiënten online adviseren. En patiënten printen straks thuis zelf geneesmiddelen. “De reguliere apotheker bestaat straks alleen nog maar online”, zo stelt Lucien Engelen, innovator in de zorg. De zorg staat aan de vooravond van een flinke revolutie. Na de muziekindustrie, de retail en de reiswereld is de zorg aan de beurt. En het is niet de sector zelf die bepaalt welke kant het op gaat. Het is de patiënt die aangeeft wat er moet gebeuren. De zorg doet er goed aan de patiënt snel op te nemen in de zorgprocessen en zo samen stappen te zetten op dit revolutionaire pad. De revolutie in de zorg gaat snel. Met dank ook aan tal van technologische ontwikkelingen die zorgen dat de zorgverlener goed moet nadenken over zijn positie en toegevoegde waarde. Voor minder dan 6 dollar nemen consumenten in de VS bij de drogisterij een zelfzorgtest af. Ze zijn nog niet thuis of de uitslag op 200 indicaties is al binnen. Zonder tussenkomst van de reguliere gezondheidszorg. En we krijgen allemaal te maken met deze revolutie, zo stelt Lucien Engelen. Hij is directeur REshape. Het innovatiecentrum onder de vlag van het Radboud Universitair Medisch Centrum in Nijmegen. Hij noemt zichzelf een luis in de pels. Met tal van initiatieven opent hij de ogen van de beslissers in de zorg: het moet allemaal anders. Waar begint de revolutie in de zorg? “Net als in de muziekindustrie of de reissector begint de revolutie bij de eindgebruiker, de patiënt. De patiënt is een bron aan kennis en ervaring, en heeft het meeste belang bij goedkope en toegankelijke zorg. Gelukkig betrekken we de patiënt steeds meer bij de zorg. Het begon bij de zichtbaarheid van de patiënt.  Je moet van goede huize komen om de patiënt niet op het podium van een congres te zetten. Alleen de farma negeert de rol van de patiënt. De industrie verschuilt zich achter wetgeving die zou verbieden patiënten een rol te laten spelen in de communicatie. Komt ze dat even goed uit! De patiënt een podium geven is slechts de start. Het gaat erom dat patiënten in alle zorgprocessen aanwezig zijn. Dat gebeurt nu langzaam maar zeker.” Engelen doelt op initiatieven als online communities. Chronische patiënten kunnen elkaar opzoeken op digitale platforms. Mogelijk gemaakt door een ziekenhuis bijvoorbeeld. Als voorbeeld noemt hij de Aya-community van het Radboudumc, een project van REshape. Kankerpatiënten delen online ervaringen en gaan in gesprek met de specialist of de gespecialiseerd verpleegkundige. Hoe reageren zorgprofessionals op deze innovaties? “De...

Lees Verder