Debatteer mee over de toekomst van de farmaceutische zorg
dec05

Debatteer mee over de toekomst van de farmaceutische zorg

Het IVM (Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik) organiseert in 2018 een aantal debatten in de vorm van een zogeheten “Lagerhuisdebat”. Daarin wil het IVM met de deelnemers in debat gaan over de toekomst van de farmaceutische en farmacotherapeutische zorg. Welke innovaties staan ons te wachten en hoe bepalend zijn deze? In een unieke serie van drie Lagerhuisdebatten wil IVM met de deelnemers in 2018 verkennen hoe de technologische ontwikkelingen van invloed zijn op de farmaceutische en farmacotherapeutische zorg in 2025. Hoe verandert de rol van de voorschrijver, de afleveraar en de patiënt? En hoe kunnen zij zich daar op voorbereiden? Uiteraard komen in de debatten ook de rol van de overheid, de zorgverzekeraar en de farmaceutische industrie aan de orde. De data waarop deze debatten plaatsvinden, zijn reeds bekend, met daarbij van elke datum het zwaartepunt van de discussie. Data * Het eerste debat op 13 februari 2018:  verkenning van de rol van de voorschrijver (huisarts) en praktijkondersteuner in 2025. * Het tweede debat op 22 mei 2018: verkenning van de rol van de apotheker en de apothekersassistent in 2025. * Het derde debat op 13 september 2018:  verkenning van de rol van de patiënt in 2025. Inleiding door trendwatcher Elk debat wordt ingeleid door een trendwatcher of futuroloog met kennis van de zorg. Een expert uit de zorg wordt gevraagd hier op te reageren, gevolgd door een Lagerhuisdebat met de zaal aan de hand van een prikkelende stelling. De debatten worden georganiseerd in  Utrecht  en duren van  15:00 tot 17:00 uur, met daarna een netwerkborrel. Bij elk debat is plaats voor 40 deelnemers. Noteer de data vast in uw agenda. Eind dit jaar zal het IVM het definitieve programma publiceren met daarbij de mogelijkheid tot inschrijven voor deelname. Bron IVM Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Gratis e-learningmodule van het IVM:‘Medicatie en suïcide’
apr25

Gratis e-learningmodule van het IVM:‘Medicatie en suïcide’

Er zijn geneesmiddelen die suïcidaal gedrag kunnen uitlokken. Zoals er ook geneesmiddelen zijn die vaak worden gebruikt bij pogingen tot suicide. Het is daarom van belang dat zorgverleners suïcidaal gedrag kunnen herkennen, zodat zij hierover met hun patiënten in gesprek kunnen gaan. Een gratis e-learningmodule van het IVM gaat hier dieper op in. Daarnaast kunt u FTO-materialen bestellen over dit belangrijke onderwerp. De e-learningcursus  ‘Medicatie en suïcide’  bespreekt diverse aspecten van geneesmiddelengebruik in relatie tot suïcidaal gedrag. Daarnaast komen enkele psychiatrische aandoeningen aan de orde die gepaard kunnen gaan met suïcidaal gedrag en de medicamenteuze behandeling ervan. Hierbij is er met name aandacht voor depressie. Ten slotte gaat de e-learningcursus ook nog kort in op het praten over suïcidaal gedrag. Het wil apothekers, huisartsen en poh’s ggz handvatten bieden om suïcidaal gedrag te herkennen en hierover te praten met patiënten. In de praktijk blijkt het voor zorgverleners lastig te zijn dit heikele onderwerp op een goede manier aan de orde te stellen bij vermoedens van suïcidaal gedrag. Terwijl een goed gesprek juist een preventief effect kan hebben. Deze e-learningcursus bespreekt de diverse aspecten van geneesmiddelengebruik in relatie tot suïcidaal gedrag met als doel ook op dit gebied de mogelijkheden tot preventie van suïcidaal gedrag te bevorderen. Deze e-learning beoogt daarnaast apothekers, huisartsen en POH’s GGZ handvatten te geven om suïcidaal gedrag te herkennen en hierover te praten met patiënten. FTO-module Deze cursus is ontwikkeld in opdracht van 113Zelfmoordpreventie (www.113.nl). Dat geldt ook voor de FTO-module en presentatie  ‘Geneesmiddelen en suïcide’. Deze gaan over hetzelfde onderwerp en besteden met name aandacht aan de rol van geneesmiddelen bij suïcide. Ook de FTO-module en presentie gaan dieper in op de rol van de huisarts, praktijkondersteuner en apotheker bij het herkennen en monitoren van suïcidaal gedrag. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Toolkit Rij veilig met medicijnen
feb08

Toolkit Rij veilig met medicijnen

Het IVM (Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik) heeft de “Toolkit Rij veilig met medicijnen”uitgebracht. Deze toolkit is bedoeld voor behandelaars en andere medewerkers in de zorg die hun behandeling en voorlichting rondom geneesmiddelen in het verkeer willen optimaliseren. De toolkit is geplaatst op de website www.rijveiligmetmedicijnen.nl Het IVM heeft deze website ontwikkeld om mensen te informeren over de invloed die medicijnen kunnen hebben op de rijvaardigheid. Betere informatie hierover is hard nodig. Maar liefst één op de zes Nederlanders gebruikt medicijnen die het rijgedrag kunnen beïnvloeden. Uit  onderzoek blijkt dat er jaarlijks in Nederland naar schatting tussen de 33 en 66 doden vallen als gevolg van medicijngebruik in het verkeer. Uiteraard mag iemand geen voertuigen besturen als hij onder invloed is van een medicijn dat je rijvaardigheid vermindert.  In de praktijk is de bewijslast echter een probleem, want hoe toon je aan dat iemand onder invloed is van een geneesmiddel? Hier bestaat geen test voor, zoals een blaastest bij alcohol.   En hoe toon je aan dat iemand had moeten weten dat het medicijn dat hij gebruikt de rijvaardigheid vermindert? Rol arts en apotheker
 De informatie in de bijsluiter en op het etiket (gele sticker, waarschuwingstekst) spelen hierbij een rol. Artsen en apothekers zijn verplicht om hun patiënten voorlichting te geven over de mogelijke bijwerkingen van medicijnen en mogelijke alternatieven, dus ook informatie over de rijgevaarlijkheid van medicijnen.  Echter: in geval van ongelukken hebben een apotheker en zijn medewerkers in principe geheimhoudingsplicht, tenzij het gaat om een strafbaar feit. Inhoud
 De toolkit Rij veilig met medicijnen bevat onder andere  werkmaterialen om als arts en apotheker uw FTO over geneesmiddelen en verkeer vorm te geven; de LESA Geneesmiddelen en verkeersveiligheid 2016; links naar animatiefilmpjes, themajournaal, posters en nog veel meer.  Binnenkort brengt de KNMP een app uit ter vervanging het zakboek Verkeersdeelname. Onder redactie van: Gerda van Beek      ...

Lees Verder
Ruud Coolen van Brakel over het FTO en de farmacotherapeutische zorg
mei23

Ruud Coolen van Brakel over het FTO en de farmacotherapeutische zorg

Zorgverzekeraars moeten zorgvuldig zijn om met kwaliteitsindicatoren zorgverleners af te rekenen op hun presteren. En het FTO is iets van huisarts en apotheek. De wijkverpleegkundige moet hier niet aanschuiven. Ruud Coolen van Brakel over de staat van de farmacotherapeutische zorg in het land. Ruud Coolen van Brakel is al jaren de eerste man bij het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik. Het IVM heeft als doel zorgdragen voor een goed, veilig, en betaalbaar medicijngebruik in ons land. Hij profileert zijn club als onafhankelijke en neutrale partij die farmaceutische kennis verspreid om de farmaceutische zorg, het voorschrijfgedrag en de medicatieveiligheid te verbeteren. Ruud Coolen van Brakel is de personificatie van dit doel. Een flamboyante man die vanuit zijn thuisbasis in een Waals kasteeltje zijn gevecht voert tegen de lobby van de industrie en de macht van zorgverzekeraars, overheid en de zorgprofessionals zelf. Hoe is het gesteld met de farmacotherapeutische zorg? “Door de bank genomen gaat het goed met de farmacotherapeutische zorg in ons land. We hebben een populatie huisartsen die goed is opgeleid, die kritisch en terughoudend is. En we hebben deskundige en klantgerichte apothekers, die beschikken over voldoende digitale toepassingen om de veiligheid van medicatie te borgen. Doorgaans krijgt de patiënt dan ook op het juiste moment, de juiste medicatie, met de juiste waarschuwing. Maar de zorg rond polyfarmacie en specifieke medicatie moet beter. Denk daarbij aan psychotrope geneesmiddelen of antipsychotica bij dementerenden. Daar gaat het nog te vaak mis. En de ‘reden van voorschrijven op recept’? Ik zie het nog nauwelijks in praktijk gebracht, zelfs niet voor de 23 middelen waarvoor dit wettelijk is verplicht.” Waarom gaat het daar mis? “Stakeholders als industrie, zorgverzekeraar, overheid en de beroepsbeoefenaren oefenen allemaal invloed uit op de zorg, maar de patiënt, waar het om gaat, heeft de minste invloed. Bovendien benaderen we farmacotherapie te veel als een exacte wetenschap. Natuurlijk, kennis over bijvoorbeeld farmacodynamica is belangrijk, maar een hoge mate van therapietrouw hangt ook af van het gemak waarmee een patiënt die pil uit de verpakking krijgt. We moeten dus de patiënt een prominentere rol geven, meer luisteren naar de behoeftes en ervaringen van de patiënt.” Volgens Coolen van Brakel moeten zorgverleners uitkijken besluiten te nemen op basis van opgeslagen patiëntengegevens “Zorgverleners maken zich afhankelijk van data over bijvoorbeeld medicatiegebruik van patiënten. We hebben inderdaad veel informatie opgeslagen, maar de informatie is verre van compleet. Het elektronisch patiëntendossier is gereduceerd tot een landelijk schakelpunt. Dat landelijk schakelpunt werkt echter nog niet. In welke instelling, praktijk of apotheek je ook gaat kijken, nergens is een dossier van de patiënt helemaal compleet. We lopen het risico dat zorgverleners zich blindstaren op data in een systeem...

Lees Verder
Toekomst van de farmacie: Trial and Error
nov14

Toekomst van de farmacie: Trial and Error

De openbare apothekers maken zich zorgen over hun toekomst. De zorgverzekeraars hebben vooral interesse in voortzetting van het preferentiebeleid, omdat ze hiermee premieverlaging voor hun verzekerden kunnen bewerkstelligen. En het ministerie van VWS maakt weinig haast om de openbare farmacie een nieuw toekomstperspectief te bieden. Hoe kijken de mensen uit het veld aan tegen de openbare farmacie en de scenario’s voor de toekomst daarvan? Deel 5 van een artikelenserie over de toekomst van de openbare farmacie. Het verdwijnen van de openbare apotheek zoals we die nu kennen, is een realistisch scenario. Dit vinden zowel Michel Dutrée (directeur van Nefarma) als Ruud Coolen van Brakel (bestuurder van het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik). Dutrée is het meest uitgesproken: “De huidige apotheek vind ik inmiddels onvoldoende onderscheidend van de drogisterijen. Bij de apotheek is alleen de balie wat dieper door die ladekasten waarin de geneesmiddelen liggen. Het ligt dan ook voor de hand dat de drogist en de apotheek gaan fuseren in de komende vijf tot tien jaar. De apotheek besteedt toch al steeds meer ruimte aan producten van Vichy, VSM en Dr Vogel en aan medische hulpmiddelen. Voor zo’n samenwerking is een heel goed businessmodel te ontwikkelen, waarbij zorg en distributie worden gescheiden.” Coolen van Brakel is op dit punt wat terughoudender: “De nulde lijn is ook sterk aan het professionaliseren, dat is heel erg toe te juichen. Drogisterijen nemen hun distributie- en voorlichtingstaak steeds serieuzer. Of dat ook per se betekent dat je het uitgiftepunt voor de openbare farmacie daaraan kunt koppelen, weet ik niet zo zeker. Middelen die onder de Opiumwet vallen, zie ik nog niet zo snel via de drogisterij verstrekt worden. Maar verdergaande samenwerking en afstemming zijn wel degelijk mogelijk in ieder geval. En dat apotheken in sommige opzichten steeds meer op drogisten beginnen te lijken, is niet zo vreemd. Een apotheek is tenslotte ook gewoon een winkel en een apotheker is behalve een zorgverlener ook een ondernemer. Dit laatste is een serieus onderdeel van zijn werk. In de apotheek komen mensen met een zorgvraag. Die is deels te beantwoorden met receptgeneesmiddelen, maar zeker deels ook met vrij verkrijgbare producten. Het zou onzin zijn dat onderdeel van het bedrijf links te laten liggen.” Loskomen van de distributie Het is in ieder geval niet de distributie waarvan de openbare farmacie het moet hebben, daarover zijn beiden het eens. “Het wordt steeds helderder dat je de zorg en de distributie van elkaar moet scheiden”, zegt Coolen van Brakel. “Voor de distributie hebben we de laatste jaren allerlei initiatieven zien ontstaan: De Centrale Apotheek, distributie via de huisarts, robots, centrale uitgiftepunten, noem maar op. Niet alles is succesvol gebleken, maar...

Lees Verder