Column Jan Dirk Jansen: Dilemma’s
sep16

Column Jan Dirk Jansen: Dilemma’s

In elk respectabel bedrijf wordt op gezette tijden de kristallen bol opgepoetst en gesproken over wat de toekomst in petto heeft. Op zo’n strategische sessie kwam de vraag aan de orde waar de komende jaren de grootste uitdagingen liggen als het gaat om de farmaceutische zorg.  Eén van de meest interessante dilemma’s vind ik hoe de nieuwe, vaak zeer kostbare, geneesmiddelen toegankelijk gehouden kunnen worden voor alle patiënten die daar baat bij hebben. Het is algemeen bekend dat de pijplijn van farmaceuten niet langer gevuld is met blockbusters, zoals bijvoorbeeld indertijd de statines en protonpompremmers. Maar de pijp is ook bepaald niet leeg. Nefarma publiceerde onlangs in Farmafeiten dat er op dit moment wereldwijd zo’n 5400 nieuwe geneesmiddelen in verschillende onderzoeksfasen zitten en dat het aantal nieuwe introducties, waaronder steeds meer biologische middelen, eerder stijgt dan daalt. Het gaat hierbij vooral om middelen tegen minder frequent voorkomende ziekten of gericht op specifieke genmutaties in beperkte patiëntenpopulaties (gepersonaliseerde medicijnen). Door gelijkblijvende ontwikkelkosten maar beperkte afzetmogelijkheden, kosten behandelingen vaak duizenden euro’s per maand. Omdat het veelal middelen betreft tegen specifieke vormen van kanker of andere levensbedreigende aandoeningen, zoals bijvoorbeeld ALS, sikkelcelziekte of septische shock, is er een grote druk vanuit de samenleving om te zorgen voor onbelemmerde toegang tot deze nieuwe therapieën. In combinatie met de stijgende zorgvraag betekent dat jaarlijks honderden miljoenen aan extra kosten. De overheid heeft deze dure geneesmiddelen overgeheveld naar het budget medisch specialistische zorg en daarmee zijn de ziekenhuizen voor een belangrijk deel verantwoordelijk gemaakt voor het in de hand houden van deze kosten. Ook bij verzekeraars is er een trend om dit soort risico’s af te wentelen op de zorgaanbieders. Het gevolg laat zich raden. Er komen de laatste tijd steeds meer signalen dat patiënten niet gelijk behandeld worden. Besluiten over de inzet van dit soort geneesmiddelen worden in ziekenhuizen steeds vaker centraal genomen in plaats van in de behandelkamer. Dat riekt naar de postcodegeneeskunde van de jaren 90 waarin alleen de ‘rijke’ ziekenhuizen patiënten konden behandelen met dure geneesmiddelen zoals bijvoorbeeld Taxol. Er moet dus iets gebeuren. Het KWF en de NZa publiceerden deze zomer rapporten met een aantal suggesties. De meest voor de hand liggende is onderhandelen met de producent over de prijsstelling door ziekenhuizen, zorgverzekeraars of overheden. Maar als dat te gek wordt, brengen fabrikanten hun unieke producten in de betreffende landen niet meer op de markt of ze stoppen op termijn met investeren in innovatie vanwege onvoldoende opbrengsten. Een andere benadering is het vaststellen van grenzen door de overheid, zoals in Engeland. Hier heeft de RVZ eens gesuggereerd dat het verlengen van een leven niet meer dan 80.000 euro per QALY...

Lees Verder
Column Jan Dirk Jansen: Waar is hier de nooduitgang?
jun24

Column Jan Dirk Jansen: Waar is hier de nooduitgang?

De VvAA publiceerde eind mei de resultaten van een welzijnsonderzoek onder zorgprofessionals. De conclusies dat zorgprofessionals ontevreden zijn over de werk- en regeldruk en dat gemiddeld één op de vijf een andere baan overweegt, kregen in de landelijke media ruim aandacht. Of de vraagstelling en de scores in dit soort onderzoeken de getrokken conclusies altijd voor 100% rechtvaardigen, blijft wel een beetje de vraag. Maar als je diverse beroepsgroepen dezelfde vragen gaat stellen, geven de verschillen in de beantwoording toch een interessante inkijk in de problematiek bij bepaalde beroepen. Welk beeld komt er naar voren? Het eerste dat opvalt is dat de factor bezieling bij apothekers 3 x lager ligt dan bij alle anderen (tandartsen, huisartsen, dierenartsen, specialisten en fysiotherapeuten) en de factor stress/burnout 2 x hoger. Slechts 6% van de apothekers voldoet aan het criterium bevlogen en maar liefst 30% valt in de categorie gestrest/burnout. De bureaucratie en regeldruk vanuit de zorgverzekeraars, een verstoorde werk-privébalans en een hoge werkdruk zijn de boosdoeners als het gaat om stress. Negatieve beeldvorming bij het publiek, het gebrek aan ontwikkelmogelijkheden en loopbaanperspectief hebben een negatief effect op de bezieling. Als de zaken zo beroerd liggen dan ga je op zoek naar iets anders. Zo’n 30% van de apothekers geeft aan op zoek te zijn naar de nooduitgang. Maar die lijkt helaas geblokkeerd. Veel apothekers zouden wel iets anders willen maar men ervaart weinig mogelijkheden. De gemiddelde respondent werkt dan ook maar liefst 21 jaar in dezelfde functie. Kom daar eens om bij de gemiddelde academicus in het bedrijfsleven dat zo’n beetje in permanente staat van reorganisatie verkeert. Wat je om je heen hoort en ziet in onze sector, sluit wel naadloos aan bij het onderzoek. Er zijn diverse praktiserende collega’s die in forums, tweets en columns de absurde gevolgen van regels hekelen. Soms zelfs met humor, alhoewel blijkens het onderzoek veel apothekers het lachen wel wat is vergaan. Het is jammer dat er geen vergelijkend onderzoek uit het verleden voorhanden is. Maar mijn persoonlijke indruk is dat apothekers vroeger meer plezier in hun werk hadden. Nog belangrijker dan de conclusies is de vraag hoe we deze trend zouden kunnen keren. Als we het eens zijn dat de beroepsgroep er niet erg fris bij staat, wat gaan we er dan aan doen? Tegen werkdruk en bureaucratie kan je in ieder geval actie voeren. Omdat iedereen het herkent, wekt dit thema zeker meer sympathie bij de medeburgers dan campagnes voor hogere tarieven.  Iedereen ziet de bureaucratie in de zorg toenemen en klaagt er steen en been over, zowel patiënten als hulpverleners. Als we nou eens de handen ineenslaan met andere zorgprofessionals uit de eerste...

Lees Verder
Kaalslag apotheken nog niet ten einde: “Er zitten twee kanten aan de medaille”
apr27

Kaalslag apotheken nog niet ten einde: “Er zitten twee kanten aan de medaille”

Nee, de openbare apotheek zal niet verdwijnen. Daarover zijn Jan Dirk Jansen, algemeen directeur van Pluripharm, en Frits Offermann, bestuurder bij de stichtingen VNA (Verenigde Nederlandse Apotheken) en VZA (Vereniging Zelfstandige Apothekers), het volledig met elkaar eens. En ze gaan er ook beiden vanuit dat er een toekomst is voor de zelfstandig gevestigde apotheker. “Kijk je naar de lijstjes van uitstervende beroepen, dan zie je dat de apotheker daar nooit opstaat”, zegt Offermann, zelf eigenaar geweest van twee apotheken. “Apotheken vervullen ook een essentiële functie natuurlijk. Je kunt waarschijnlijk alles wel automatiseren, maar kennisoverdracht blijft toch mensenwerk. Wel staat het aantal apotheken onder druk. In dorpen waarin voorheen vier apotheken gevestigd waren, zie je nu dat de apothekers zijn gaan samenwerken en twee vestigingen hebben gesloten. Die kaalslag is gaande en die is beslist nog niet ten einde. De zorgverzekeraars hebben steeds gezegd dat vierhonderd apotheken moeten verdwijnen en ze dwingen ook af dat dit gebeurt. Kleine apotheken krijgen steeds meer moeite de begroting rond te krijgen. Voor de patiënt kan de ontwikkeling betekenen dat hij verder moet reizen en met langere wachttijden in de apotheek te maken krijgt door grotere patiëntenaantallen en bezuinigingen op het personeel. Een mogelijk voordeel is dat apotheken zich zullen gaan specialiseren of hun dienstverlening uitbreiden. Er zitten dus twee kanten aan de medaille.” Veranderende rol Jansen verwacht dat de rol van de apotheek als laagdrempelige vraagbaak in de wijk op het gebied van medicijnen en gezondheid intact zal blijven. “Ook voor zelfzorg en preventie kan de apotheek een belangrijke rol vervullen voor patiënten”, zegt hij. “De rol van de apotheek zal wel veranderen. De opbrengsten uit distributie zullen verminderen en die uit zorg groeien, al zal dat in de huidige markt niet heel snel gaan. Maar door de schaalvergroting zal het aantal patiënten per apotheek toenemen, waarmee de mogelijkheden verbeteren om meer aan zorg te doen en daarmee inkomen te genereren. Aan het verstrekken van medicatie aan een chronische patiënt die steeds weer hetzelfde doosje komt halen, kun je niet zoveel waarde toevoegen. Die meerwaarde zit vooral in spoedmedicatie, in uitleg over geneesmiddelengebruik, in het beheren en bewaken van het totale dossier van de patiënt en in het overleg met de voorschrijvers. Ik vind dat we ons daarop moeten blijven focussen. Probleem is wel dat de zorgverzekeraars maar mondjesmaat bereid zijn om te investeren in zorg. Apothekers moeten elke keer eerst met bewijzen komen dat wat zij doen kosten bespaart en waarde toevoegt voor de patiënt. Volgens mij schieten zorgverzekeraars hierin regelmatig door.” Onafhankelijk van elkaar functioneren In de apotheker als farmaceutisch consulent van – of in dienst van – de huisarts zien...

Lees Verder
Column Jan Dirk Jansen: Lentebries
apr23

Column Jan Dirk Jansen: Lentebries

De eerste warme dagen vielen uitzonderlijk vroeg dit jaar. Wat mij betreft één van de weinige positieve bijwerkingen van de klimaatverandering. Zelf raak ik op zulke dagen direct in een voorjaarsstemming. De bril kleurt wat meer roze en de wereld ziet er een stuk fleuriger uit. Datzelfde positieve gevoel bekroop mij onlangs op de eerste Care4Pharmacy avond. Ook die avond leek er een warme lentebries door de zaal te waaien. Deze masterclass over ondernemen is georganiseerd door jonge apothekers die voor de keuze staan om als apotheekeigenaar de openbare farmacie in te stappen of iets anders te gaan doen. Een tweetal meer ervaren collega’s, Sonja Keizers van Pillen en Praten en Laurens Schulpen uit Woerden, vulden een deel van de avond met inspirerende presentaties over hoe je een mooie apotheek kunt opbouwen uit niets als je maar over doorzettingsvermogen, een heldere visie en wat ondernemerschap beschikt. De avond werd afgesloten met een zeer enthousiaste salespitch van een  jonge apotheker die bezig is met een medicatie app. In de wandelgangen van het symposium werd duidelijk dat de aanwezige jonge apothekers en studenten bruisen van de energie en zin hebben om er tegenaan te gaan. Op bijeenkomsten van iets meer belegen collega’s, waar ik mijzelf ook toe reken, heerst vaak een heel andere stemming.  De apotheekeigenaren die het tijdperk voor het preferentiebeleid nog hebben meegemaakt, is het lachen in de loop der jaren vaak wat vergaan. Wie heeft er nu gelijk? Aan de ene kant staan, naast steeds meer eisende consumenten en beleidsmakers, de verzekeraars die vanuit hun rol als kritische zorginkoper de zorgaanbieders in het nauw drijven. Na preferentie en claw back zijn openbare apothekers geconfronteerd met het verlies van delen van het assortiment, met de overheveling naar ziekenhuizen en, recent, met selectieve contractering van herhaalmedicatie en het uitsluiten van eigen bereidingen. Ook Sonja Keizers gaf aan dat zelfstandig ondernemen en innoveren in dit klimaat steeds lastiger wordt. Aan de andere kant pakken apothekers steeds meer zorgtaken op en liggen er op dit terrein ook nog meer dan voldoende verbetermogelijkheden en nieuwe kansen. Denk bijvoorbeeld aan het thema van de KNMP voorjaarsdag; de Farmacogenetica. Alle andere stakeholders lijken ook te willen dat de openbare apotheker deze zorgtaken oppakt. Een ander punt is de macht van de zorgverzekeraar. Na het afrekenen met de hoge inkomens en uitwassen in de zorg, neemt de weerstand bij zorgaanbieders, consumenten en politiek, tegen al te dominante zorgverzekeraars langzaam toe. Dankzij de huisartsen, wordt er bijvoorbeeld nu door Schippers gekeken of er wat meer ruimte kan komen voor eerstelijnszorgaanbieders om tegenspel te bieden. Om in de sfeer van de seizoenen te blijven; één zwaluw maakt nog...

Lees Verder
Column Jan Dirk Jansen: Weerstand
feb17

Column Jan Dirk Jansen: Weerstand

Eén van de belangrijkste nieuwtjes van de afgelopen tijd in onze branche, is wat mij betreft de aankoop van de apotheek en groothandelsactiviteiten van Mediq door Benu. De combinatie komt in theorie uit op 325 eigendomsapotheken en zo’n 250 franchisenemers. Dit onder voorbehoud van het eindoordeel van de ACM. Dat Mediq door één van de concurrenten is overgenomen komt voor velen niet als een enorme verrassing. Schaalvergroting is van alle tijden maar bij zorgaanbieders lijkt er de laatste jaren sprake van een stroomversnelling. Thuiszorgorganisaties, ziekenhuizen, medische speciaalzaken, zorggroepen, enzovoort, fuseren dat het een lieve lust is. Even los van de vraag of fusies en overnames de resultaten opleveren op het gebied van rendement en kwaliteit die vaak als vanzelfsprekend worden aangenomen, is het ook interessant om de drivers achter deze schaalvergroting eens nader te bekijken. Deze consolidatiegolf speelt zich af in een markt waarin stevig bezuinigd wordt en waarin de betalers, de zorgverzekeraars, zelf in hoog tempo gefuseerd zijn tot 4 spelers die samen meer dan 90% van de markt beheersen. De verzekeraars bezuinigen niet alleen op de algemeen aangeboden contracten maar ook via aanbestedingen, onder couvert beleid en selectieve contractering. In onze sector waren we dat bij de hulpmiddelen al gewend maar het selectief contracteren van openbare apotheken is nieuw. Zo kunnen vanaf 1 januari patiënten met een budgetpolis van VGZ voor niet spoedeisende geneesmiddelen alleen terecht bij Mediq of NFZ apotheken. Alle andere apotheken mogen alleen de spoedzorg voor deze patiënten overeind houden. Afhankelijk van de uitkomsten van het artikel 13 debat, neemt de mogelijkheid van verzekeraars om zorgaanbieders uit te sluiten straks nog verder toe. In een markt met zoveel druk vanuit de zorginkoop worden zorgaanbieders wel gedwongen om de krachten te bundelen. Naast fusies en overnames zijn er in theorie ook andere mogelijkheden voor zorgaanbieders om samen te werken. DZF, waarbinnen Alphega, Benu en Pact samenwerken, is daarvan een voorbeeld. Veel verzekeraars hebben echter te kennen gegeven liever geen zaken te doen met een partij als DZF. Ook de ACM stelt veel eisen aan concentraties van zorgaanbieders als het gaat om gezamenlijke verkoop. Als de samenwerking tussen zelfstandige partijen zo moeilijk gemaakt wordt, is het logisch dat partijen in de zorg gaan zoeken naar andere wegen, zoals fusies of overnames, om hun marktmacht op het niveau van de zorgverzekeraar te krijgen. De vraag die dit alles bij mij oproept is of verzekeraars inmiddels niet bezig zijn met het organiseren van hun eigen weerstand. Als marges tot normale proporties zijn teruggebracht, is het dan verstandig om maar te blijven doordrukken op de zorgaanbieders? Op korte termijn pers je er misschien nog een paar dubbeltjes uit maar...

Lees Verder
Column Jan Dirk Jansen: Dansen op de rand van de vulkaan
nov18

Column Jan Dirk Jansen: Dansen op de rand van de vulkaan

Het is herfstvakantie en we zijn voor een week afgereisd naar een zonnig oord. Vanaf het strand hebben wij uitzicht op twee slapende vulkanen, les Pitons. Het is een idyllische plek en een voorrecht om hier te verblijven. Ineens moet ik denken aan het KNMP congres van een week geleden. De afgelopen jaren ben ik meer op de expositie te vinden dan in de congreszaal. Dat heeft te maken met het vertegenwoordigen van het bedrijf waar ik voor werk en al doende spreek je heel wat apothekers op zo’n dag. Omdat we 30 jaar bestaan, bevond ik mij in een feestelijk aangeklede stand onder kleurige ballonnen, met mooie wijnen op tafel en omringd door goed gemutste medewerkers, klanten en relaties. De stemming zat er vanaf het begin al goed in. Tegen het einde van de dag begonnen er op verschillende plaatsen bands te spelen, soms tegen elkaar in, DJ’s namen plaats achter draaitafels, uit de diverse taps van leveranciers stroomde bier, flessen wijn werden ontkurkt en hier een daar werd gedanst. Het kan zijn dat ik teveel van die mooie wijnen heb geproefd maar ik had het idee dat de stemming onder apothekers op het congres veel beter was dan in de afgelopen jaren. Er werd minder geklaagd en meer gelachen. Ook na het congres was het nog lang gezellig in de binnenstad van Utrecht. Gaat het beter met onze beroepsgroep of vormt het congres een uitlaatklep voor de dagelijkse misère? Van de buurman kreeg ik de volgende dag een artikel over apothekers, die dure academici die toezicht houden op het schuiven van doosjes. Iets dat goed door minder geschoolden kon worden overgenomen, volgens de journalist in kwestie. Verderop werd de vergelijking met parlevinkers gemaakt, een ander beroep dat inmiddels uitgestorven is. Mijn buurman, die mij met enige regelmaat hoort mopperen over de gang van zaken, leeft inmiddels met de beroepsgroep mee en vindt dat de apothekers wel voldoende zijn aangepakt. Hij zei dat ik het mij maar niet teveel moest aantrekken. In het laatste deel van het artikel werd de toonzetting gelukkig iets genuanceerder en ging het over de kennis van de apotheker die beter benut zou kunnen worden en over verzekeraars die daarvoor moeten zorgen. Ik denk dan aan al die moeizame gesprekken tussen apothekers, verzekeraars en beleidsmakers waar ik het afgelopen decennium getuige van mocht zijn. Het gaat allemaal zo tenenkrommend langzaam. Waarom vieren we eigenlijk feest op het KNMP congres? Begrijp mij niet verkeerd. Ik ben gek op een feestje met gelijkgestemden en sta altijd als eerste aan de bar met een wijnglas. Maar eigenlijk zouden we getergd moeten zijn en dit jaar weer een...

Lees Verder
Column Jan Dirk Jansen: Geen trek in een gesprek
jun13

Column Jan Dirk Jansen: Geen trek in een gesprek

Op 1 juli 2008 werd de uniforme receptregelvergoeding door de NZa afgeschaft en vervangen door de gedifferentieerde prestatiebekostiging. Men introduceerde een tweetal basisprestaties waarop een serie toeslagen van toepassing kon zijn, zoals een eerste uitgifte, een bereiding of een dienstrecept. De tarieven werden vastgesteld op basis van de gemiddelde kostprijs van de betreffende handeling en omdat er tussen apotheken de nodige verschillen zitten in de levering van de verschillende prestaties, lijkt deze differentiatie een eerlijk uitgangspunt voor een tariefsysteem. Centrale landelijke apotheken die zich specialiseren in herhaal­medicatie kregen daardoor minder, apotheken met veel eerste uitgiftes, eigen bereidingen en dienstrecepten kregen meer. Loon naar werken en minder ergernis over free riders die voorheen de krenten uit de pap konden vissen. Openbare apothekers blij zou je zeggen. En in eerste instantie was er, behoudens de perikelen rond preferentie, ook niet al te veel gedoe over  tarieven en toeslagen, totdat de NZa, op verzoek van de verzekeraars, per 1 januari jongstleden de eerste uitgifte toeslag verving door de zelfstandige prestatie ‘Eerste Terhandstellingsgesprek’. Apothekers zouden onterecht declareren en zo kon de klant beter controleren of het gesprek ook daadwerkelijk gevoerd was. De vrees van apotheekorganisaties, die bij de rechter tevergeefs protest aantekenden tegen dit besluit, werd al snel bewaarheid. Sinds de introductie is er sprake van een hausse aan negatieve reacties van klanten aan de balie, van consumentenorganisaties en via de media. Plotseling worden er bij allerlei andere tarieven en verschillen in prijzen, bijvoorbeeld door contractering of preferentie, ook vraagtekens gezet. Zo kan de per locatie wisselende ANW toeslag eveneens rekenen op veel onbegrip. Een kleine greep uit een hele lange lijst met koppen; ‘Apotheker knoeit met uitleg’, ‘Vrouw weigert pil van 33 Euro van dienstapotheek Ede die normaal 24 cent kost’, ‘Apotheek rekent boete voor halen recept op zaterdag’. Uit reacties van klanten blijkt dat de apothekers in 99% van de gevallen verantwoordelijk gehouden worden voor de prijssprongen die het gevolg zijn van een opgelegde systematiek. ‘Schandelijk dat een gesprek niet is inbegrepen, in een winkel hoef ik toch ook niet te betalen voor een advies’ is de algemene trend. Het trieste gevolg is dat het vertrouwen in de apotheker als zorgverlener afbrokkelt en het imago van graaier weer opdoemt, dat apothekers voor het bewaren van de goede vrede minder declareren dan waar zij recht op hebben en dat patiënten regelmatig bezwaar maken tegen een belangrijk stukje zorg die de apotheker volgens zijn beroepsnormen verplicht is te leveren. Verzekeraars en consumentenorganisaties zijn inmiddels in de weer om aan hun verzekerden en achterban uit te leggen hoe de tarieven van apothekers in elkaar steken. Ik ben echter bang dat de opgelopen imagoschade niet...

Lees Verder
Valt er nog wat te kiezen?
apr08

Valt er nog wat te kiezen?

Om de paar jaar gaan alle politieke registers open om ons naar de stembus te lokken en te laten kiezen. Jammer genoeg  worden onze keuzemogelijkheden als het om zorg gaat, steeds beperkter. De onlangs verschenen NZa Monitor Zorginkoop 2014 is een aardig stuk, als men kennis wil nemen van de strategie die beleidsmakers voor zich zien om te komen tot kosten­beheersing. De NZa geeft hierin aan zeer tevreden te zijn. Er wordt namelijk voldoende zorg gecontracteerd, ondanks het feit dat de verzekeraars selectief inkopen en contracteren onder het NZa tarief, de kostenindexering en het budgettair kader zorg (BKZ). Dat er klachten zijn van zorgaanbieders, met name uit de ‘vrije’ sector zoals fysiotherapeuten en logopedisten, vindt de NZa een goed signaal: ‘juist het ontbreken van klachten over de stevige inzet zou een signaal kunnen zij van een niet functionerende zorginkoop’. Beste zorgaanbieders, gauw stoppen met klagen dus. Dan worden ze bij de NZa pas echt ongerust. Verder lezen we dat ‘slikken of stikken contracten’ horen bij de contractvrijheid en dat inkoopmacht bij de verzekeraar niet bezwaarlijk is, zolang het voordeel maar doorgegeven wordt via de premie. De NZa stelt vast dat niet-financiële aspecten zoals kwaliteit, innovatie en service, in de huidige onderhandelingen van ondergeschikt belang zijn. Niettemin neemt de selectieve zorginkoop toe. De NZa maakt zich echter geen zorgen. Het hoeft geen probleem te zijn als ‘zorgaanbieders investeringen in kwaliteit en service uitstellen of terugschroeven’ of dat ‘zorgaanbieders uittreden uit de markt’. ‘Er kunnen immers situaties van overaanbod voorkomen.’ Werkt de markt dan helemaal perfect? Nee, er is nog een smetje weg te werken: ‘er is een trend waar te nemen waarin een toenemend aantal kleine zorgverleners geen contract wil tekenen. Dat gebeurt uit onvrede met het tarief of de aanvullende eisen. Zij denken met restitutie en/of 60-80% van het marktconforme tarief uit te komen’ (60-80% is het huidige natura tarief voor niet gecontracteerde aanbieders, consequentie van artikel 13 zvw). Daar wil de NZa nu korte metten mee maken. Zij adviseert de Minister ‘met klem’ om het mogelijk te maken dat verzekeraars voor niet gecontracteerde zorg ook 0 Euro kunnen vergoeden. Lastige rechters hebben namelijk eerder bepaald dat patiënten die zelf willen kiezen recht hebben op minimaal 75% van het reguliere tarief. De Minister heeft inmiddels een wetsontwerp naar de Tweede Kamer gestuurd. Je hoeft geen visionair te zijn om te zien waar dit toe leidt. Een sobere basiszorg zonder veel franje, service of innovatie. Voor een deel van de consumenten is dit misschien een acceptabele en betaalbare oplossing. Maar we laten ons toch zeker niet betuttelen en massaal dwingen naar de goedkoopste selectief gecontracteerde aanbieder? Lazen we niet ergens...

Lees Verder
Jan Dirk Jansen: Afscheid
feb11

Jan Dirk Jansen: Afscheid

De eerste dag van het nieuwe jaar is een mooi moment om veranderingen te introduceren. Zo ook bij FarmaMagazine. Vijf jaar is een mooie ronde periode als hoofdredacteur en bovendien eist mijn werk voor Pluripharm de volle aandacht op. Daarom draag ik met genoegen de hoofdredactie over aan Bastiaan Witvliet, tevens eigenaar en oprichter van FarmaMagazine. Ik heb Bastiaan leren kennen in de tijd dat ik actief was voor LLOYDS apotheken. Het was altijd interessant om met hem te discussiëren over communicatie en PR campagnes. Toen hij mij eens langs de neus weg vroeg of er naast het PW misschien ruimte zou zijn voor een ander blad voor apothekers, had ik eerlijk gezegd mijn twijfels. Helemaal toen ik hoorde dat het een gratis blad moest worden, volledig betaald uit advertentie-inkomsten. Ik weet niet hoe het u vergaat, maar de stapels met nog te lezen stukken en mails zijn vaak niet om door te komen en ik kon mij nog goed herinneren uit mijn eigen tijd als openbaar apotheker wat ik deed met al dat ongevraagde en gesponsorde drukwerk. Maar Bastiaan kwam in 2006 toch met FarmaMagazine op de markt en als wij elkaar zagen, ging het altijd wel even over de inhoud van de laatste editie en welke kant het blad op zou moeten. Ik was daarbij nogal kritisch, vrees ik. Kennelijk kreeg Bastiaan daar op een gegeven moment genoeg van want bij jaargang drie kwam de vraag of ik het dan niet eens zelf wilde proberen. En dan kom je er achter dat het best een uitdaging is om met een bescheiden budget toch een interessant blad te maken. Je kunt niet altijd werken met vaste gespecialiseerde journalisten en er is beperkt tijd om artikelen voor te bereiden en uit te werken. Ik vind dat het ons als redactie samen met onze journalisten goed gelukt is om het blad te professionaliseren. Als ik kijk naar de waarderingscijfers van lezers en de respons op  artikelen, heeft het blad ontegenzeggelijk aan interesse en invloed gewonnen. En alhoewel er altijd ruimte voor verbetering is, ben ik trots op wat we de afgelopen jaren met z’n allen bereikt hebben. Het is goed dat er nu weer iemand met een frisse kijk en met nieuwe ideeën instapt en dit traject voortzet. Een blad moet blijven openstaan voor vernieuwingen. Ik zal met regelmaat een bijdrage aan FarmaMagazine blijven leveren in de vorm van een column, dus helemaal weg ben ik niet. Ik wens Bastiaan heel veel succes in zijn nieuwe rol en u als lezer nog veel interessante en lezenswaardige artikelen. Jan Dirk...

Lees Verder
Jan Dirk Jansen: contracteerronde 2014 nadert de ontknoping
nov08

Jan Dirk Jansen: contracteerronde 2014 nadert de ontknoping

De contracteerronde 2014 nadert de ontknoping. De verwachting is nog steeds dat de meeste apotheken in de loop van november hun zaken zullen doen. Daarna is het wachten tot de details van de diverse collectieve contracten naar buiten sijpelen. De inhoud van deze contracten leidt vandaag de dag tot heftige onderlinge discussies, zowel binnen als buiten de collectieven. Men is uiteraard ook nieuwsgierig naar wat de buurman aan extra’s denkt te ontvangen. Een dubbeltje op het tarief hier, vijf cent daar, iets minder aftopping en dan natuurlijk de plussen op extra FPZ, die het jaar daarop vaak tot even heftige discussies leiden maar dan tussen de collectieven en de verzekeraars over de behaalde resultaten. Toch bekruipt mij, als deelnemer aan één van deze collectieve onderhandelingstafels, regelmatig het gevoel dat we een belangrijk deel van de clou missen. Natuurlijk vecht ieder collectief voor het beste resultaat voor de eigen achterban. De ronkende persberichten die collectieven en verzekeraars gezamenlijk uitsturen, getuigen van wederzijdse vreugde over de geweldige zorg die geleverd gaat worden en suggereren dat er fantastische contracten zijn afgesloten. Dit is echter slechts een rituele dans. Verzekeraars laten weten dat x% van de markt binnen is en verhogen zo de druk op de achterblijvers. En collectieven maken via deze persberichten graag goede sier naar de achterban; sluit je aan en de problemen worden voor je opgelost. Het schrijnende is echter dat de afgegeven boodschap steeds meer in contrast staat tot de trends die koele rekenaars zoals Ed Brouwer afleiden uit de cijfers van hun apotheekklanten, van wie er velen zijn aangesloten bij dezelfde juichende collectieven. Ed Brouwer geeft zelfs aan dat het wel eens een historisch slecht jaar kan worden (lees hiervoor het artikel op pagina 14). Als we ons het budget voor farmaceutische zorg even voorstellen als een taart dan is de situatie nu dat  de onderhandelingscollectieven daar zo snel mogelijk een zo groot mogelijke punt voor zichzelf proberen uit te snijden met als gevolg (of moeten we zeggen als doel?) dat er voor anderen minder overblijft. Op korte termijn misschien goed voor de concurrentiepositie van de eigen club maar op lange termijn dodelijk voor de winstgevendheid van de sector als geheel. Want wie kan zich in zo’n speelveld nog bekommeren over de grootte van de taart zelf? Die wordt tegenwoordig dan ook geheel uit het zicht gebakken door de verzekeraar naar eigen recept. Structureel en constructief overleg met de sector over de hoogte van het budget is er niet. Volgens mij is het tijd dat de zelfstandige apothekers en de collectieven zich bezinnen over de gang van zaken en over een aantal kwesties de koppen bij elkaar steken....

Lees Verder
Pagina 1 van 212