Katja van Geffen: Aandacht voor het tweede-uitgiftegesprek
jul13

Katja van Geffen: Aandacht voor het tweede-uitgiftegesprek

Groen, groener, groenst. Bussum op een zonnige vrijdagmiddag in juni doet zijn naam eer aan. De naam van dit groene dorp op de Gooise heide is namelijk afgeleid van Bos-hem wat ‘huis in het bos’ betekent. Het is de thuishaven van de Nierstichting waar Katja van Geffen Manager Zorg & Innovatie werkzaam is. Katja: “Apothekers kunnen op verschillende plekken werkzaam zijn en ik vind het belangrijk om de rol van de apothekers overal te promoten. Ik werk op het snijvlak van maatschappelijke problematiek en inhoud, kennis en beleid. Daarbij is het voor mij essentieel om zorg vanuit patiëntenperspectief te benaderen. Na haar studie farmacie ging Katja in 1990 aan de slag als klinisch onderzoeker bij GlaxoSmithKline (GSK). Katja: “Je werkt met verschillende afdelingen samen aan een gezamenlijk doel. Dit hogere doel is de ontwikkeling van een nieuw medicijn. Ik hield me bezig met nieuwe medicijnen voor astma en COPD en heb 9 jaar met plezier bij GSK gewerkt.” De interpretatie van bijwerkingen Na GSK volgt in 1999 de overstap naar de Universiteit Utrecht waar Katja haar carrière vervolgt als hoofd Wetenschapswinkel Geneesmiddelen, onderdeel van de farmacieopleiding. Katja: “De Wetenschapswinkel ondersteunde maatschappelijke organisaties met onderzoek. We hebben destijds een aantal zaken op de kaart gezet zoals het feit dat patiënten toen nog geen bijwerkingen van geneesmiddelen mochten melden. We hebben onderzoek gedaan voor de Epilepsievereniging en daaruit bleek dat patiënten andere bijwerkingen van belang vinden dan zorgverleners. Artsen en apothekers letten bijvoorbeeld meer op afwijkende bloedwaardes terwijl patiënten huiduitslag of vermoeidheid een ingrijpendere bijwerking vinden. Bijwerkingen worden door professionals anders geïnterpreteerd dan door patiënten.” Tweede-uitgiftegesprek “Tijdens het werk in de Wetenschapswinkel ben ik gepromoveerd op het gebruik van antidepressiva”, vervolgt Katja. “Een van de opvallendste bevindingen tijdens dit onderzoek was dat 28% van de patiënten die een behandeling voorgeschreven krijgen, hun recept niet, of slechts één keer afhalen en daarna stoppen. Bij navraag bleek dat veel patiënten eigenlijk liever geen pil wilden of zichzelf niet depressief vonden. Anderen schrokken van de bijwerkingen. Er gaat in de communicatie tussen arts en patiënt blijkbaar toch iets mis.” Volgens Katja is er ook in de openbare apotheek veel te winnen als het gaat over begeleiding van patiënten. “Het tweede-uitgiftegesprek is in dit kader wellicht belangrijker dan een eerste-uitgiftegesprek. De apotheker moet tijdens dit gesprek vragen hoe het geneesmiddel bevalt, wat de bijwerkingen zijn. Hier kan hij vervolgens op inspelen en zijn toegevoegde waarde als apotheker laten zien. Over de betaling van begeleiding van medicijngebruik moet je afspraken maken met de ziektekostenverzekering maar je moet je niet laten weerhouden om te laten zien wat je waard bent als apotheker.” Voorkomen is beter dan genezen...

Lees Verder