Minder antibioticaprescriptie kinderen met luchtweginfecties
sep29

Minder antibioticaprescriptie kinderen met luchtweginfecties

Antibiotica worden vaak onnodig voorgeschreven voor kinderen met luchtweginfecties. Antibiotica helpen vaak niet om klachten te verminderen, of er sneller vanaf te komen, terwijl ze wel vervelende bijwerkingen geven en bijdragen aan de ontwikkeling van resistente bacteriën. Een korte online training voor huisartsen in combinatie met een informatieboekje voor ouders vermindert antibioticaprescriptie voor kinderen met luchtweginfecties. Dat is de conclusie van het RAAK-onderzoek.  RAAK staat voor: RAtioneel Antbioticabeleid Kinderen. Dit onderzoek heeft aangetoond dat huisartsen die een korte online scholing volgden en ouders een informatieboekje gaven, minder antibiotica voorschrijven voor kinderen met luchtweginfecties. De huisartsen die de interventies hebben gevolgd, schrijven significant minder antibiotica voor aan kinderen met een luchtweginfectie. Minder bezoek aan huisarts
 Binnen dezelfde ziekte-episode kwamen kinderen uit de interventiegroep minder vaak terug op het spreekuur van de huisarts. Er was geen verschil in aantal consulten voor nieuwe luchtweginfecties of verwijzingen naar het ziekenhuis met de controlegroep gedurende 6 maanden. Ook vond de projectgroep een significante reductie plaats van het totale aantal antibioticaprescripties voor kinderen in een heel jaar na de interventie. Huisartsen en ouders tevreden
 Huisartsen waren zeer tevreden over de scholing. De inhoud was vaak niet nieuw voor hen, desondanks werden ze zich daardoor meer bewust van hun voorschrijfgedrag. Ouders vertelden dat ze al terughoudend waren over antibiotica en dat ze het prettig vonden dat het informatieboekje hun visie bevestigde. Ze vonden uit het boekje vooral de concrete aanwijzingen relevant bij welke klachten of symptomen ze contact moesten opnemen met de huisarts. Dit  gaf hen een zekerder gevoel om te durven afwachten tot hun kind herstelt. Financiering
 Het RAAK-onderzoek is gefinancierd door ZonMw als onderdeel van het ZonMw-programma Priority Medicines Antimicrobiële Resistentie. Dit programma wil een bijdrage leveren aan het beheersen en oplossen van de problematiek van Antimicrobiële resistentie of antibioticaresistentie. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
NHG-Standaard Astma bij kinderen – opnieuw herzien
okt04

NHG-Standaard Astma bij kinderen – opnieuw herzien

De NHG-Standaard Astma bij kinderen bestaat al geruime tijd en dat is een goede zaak: astma komt bij kinderen veel voor en tijdige en goede diagnostiek, begeleiding en behandeling kunnen veel narigheid op latere leeftijd voorkomen. De laatste herziening stamt uit 2006 en recent is de derde herziening gepubliceerd (Bindels et al., 2014). Astma komt veel voor en de prevalentie neemt toe. In de periode 2001-2011 is de prevalentie van astma voor mannen met 46% en voor vrouwen met 57% gestegen. De demografische ontwikkelingen kunnen slechts een klein deel van deze stijging verklaren, het grootste deel is waarschijnlijk te verklaren door epidemiologische ontwikkelingen zoals veranderingen in leefomgeving en leefstijl. Op 1 januari 2011 hadden 475.400 mensen astma: 218.400 mannen en 259.000 vrouwen (26,5 per 1.000 mannen en 30,8 per 1.000 vrouwen). Men schat dat dit in de periode 2011 tot 2030 met ongeveer 3% zal stijgen. Dit is slechts een geringe stijging ten opzichte van die van een aantal ouderdomsziekten die met 30-50% zullen toenemen en van COPD die met 39% zal toenemen. Astma is een ziekte die vooral bij kinderen en jongvolwassenen voorkomt en de vergrijzing heeft daarom niet of nauwelijks invloed op het aantal mensen met astma. Meest voorkomende chronische ziekte Astma is de meest voorkomende chronische ziekte bij kinderen. De prevalentie bij 4- tot 18-jarigen is ongeveer 4-7%. In de algemene Nederlandse bevolking zijn ongeveer 85.000 kinderen met astma. De prevalentie in de huisartsenpraktijk bij kinderen van 1 tot 4 jaar is 33,8 per 1000 patiënten; bij kinderen van 5 tot 14 jaar is deze 35,9 per 1000 patiënten. Bij jonge kinderen komt astma ongeveer tweemaal zo vaak voor bij jongens als bij meisjes. Kinderen van Turkse en Marokkaanse oorsprong lijken minder vaak astma te hebben dan kinderen van Nederlandse, Surinaamse en Antilliaanse herkomst. Het is een chronische ontsteking van de kleine luchtwegen die leidt tot recidiverende aanvallen van reversibele en gedeeltelijk reversibele luchtwegobstructie. Deze luchtwegobstructie uit zich in een gevoel van benauwdheid en in piepende ademhaling. Tussen de aanvallen door is het kind meestal klachten- en symptoomvrij. Astma kan verband houden met allergie (waarbij IgE-antilichamen een belangrijke rol spelen), bijvoorbeeld voor huisstofmijt, huisdieren of pollen, maar ook de gevoeligheid voor niet-allergische prikkels (inspanning, rook, mist, stof) kan zijn verhoogd. Kinderen met astma zijn dan ook vaak gevoeliger dan andere kinderen voor aspecifieke prikkels, zoals tabaksrook, parfum of luchtverontreiniging. Het genotype heeft belangrijke invloed op het ontstaan van astma. Kinderen uit een gezin waarin één ouder astma heeft, hebben een twee- tot viermaal grotere kans om astma te krijgen dan kinderen van wie geen van de ouders astma heeft. Als beide ouders astma hebben, is de...

Lees Verder