Urine-incontinentie: Gedrags- en levensstijlverandering op plaats 1
mrt22

Urine-incontinentie: Gedrags- en levensstijlverandering op plaats 1

Urine-incontinentie komt veel voor onder ouderen. Vanwege schaamte wordt dit vaak niet besproken met de huisarts. Terwijl het ophouden van de plas simpel kan worden aangeleerd. Het eigen maken van goede gewoontes is echter niet voor iedereen makkelijk te doen, zo bleek onlangs tijdens de PAOFarmacie-nascholingscursus over urologische problematiek bij ouderen. Afgaande op de vele reclame-uitingen in kranten en op radio en televisie zou je kunnen denken dat het overgrote deel van de Nederlandse bevolking zijn plas niet kan ophouden. Dat is gelukkig niet het geval. Onder ouderen is dat echter wel zo; een groot deel van hen kampt met urine-incontinentie. Uit onderzoek blijkt dat een derde van de zelfstandig wonende ouderen eraan lijdt. Dat percentage loopt op tot ruim vijftig procent van de bewoners in verzorgingshuizen en meer dan driekwart van de bewoners in verpleeghuizen. Anatomie en fysiologische processen verklaren dat oudere vrouwen ongeveer drie keer zo vaak met urine-incontinentie kampen dan oudere mannen. Vanwege de toenemende vergrijzing zal het een steeds groter gezondheidsprobleem worden. De gevolgen zijn verstrekkend voor degenen die eraan lijden; het beïnvloedt de kwaliteit van leven aanzienlijk. Schaamte en bang zijn dat je urine kunt zien of ruiken, maken dat deze mensen gezelschappen mijden en er zelfs depressief van kunnen worden. Toch zoekt slechts de helft van deze groep hulp; de meesten lossen het zelf op met het dragen van speciaal hiervoor bestemd verband, inlegkruisje of maandverband. Misvatting Een gemiste kans, aldus dr. Paul Jansen, klinisch geriater en klinisch farmacoloog aan het UMC en bovendien hoofd managementteam van Ephor, het Expertisecentrum Pharmacotherapie bij Ouderen. Tijdens de PAOFarmacie-nascholingscursus over urologische problematiek bij ouderen vertelde hij onlangs dat er diverse behandelmogelijkheden zijn. Ook voor oudere- en kwetsbaar oudere patiënten. Gedragstherapie en het trainen van bekkenbodemspieren zijn daar voorbeelden van en ook medicatie en chirurgische ingrepen. Een misvatting daarbij is echter, zo stelde Jansen, te denken dat medicatie het meest effectief zijn. Een grootschalig onderzoek naar medicatiestudies dat Ephor onlangs heeft gedaan naar muscarine-antagonisten bij blaasontledingsstoornissen, bevestigt dat de effectiviteit van medicatie in vergelijking met placebo bij ouderen zelfs zeer beperkt is. In de meest gunstige gevallen werd een afname van drie tot vier ‘ongelukjes’ per dag waargenomen en bleven er gemiddeld nog twee tot drie keer niet-gecontroleerde urinelozingen over. Ter vergelijk: behandeling met placebo leverde een winst op van ongeveer de helft minder ongelukjes per dag. De winst van medicatie is dus minimaal en haalt zelden alle klachten weg. Bovendien gaan muscarine-antagonisten gepaard met bijwerkingen: droge mond, obstipatie en urineretentie zijn de meest voorkomende, maar ook verwardheid en vallen kunnen het gevolg zijn van medicatie tegen urine-incontinentie. Niet op het netvlies Hoewel ineffectiviteit van medicatie wel...

Lees Verder