UZI-medewerkerspas-niet-op-naam? Nog even geduld svp
jul03

UZI-medewerkerspas-niet-op-naam? Nog even geduld svp

De ‘UZI-medewerkerspas-niet-op-naam’ is nog steeds niet aan te vragen, ondanks eerdere toezeggingen daartoe door het CIBG. De overheidsinstantie stelt nog niet te weten wanneer deze wel kan worden aangevraagd. In een brief vragen eerstelijnsorganisatie InEen, de KNMP en de Landelijke Huisartsen Vereniging om opheldering. Sinds juni 2017 is de medewerkerspas op naam niet meer verkrijgbaar. Dit komt door een wijziging in regelgeving. Deze wijziging heeft tot een aanpassing in het UZI-register geleid. Het CIBG voorspelde het al: die aanpassing kost veel tijd. Nog geen zicht En dat is inderdaad het geval. Herhaalde vragen vanuit de apothekers en huisartsen zijn tevergeefs. Het is inmiddels wel duidelijk dat er nog steeds geen zicht is op een datum wanneer deze pas wel weer beschikbaar is. Brief van LHV en InEen InEen en LHV betreuren de opstelling van het CIBG, die ze benoemen als niet proactief en service- en klantgericht. In een gezamenlijke brief vragen deze organisaties om nu schriftelijk duidelijk aan te geven op welke datum de passen zijn aan te vragen en wat een realistische datum is voor levering. In de brief vragen ze ook een reële compensatie voor eventueel ongemak en extra kosten. Vervaldatum Een ‘UZI-medewerkerspas-niet-op-naam’ wordt bijvoorbeeld gebruikt om te voldoen aan eisen voor informatiebeveiliging. Voor informatiesystemen die patiëntgegevens verwerken, is het inloggen met alleen een wachtwoord onvoldoende. Er moet dan gebruik gemaakt worden van de zogenaamde 2-factor-authenticatie; iets wat u weet en iets wat u heeft. Een UZI-pas heeft een vervaldatum. Op dit moment geldt dus dat als een medewerker-niet-op-naam-pas vervalt, deze niet kan worden vervangen. Dat is vervelend en leidt in toenemende mate tot verstoring van reguliere werkprocessen Inloggen In alle apotheekinformatiesystemen kan de UZI-pas worden gebruikt voor deze manier van inloggen. Voor medewerkers die niet BIG-geregistreerd zijn, zoals bezorgers, stagiaires en administratieve krachten, kan een ‘UZI-medewerkerspas-niet-op-naam’ worden gebruikt. Maar ja: nu even niet dus. Hoewel…. ‘even’….. Bron: LHV en KNMP Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Herken in de apotheek een patiënt met beperkte gezondheidsvaardigheden
jun02

Herken in de apotheek een patiënt met beperkte gezondheidsvaardigheden

Patiënten met beperkte gezondheidsvaardigheden hebben meer kans op problemen door geneesmiddelen. Of iemand beperkte gezondheidsvaardigheden heeft, is echter uiteraard niet altijd direct zichtbaar. Terwijl het tijdig herkennen van patiënten met beperkte gezondheidsvaardigheden van belang is voor correct medicatiegebruik. De RALPH gesprekshandleiding kan hierbij helpen. De RALPH staat voor Recognizing and Addressing Limited Pharmaceutical Literacy. Het is een gesprekshandleiding, ontwikkeld door het Nivel en UPPER Universiteit Utrecht. Tien vragen
 De RALPH gesprekshandleiding brengt met tien vragen, gerelateerd aan de eigen medicatie, de gezondheidsvaardigheden van de patiënt in kaart. Het apotheekteam kan de patiënt dan op maat begeleiden met geneesmiddelgebruik. Niet alleen in de apotheek, maar ook in andere settings kan de RALPH gesprekshandleiding van pas komen. Zo kunnen verpleegkundigen, huisartsen of praktijkondersteuners en andere zorgverleners kunnen de gesprekshandleiding inzetten om de zorg rondom geneesmiddelen beter af te stemmen op de vaardigheden van hun patiënten. De  RALPH gesprekshandleiding met gebruiksinstructies  is te downloaden van de website van de KNMP. Drie domeinen
 De tien vragen in de RALPH gesprekshandleiding gaan in op: 1. Het kunnen lezen en begrijpen van aanwijzingen op het geneesmiddeletiket. 2. Het kunnen vinden van informatie over het geneesmiddel of de aandoening en het kunnen gebruiken van deze informatie in de eigen situatie. Ook het uiten van eventuele zorgen over een geneesmiddel valt hieronder. 3. Het kritisch kunnen analyseren en toepassen van informatie, bijvoorbeeld om een bijwerking van een geneesmiddel te herkennen en actie te ondernemen, zoals contact opnemen met de arts of apotheek. Begrijpen leidt tot beter gebruik
 Patiënten met beperkte gezondheidsvaardigheden hebben meer kans op problemen door geneesmiddelen. Bijvoorbeeld omdat  zij hun geneesmiddelen, zonder dat zelf altijd te weten, op een verkeerde manier gebruiken. Voor het apotheekteam is het daarom belangrijk deze patiënten snel te herkennen. Dan kunnen zij hun informatie en begeleiding aanpassen aan de vaardigheden en behoeften van de patiënten. Zoals het aanbieden van informatie die voor de patiënt makkelijker te begrijpen is, bijvoorbeeld met een illustratie of een animatievideo. Ook kan het apotheekteam de patiënt vragen de informatie in eigen woorden te herhalen (teach-back methode). Wanneer een patiënt de informatie goed begrijpt, is de kans op verkeerd gebruik van de geneesmiddelen kleiner. Over het onderzoek
 De RALPH gesprekshandleiding is ontwikkeld op basis van de literatuur en input van experts en patiënten. Dit onderzoek is gesubsidieerd door de KNMP. Bron: Nivel Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Medicatieveiligheid bij levercirrose
mei02

Medicatieveiligheid bij levercirrose

Stichting Health Base stelt nieuw FTO-materiaal over medicatieveiligheid bij levercirrose gratis beschikbaar voor eerstelijnszorgverleners. Het materiaal is vanuit een subsidie van ZonMw ontwikkeld om de implementatie van de geneesmiddeladviezen bij levercirrose te versterken. Het FTO-materiaal bestaat uit een PowerPoint-presentatie, een document met achtergrondinformatie en een handleiding voor de opschoning van contra-indicaties in het apotheekinformatiesysteem. 
Eerstelijnszorgverleners kunnen het materiaal gratis aanvragen via de website. ZonMw vraagt zorgverleners na afloop een korte evaluatie te geven over het materiaal. Levercirrose leidt tot verminderde uitscheiding van geneesmiddelen met als mogelijk gevolg bijwerkingen. Stichting Health Base, de KNMP en andere partners zetten de ZonMw-subsidie ook in om kennis rondom geneesmiddelen bij levercirrose te vergroten. Dit doen zij door aandacht te besteden aan onderwijs voor studenten farmacie en geneeskunde en door vakbladpublicaties te schrijven. Ook doen de organisaties onderzoek naar de communicatie tussen zorgverleners over de ernst van de cirrose en de ICT-technische implementatie hiervan in de medicatiebewakingssystemen. Let op: de contra-indicaties Leverfunctiestoornis en Levercirrose, gedecompenseerd uit de G-Standaard, zijn per 1 mei 2018 vervallen. Meer informatie over Geneesmiddelen bij levercirrose Bron: ZonMw...

Lees Verder
Oproep 14 patiëntenorganisaties: niet wisselen van medicatie!
apr26

Oproep 14 patiëntenorganisaties: niet wisselen van medicatie!

Bijna een miljoen mensen met een chronische aandoening wordt jaarlijks zonder medische reden op een ander merk medicijn omgezet. Medicijnwisselingen zorgen voor onnodige gezondheidsklachten en onrust bij patiënten. Een derde van de gebruikers van geneesmiddelen voelt zich zieker of ongezonder na omzetting naar een ander merk. Dat blijkt uit  onderzoek  onder bijna 2.000 patiënten door 14 patiëntenorganisaties, waaronder het Reumafonds, Longfonds, Harteraad en SON. Deze organisaties doen een dringende oproep aan VWS, zorgverzekeraars en apothekers om een einde te maken aan medicijnwisselingen bij bepaalde medicijnen en patiëntengroepen. 
Bijna een miljoen mensen met een chronische aandoening wordt jaarlijks zonder medische reden op een ander merk medicijn omgezet. Het onderzoek wijst uit dat hiervan ongeveer 60% een of meer keer per jaar moet wisselen. Bij bijna 40% is dit 3 keer of vaker per jaar. Grote gevolgen Het wisselen van verschillende merken medicatie is het gevolg van het preferentie- en inkoopbeleid. Daardoor zijn de totale kosten aan medicijnen de afgelopen jaren sterk gedaald. De laatste jaren zijn bij veel medicijnen de prijsverschillen echter zo klein, dat de besparing minimaal is, aldus de patiëntenorganisaties. De gevolgen van deze medicatiewisselingen zijn voor patiënten echter groot. Zij hebben na wisselen meer last van bijwerkingen (40%). Bij bijna driekwart van de respondenten hadden deze bijwerkingen een negatieve invloed op hun emoties en bij 80% op lichamelijke activiteiten. Medische noodzaak Bij het preferentiebeleid is de enige mogelijkheid voor patiënten om toch het oorspronkelijk voorgeschreven merkmedicijn te behouden de vermelding van ‘medische noodzaak’ op het recept. Uit het onderzoek komt naar voren dat dit in de helft van de gevallen niet wordt gehonoreerd door de apotheek. Oproep 14 patiëntenorganisaties Naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek willen de 14 patiëntenorganisaties dat bij bepaalde medicijnen en patiëntengroepen niet mag worden gewisseld van medicatie, omdat het risico op schade aan de gezondheid te groot is. Bij alle andere medicijnen mag er slechts één keer onder strenge voorwaarden worden gewisseld. Daarnaast moeten apothekers en zorgverzekeraars de vermelding ‘medische noodzaak’ op een recept honoreren. De organisaties willen hierover met het ministerie van VWS en alle betrokken partijen bindende afspraken maken. Een arts kan, als hij wil dat alleen het voorgeschreven medicijn wordt geleverd, ‘medische noodzaak’ op het recept zetten; wisselen mag dan niet. Gebeurt dat toch, dan kunnen mensen daartegen bezwaar maken. Het Longfonds heeft hiervoor een  stappenplan  met een  voorbeeldbrief. Reactie ZN
 Zorgverzekeraars Nederland wijst in een reactie op deze brief op het feit dat er meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan geneesmiddelenwisselingen. Ze pleit voor een aanpak van de echte oorzaken, waaronder het toenemende geneesmiddelentekort. Als voorbeeld noemt ZN het tekort aan een schildkliergeneesmiddel door productieproblemen bij de...

Lees Verder
Verband tussen preferentiebeleid en geneesmiddelentekorten aannemelijk
mrt12

Verband tussen preferentiebeleid en geneesmiddelentekorten aannemelijk

Het preferentiebeleid raakt de beschikbaarheid van geneesmiddelen. Dat vergroot risico’s van het wisselen van medicatie, zoals medicatiefouten en een lagere therapietrouw van de patiënt. Daarom is een versoepeling van het preferentiebeleid nodig. Dit staat in rapport ‘Effecten van het preferentiebeleid op beschikbaarheid van geneesmiddelen’.  Diverse partijen hebben de afgelopen jaren gewezen op een mogelijke associatie tussen preferentiebeleid en geneesmiddelentekorten. Daarom hebben de KNMP, Bogin en de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen opdracht gegeven aan Berenschot tot dit onderzoek naar de effecten van het preferentiebeleid van zorgverzekeraars op de beschikbaarheid van geneesmiddelen. Tekort vaker bij preferent middel Het adviesbureau stelt vast dat geneesmiddeltekorten relatief vaker voorkomen bij preferent aangewezen geneesmiddelen. Sinds de invoering van het preferentiebeleid is het aantal gerapporteerde geneesmiddelentekorten gestegen en een verband met het preferentiebeleid is aannemelijk. Voor geneesmiddelen die onder het preferentiebeleid vallen, blijft de impact van tekorten voor de gezondheid van patiënten overigens beperkt. Het preferentiebeleid vergroot echter wel risico’s van het wisselen van medicatie, zoals medicatiefouten en een lagere therapietrouw. Ook levert wisseling regelmatig problemen op bij de vergoeding van het alternatief door de zorgverzekeraar. In de komende jaren zal slechts een beperkt aantal veel gebruikte, breed verkrijgbare geneesmiddelen uit patent gaan en in aanmerking komen voor preferentiebeleid. Het huidige preferentiebeleid sluit niet aan op een stijging in het gebruik van steeds specifiekere geneesmiddelen (personalised medicine). Nederland kent meer tekorten heeft dan andere landen in Europa. Echter, in andere landen is de rapportage waarschijnlijk minder goed dan in Nederland. Het is voorstelbaar dat het relatief grote aantal tekorten in Nederland samenhangt met relatief lage geneesmiddelenprijzen, een relatief kleine markt en een relatief hoog gebruik van generieke geneesmiddelen. Preferentiebeleid monitoren en versoepelen Het preferentiebeleid moet worden gemonitord, zo luidt de aanbeveling. Bij terugkerende tekorten moet het preferentiebeleid worden versoepeld en vereenvoudigd. Verder pleit Berenschot ervoor de lijst van geneesmiddelen waarvoor preferentiebeleid geldt te beperken. Reactie KNMP “Voor een doorontwikkeling van het preferentiebeleid pleiten wij al langer”, stelt voorzitter Gerben Klein Nulent van de KNMP. “We ervaren dagelijks in de apotheek dat de patiënt hinder ondervindt van het preferentiebeleid. Het zijn de apothekers die continu met veel kunst- en vliegwerk aan oplossingen moeten werken.” Samen met patiëntenorganisaties bood de KNMP vorig jaar een petitie aan voor een preferentiebeleid waarin zorgverzekeraars na twee jaar niet langer één maar vier of vijf middelen aanwijzen als preferent. Reactie Bogin “Lage prijzen en een onzekere, niet-flexibele markt maken Nederland minder aantrekkelijk voor generieke geneesmiddelfabrikanten”, stelt Bogin-voorzitter Martin Favié. “Voor goedkope generieke geneesmiddelen betalen we daarom de prijs dat er bij een tekort niet meteen andere producenten klaar staan om dit op te vangen. Met meer flexibiliteit, zoals het rapport aanbeveelt, kunnen we...

Lees Verder
Video’s met informatie over medicatie
mrt06

Video’s met informatie over medicatie

Op de site apotheek.nl leggen apothekers de belangrijkste informatie per medicijn uit in korte video’s. De KNMP wil met deze online filmpjes stimuleren dat patiënten medicijnen op een juiste wijze gebruiken. Per video komt kort en in duidelijke taal aan bod: bij welke aandoeningen het geneesmiddel werkt; wanneer het begint te werken; hoe de gebruiksinstructie is; wat mogelijke bijwerkingen zijn; en of er waarschuwingen gelden. Daarbij zijn er iconen toegevoegd aan de video’s, tekeningetjes als extra toelichting bij de uitleg. Zie als voorbeeld de video-uitleg over metoprolol. Voorkeur voor digitale toelichting Om medicijnen op de juiste manier te gebruiken, is het van belang de uitleg ervan goed te snappen. Schriftelijke medicijninformatie, zoals de bijsluiter, is niet voor iedereen geschikt. Voor laaggeletterden, maar ook voor jongeren kan digitale uitleg prettiger zijn. Echte apothekers en geen acteurs
 Een van de apothekers die meewerkte aan de KNMP-video’s is Johan te Biesebeek, openbaar apotheker in Almelo. Dat de KNMP de patiënt benadert via video vindt Te Biesebeek goed. ‘Patiënten weten vaak niet waar ze hun vraag over bijvoorbeeld bijwerkingen als eerst moeten stellen: bij de arts of bij de apotheker? Uit deze video’s blijkt: de apotheker is de expert op het gebied van medicijnen. Goed dus dat er ‘echte’ apothekers zijn ingezet, in plaats van acteurs.’ Stapsgewijze aanpak De KNMP werkt stapsgewijs aan nieuwe video’s, zodat uiteindelijk het gros van de medicijnteksten op apotheek.nl van uitleg in beeld is voorzien. Patiënten bekijken de gratis online video’s door op apotheek.nl te zoeken naar hun medicijn. Na een klik op het medicijn komt de bezoeker op de medicijnpagina met de video. Over apotheek.nl Apotheek.nl is een website met onafhankelijke informatie over medicijnen. De website is een uitgave van KNMP, de beroeps- en brancheorganisatie van Nederlandse apothekers. De inhoud van de medicijninformatie wordt gecontroleerd en actueel gehouden door apothekers van het Geneesmiddel Informatie Centrum van de KNMP. Bron: KNMP Onder redactie van: Gerda van Beek      ...

Lees Verder
IMM-opiumwetrecepten: met één vinkje gemeld
nov28

IMM-opiumwetrecepten: met één vinkje gemeld

IMM-opiumwetrecepten hoeven niet meer per post te worden aangeleverd bij de Inspectie. Apothekers mogen voortaan hun In Manu Medici (IMM)-opiumwetrecepten digitaal laten inzien door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ: de nieuwe naam en nieuwe afkorting van de Inspectie). De inzage kan via een tool van de SFK, indien de apotheker daarvoor toestemming geeft. Dit zijn de KNMP en de IGJ overeengekomen. De afspraak vloeit voort uit de vorig jaar opgestelde handreiking opiumadministratie. Hierin werd SFK gevraagd na te gaan of SFK-gegevens kunnen worden gebruikt om de administratieve last van het opsturen van de IMM-opiumwetrecepten te verminderen. SFK en IGJ zijn het eens geworden over een methode daarvoor. IMM staat voor de recepten die rechtstreeks in handen komen bij de arts. Eén vinkje volstaat Het ligt voor de hand dat de digitale mogelijkheden worden benut. Dat heeft enige tijd geduurd maar nu kan inzage uiteindelijk via een tool van de SFK. Dat is een stap voorwaarts in het terugdringen van de regeldruk. Josée Hansen, hoofdinspecteur curatieve gezondheidszorg, geneesmiddelen en medische technologie van IGJ vertelt waarom administratie bij IMM-recepten nodig is: ‘Opiumwetmiddelen, de zogenoemde lijst-1-middelen, vallen onder een zwaar toezichtregime. Dat brengt extra administratie met zich mee.” Hij is ingenomen met het feit dat door de nieuwe samenwerkingsovereenkomst tussen IGJ en SFK, apothekers voortaan met één vinkje kunnen voldoen aan de rapportageverplichting van IMM-recepten. Gerichter zoeken naar mogelijk misbruik ‘Hierdoor kunnen we sneller, en ook gerichter, zoeken naar mogelijk misbruik van middelen door beroepsbeoefenaren’, geeft hij aan, ‘terwijl de rapportagelast van de apothekers afneemt en de IGJ niet langer handmatig op zoek moet naar onregelmatigheden. Ook zien we straks wellicht trends die nu nog onopgemerkt blijven waardoor middelenmisbruik, en als gevolg daarvan disfunctioneren, nog verder kan worden teruggebracht.’ Machtiging vereist Apothekers moeten SFK wel machtigen om IGJ inzage te geven in de IMM-opiumwetrecepten. Dat kan vanaf nu via  sfk.nl/igj. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Medicatie chronische ziekte voor heel jaar thuis
nov20

Medicatie chronische ziekte voor heel jaar thuis

Apothekers zijn bezorgd over het feit dat chronische patiënten hun medicatie voor een heel jaar kunnen halen. Dat is door een nieuw contract van Zilveren Kruis mogelijk. Apothekers vinden het echter onverantwoord en de KNMP is het met hen eens. Patiënten die chronisch medicatie slikken, zoals diabetici, moeten nu vaak om de drie maanden langs de apotheek voor een nieuwe voorraad. Volgens zorgverzekeraar Zilveren Kruis kunnen velen ook met een jaarlijks bezoekje af. Dat scheelt hen tijd en geld. Apothekers daarentegen zien de kwartaalbezoeken als belangrijke momenten waarop ze de patiënt vragen naar hun gezondheid. Ze bespreken eventuele bijwerkingen, de therapietrouw en kijken bij multimorbiditeit naar de afstemming van de medicatie. Bij eventuele klachten kan in overleg met de huisarts de medicatie worden aangepast. Minder controles kan daardoor leiden tot gevaarlijke situaties, aldus verontruste apothekers. Daarnaast zien ze ook logistieke problemen. Alleen voor patiënten zonder problemen
 Zilveren Kruis reageert met de mededeling het nieuwe contract is bedoeld voor de groep patiënten die al jaren zonder problemen dezelfde medicatie slikken en alleen in de apotheek komen om hun pillen op te pikken. Voor elk medicijn dat de patiënt ophaalt wordt nu zo’n zes euro in rekening gebracht, de vergoeding voor medicatiebegeleiding. Dat betalen de meeste patiënten vanuit het eigen risico. Slechts een maal per jaar naar de apotheek kan dus veel geld besparen. Het is volgens de verzekeraar straks aan de huisarts om te bepalen hoeveel medicatie de patiënt in één keer meekrijgt. KNMP en NHG zijn bezorgd
 Apothekersorganisatie KNMP is in gesprek met Zilveren Kruis over het contract, dat 1 januari ingaat. ,,We maken ons zorgen. We verliezen de patiënt straks veel te lang uit het oog,” reageert directeur Léon Tinke in een artikel in het AD. ,,Het is niet voor niets dat we bij nieuwe medicatie maar een voorraad van twee weken meegeven. Daarmee houden we in de gaten of het werkt. Ook daarna blijft goede begeleiding nodig.” Ook het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) heeft zijn zorgen geuit bij de verzekeraar. Het NHG vindt het van belang dat het moet gaan om een uitzondering en alleen voor patiënten die al jaren stabiel zijn. Bron: AD Onder redactie van Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Gevolgen van nieuwe verordening voor de apotheek
aug28

Gevolgen van nieuwe verordening voor de apotheek

Per 28 mei 2018 treedt voor Europa de Algemene Verordening Gegevensbescherming in werking. De gevolgen hiervan voor de apotheek heeft de KNMP samengevat in een brochure. Zodra de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van kracht is, geldt de Wet Bescherming Persoonsgegevens niet meer. In essentie zijn de nieuwe verplichtingen er vooral op gericht om: • gegevens beter te beveiligen • patiënten meer controle te geven over hun gegevens • zorgverleners te stimuleren gericht beleid te maken op het gebruik en de verwerking van persoonsgegevens. Functionaris Gegevensbescherming Een van de belangrijkste veranderingen is het aanstellen van een Functionaris voor de Gegevensbescherming (FG). De invulling van deze rol vraagt specifieke kennis. De KNMP onderzoekt hoe apotheken gezamenlijk een FG kunnen aanstellen. Daarnaast wordt het ondernemen van een Privacy Impact Assessment (PIA) verplicht. Met een PIA worden vooraf de privacyrisico’s van gegevensverwerking (bijvoorbeeld het opnemen van medische dossiers in een informatiesysteem) in kaart gebracht. Om vervolgens maatregelen te kunnen nemen om de risico’s te verkleinen. De apotheek is verplicht om een PIA uit te voeren bij wijzigingen in gegevensverwerking als dit waarschijnlijk een verhoogd risico met zich meebrengt. Dit is met name bij het gebruik van nieuwe technologieën. De apotheek hoeft dit overigens niet zelf uit te voeren, maar mag het ook uitbesteden. Ook is de apotheek is verantwoordelijk voor de naleving van de AVG en behoort dit aan te kunnen tonen door het bijhouden van een register van de verwerking van patiëntgegevens. Met de AVG krijgt de patiënt meer rechten. Grijze gebieden
 De AVG kent nog veel onduidelijkheden en grijze gebieden. De KNMP-brochure “De Algemene Verordening Gegevensbescherming: de gevolgen daarvan voor de apotheek” is daarom eerste versie over dit onderwerp. In de komende periode zal o.a. de Autoriteit Persoonsgegevens onduidelijkheden van de nieuwe wet verhelderen. De KNMP brengt daarna een volgende versie uit. Ook ontwikkeld ze praktische hulpmiddelen. De KNMP is benieuwd naar feedback en tips en is goed bereikbaar voor vragen:  informatiebeleid@knmp.nl. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Call voor farmaceutisch praktijkonderzoek
aug14

Call voor farmaceutisch praktijkonderzoek

Apothekers zijn voortdurend bezig met innovatie in hun farmaceutische zorgverlening. Een goede zaak: zo bevorderen zij de gezondheid en het veilig gebruik van geneesmiddelen van de patiënten. Het is mogelijk om een budget te ontvangen voor farmaceutisch praktijkonderzoek. De KNMP zet jaarlijks een onderzoekscall uit naar actuele vraagstellingen van de beroepsgroep. De Wetenschappelijke Sectie Openbaar Apothekers (WSO) bevordert praktijkonderzoek naar de resultaten en de kosteneffectiviteit van verschillende vormen van farmaceutische patiëntenzorg. De KNMP stelt hiervoor jaarlijks een onderzoeksbudget beschikbaar dat zich telkens richt op relevante speerpunten binnen het beleid van de beroepsgroep. Vóór 3 september
 Praktijkonderzoekers kunnen vóór 3 september a.s. onderzoeksvoorstellen indienen voor het onderzoeksbudget 2018. Eind oktober maakt de Wetenschappelijke Advies Raad bekend welke projecten een bijdrage krijgen uit het KNMP-onderzoeksbudget 2018. Thema’s
 De thema’s van dit onderzoeksprogramma zijn gekoppeld aan een aantal aanbevelingen in het rapport  ‘Vervolgonderzoek Medicatieveiligheid’. Dit betreft: *  Vallen en syncopes *  Gebruiksproblemen met insuline en sulfonylureum derivaten bij diabetes mellitus type 2 patiënten *  Risicostratificatie – identificatie van patiënten met baat bij interventies door de apotheker. Van aanbeveling naar interventie
 Het gaat erom vragen bij deze aanbevelingen om te zetten in interventies, die in de dagelijkse apotheekpraktijk toepasbaar zijn. Deze moeten ook opschaalbaar zijn. Bij de ontwikkeling van interventies wordt nadrukkelijk opgeroepen dit te doen op basis van het samenwerken van verschillende onderzoeksgroepen en expertises. Elkaar aanvullende groepen kunnen de aangegeven thema’s oppakken en bijvoorbeeld in ‘work packages’ onderling verdelen. Naast het verbreden van de betrokken kennis worden ook de beschikbare populaties en gegevensbronnen hiermee opgeschaald. Naar verwachting zal het door samenwerking bereikte resultaat beter zijn dan dat van een afzonderlijke groep. Het is geen verplichte eis, maar groepen hebben bij de beoordeling een streepje voor t.o.v. individuele aanvragers, die zich slechts op één enkele deelvraag richten. Meer informatie
 Lees meer over de thema’s en de beoordelingscriteria of downlowd het aanvraagformulier. Bron: KNMP Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Pagina 1 van 3123