Samen verantwoordelijk  voor recept
jun01

Samen verantwoordelijk voor recept

Huisartsen en apothekers beseffen onvoldoende elkaars meerwaarde. Farmacotherapie kan alleen succesvol zijn als huisarts en apotheker actief samenwerken. “Want huisarts en apotheker zijn sámen verantwoordelijk voor het recept”, stelt Yvet Benthem voorzitter van LOVAH, de Landelijke Organisatie van Aspirant Huisartsen. Maar apothekers moeten niet op de stoel van de huisarts willen zitten. Ze wilde kinderarts worden, maar voelde zich niet thuis tussen de muren van het ziekenhuis. Eenmaal kennisgemaakt met het vak van huisarts wist ze het zeker: de huisarts kan in samenwerking met andere zorgverleners daadwerkelijk iets betekenen voor de patiënt. Huisarts, het mooiste vak ter wereld, vindt Yvet Benthem. “Het persoonlijke contact met patiënten is zo bijzonder. Huisartsen hebben een vertrouwensband, komen bij de patiënten thuis en leren de familie kennen. Samen met de patiënt op zoek gaan naar optimale zorg. Huisartsenzorg is individuele zorg. Natuurlijk, met protocollen en richtlijnen maar een goede huisarts kan die vertalen naar de individuele patiënt.” Nu zit ze in het derde jaar van de opleiding tot huisarts. Sinds vorig jaar is Yvet Benthem voorzitter van de LOVAH, de Landelijke Organisatie van Aspirant Huisartsen. En belangenbehartiger van alle circa 2300 huisartsen in opleiding. De LOVAH kijkt vooruit. Samen met de LHV, NHG en InEen werkt de vereniging aan een nieuwe toekomstvisie op de huisarts. “Natuurlijk praten wij mee over de toekomst van het vak! Onze generatie wordt geconfronteerd met de gevolgen van de substitutie van de tweede naar de eerste lijn. Het werkveld van de huisarts verbreedt, de maatschappij verwacht meer en meer van de huisarts, er komt meer werk op ons af. Hoe gaan we die substitutie in goede banen leiden en houden we toch voldoende tijd over voor de patiënt? Wij moeten nog 40 jaar werken en maken ons zorgen over de gevolgen van die substitutie.” Dat de werkdruk zal toenemen, daar is ze wel van overtuigd. Naast de substitutie, die extra druk zet op de praktijk, speelt immers de dubbele vergrijzing: meer ouderen die ook nog eens ouder worden en vaker een beroep doen op de eerstelijns zorg. “Op de huisartsenpost is er altijd wel iemand aanwezig die kan bijspringen als het nodig is. In de huisartsenpraktijk ontbreekt die mogelijkheid. Meer doen in de zelfde tijd, dat gaat bij huisartsen niet werken. De oplossing ligt in kleinere praktijken en het inzetten van extra handen zoals de verpleegkundig specialist in de huisartsenpraktijk, maar extra personeel betekent weer meer supervisie verlenen.” Farmacogenetica De huisarts is voorschrijver. Weten huisartsen eigenlijk wel voldoende van geneesmiddelen? Onderzoek van klinisch farmacoloog David Brinkman laat namelijk zien dat bijna afgestudeerde artsen in Europa onvoldoende in staat zijn om geneesmiddelen effectief en veilig voor te schrijven. Hij...

Lees Verder
Pil zoekt trouw
mrt21

Pil zoekt trouw

De eerste lijn krijgt een steeds prominentere positie in de gezondheidszorg. Huisartsen en apothekers moeten intensiever samenwerken om de kwaliteit van de zorg hoog te houden. Deze overtuiging was voor de Vereniging Jonge Apotheker (VJA) en de Landelijke Organisatie van Aspirant Huisartsen (LOVAH) in 2015 reden om gezamenlijk een symposium te organiseren. Een initiatief dat zeker voor herhaling vatbaar was. En dat gebeurde. Op 30 januari jl. was er het tweede gezamenlijke symposium met als titel: Pil zoekt trouw – Hét recept voor een goed huwelijk. Het is duidelijk: therapietrouw is het centrale thema. Maar tegelijk loopt het ‘huwelijk’ van de apothekers en huisartsen als een rode draad door deze bijeenkomst. Een onontkoombare verbintenis: apothekers en huisartsen staan voor dezelfde patiënten. Om deze patiënten goede zorg te kunnen bieden, is inzet op samenwerking absoluut noodzakelijk. Dialoog aangaan Dat was ook de kernboodschap van dagvoorzitter Ruud Coolen van Brakel, directeur Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM). Hij stelt dat in vergelijking met andere landen beide beroepsgroepen goed met elkaar overweg kunnen. “Toch is samenwerking nog steeds niet vanzelfsprekend”, stelt hij vast. “Dat komt onder andere doordat artsen en apothekers fundamenteel anders kijken naar de werkelijkheid. Dat is niet verwonderlijk. Artsen zijn opgeleid om in geval van twijfel te handelen. Apothekers daarentegen zijn opgeleid om in geval van twijfel juist niet te handelen.” Hij benadrukt: “Dat verschil moet je van elkaar weten, sterker nog: je moet het koesteren. Beide beroepsgroepen maken vanuit hun eigen professie deel uit van het systeem van checks and balances. Ze vullen elkaar goed aan en moeten in samenspraak keuzes maken.” Coolen van Brakel is blij met het initiatief van VJA en LOVAH voor een gezamenlijk symposium. “Het IVM heeft vanaf het begin het FTO gestimuleerd, juist vanwege het grote belang dat apothekers en artsen elkaar treffen, kennis delen en afspraken maken. De FTO-groepen functioneren op een behoorlijk niveau. Het is zo zinvol op een bijeenkomst als dit symposium dat jonge professionals de dialoog met elkaar aangaan, elkaar beter leren kennen en van elkaar leren. Zo kom je tot waardering voor elkaars vak en de wens om samen stappen te zetten voor de verbetering van de zorg.” Zijn oproep: “Kijk waar de gezamenlijkheid zit en waar je verbinding kunt maken.” Krachten bundelen Therapietrouw noemt Coolen van Brakel een paraplubegrip. “Tegelijkertijd moet het op individuele basis worden bekeken en aangepast. Dat maakt het ingewikkeld. Er zijn talloze redenen waarom mensen niet therapietrouw zijn: onduidelijke instructies, vergeten, angst voor bijwerkingen, maar ook praktische zaken als gebruikersgemak. Hoe kun je patiënten motiveren, hen de zinvolheid en het nut van de therapie laten inzien? Therapieontrouw is een complex probleem, waarbij sprake is...

Lees Verder
Elkaar kennen is de basis, samenwerken een voorwaarde
jan12

Elkaar kennen is de basis, samenwerken een voorwaarde

Janneke Bressers (33) is huisarts in Vinkel. Een kleine, laagdrempelige praktijk in het hart van een dorp waar mensen elkaar kennen. Waar zorg op maat bijna vanzelfsprekend is en waar men van mening is dat niet elke patiënt in een protocol te vangen is. Janneke straalt als je haar vraagt waarom ze haar vak zo boeiend vindt: ”Ik vind het fijn dat ik tússen de mensen sta. In een huisartspraktijk komen patiënten met name omdat ze willen weten hoe ze in het dagelijks leven met hun ziekte moeten omgaan. Ik ben vooral bezig met het leven.” De eerste lijn krijgt een steeds prominentere positie binnen de gezondheidszorg en huisartsen en apothekers moeten intensiever gaan samenwerken om de zorg kwalitatief hoog te houden. Daarom organiseerde de VJA in 2015 in samenwerking met de Landelijke Organisatie van Aspirant Huisartsen (LOVAH) voor het eerst een symposium met het thema: ‘Samen werken of samenwerken, in welk sprookje geloof jij?’ Janneke was een van de organisatoren van dit succesvolle event dat een vervolg krijgt. Janneke: “De laatste anderhalf jaar van mijn studie ben ik actief geweest binnen de LOVAH, onder andere als voorzitter van de werkgroep onderwijs. Voorafgaand aan het symposium kwamen we al brainstormend tot de conclusie dat je het beste zo vroeg mogelijk kunt beginnen met samenwerken; tijdens de opleiding al. Daar moet de basis worden gelegd.” Hoogste tijd om elkaar beter te leren kennen? Janneke: “Zeker! Het symposium werd goed bezocht en iedereen was super enthousiast. Het organiserend team bestond uit zes huisartsen in opleiding en vijf jonge apothekers. Iedereen vond het belangrijk om dichter tot elkaar te komen. Om meer van en over elkaar te horen. Hoe denken apothekers over ons vak en andersom? Wat zijn de vooroordelen? Ik kreeg er veel energie van. Het volgende symposium van de VJA en de LOVAH is op 30 januari 2017 en gaat over therapietrouw: ‘Pil zoekt trouw. Hét recept voor een goed huwelijk.” Welke vooroordelen zijn er over en weer? “Even diep in mijn geheugen graven. Vooroordeel over apothekers was dat ze soms lui gevonden worden en zich in een kantoortje achter de computer verschuilen. Het vooroordeel over huisartsen is dat wij weinig kennis van geneesmiddelen hebben.” Hoe overbrug je vooroordelen? “Door te zoeken naar gemeenschappelijke delers. Wat kun je met elkaar delen zodat je samen de zorg beter en veiliger maakt. Dan gaat het over kennis maar ook over logistiek bijvoorbeeld. In de huisartsenpraktijk waar ik werk, werken we intensief samen met de apotheek. Dat vind ik heel prettig. De apotheker heeft toegang tot het elektronische patiëntendossier zodat hij kan zien welke geneesmiddelen patiënten gebruiken en welke labwaarden ze hebben. Dat...

Lees Verder