Column: Rode inkt
Feb14

Column: Rode inkt

Tatoeages zijn hip en trendy; je hebt er al één, je overweegt het óf je vraagt je af waarom mensen dit in vredesnaam laten doen. Zo’n 1,5 miljoen mensen hebben één of meerdere tatoeages, meestal omdat ze het mooi of artistiek vinden, maar ook om medische redenen, bijvoorbeeld na een borstreconstructie. En waar inkt onderhuids wordt geïnjecteerd gaat het ook weleens fout, met name als er rode inkt wordt gebruikt. Het hartje van de stoere zeeman op zijn biceps wil dan weleens echt gaan kloppen. De dermatologie afdeling van het VUmc wordt geregeld bezocht door mensen die problemen ondervinden met hun tatoeage. En vraag leidt tot aanbod: de tattoopoli werd geopend! Vraag en aanbod, marktwerking in de zorg. De tattoopoli van het VUmc is hier zeker een voorbeeld van. Keuzes die mensen zelf maken hebben consequenties voor hun lichaam en gezondheid, maar scheppen ook de noodzaak voor de zorgaanbieders hierop te anticiperen. Dit ontwikkelt niet alleen hun professie verder, maar schept ook de verplichting voor de zorgprofessional om voorbij de grenzen van zijn eigen domein te kijken om tijdig te kunnen anticiperen. En dan niet eens specifiek naar het domein van een andere professional of andere branche, al kan ook dat bijdragen aan een ruimere en frissere blik op het eigen vakgebied, maar vooral naar het domein van de patiënt of beter nog van het individu. Mensen worden zich meer en meer bewust van hun eigen gezondheid en de keuzes hoe met hun lichaam en leven om te gaan. Veel van die keuzes, zoals meer sporten en gevarieerd eten, zorgen er ook voor dat we gezonder worden en misschien ook wel wat gelukkiger. Maar het met rode inkt getatoeëerde ‘forever my love’ kan zowel het geluk bezegelen als voor gezondheidsproblemen zorgen. En dan komt de vraag: “is er een dokter in de zaal?”. De behoefte van het individu kennen is dan één, maar er op de juiste manier op acteren is twee. En bij twee gaat het nogal eens fout, want hoe makkelijk passen we ons reguliere dagelijkse zorgaanbod aan, aan de wensen van de moderne burger. Zijn we ons voldoende bewust van de hulpvraag over bijvoorbeeld het juist toepassen van een gezondheidsapp, hebben we voldoende kennis in huis om een sporter te adviseren hoe hij zijn diabetes moet combineren met voeding en supplementen. Rode inkt is duidelijk zichtbaar, de veranderende behoeften niet altijd. Openstaan voor wat zowel voor het individu als de samenleving verandert vraagt daarom een pro-actief waarnemen en analyseren om te weten welke zorg- en gezondheidsvragen nu al aanwezig zijn, mogelijk zullen worden en welk zorgaanbod daarbij past en zal gaan passen. Als zorgprofessional is het...

Lees Verder
Column: Professor Google
Sep15

Column: Professor Google

Even ‘googlen’ is ingeburgerd en kennis is letterlijk met één muisklik voor iedereen beschikbaar. Kennisdomeinen worden gedemocratiseerd en nieuw rollen ontstaan. Iets weten over ‘taakherschikking in de zorg’? Even googlen geeft in een fractie van een seconde meer dan 19.900 hits. Geen zorgdiscipline die er niet mee te maken heeft. Zorg moet, door deze makkelijke beschikbare kennis, beter toegankelijk worden zodat hoog opgeleide expertise daar kan worden ingezet waar deze noodzakelijk is en routinematige handelingen door assistentes kunnen worden uitgevoerd. In de zorg zijn vele wijze mannen en vrouwen druk doende met nadenken over hoe deze taakverdeling het beste gerealiseerd kan worden, professionals discussiëren vol passie over wie, wat, wanneer en hoe en rapporten stapelen zich ondertussen torenhoog op. En terwijl in de zorgpraktijk druk naar oplossingen wordt gezocht, vindt daarbuiten een geheel eigen proces van taakherschikking plaats. Niet alleen de patiënt neemt eigen initiatieven, maakt keuzes en ontwikkelt al doende een eigen, nieuwe rol binnen de gezondheidszorg, maar ook het bedrijfsleven ziet daar een gouden toekomst gloren. En dat brengt me terug bij Google of eigenlijk bij Google moeder Alphabet waar al langer bekend is dat zorg big business is. Zorg staat al jaren hoog op de search lijsten en Alphabet gaat een stapje verder: taakherschikking 3.0 Samen met GSK heeft zij Galvani Bioelectronics opgericht. Doel is ziekten te bestrijden door middel van implanteerbare apparaten die via elektrische signalen in het lichaam zenuwsignalen kunnen wijzigen en ontwikkelen. Op deze manier kunnen aandoeningen zoals artritis, diabetes en astma worden aangepakt. En dit is maar één voorbeeld van bedrijven die innovatie aanjagen in de zorg. Deze en andere ontwikkelingen vragen om nieuwe invullingen van de rol van de zorgverlener: geen taakherschikking tussen personen, maar één binnen de expertise van de professional. En tussen al mijn zoekresultaten op Google vond ik daarover nu juist heel weinig informatie. Is het monopolie op het aanbieden van professionaliteit zo diep geworteld in de zorgwereld dat, als nagedacht wordt over herschikking van taken, dit alleen vanuit een medische invalshoek vorm gegeven kan worden? De snel op ons afkomende innovaties, geïnitieerd door bedrijven die hun oorsprong buiten de zorg hebben, dwingt ons om bij het herdefiniëren van de rollen naar ‘buiten’ te kijken. Is de zorg klaar om te anticiperen op dit zorgaanbod uit het bedrijfsleven, deze nieuwe vormen van behandelen, gezond worden en gezond blijven? Gaat taakherschikking niet ook over de zorgprofessional die techneut wordt én om de techneut die arts of apotheker wordt? Ik hoop bij een volgende zoektocht op Google op deze vragen ook antwoorden te vinden. Dokter Google bouwt ondertussen gestaag aan zijn carrière tot Professor Google.   Maayke Fluitman is apotheker...

Lees Verder
Column: Undercover Prof
Jun16

Column: Undercover Prof

Even iemand anders zijn, kinderen vinden het fantastisch tijdens het spelen, en ‘onder de rivieren’ is carnaval de perfecte uitlaatklep voor volwassenen. In een andere rol bekijk je de wereld anders en reageert de wereld anders op jou. In het programma Undercover Boss, verruilt een directielid van een grote firma zijn maatpak voor een overall en gaat onherkenbaar werken in zijn eigen organisatie. Hij stelt de medewerkers allerlei vragen. Door de openheid waarmee collega’s praten over hun werk krijgt hij zeer veel inzicht over zijn eigen beleid en de ideeën die leven over hoe het beter kan. Een hele simpele manier om te ervaren wat er werkelijk reilt en zeilt binnen het eigen bedrijf. Zonder duur adviesbureau, zonder dikke rapporten en zonder wetenschappelijke onderbouwing. Maar wel heel dicht bij de waarheid en, binnen de opzet van het programma, vaak met het resultaat dat de noodzakelijke veranderingen – om de dienstverlening en de betrokkenheid van de medewerkers te vergroten – worden doorgevoerd. Professor Jany Rademarkers stelt in haar oratie: ‘de aandacht voor zelfmanagement en eigen regie is doorgeschoten in het gezondheidsbeleid’. Met deze oratie aanvaart zij de leerstoel Gezondheidsvaardigheden en patiëntparticipatie aan de faculteit Health, Medicine and Life Sciences van Maastricht University.  Een leerstoel volledig gericht op de verwachtingen en vaardigheden van de patiënt en (hopelijk ook) van de zorgverlener. Er dienen, volgens Rademakers, handvatten ontwikkeld te worden, beleid moet worden aangepast, we moeten de patiënt nog beter gaan begrijpen en daarmee beter inspringen op diens individuele behoeften. Maar kan het niet veel sneller en veel eenvoudiger? Iedere zorgverlener die gedurende zijn leven zelf patiënt wordt, weet al heel erg goed hoe het beter kan. Maar omdat, gelukkig, het merendeel van de zorgverleners deze omgekeerde rol niet zelf ervaren is het format van Undercover Boss misschien wel de oplossing om het gat tussen het management en de werkvloer, tussen de patiënt en de zorgverlener te verkleinen. En ja, ook ik heb als openbaar apotheker voor in de apotheek gezeten om te ‘ervaren’ hoe de patiënt zich bejegend voelt. Maar ik was niet undercover, niet voor mijn patiënten en niet voor mijn team. Ik zag de wereld dus zoals de wereld mij zag, als de verantwoordelijk openbaar apotheker. Met al het sociaal wenselijk gedrag wat daar bij hoort. Willen we er echt achterkomen wat de patiënt ervaart en wenst dan zullen we misschien alle beleidsadviezen, alle cliëntraden, alle klantonderzoeken maar even moeten laten voor wat ze zijn en zelf undercover gaan in ons eigen stelsel. En net zoals het management in Undercover Boss, alle vragen durven stellen en alle antwoorden accepteren om op basis daarvan het beleid echt af te stemmen...

Lees Verder
Maayke Fluitman: Out of control
Dec18

Maayke Fluitman: Out of control

Een uitdaging in de ochtend, kinderen die naar school moeten: opstaan, douchen, aankleden, ontbijten, broodtrommels, tien-uurtjes, gymkleding, toetsen, huiswerk én een ketting die er weer afligt, dat moet allemaal afgetikt zijn voor de deadline van half 9. Als mijn tienjarige dochter, aanbiedt te helpen met het klaarmaken van het fruit is dat om meerdere redenen zeer welkom. Zij leert verantwoordelijkheid nemen voor haar eigen zaken en mij scheelt het simpelweg tijd. Appels schillen en in partjes delen is geen ingewikkelde klus, tot ze mijn vlijmscherpe vleesmes uit de keukenla pakt…. Toch maar ingrijpen voordat er bloed vloeit… ik blijf als ouder natuurlijk wel verantwoordelijk voor haar veiligheid. Verantwoordelijk zijn en verantwoordelijkheid nemen leren we bij het ouder worden, als kind vertrouwde je volledig op de verantwoordelijkheid van de ouders, maar naarmate je volwassener wordt neem je stap voor stap deze verantwoordelijkheid over en word je verantwoordelijk voor het eigen handelen. Begin november was ik in uitgenodigd bij de 17th Annual Self Care Conference van het Self Care Forum in Londen. Het Self Care Forum is opgericht in de UK om self care verder te ontwikkelen en een belangrijk onderdeel te laten worden van ieders dagelijks leven: gezond zijn, gezond worden en gezond blijven. Zo makkelijk als ‘self care, zelfzorg’ uitspreekt, zo moeilijk en complex is het om een eensluidende definitie te geven en de toepassing ervan te omschrijven. Want waar begint die eigen verantwoordelijkheid voor gezond leven, met of zonder chronische aandoening en, nog complexer, waar houdt hij op? Wat moeten wij professionals doen als een patiënt ervoor kiest ons advies niet op te volgen, maar op eigen wijze voor zichzelf zorgt? Betrokkenheid van de patiënt bij zijn gezondheid, zijn eigen behandeling, patient empowerment, wordt vanuit alle kanten gestimuleerd. Maar tijdens de conferentie in Londen werd mij wederom duidelijk dat we de grenzen van verantwoordelijkheid, de afspraken over wie wanneer handelt nog helemaal niet helder hebben en dat we nog een lange weg te gaan hebben.Wij zijn opgeleid om onze kennis en expertise toe te passen in het belang van de patiënt, ons gehele wezen valt en staat met het nemen van de verantwoordelijkheid voor het welzijn en de veiligheid van het individu, van de patiënt. Door de discussie over zelfzorg steeds bewuster te gaan voeren wordt duidelijk dat er grenzen zijn aan het toepassen van onze wetenschappelijke kennis en het nemen van professionele verantwoordelijkheid. De verantwoordelijkheid tussen mij en mijn dochter is al aan het verschuiven, dat vlijmscherpe vleesmes zal ze op den duur echt goed weten te gebruiken. Ik zal moeten accepteren dat ik de controle die ik heb over haar veiligheid meer en meer moet loslaten....

Lees Verder

Column Maayke Fluitman: Don’t try this at home…

Experimenten met ontploffende chemicaliën, motorrijders die over brandende auto’s heen springen, we zien het vaak op tv. Hoewel gezond verstand ons meestal helpt om te realiseren dat we dit echt niet zelf moeten uitproberen volgt toch vaak nog de waarschuwing: Don’t try this at home. De lijst met mogelijke letsels, soms zelfs dodelijk, is eindeloos. Gelukkig houden de meesten van ons zich dan ook aan dit gegeven advies en genieten we van de stunten die anderen uitvoeren. Beter is het om je bezig te houden een veiligere activiteit als bijvoorbeeld tennis, voetbal, golf. Sporten: een gezonde, geaccepteerde bezigheid. Als je helemaal niets aan sport doet ben je zelfs ‘ongezond’ bezig. Althans, dat dacht ik. Tot mijn verbazing heeft Consument en Veiligheid, op verzoek van het ministerie van VWS, becijfert dat sportblessure jaarlijks bijna 600 miljoen kost en 1,7 miljoen verzuimde werkdagen. En dat is nog niet alles, Consument en Veiligheid waarschuwt zelfs dat het aantal blessures alleen nog maar zal gaan toenemen. Nog even en na iedere voetbalwedstrijd volgt de waarschuwing: Don’t try this at home. Waarschijnlijk zal het zo ver wel niet komen maar er wordt wel nagedacht over hoe al die blessures voorkomen moeten worden. Daar zal zeker een goed advies over opgesteld worden. Adviseren daar zijn we in de zorg heel goed in. Advies geven is één van onze kerntaken, ondersteund door onderzoek, dus goed onderbouwd en daarom moet het opgevolgd worden. Wij weten wat goed voor u is! Maar, slaan we niet door met al onze opgestelde en afvinkbare adviezen? Moeten we als professionals niet meer op zoek naar de dialoog met de zorgvrager? Moeten we, juist omdat we professionals zijn, het geldende advies soms niet laten voor wat het is en op basis van individuele behoeften en omstandigheden ook advies kunnen geven dat niet gestandaardiseerd is maar wel de juiste oplossing voor die persoon is? We kunnen ons wel helemaal suf rekenen op sportblessures, specialistische begeleiding, de impact van zorgaanbieders op de kwaliteit van leven en ga zo maar door. Maar hoe meer onderzoeken en resultaten, hoe langer de afvinklijstjes en hoe onwerkelijker en tegenstrijdiger de adviezen worden. Steeds vaker realiseer ik me dat de combinatie van expertise, gezond verstand en daadwerkelijke, echte dialoog met de patiënt leidt tot verbetering van zorgaanbod en meer innovatieve ontwikkelingen. Als we van tevoren hadden doorgerekend wat de werkelijke, maandelijkse kosten van mobiele telefonie echt zouden zijn en zou het advies van de overheid geweest zijn: ‘investeer hier nooit in’. Op basis van dat advies zouden we nog allemaal vast zitten aan de vaste lijn. En toch: iedereen heeft een mobiele telefoon, niemand zou meer zonder kunnen. Wij...

Lees Verder
Column Maayke Fluitman: De emotiegeleide hond
Mrt19

Column Maayke Fluitman: De emotiegeleide hond

Terwijl mijn hovawart in alle rust aan mijn voeten ligt te slapen lees ik op mijn Galaxy Note dat onderzoekers in het wetenschappelijke tijdschrift Current Biology melden dat honden, alleen afgaande op de bovenste helft van het gezicht – dus zonder zoiets als in woede ontblote tanden te kunnen zien – in staat zijn, in subtiele gelaatsmimiek, menselijke emoties te herkennen. Zorg gaat altijd vergezelt van emoties: blijdschap als een therapie aanslaat, angst als een nieuwe diagnose is gesteld. Iedere zorgverlener is zich hier dagelijks van bewust. Wie vraagt niet meerdere keren per dag “Hoe gaat het met u?” “Hoe voelt u zich vandaag?” Zorgverleners geven met een zekere trots aan hun patiënten te kennen en te weten wat er in hun omgaat. Het is hun professionaliteit, de patiënt begrijpen is onderdeel, is core business, van hun praktijk. Maar nu de praktijk van alledag in een notendop: de dokter legt tijdens het gesprek de diagnose meteen even vast in het systeem, al typend worden de vervolgvragen gesteld. De apotheker typt, terwijl hij met een half oog zijn vingers op het toetsenbord volgt, het recept in en voert meteen de medicatiebewaking uit, de ogen contentieus gericht op het scherm, een typefout kan immers grote gevolgen hebben. En op de achtergrond hoor hij nog net: “Ja, het gaat wel weer beter met me”. Hoeveel tijd is er in de zorg nog over om de persoon tegenover je echt even rustig aan te kijken, om ook de emotie van zijn gezicht te lezen? Een gezicht zegt meer dan duizend woorden. Spontane expressies van blijdschap of verdriet zijn, omdat ze moeilijk te onderdrukken zijn, een directe afspiegeling van onze emoties. Boordevol informatie bieden zij waardevolle kennis voor een persoonlijke benadering. Gezichten communiceren zonder woorden, ook de patiënt leest de blik van de zorgverlener. Aan de balie of in de spreekkamer kijkt ook hij naar de zorgverlener en wil lezen welke boodschap diens spontane gelaatsuitdrukkingen hem overbrengt. Welke emotie toont de zorgverlener, welke boodschap brengt hij over als hij alleen maar bezig is te voldoen aan de eis om goede zorgverlening transparant, meetbaar en efficiënt te maken? Herkent de patiënt hierin begrip, medeleven, rust? Of ziet de hij alleen nog maar de weerkaatsing van het blauwe licht van het beeldscherm? Tijd is in de zorg een schaars goed geworden en het zal ook nog wel even duren voordat dit weer in voldoende mate voorhanden zal zijn. Daarom stel ik voor, terwijl we wachten op meer tijd, dat de golden retriever onderdeel wordt van het apotheekteam. De ideale oplossing als hulp bij het lezen van de emoties van de patiënt. Een waardevolle en tevens gezellige...

Lees Verder
Column Maayke Fluitman: Maak oma niets wijs…
Dec17

Column Maayke Fluitman: Maak oma niets wijs…

“Probeer oma niets te vertellen, want oude mensen blijven toch koppig aan hun overtuiging vasthouden. Dit is het heersende beeld van ouderen, maar de Amerikaanse onderzoekster Penny Visser en haar collega laten zien dat mensen van middelbare leeftijd eigenlijk veel koppiger zijn dan bejaarden” (Psychology Today, juli/augustus 1999)*   Oma en de apotheker, wat hebben zij gemeen? Beiden worden gehinderd door een negatieve beeldvorming  die maar moeilijk te veranderen is. Getuige ook het artikel “Wennen aan de nieuwe werkelijkheid” in de november-editie van FarmaMagazine. Niet alleen in dit artikel, in veel – zeg maar gerust in zeer veel – opiniërende artikelen in de media wordt de openbaar apotheker vaak nog beschreven als een, eigenlijk overbodige, distributeur van geneesmiddelen. Dit eenzijdige beeld kan de beroepsgroep maar niet van zich afschudden. Ondanks, al dan niet wetenschappelijk, bewijs blijft dit beeld op het netvlies van velen gebrand. Een verwijzing naar een 15 jaar oud  onderzoek stemt u in deze waarschijnlijk niet erg positief, want ook ouderen worden nog steeds gezien als minder flexibel dan de generaties die hen volgen… Hoe komt het toch dat wij mensen zo hardnekkig vasthouden aan eens gevormde vooroordelen? En waarom is het zo ontzettend moeilijk om deze opvattingen te veranderen? Ik realiseer me dat ik onmogelijk een antwoord hierop kan geven in deze column, al was het maar vanwege het maximaal aantal woorden. Maar misschien moeten we ook het beeld niet veranderen maar de aanvliegroute verleggen. Want inderdaad bol.com heeft aangetoond dat de vertrouwde boekwinkel moest hervormen om te overleven. Maar wat bol.com niet heeft aangetoond is dat de schrijver overbodig is geworden. De schrijver is immers de creator van het door bol.com ingepakte en verstuurde pakketje. De schrijver wordt al eeuwen op een voetstuk geplaatst vanwege zijn bijdrage aan onze samenleving. Typemachine, computer en online shoppen hebben daarin geen verandering gebracht. Een schrijver is een professional met een talent dat hij deelt met anderen. Moet de apotheker niet eerder vergeleken worden met de schrijver dan met de boekwinkel? Immers zijn unieke, specifieke kennis is de meerwaarde die aan het doosje wordt toegevoegd om tot het gewenste resultaat van de medicamenteuze therapie te komen. Het is zijn universitaire expertise en ervaring die medicijngebruik optimaliseert en veilig maakt. Daarmee draagt de apotheker bij aan een gezondere samenleving. Laat experts maar discussiëren over de slimste transportoplossing, zolang maar duidelijk blijft dat het pakketje dat moet worden verplaatst van A naar B, ook de specifieke bijdrage van de apotheker bevat om tot een juist eindproduct te komen. Van bol.com verwacht ik ook geen boek, vandaag besteld morgen in huis, met lege bladzijdes. De uitkomst van het onderzoek van P. Visser...

Lees Verder
Column Maayke Fluitman: Je hebt er zelf voor gekozen…
Okt09

Column Maayke Fluitman: Je hebt er zelf voor gekozen…

Afgelopen week stond ik, nadat de zelfscan-route mij in de steek gelaten had, toch weer eens in de rij van de servicebalie van de supermarkt. De man voor me wilde zijn geluk beproeven in de loterij en dacht snel een lot te kunnen kopen. Maar toen kwamen de keuzemomenten. Welke getallen wilt u? Wilt u rood of zwart? Wilt u ook de verdubbelaar? Toen de man eindelijk zijn geluk gekocht had, ging er door me heen: als hij nu niet wint ligt het aan de verkeerde keuzes die hij zelf heeft gemaakt. De enige verantwoordelijke voor de man zijn geluk was hij zelf. Hij kreeg de keuzes voorgelegd en híj nam zijn eigen beslissingen. In de zorg staat zelf keuzes maken ook steeds meer voorop, keuze van de patiënt dan wel te verstaan. De zorgverlener heeft lang genoeg kunnen kiezen, die lijkt nu geduldig te moeten wachten tot de patiënt zijn keuzes heeft gemaakt. Voor apothekers krijgt dit nu zijn weerslag bij de ter hand stelling van een nieuw geneesmiddel. Door de media-aandacht rondom deze dienstverlening van de apotheker lijkt de consument de keuze te hebben in wel of geen advies krijgen, met daaraan gekoppeld wel of niet betalen. Maar is het ‘wel of geen advies willen hebben’ ook echt het keuzemoment van de patiënt? Of ligt de keuze daarna, is de echte eigen keuze van de patiënt niet eigenlijk ‘het wel of niet gebruiken van het geneesmiddel’? Als een patiënt niet kiest voor de begeleiding van de apotheker bij een eerste uitgifte, waar kiest hij dan eigenlijk voor? Kiest hij ervoor zelf de bijsluiter te lezen of kiest hij er ook voor dat de apotheker de medicatiebewaking helemaal niet meer hoeft uit te voeren? Kan een apotheker een geneesmiddel wel ter hand stellen als hij niet kan controleren of het middel veilig en juist gebruikt gaat worden? De laatste keer dat ik daar de wetgeving op nakeek was het nog steeds zo dat ‘de apotheker, als hij niet in staat is zijn expertise volgens de richtlijnen toe te passen, niet over kán gaan tot het leveren van zorg’. Zorg moet verantwoord geleverd worden. Een keuze kun je pas maken als duidelijk is waarvoor je kiest. Daarna volgt of je kunt overzien wat de gevolgen hiervan zijn. Bij de ter hand stelling van een nieuw geneesmiddel is dit volgens mij nog niet helemaal duidelijk bij alle partijen. In dit proces hebben apothekers op dit moment geen andere keuze dan, op alle manieren, inzichtelijk te maken waarom de dienstverlening rondom een nieuw geneesmiddel van waarde is voor de patiënt. Als het gaat om keuzes in de zorg zullen er meer...

Lees Verder
De toekomst van de  openbare farmacie
Okt05

De toekomst van de openbare farmacie

De openbare apothekers maken zich zorgen over hun toekomst. De zorgverzekeraars hebben vooral interesse in voortzetting van het preferentiebeleid, omdat ze hiermee premieverlaging voor hun verzekerden kunnen bewerkstelligen. En het ministerie van VWS maakt weinig haast om de openbare farmacie een nieuw toekomstperspectief te bieden. Hoe kijken de mensen uit het veld aan tegen de openbare farmacie en de scenario’s voor de toekomst daarvan? Deel 4 van een artikelenserie over de toekomst van de openbare farmacie. Coen van den Heuvel, directeur van Nationale Apotheek, windt er geen doekjes om. “Ik snap niets van het bedrijfsplan van de openbare apotheek”, zegt hij. “Het is ook moeilijk te begrijpen natuurlijk. Apotheken functioneren in een traditionele markt, gedomineerd door oude dogma’s die de bedrijfskolom moeten beschermen. En de apotheker mag daarin alleen maar uitvoeren wat de arts zegt, dus marketingtechnisch kan hij heel weinig doen om zijn omzet te optimaliseren. Zijn afnemer, de patiënt, is bovendien iemand die niets te vertellen heeft en die niet zelf de rekening betaalt. En degene die wel financieel verantwoordelijk is, de zorgverzekeraar, heeft naast het inkopen van goede en doelmatige zorg ook als taak kostenbeheersing te realiseren.” Het is duidelijk, Van den Heuvel is geen apotheker. Hij noemt zichzelf een new business bouwer, een entrepreneur dus. Iemand die een kans in de markt ziet en daarvoor een bedrijf opricht. Op een gegeven moment werd hij benaderd door PharmInvest, dat een aantal apotheken had. Hij vertelt: “De vraag die ik voorgelegd kreeg, was: We doen van alles met medicijnbewegingen en we hebben ook apotheken, maar we hebben het idee dat internet in deze bedrijfskolom een rol gaat spelen. Kun jij daar wat mee? Dus schreef ik een bedrijfsplan en daaruit is Nationale Apotheek voortgekomen.” Vervolgens is hij daarin zelf actief geworden, en dat heeft zijn denken gevormd. “De kennis van de apotheker blijft nodig”, zegt hij, “maar het idee van het ouderwetse winkeltje op de hoek wordt ingehaald door een ander businessmodel. Kijk maar naar de reisbureaus: de komst van internet heeft in die branche geleid tot een heel andere manier van reizen bestellen, waardoor de organisator er alleen nog is om specifieke kennis te leveren. Dit gebeurt in de openbare farmacie ook.” “De huidige internet­apotheken vind ik nog niet echt een voorbeeld van een modern farmacieconcept.” Inzetten op kennisdeling Maayke Fluitman is wel apotheker. Ze was bestuurslid van de KNMP en is tegenwoordig onder andere associate partner bij Altuïtion, gespecialiseerd in klantbeleving. Ook zij is ervan overtuigd dat er een belangrijke toekomst is voor de apotheker, maar dat het zeer goed mogelijk is de koppeling tussen de apotheker en de fysieke apotheek los te laten. “De...

Lees Verder
Maayke Fluitman: Een zorg zonder domeinen, een zorg minder?
Mei06

Maayke Fluitman: Een zorg zonder domeinen, een zorg minder?

Kinderen leren we netjes binnen de lijnen te kleuren, dat belonen we uitbundig en zo leren we ze van jongs af aan hun eigen grenzen te kennen en andermans grenzen te respecteren. Grenzen bepalen hoe en maken het mogelijk dat we, met respect, met elkaar omgaan. Vertrouwend op het kennis­domein van de piloot laten we ons over grenzen heen vliegen naar andere landen. Zijn vaardigheden zijn ons duidelijk, die geven ons zekerheid en vertrouwen. Grenzen en domeinen, ze zijn deel van ons leven, maken contacten mogelijk en geven zekerheid, vertrouwen en veiligheid. Toch richt de discussie over de noodzakelijke veranderingen in de zorg zich op het verwijderen van domeinen en het slechten van grenzen. In de eerste lijn, in de wijk, moeten zorgverleners geïntegreerd gaan werken: samenwerken. De hulpvrager mag niet van domein naar domein, van hokje naar hokje, gestuurd worden met zijn dossier onder de arm. Want domein- en hokjesdenken staat samenwerken in de weg. Grenzen tussen, bijvoorbeeld arts en apotheker, moeten worden geslecht. Professionals moeten uit hun domein komen en over hun grenzen kijken, misschien wel eroverheen stappen. Dit in het belang van de zorgvrager. Wie in zijn domein blijft belemmert vernieuwing. In de discussie over domeinen en haar grenzen raak ik soms de draad kwijt. Enerzijds hollen we de domeinen uit, maar anderzijds werpen we nieuwe grenzen op: verantwoordelijkheden worden opnieuw bepaald, voorbehouden behandelingen verschuiven. Met een sportblessure ga je naar een nieuwe, wettelijk erkende, specialist: de sportarts. De huisarts kan je doorverwijzen en de zorgverzekeraar kan betalen. Helder. Er is weer een duidelijke grens bij gekomen. Kan de zorgverlener de zorgvrager wel zonder grenzen navigeren door de zorg? Uiteraard is verschuiven van tweede naar de eerste lijn, naar de nulde lijn een groot goed. Niet alleen financieel maar ook voor onszelf als burger van de BV Nederland. Zolang mogelijk gezond en zelfstandig blijven willen we allemaal. Maar als je dan toch iets mankeert wil je dat de zorgverlener die je bijstaat de grenzen van zijn eigen kennis kent. De domeindiscussie in de zorg vraagt daarom juist om duidelijke grenzen en in kaart gebrachte domeinen. Laten we ophouden om domeinen uit te hollen en grenzen te slechten. De discussie tussen professionals moet zich nu eerst richten op het kennen van elkaars domeinen. Dan pas wordt helder hoe kan worden samengewerkt en welke handelingen kunnen schuiven. Want dat er zal worden geschoven om de veranderingen in de zorg op gang te krijgen is onvermijdelijk. Ook een wereldkaart van vijftig jaar geleden toont andere landen en grenzen dan die van vandaag. Ons leven beweegt zich door domeinen en over grenzen. De manier waarop we daar in de zorg...

Lees Verder