Minister Bruins blijft investeren in Goed Gebruik Geneesmiddelen
feb02

Minister Bruins blijft investeren in Goed Gebruik Geneesmiddelen

Met het onderzoeksprogramma Goed Gebruik Geneesmiddelen heeft ZonMw een goede structuur neergezet voor geneesmiddelenonderzoek waar het op verder kan bouwen. Dat schrijft minister Bruins in zijn begeleidende brief aan de Tweede Kamer bij de evaluatie van het programma. Bruins vermeldt dat het programma laat zien dat de uitkomsten van het onderzoek belangrijk zijn voor de kwaliteit en goede inzet van geneesmiddelen in de praktijk. Voor nu en in de toekomst. Daarin wil hij blijven investeren. In zijn brief vermeldt Bruins dat hij met ZonMw gaat bespreken hoe in de volgende onderzoeksronde polyfarmacie en therapietrouw meer aandacht kunnen krijgen. Veel kennis opgedaan
 Het doel van het programma Goed Gebruik Geneesmiddelen (GGG) is dat door middel van onderzoek bestaande geneesmiddelen veiliger en doelmatiger kunnen worden ingezet. GGG richt zich op het verbeteren van geneesmiddelen in de dagelijkse zorg. Uit de evaluatie blijkt dat er in vijf jaar veel klinisch relevante kennis is opgedaan. Ook is de kennisinfrastructuur rondom geneesmiddelengebruik duidelijk verbeterd. Nog geen harde uitkomsten
 De evaluatiecommissie geeft aan dat een evaluatie vijf jaar na start van een programma te snel is om veranderingen en verbeteringen in harde uitkomstmaten te kwantificeren. Wel zijn er verschillende onderzoeksprojecten die, als de opgedane kennis in de praktijk wordt toegepast, mogelijke impact op kostenbesparing hebben. Voordelen voor de patiënt
 Bruins noemt in zijn brief drie voorbeelden ter illustratie wat onderzoek kan betekenen voor de patiënt. Zo wordt standaard antistollingsmiddelen gegeven bij een gebroken onderbeen of bij een kijkoperatie in de knie. Uit het onderzoek bleek dat dit niet altijd nodig is. Er is een model opgesteld en als artsen dit model met informatie van de patiënt invullen, rolt daar een risicoscore uit. Patiënten die geen risico lopen, hoeven geen pijnlijke injecties te ondergaan en ervaren geen bijwerkingen. Bovendien kan er zo miljoenen euro’s worden bespaard aan dure antistollingsmiddelen. Een ander onderzoek betrof goede start- en stopcriteria voor de inzet van het dure weesgeneesmiddel eculizumab. De studie liet zien dat het mogelijk is om eculizumab gerichter in te zetten. Het project is een voorbeeld van hoe zinvol het is om een behandeling te individualiseren. Dat is nuttig voor de patiënt. En zo’n aanpak kan de samenleving ook een kostenbesparing opleveren bij veel andere (dure) medicatie. Tot slot wijst Bruins op één van de onderzoeken naar geneesmiddelen bij vrouwen bij GGG. Veel zwangere patiënten gebruiken geneesmiddelen, maar de effecten en bijwerkingen zijn niet altijd duidelijk. Een structureel monitoringsysteem is noodzakelijk. Vanuit het programma GGG is daarvoor geld beschikbaar gesteld. De gegevens die de vrouwen aanleveren binnen dit systeem, leiden tot waardevolle kennis waarmee verloskundigen, gynaecologen en artsen beter advies aan de zwangere patiënt kunnen geven over medicijnen....

Lees Verder