Uniforme codering medische hulpmiddelen
jun21

Uniforme codering medische hulpmiddelen

Verschillende partijen in de zorg hebben afspraken gemaakt om te komen tot eenduidige codering van medische hulpmiddelen. Met de elektronische codering is altijd duidelijk bij welke patiënt welk medisch hulpmiddel is gebruikt. Dat is belangrijk, omdat daarmee de patiëntveiligheid verbetert. De afspraken zijn tot stand gekomen op verzoek en onder regie van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Minister Schippers is blij dat er nu goede afspraken zijn gemaakt. “Dat is goed voor de patiënt en veiligheid in de zorg in Nederland”, is haar overtuiging. Nu komt het nog voor dat er meer dan één codering op een medisch hulpmiddel staat. Daardoor is het vaak niet duidelijk welke code moet worden gescand. Dat behoort straks tot het verleden. De nieuwe afspraken sluiten aan op de registratie in het Landelijk Implantaten Register. Nederland loopt daarmee vooruit op de nieuwe Europese regels voor medische hulpmiddelen. Van productie tot patiënt
 De afspraken zijn ondertekend door een groot aantal partijen in de zorg. Dat zijn: Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (Nfu), Zelfstandige klinieken Nederland (ZKN), Federatie van Technologiebranches (FHI), NVZ, Ondernemersorganisatie technologische industrie (FME) en de belangenorganisatie van producenten, importeurs en handelaren van medische hulpmiddelen Nefemed. Daarmee is de hele keten rondom hulpmiddelen er dus bij betrokken: van productie tot gebruik bij de patiënt. Gefaseerde invoering De invoering van de eenduidige codering gebeurt gefaseerd. Het uitgangspunt is de lijst van implantaten. Deze wordt nu ook gehanteerd voor het Landelijk Implantaten Register. De ingangsdatum is 1 juli 2018. Vanaf september 2018 wordt de lijst verder uitgebreid. Het afsprakendocument met voorbeelden uit de praktijk wordt  op termijn gepubliceerd op www.vmszorg.nl . Bron: NVZ (Nederlandse Vereniging van...

Lees Verder
Rapport Vervolgonderzoek Medicatiebeleid
feb02

Rapport Vervolgonderzoek Medicatiebeleid

Medicatieveiligheid is een belangrijk onderdeel van het geneesmiddelenbeleid. Het gebruik van geneesmiddelen kent immers altijd risico’s, zoals bijwerkingen of interactie met andere geneesmiddelen. De afgelopen jaren is er continu aandacht voor geneesmiddel-gerelateerde ziekenhuisopnamen. Het rapport “Vervolgonderzoek Medicatieveiligheid “vermeldt dat het aantal geneesmiddel-gerelateerde ziekenhuisopnamen zijn gestegen van 39.000 in 2008 naar 49.000 in 2013. Deze stijging is in lijn met de stijging van het aantal acute opnamen. Het is hoogstwaarschijnlijk het gevolg van de veroudering van de patiëntenpopulatie. De potentiële vermijdbaarheid van de geneesmiddel-gerelateerde opnamen lijkt de afgelopen jaren redelijk constant. Potentieel vermijdbare geneesmiddel-gerelateerde ziekenhuisopnamen doen zich vooral voor bij 65-plussers. Gemiddeld 48 procent van deze ziekenhuisopnamen is potentieel vermijdbaar bij 65-plussers tegenover ongeveer 25 procent bij patiënten jonger dan 65 jaar. Dat blijkt uit het onderzoek van het Erasmus MC, het NIVEL, Radboud UMC en PHARMO. Lange lijst van aanbevelingen
 In dat onderzoek is gekeken naar alle 40 (!) aanbevelingen uit het Harm Wrestling rapport van 2009 geïnventariseerd. Deze aanbevelingen hadden tot doel te komen tot een reductie van geneesmiddel-gerelateerde ziekenhuisopnamen. De oorspronkelijk aanbevelingen uit Harm Wrestling rapport zijn nog steeds relevant. Daarnaast hebben de onderzoekers een aantal  nieuwe aanbevelingen opgenomen. Deze gaan vooral over van het voorkomen van valincidenten, het gebruik van antistollingsmiddelen, de ontwikkeling en implementatie van medisch-farmaceutische beslisregels bij deze middelen en monitoring van risicopatiënten, in het bijzonder bij patiënten die behandeld worden met insuline. Plan van aanpak
 Minister Schippers heeft het rapport naar de Tweede Kamer gestuurd. In de aanbiedingsbrief vermeldt ze “dat de geconstateerde stijging van het aantal vermijdbare geneesmiddel-gerelateerde ziekenhuisopnamen aanleiding is om iedereen te wijzen op de hardnekkigheid van deze omissies en de noodzaak om te veranderen. Temeer omdat de oorspronkelijke geneesmiddelspecifieke aanbevelingen uit de eerdere onderzoeken nog steeds relevant blijken te zijn”. Schippers vermeldt dat ze de landelijke organisaties van voorschrijvers en apotheekhoudenden zal vragen om met een plan te komen hoe deze aanbevelingen in de praktijk zo snel mogelijk beter kunnen worden opgevolgd en hoe de nieuwe aanbevelingen nader kunnen worden uitgewerkt. Zie het eindrapport Vervolgonderzoek medicatieveiligheid en de aanbiedingsbrief van minister Schippers aan de Tweede Kamer Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder