Aanvraag mogelijk voor voorwaardelijke toelating basispakket
Mei15

Aanvraag mogelijk voor voorwaardelijke toelating basispakket

Tot en met 29 juni is het mogelijk om dossiers in te dienen die mogelijk in aanmerking komen voor voorwaardelijke toelating tot het basispakket. In aanmerking komen geneeskundige zorg, extramurale geneesmiddelen én extramurale hulpmiddelen. Indiening moet plaatsvinden bij het Zorginstituut, die de voorstellen beoordeelt. ZonMw adviseert het Zorginstituut over de wetenschappelijke kwaliteit en haalbaarheid van het onderzoeksvoorstel. Het Zorginstituut brengt advies uit aan de minister van VWS over de interventie(s). De minister besluit uiteindelijk welke interventies voorwaardelijk worden toegelaten. Maximale duur
 In alle gevallen gaat het dan om potentieel veelbelovende zorgvormen die nog geen deel uitmaken van het basispakket omdat de effectiviteit volgens het wettelijk criterium “de stand van de wetenschap en praktijk” nog niet bewezen is. De maximale duur van voorwaardelijke toelating is in principe 4 jaar. In uitzonderlijke gevallen kan dit worden verlengd tot 7 jaar. Onderzoek De minister van VWS kan besluiten om zorg die nog niet bewezen effectief is, toch tijdelijk toe te laten tot het basispakket. Daaraan wordt de voorwaarde verbonden dat in de periode van tijdelijke toelating onderzoek komt naar de effectiviteit van de zorg en de kosteneffectiviteit. Aan de hand van de verzamelde gegevens tijdens het onderzoek kan, voor afloop van de periode van voorwaardelijke toelating, worden vastgesteld of de zorg voldoet aan ‘de stand van de wetenschap en praktijk’. Meer informatie
 Uiteraard is er een uitgebreide procedure vastgesteld voor het aanvragen van een voorwaardelijke toelating. Tevens is er een lijst van verschillende zorgvormen die op dit moment voorwaardelijk toegelaten tot het basispakket. Zie ook de voortgangsrapportage 2017 voor voorwaardelijke toelating tot het basispakket. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
De toekomst van de  openbare farmacie – deel 2
Jun24

De toekomst van de openbare farmacie – deel 2

Hoe ziet de toekomst van de openbare farmacie eruit? Om daar achter te komen gaat Martijn Kijkuit, als managing director verantwoordelijk voor Pharmacom, in gesprek met stakeholders in de zorg. In FarmaMagazine mei en juni doen we verslag.  RENSKE LEIJTEN SP Tweede Kamerlid Volksgezondheid, Welzijn en Sport:  “De apotheker hoort bij de basiszorg” Het woord zorgvraag suggereert dat je een keuze hebt. Dat je er ook vanaf kunt zien. Daarom spreekt Renske Leijten liever over zorgbehoefte. “We zien meer chronisch zieken, er is meer behandelbaar, er zijn meer welvaartsziekten. Maar is dat een veranderende zorgvraag of gewoon iets waar we rekening mee moeten houden? Belangrijk is dat zorgverleners hierop inspelen en echt met hun patiënten spreken. Dat  geldt ook voor de apotheker. We voeren discussie over het begeleidingsgesprek. Ik vind dat er standaard een jaarlijks gesprek over de medicatie moet zijn voor mensen die vijf geneesmiddelen of meer gebruiken. Ongeacht hun leeftijd.” Basiszorg Volgens Leijten staat op dit moment niet de patiënt, maar het verdienmodel centraal in de apotheek. Daar wil ze vanaf. “Basiszorg moet voor iedereen goed bereikbaar zijn. De apotheker hoort daarbij. Dat betekent dat je 24 uur per dag, 7 dagen per week toegang moet hebben tot farmaceutische hulp. Kun je het een patiënt kwalijk nemen dat hij buiten de reguliere openingstijden medicijnen nodig heeft? Waarom zou je daarvoor extra moeten betalen?” Abonnementstarief Dat het eerste uitgiftegesprek onder het eigen risico valt is ook een doorn in het oog van Leijten. “Ik krijg het niet uitgelegd aan burgers. De minister heeft de kosten van dienstverlening en geneesmiddelen gescheiden omdat we inzicht wilden in de kosten van de apotheek. Niet om de kosten voor dienstverlening ordinair door te schuiven naar patiënten.” De oplossing ziet ze in een abonnementstarief voor apothekers, gekoppeld aan een adherentiegebied. Centrale inkooporganisatie Natuurlijk moeten de kosten van de zorg beteugeld worden, antwoordt Leijten op een vraag van Kijkuit, maar ze kiest een andere route. “De enorme marges die zorgverzekeraars, ketens en andere zorgaanbieders maken, moeten eruit. De enige winst in de zorg moet gezondheidswinst zijn. Dat kan door een centrale inkooporganisatie in te richten. Dan wordt het ook mogelijk om één preferentiebeleid te hanteren. Helder en hetzelfde voor iedereen, ongeacht waar je woont of hoe je verzekerd bent.” Zorgverzekeraars gooit de SP trouwens het liefst het stelsel uit. “Ze hebben veel te grote vermogens en de marktwerking is mislukt.” Leijten wil met professionals samenwerken op basis van vertrouwen. “De verantwoordingscultuur brengt onnodige administratieve lasten met zich mee. Als een apotheker de basiszorg niet levert, krijgen we vanzelf klachten van patiënten en dan spreken we hem erop aan.” Gegevensdrager voor chronische patiënten Als zorgverlener...

Lees Verder
Naar nieuwe zorg en zorgberoepen: de contouren
Apr13

Naar nieuwe zorg en zorgberoepen: de contouren

Met teams die worden samengesteld op basis van de zorgvraag, denkt de Commissie Innovatie Zorgberoepen & Opleidingen, onder leiding van Marjan Kaljouw, een omslag in de zorg te kunnen realiseren. De burger heeft daarin de regie en als hij daartoe niet in staat is, neemt een generalistische teamregisseur deze taak waar. Het staat in het advies �Naar nieuwe zorg en zorgberoepen: de contouren� dat de commissie aan de minister van VWS heeft uitgebracht. Een omslag in de zorg is noodzakelijk: niet de ziekte of aandoening, maar het functioneren, de veerkracht en de eigen regie van de burger moeten centraal komen te staan. Niet het bestaande aanbod aan zorg, beroepen en opleidingen is het uitgangspunt, maar de toekomstige vraag naar zorg. Daarbij moeten zorgverleners zich richten op wat moet, niet op wat kan. Zo worden de contouren van de nieuwe zorg geschetst. De commissie is uitgegaan van de verwachte zorgvraag in 2030. Hiervoor introduceert zij het ABCD-model met een integrale en dynamische benadering van de Nederlandse gezondheidszorg, het professioneel handelen dat hierbij gewenst is en de context die hierbij relevant is. Het advies over de hierop afgestemde opleidingen volgt overigens aan het eind van 2015. Wat houden de vier zorgdomeinen Voorzorg (A), Gemeenschapszorg (B), Laagcomplexe tot complexe zorg (C) en Hoogcomplexe zorg (D) in? (Zie ook figuur.) Voorzorg Voorzorg gaat over de hele Nederlandse bevolking en richt zich op het bevorderen van gezond leven. Voorzorg is een maatschappelijke aangelegenheid waarbij veel domeinen betrokken zijn, waaronder de gezondheidszorg. Dat kan alleen met een integrale aanpak met aandacht voor gezondheidsvaardigheden in het onderwijs, het werk, de buurt en de zorg. Voorzorg richt zich op het ontwikkelen van veerkracht en op gezondheidsrisico�s door gezondheidsbevordering, gezondheidsbescherming en ziektepreventie, individueel dan wel collectief. Gemeenschapszorg Als er zorg nodig is, wil iedereen het zoveel mogelijk zelf, samen en in de buurt regelen. Daarbij zijn veel voorzieningen zoals de woningbouw betrokken. Technologie speelt daarbij een grote rol. Er wordt veel gebruik gemaakt van digitale informatie. Een �foto van de buurt� die regelmatig wordt geactualiseerd, laat zien wat er nodig is in die buurt. Professionele ondersteuning of behandeling is beschikbaar als het nodig is. Er is één goed bereikbaar en toegankelijk aanspreekpunt en een professioneel vangnet. Laagcomplexe tot complexe zorg Deze basiszorg en gespecialiseerde zorg, zowel voor acute als planbare zorg, heeft een hoge mate van voorspelbaarheid van de benodigde inzet en van het beloop. Beoordeling en toeleiding gaan aan de behandeling vooraf. Functioneren is het uitgangspunt. Steeds dient gekeken te worden naar wat nodig is en niet naar wat kan. Ook hier speelt technologie een grote rol, niet alleen bij behandeling, maar ook bij communicatie en informatie....

Lees Verder
Apothekers kunnen veel meer
Apr16

Apothekers kunnen veel meer

Meerjarige contracten met zorgverzekeraars, twee keer per jaar aan tafel met de Minister van VWS en de beloning van huisartsen en apothekers gelijkschakelen. En dan komt het toch nog goed met de toekomst van de farmaceutische zorg en de positie van de apotheker, aldus verkenners Alexander Rinnooy Kan en Robert Reibestein. Het landschap van de farmaceutische zorg is definitief veranderd. Onderhandelbare prijzen, preferentiebeleid en zorgverzekeraars die er samen met apothekers maar uit moeten komen. Dat is de weg naar de toekomst van de farmacie, zoals opgetekend door de verkenners Rinnooy Kan en Reibestein.In twee maanden maakten zij een scan van de toestand in de farmacie. En een aanbeveling voor de toekomst. Eind februari hebben de heren hun brief van negen kantjes aangeboden aan Minister Schippers van VWS. Zij zijn nu klaar met de opdracht. Het is aan de markt en aan de Minister om aan de slag te gaan met de aanbevelingen. Wat heeft u het meest verrast tijdens het onderzoek? Rinnooy Kan: “De emoties die opspelen bij het woord preferentiebeleid. De verdiensten van het preferentiebeleid staat bij niemand ter discussie. 1 miljard besparingen is wel een offer waard. De uitdaging is nu om de negatieve effecten behapbaar te houden. Maar het P-woord levert nog steeds allerlei negatieve gevoelens op. We gebruiken dat woord dan ook maar niet meer.” Reibestein: “De bijeenkomst met de apothekersassistentes. Zij hebben ons laten inzien hoeveel tijd zij kwijt zijn om patiënten uit te leggen waarom die de ene keer een groen doosjes en de andere keer een blauwe krijgt. Aan zorg komen ze niet meer toe zo was de strekking van hun verhaal. Wat een gemiste kans. Dat raakt je.” Wat is de belangrijkste conclusie uit uw onderzoek? Rinnooy Kan: ”De Minister kan verder met het systeem van vrij onderhandelbare prijzen in de extramurale farmaceutische zorg. Alle veldpartijen, dus ook zorgverzekeraars en apothekers, staat een identiek toekomstbeeld voor ogen. Weet dus als apotheker dat ook die ‘lastige’ zorgverzekeraar zich herkent in dit rapport. Er ligt dus een mooie basis om gezamenlijk de problemen die er nog zijn op te lossen.” Waarom zouden gesprekken tussen apothekers en zorgverzekeraars nu wel resultaat hebben? Reibestein: “In ons bijzijn zaten apothekers en zorgverzekeraars aan een tafel. En wat blijkt dan? Op belangrijke onderdelen begrepen ze elkaar en dachten ze er ook nog hetzelfde over. Dat is een mooie basis. Natuurlijk bleven er pijnpunten over, want het gesprek duurde slechts anderhalf uur. Het was heel bemoedigend om te zien hoe ze met elkaar omgingen en ook nog eens hetzelfde doel voor ogen hebben. De Minister neemt ons voorstel over om twee keer per jaar onder haar leiding met...

Lees Verder