Paul Korte: Medicatie en prijsafspraken op maat
mei18

Paul Korte: Medicatie en prijsafspraken op maat

Medicatie en prijsafspraken op maat. Paul Korte, voorzitter van Nefarma, over de zoektocht naar het betaalbaar houden van geneesmiddelen. “Meer centraal ingrijpen is niet verstandig.” En over de veranderende rol van apotheker en huisarts. “Artsen richten zich op de diagnose en de apotheker is de sidekick bij het vinden van de juiste medicatie bij de juiste patiënt.” Hij wordt voorzitter van Nefarma op het moment dat het alleen maar over kosten gaat. Een leukere start is denkbaar. Maar Paul Korte, opgeleid als apotheker en in het dagelijkse leven algemeen directeur van farmaceut Janssen in Tilburg, neemt zijn verantwoordelijkheid.  “Voor Nefarma als vereniging van innovatieve bedrijven is het belangrijkste doel om blijvend nieuwe geneesmiddelen te ontwikkelen en bij patiënten te brengen, in binnen en buitenland. Die taak heeft de samenleving ons gegeven, dat is onze opdracht. En daar zijn we heel goed in, zeker de laatste tijd als je ziet dat we echt belangwekkende nieuwe geneesmiddelen introduceren. Maar we zijn een private bedrijfstak in een publieke sector. En dat beseffen we goed, dat brengt een verantwoordelijkheid maar ook een dilemma met zich mee: als private onderneming willen we zo goed mogelijk ons werk doen. Daar hangt een prijskaartje aan waarvan men nu vindt dat het hoog is. Dat maakt het niet makkelijk, maar mijn rol als voorzitter wel interessant.” Is die discussie niet een beetje aan het doorslaan? “Het wordt een beetje uitvergroot. De feiten tonen dat de groei in kosten voor geneesmiddelen reuze meevalt, zeker het afgelopen jaar. De bezuiniging in de zorg van de laatste jaren komt vooral op naam van geneesmiddelen. Jaarlijks geven we minder uit dan begroot. De kosten voor geneesmiddelen stijgen niet of nauwelijks, maar in ieder geval minder dan veel andere sectoren in de zorg. Kijken we naar de totale geneesmiddelensector, dan doen we het in Nederland dus heel goed en netjes. Maar er speelt iets anders en dat heeft te maken met de budgetten van ziekenhuizen die worden beperkt in groei. Volgens het Hoofdlijnenakkoord mag dat budget maximaal met 1 procent groeien. En door overheveling van geneesmiddelen van de eerste lijn naar het ziekenhuisbudget en de komst van nieuwe geneesmiddelen komt er meer druk te staan op dat budget. Dat geeft in ziekenhuizen en bij artsen die hiermee worden geconfronteerd veel spanning, dat begrijp ik heel goed. Maar kijk je met enige afstand naar andere, stijgende kosten die ziekenhuizen maken, dan valt de groei van geneesmiddelen wel weer mee.” Dus waar praten we eigenlijk over? “Natuurlijk is de discussie van belang omdat het gaat om toegankelijkheid, betaalbaarheid, solidariteit, maar laten we wel naar de feiten blijven kijken. Tien jaar jaar geleden waren het...

Lees Verder
Column: Van Neefarma naar Jafarma
mei18

Column: Van Neefarma naar Jafarma

Volgens Peter Gøtzsche is de reputatie van de farmaceutische industrie gelijk aan die van de georganiseerde misdaad. De farmaceutische industrie verkeert in dat geval in goed gezelschap, namelijk die van de zorgverzekeraars. Overigens ben ik het met de stigmatisering van beiden niet eens. Wat de farmaceutische industrie en zorgverzekeraars gemeen hebben, is dat zij beiden een beroep doen op publieke gelden. Dat de innovatieve geneesmiddelenindustrie van waarde is, behoeft geen betoog. Kijk maar naar de relatie-impact op gezondheidswinst en de alsmaar stijgende levensverwachting. Voorbeelden zijn er te over zoals antibiotica, insuline, middelen tegen kanker en hartkwalen, TBC en HIV. Zonder farma keren we terug naar de periode van de pest, tuberculose, polio en cholera. Recent was ik in de Sint Maartenskliniek. Patiënten met klassieke reumaverschijnselen zie je niet meer. Onvoorstelbaar positief eigenlijk. Maar volgens Gøtzsche is de farmaceutische industrie ‘door en door verrot’ en bedienen zij zich van maffiapraktijken. De directie van de Cochrane heeft zich publiekelijk gedistantieerd van deze azijnzeiker. Desondanks mocht Gøtzsche zijn verbale diarree over de Tweede Kamer uitplassen. Onbegrijpelijk dat deze persoonlijke hetze dit podium heeft gekregen. Gøtzsche weigerde inhoudelijk in te gaan op vragen en memoreerde misstappen van farma uit de vorige eeuw. In mijn opinie heeft farma eigenlijk maar drie problemen. Toegang, vergoeding en reputatie. Wat opvalt in de discussie over de farmaceutische industrie, is dat deze zich beperkt tot ons limbisch systeem. Daar speelt Nefarma overigens zelf een belangrijke rol in. Waar rook is, is vuur en… vaak ook een pyromaan. Met de reputatie zal Nefarma aan de bak moeten. Een reeks ‘Glazenhuis-debatten‘ en storytelling trainingen bevestigen vooralsnog het oude verhaal in een nieuwe verpakking. Wil de farmaceutische industrie de negatieve beeldvorming ontstijgen, dan zullen zij met een ander en geloofwaardig script moeten komen. Preferentiebeleid, geneesmiddelenarrangementen, flexibele vormen van toelating, biosimilars en de inrichting Reclame Code Commissie zijn – laat ik het aardig stellen – niet geheel spontaan uit het ei van Nefarma gekropen. De veranderende maatschappelijke eisen verlangen een adequaat en van maatschappelijk getuigende sensitiviteit over thema’s als betaalbaarheid en toegankelijkheid. Nederland doet slechts 1% van de wereldwijde omzet aan geneesmiddelen. In het Madurodam van het pillenland is deze relatieve luwte perfect aan te wenden om in Nederland invulling te geven aan een volmondig Jafarma.  ...

Lees Verder
Nefarma pleit voor Nationale Geneesmiddelenagenda
mrt25

Nefarma pleit voor Nationale Geneesmiddelenagenda

Nefarma heeft gereageerd op de Geneesmiddelenvisie die minister Edith Schippers eind januari jl. presenteerde en die de komende maand op de agenda van de Tweede Kamer staat. Onderschreven wordt het gemeenschappelijke doel, namelijk dat de juiste patiënt, op het juiste moment, het juiste geneesmiddel krijgt. In de brief krijgen vier onderwerpen aandacht. “Onze ambitie is om samen met het ministerie van VWS en andere zorgpartners te werken aan het verbreden van de Geneesmiddelenvisie naar een toekomstbestendige Nationale Geneesmiddelenagenda “, schrijft Nefarma-directeur Gerard Schouw aan de minister. Met Samen innoveren wil Nefarma: – Publieke-private samenwerking in wetenschappelijk onderzoek versterken om oplossingen te vinden voor ziektes waar nog geen behandeling voor is. – Meer onderzoek naar de ontwikkeling van geneesmiddelen in Nederland. – ‘Task-force overbodige regels’ om patiënten sneller toegang te geven Met Zorg op maat kiest Nefarma voor: – Omarm de toekomst met geneesmiddelen op maat. – ‘Meten is weten, bevorder effectiviteit door betrouwbare patientregistries. – ‘Verbeter de diagnostiek door slim gebruik van data. – ‘Actief bij- en uitdragen ZonMw-programma Goed Gebruik Geneesmiddelen. Onder Duurzame betaalbare zorg verstaat Nefarma: – Het ontschotten van de zorg draagt bij aan betaalbaarheid. – Verbindt de uitgaven voor geneesmiddelen systematisch met de baten en besparingen op traditionele behandelingen. – Wij ontwikkelen samen een betrouwbare horizonscan. – Succes maken van innovatieve bekostigingsmodellen, prijs/volume-afspraken en pay for benefit. – Wij ontwikkelen een alternatief voor de sluis. In het belang van patiënten. Kijk voor de Nationale Geneesmiddelenagenda naar België en Frankrijk De brief eindigt met een pleidooi voor een Nationale Geneesmiddelenagenda. Hiervoor is de organisatie geïnspireerd door oplossingen die onlangs in België en Frankrijk zijn gepresenteerd. Overheden en geneesmiddelenbedrijven maken meerjarige afspraken over een brede geneesmiddelenagenda, inclusief budgetimpact. Dit is zeker ook interessant voor Nederland. Om hiervoor bouwstenen te verzamelen laat Nefarma dit voorjaar drie onafhankelijke onderzoeken uitvoeren: – Wat zijn de toekomstscenario’s voor geneesmiddelen in het Nederland van 2025? – Hoe is het R&D beleid voor geneesmiddelen in Nederland te versterken? – Welke besparingen levert ontschotting van de zorg in Nederland op? De volledige brief is hier te downloaden. Onder redactie van Kees Kommer  ...

Lees Verder
Paul Korte nieuwe voorzitter Nefarma
dec22

Paul Korte nieuwe voorzitter Nefarma

Tijdens de Algemene Ledenvergadering is Paul Korte vorige week gekozen tot voorzitter van Nefarma. Hij volgt Hans Sijbesma, die zes jaar bestuurslid was, waarvan drie jaar voorzitter. Korte (55) is algemeen directeur van Janssen in Tilburg en maakte al deel uit van het Nefarma-bestuur. Tot nieuw bestuurslid van Nefarma is benoemd Jasper van Grunsven, algemeen directeur van Amgen in Breda. De vereniging heeft ook twee vice-voorzitters gekozen, Anita Atema (Celgene) en Aarnoud Overkamp (Takeda). Als nieuwe voorzitter vertelt Paul Korte hij hoe hij aankijkt tegen innovatieve geneesmiddelfabrikanten en de vereniging Nefarma. “De kern van onze bedrijvigheid is het beter maken van mensen. In veel gevallen in de dagelijkse patiëntenzorg maken geneesmiddelen het verschil. Dat moeten we blijven uitdragen. Er is maar één partij die in staat is geneesmiddelen te ontwikkelen en steeds met innovaties te komen, en dat zijn wij. Tegelijkertijd hebben wij als leden van Nefarma onszelf de opdracht gegeven de gezondheidszorg in Nederland duurzaam betaalbaar te houden. Ons beleid is daar volop op gericht en wij zullen daarvoor met initiatieven komen. Samenwerking en verbinding met anderen zijn daarbij de leidraad”. Nieuwe geneesmiddelen Nefarma is de brancheorganisatie van farmaceutische bedrijven die zich richten op onderzoek en ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen. Het is haar taak de snelle beschikbaarheid van nieuwe geneesmiddelen voor patiënten te bevorderen, een gunstig onderzoeksklimaat te creëren en de waarde van het innoverende geneesmiddel uit te dragen. De organisatie denkt mee over wet- en regelgeving, zet zich in voor een effectieve registratieprocedure en onderhoudt contacten met overheden en andere partijen die van invloed zijn op de marktomstandigheden. Om lid te kunnen worden van Nefarma moet acht procent van de nationale omzet worden besteed aan onderzoek en ontwikkeling. Alles onder de naam Janssen Paul Korte is algemeen directeur van Janssen, een onderdeel van Johnson & Johnson, één van de grootste Health Care bedrijven ter wereld. Johnson & Johnson is in 57 landen actief via meer dan 250 dochterondernemingen. Alle farmaceutische activiteiten van Johnson & Johnson zijn onder de naam ‘Janssen’ gebundeld, waar voorheen namen golden als Janssen Pharmaceutica, Janssen-Cilag, Tibotec, Centocor en Ortho-Biotech. Onder redactie van: Kees Kommer  ...

Lees Verder
Toekomst van de farmacie: Trial and Error
nov14

Toekomst van de farmacie: Trial and Error

De openbare apothekers maken zich zorgen over hun toekomst. De zorgverzekeraars hebben vooral interesse in voortzetting van het preferentiebeleid, omdat ze hiermee premieverlaging voor hun verzekerden kunnen bewerkstelligen. En het ministerie van VWS maakt weinig haast om de openbare farmacie een nieuw toekomstperspectief te bieden. Hoe kijken de mensen uit het veld aan tegen de openbare farmacie en de scenario’s voor de toekomst daarvan? Deel 5 van een artikelenserie over de toekomst van de openbare farmacie. Het verdwijnen van de openbare apotheek zoals we die nu kennen, is een realistisch scenario. Dit vinden zowel Michel Dutrée (directeur van Nefarma) als Ruud Coolen van Brakel (bestuurder van het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik). Dutrée is het meest uitgesproken: “De huidige apotheek vind ik inmiddels onvoldoende onderscheidend van de drogisterijen. Bij de apotheek is alleen de balie wat dieper door die ladekasten waarin de geneesmiddelen liggen. Het ligt dan ook voor de hand dat de drogist en de apotheek gaan fuseren in de komende vijf tot tien jaar. De apotheek besteedt toch al steeds meer ruimte aan producten van Vichy, VSM en Dr Vogel en aan medische hulpmiddelen. Voor zo’n samenwerking is een heel goed businessmodel te ontwikkelen, waarbij zorg en distributie worden gescheiden.” Coolen van Brakel is op dit punt wat terughoudender: “De nulde lijn is ook sterk aan het professionaliseren, dat is heel erg toe te juichen. Drogisterijen nemen hun distributie- en voorlichtingstaak steeds serieuzer. Of dat ook per se betekent dat je het uitgiftepunt voor de openbare farmacie daaraan kunt koppelen, weet ik niet zo zeker. Middelen die onder de Opiumwet vallen, zie ik nog niet zo snel via de drogisterij verstrekt worden. Maar verdergaande samenwerking en afstemming zijn wel degelijk mogelijk in ieder geval. En dat apotheken in sommige opzichten steeds meer op drogisten beginnen te lijken, is niet zo vreemd. Een apotheek is tenslotte ook gewoon een winkel en een apotheker is behalve een zorgverlener ook een ondernemer. Dit laatste is een serieus onderdeel van zijn werk. In de apotheek komen mensen met een zorgvraag. Die is deels te beantwoorden met receptgeneesmiddelen, maar zeker deels ook met vrij verkrijgbare producten. Het zou onzin zijn dat onderdeel van het bedrijf links te laten liggen.” Loskomen van de distributie Het is in ieder geval niet de distributie waarvan de openbare farmacie het moet hebben, daarover zijn beiden het eens. “Het wordt steeds helderder dat je de zorg en de distributie van elkaar moet scheiden”, zegt Coolen van Brakel. “Voor de distributie hebben we de laatste jaren allerlei initiatieven zien ontstaan: De Centrale Apotheek, distributie via de huisarts, robots, centrale uitgiftepunten, noem maar op. Niet alles is succesvol gebleken, maar...

Lees Verder