Medicatie chronische ziekte voor heel jaar thuis
nov20

Medicatie chronische ziekte voor heel jaar thuis

Apothekers zijn bezorgd over het feit dat chronische patiënten hun medicatie voor een heel jaar kunnen halen. Dat is door een nieuw contract van Zilveren Kruis mogelijk. Apothekers vinden het echter onverantwoord en de KNMP is het met hen eens. Patiënten die chronisch medicatie slikken, zoals diabetici, moeten nu vaak om de drie maanden langs de apotheek voor een nieuwe voorraad. Volgens zorgverzekeraar Zilveren Kruis kunnen velen ook met een jaarlijks bezoekje af. Dat scheelt hen tijd en geld. Apothekers daarentegen zien de kwartaalbezoeken als belangrijke momenten waarop ze de patiënt vragen naar hun gezondheid. Ze bespreken eventuele bijwerkingen, de therapietrouw en kijken bij multimorbiditeit naar de afstemming van de medicatie. Bij eventuele klachten kan in overleg met de huisarts de medicatie worden aangepast. Minder controles kan daardoor leiden tot gevaarlijke situaties, aldus verontruste apothekers. Daarnaast zien ze ook logistieke problemen. Alleen voor patiënten zonder problemen
 Zilveren Kruis reageert met de mededeling het nieuwe contract is bedoeld voor de groep patiënten die al jaren zonder problemen dezelfde medicatie slikken en alleen in de apotheek komen om hun pillen op te pikken. Voor elk medicijn dat de patiënt ophaalt wordt nu zo’n zes euro in rekening gebracht, de vergoeding voor medicatiebegeleiding. Dat betalen de meeste patiënten vanuit het eigen risico. Slechts een maal per jaar naar de apotheek kan dus veel geld besparen. Het is volgens de verzekeraar straks aan de huisarts om te bepalen hoeveel medicatie de patiënt in één keer meekrijgt. KNMP en NHG zijn bezorgd
 Apothekersorganisatie KNMP is in gesprek met Zilveren Kruis over het contract, dat 1 januari ingaat. ,,We maken ons zorgen. We verliezen de patiënt straks veel te lang uit het oog,” reageert directeur Léon Tinke in een artikel in het AD. ,,Het is niet voor niets dat we bij nieuwe medicatie maar een voorraad van twee weken meegeven. Daarmee houden we in de gaten of het werkt. Ook daarna blijft goede begeleiding nodig.” Ook het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) heeft zijn zorgen geuit bij de verzekeraar. Het NHG vindt het van belang dat het moet gaan om een uitzondering en alleen voor patiënten die al jaren stabiel zijn. Bron: AD Onder redactie van Gerda van Beek    ...

Lees Verder
NHG-Standaarden Atriumfibrilleren en  Diepe veneuze trombose en longembolie herzien
okt10

NHG-Standaarden Atriumfibrilleren en Diepe veneuze trombose en longembolie herzien

Het gebruik van de Directe Orale AntiCoagulantia (DOAC’s) neemt nog steeds toe. Op de GIP Databank zijn gegevens beschikbaar over de jaren 2011 t/m 2015 (nog niet voor 2016). De aantallen gebruikers van deze middelen zijn flink toegenomen. Zie tabel 1. De Stichting Farmaceutische Kengetallen publiceerde in mei van dit jaar dat de Nederlandse openbare apotheken in 2016 75% meer DOAC’s verstrekten dan in het jaar daarvoor en dat in 2017 deze toename doorgaat. Sinds de verruiming van de vergoedingsvoorwaarden beginnen nu ook huisartsen naast cardiologen en internisten patiënten met deze middelen te behandelen. Met 67.000 gebruikers in 2016 was rivaroxaban (Xarelto®) het meest toegepaste DOAC, gevolgd door dabigatran (Pradaxa®). De aantallen gebruikers van de andere DOAC’s blijven (nog) flink achter maar nemen ook toe. Interessant is dat de aantallen gebruikers van de VKA’s acenocoumarol en fenprocoumon tot voor kort niet waren gedaald en zelfs waren gestegen. Het totale aantal mensen dat orale antistolmiddelen gebruikt nam kennelijk toe; de SFK meldde echter onlangs dat nu in 2017 het aantal gebruikers van VKA’s toch licht is gedaald. Wijzigingen in standaarden De NHG-Standaarden Atriumfibrilleren en Diepe veneuze trombose en longembolie zijn onlangs bijgewerkt naar de laatste stand van zaken. De belangrijkste wijziging in beide NHG-Standaarden is dat nu bij de medicamenteuze behandeling van atriumfibrilleren resp. diepe veneuze trombose in algemene zin de DOAC’s een gelijkwaardig alternatief voor de vitamine-K-antagonisten (VKA’s) worden genoemd. In navolging van het NHG-standpunt Anticoagulantia (2016) zijn in beide NHG-Standaarden aanbevelingen opgenomen om in samenspraak met de patiënt te beoordelen of er redenen zijn om te kiezen voor een DOAC of een VKA. Indien patiënten reeds een VKA gebruiken en tevreden zijn met de bestaande behandeling, wordt het overzetten naar een DOAC niet aanbevolen. Mocht dit echter toch de voorkeur hebben, dan bevatten deze NHG-Standaarden nuttige aanwijzingen hoe deze omzetting het best en veiligst kan gebeuren. Dat geldt ook voor het omgekeerde, dus overzetting van een DOAC op een VKA. Belangrijke vragen zijn dus welke omstandigheden leiden ertoe dat voor een bepaald antistolmiddel, een VKA of DOAC, wordt gekozen en op grond van welke overwegingen kiest men – indien voor een DOAC wordt gekozen – een bepaalde DOAC. Het zelfvertrouwen en de ervaring van de voorschrijver zijn belangrijk maar blijven hier nu buiten beschouwing. Een VKA of een DOAC? Voor de keuze van een middel uit een van deze twee groepen zijn vooral (maar niet uitsluitend) de volgende omstandigheden van belang: – 
leeftijd van de patiënt: bij kwetsbare ouderen (terzijde: wie zijn dat precies?) is de kans op een gastro-intestinale bloeding bij gebruik van een DOAC groter dan bij dat van een VKA en kan men waarschijnlijk beter...

Lees Verder
Uniforme prescriptieafspraken: in ieders belang
apr28

Uniforme prescriptieafspraken: in ieders belang

De KNMP, LHV, NHG en FMS bevestigen in een gezamenlijke brief aan VWS dat zij staan voor uniforme prescriptieafspraken. Zij maken zich ongerust over de kwaliteit van zorg nu blijkt dat sommige verzekeraars eigen aflevertermijnen willen hanteren en daarmee de prescriptieafspraken schenden. De prescriptieafspraken zijn eind november 2016 gemaakt tussen patiënten, artsen, apothekers, verpleegkundigen én zorgverzekeraars. Doel van deze breed gemaakte afspraken is de effectiviteit en veiligheid van medicatie te bewaken en medicijnverspilling te voorkomen. De regeling dient er ook voor om de diversiteit aan regels van de verschillende zorgverzekeraars te harmoniseren. Met de afspraken tussen alle partijen ontstaat er voor de patiënt eenduidigheid en is er niet langer meer sprake meer een andere aanpak per zorgverzekeraar. Afspraken Er zijn onder andere de volgende afspraken gemaakt: * –    Apothekers geven patiënten de geneesmiddelen die ze voor het eerst gebruiken voor maximaal 15 dagen mee. Indien de kleinste afleververpakking meer dan 15 dagen geneesmiddelen bevat, mogen apothekers deze verpakking afleveren. * –    Bij chronisch gebruik geldt een afleverperiode van maximaal 3 maanden. * –    Geneesmiddelen van meer dan 1.000 euro per maand kunnen na de eerste uitgifte voor maximaal een maand worden meegegeven tijdens de instelperiode van 6 maanden. * –    Bij intensieve zorg thuis, bijvoorbeeld in de laatste fase van iemands leven, bepaalt de patiënt (of zijn naasten) met de zorgverlener welke geneesmiddelen wel en niet nodig zijn om maatwerk te realiseren. * –    Bij de aflevertermijnen gelden enkele uitzonderingen, zoals anticonceptiva (360 dagen) en hypnotica/anxiolytica en amfetamine-achtige eetlustremmers (30 dagen). Nu blijkt dat sommige zorgverzekeraars toch afwijken van deze afspraken, trekken KNMP, LHV, NHG en FMS bezorgd aan de bel. Afspraak is afspraak, niet waar. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder