Help uw patiënt te minderen met zout
apr17

Help uw patiënt te minderen met zout

Verlaging van de zoutconsumptie tot maximaal 6 gram per dag kan naar schatting in 10 jaar bijna 150.000 gevallen van nierschade voorkomen. Dat betekent veel gezondheidswinst en zorgverleners kunnen daarbij een rol spelen. De Nierstichting heeft voor zorgverleners een ‘Zoutpakket’ geïntroduceerd. Dit bestaat uit verschillende nieuwe en vernieuwde tools om patiënten te ondersteunen bij het minderen van hun zoutinname. De ongezouten waarheid is dat 85 procent van Nederland meer zout eet dan de aanbevolen maximum hoeveelheid van 6 gram per dag. Het is ook heel lastig om onder de norm te blijven, want 80 procent van het zout dat men eet, zit in gekochte voedingsmiddelen. Dat is extra vervelend omdat mensen met chronische  nierschade, hart- en vaatziekten en diabetes extra gevoelig zijn voor zout. Belang van goede hulp bij zoutreductie
 Zorgverleners spelen een belangrijke rol in de ondersteuning van hun patiënten om te minderen met zout. Met name voor risicogroepen en voor mensen met lagere gezondheidsvaardigheden is goede begeleiding essentieel. De Nierstichting biedt zorgverleners daarom een Zoutpakket aan. Dit bestaat uit verschillende nieuwe en vernieuwde tools en instrumenten om patiënten te ondersteunen. Inhoud Zoutpakket
 De inhoud van het Zoutpakket bestaat uit: Zoutboek (vernieuwd) Zoutfolder (vernieuwd) Zakkaartje Zoutmeter (nieuw) Zoutposter (nieuw) Kruidenwijzer Keuze met of zonder Zoutboek
 Diëtisten in de nefrologie en cardiologie hebben het Zoutpakket gratis toegestuurd gekregen. Andere zorgverleners (zoals overige diëtisten, huisartsen, praktijkondersteuners, praktijkverpleegkundigen, internisten, nefrologen, verpleegkundig specialisten en  nurse practitioners) kunnen het pakket bestellen. Het Zoutpakket kan met of zonder Zoutboek worden aangevraagd. Zonder Zoutboek is het Zoutpakket kosteloos. Met Zoutboek betaalt men de kostprijs van het Zoutboek (€ 40,- inclusief verzendkosten) en worden de overige materialen gratis meegestuurd. Wie van z’n nieren houdt, helpt zijn patiënten minderen met zout.  Vraag het Zoutpakket van de Nierstichting aan via de website van de Nierstichting  of bel 035 – 697 80 00. Bron: Nierstichting Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Verlaging zoutconsumptie voorkomt veel nierschade
jan22

Verlaging zoutconsumptie voorkomt veel nierschade

Een verlaging van de zoutconsumptie tot 6 gram per dag kan naar schatting bijna 150.000 gevallen van chronische nierschade voorkomen over een periode van 10 jaar. Daarnaast voorkomt het bij 250 mensen nierfalen, waarbij dialyse of transplantatie nodig is. Dat blijkt uit recent wetenschappelijk onderzoek van het RIVM, uitgevoerd in opdracht van de Nierstichting. Nierschade ontstaat ongemerkt, maar de impact is zeer groot. Het vermindert de levensverwachting. Zo hebben mensen van 55 jaar met een matig verlaagde nierfunctie een verminderde levensverwachting van ongeveer 7 jaar. Voor mensen van 55 jaar met ernstig verlaagde nierfunctie is de levensverwachting zelfs met ruim 12 jaar verminderd. Daarbij is nierschade onomkeerbaar. Wanneer nieren voor minder dan 15 procent werken, is er sprake van nierfalen. Dan is dialyse nodig om in leven te blijven, tot eventueel een niertransplantatie mogelijk is. Kortom: het is van belang om nierschade te voorkomen. Dat kan door het zoutgebruik te verminderen. Grote impact
 Niet eerder is de impact van een lagere zoutinname op nierschade berekend, zo staat er in het persbericht van de Nierstichting. Te veel zout kan de nieren onherstelbaar beschadigen. RIVM heeft wetenschappelijk onderzoek gedaan op verzoek van de Nierstichting. Aan de hand van modellen hebben de onderzoekers berekend dat er gezondheidsvoordelen kunnen worden bereikt wanneer Nederlanders hun gemiddelde zoutconsumptie verlagen van 9 gram zout per dag, naar de aanbevolen maximale 6 gram zout per dag. Bijna 150.000 gevallen van nierschade kunnen over een periode van 10 jaar worden voorkomen worden en ook bijna 250 gevallen van nierfalen, waarbij dialyse of transplantatie nodig is. De ongezouten waarheid
 De Nierstichting is gestart met de campagne ‘De ongezouten waarheid’. Bijna iedereen krijgt teveel zout binnen, vaak ongemerkt want 80% zit verwerkt in alledaagse producten. Rookworst, mosterd, kant-en-klare pastasaus, enzovoort. ‘De ongezouten waarheid’ moet mensen bewust maken van de gevaren van zout, inzicht geven in hun eigen zoutinname en ondersteuning bieden bij het verminderen van de zoutinname. Bron: Nierstichting Onder redactie van: Gerda van Beek      ...

Lees Verder
Katja van Geffen: Aandacht voor het tweede-uitgiftegesprek
jul13

Katja van Geffen: Aandacht voor het tweede-uitgiftegesprek

Groen, groener, groenst. Bussum op een zonnige vrijdagmiddag in juni doet zijn naam eer aan. De naam van dit groene dorp op de Gooise heide is namelijk afgeleid van Bos-hem wat ‘huis in het bos’ betekent. Het is de thuishaven van de Nierstichting waar Katja van Geffen Manager Zorg & Innovatie werkzaam is. Katja: “Apothekers kunnen op verschillende plekken werkzaam zijn en ik vind het belangrijk om de rol van de apothekers overal te promoten. Ik werk op het snijvlak van maatschappelijke problematiek en inhoud, kennis en beleid. Daarbij is het voor mij essentieel om zorg vanuit patiëntenperspectief te benaderen. Na haar studie farmacie ging Katja in 1990 aan de slag als klinisch onderzoeker bij GlaxoSmithKline (GSK). Katja: “Je werkt met verschillende afdelingen samen aan een gezamenlijk doel. Dit hogere doel is de ontwikkeling van een nieuw medicijn. Ik hield me bezig met nieuwe medicijnen voor astma en COPD en heb 9 jaar met plezier bij GSK gewerkt.” De interpretatie van bijwerkingen Na GSK volgt in 1999 de overstap naar de Universiteit Utrecht waar Katja haar carrière vervolgt als hoofd Wetenschapswinkel Geneesmiddelen, onderdeel van de farmacieopleiding. Katja: “De Wetenschapswinkel ondersteunde maatschappelijke organisaties met onderzoek. We hebben destijds een aantal zaken op de kaart gezet zoals het feit dat patiënten toen nog geen bijwerkingen van geneesmiddelen mochten melden. We hebben onderzoek gedaan voor de Epilepsievereniging en daaruit bleek dat patiënten andere bijwerkingen van belang vinden dan zorgverleners. Artsen en apothekers letten bijvoorbeeld meer op afwijkende bloedwaardes terwijl patiënten huiduitslag of vermoeidheid een ingrijpendere bijwerking vinden. Bijwerkingen worden door professionals anders geïnterpreteerd dan door patiënten.” Tweede-uitgiftegesprek “Tijdens het werk in de Wetenschapswinkel ben ik gepromoveerd op het gebruik van antidepressiva”, vervolgt Katja. “Een van de opvallendste bevindingen tijdens dit onderzoek was dat 28% van de patiënten die een behandeling voorgeschreven krijgen, hun recept niet, of slechts één keer afhalen en daarna stoppen. Bij navraag bleek dat veel patiënten eigenlijk liever geen pil wilden of zichzelf niet depressief vonden. Anderen schrokken van de bijwerkingen. Er gaat in de communicatie tussen arts en patiënt blijkbaar toch iets mis.” Volgens Katja is er ook in de openbare apotheek veel te winnen als het gaat over begeleiding van patiënten. “Het tweede-uitgiftegesprek is in dit kader wellicht belangrijker dan een eerste-uitgiftegesprek. De apotheker moet tijdens dit gesprek vragen hoe het geneesmiddel bevalt, wat de bijwerkingen zijn. Hier kan hij vervolgens op inspelen en zijn toegevoegde waarde als apotheker laten zien. Over de betaling van begeleiding van medicijngebruik moet je afspraken maken met de ziektekostenverzekering maar je moet je niet laten weerhouden om te laten zien wat je waard bent als apotheker.” Voorkomen is beter dan genezen...

Lees Verder