Voorkoming en behandeling van obstipatie door gebruik van opioïden
apr20

Voorkoming en behandeling van obstipatie door gebruik van opioïden

Hoewel een goede behandeling van pijn zeker niet alleen uit toediening van pijnstillende middelen bestaat is de toepassing van deze middelen vaak wel een belangrijk onderdeel daarvan – vroeger of later. Idealiter begint een goede pijnbehandeling met voorlichting, het verstrekken van informatie en het maken van – altijd herroepbare – afspraken over wat wel en wat niet. Daarnaast is natuurlijk een goede op vertrouwen gegronde verstandhouding met de patiënt van het grootste belang. Bij de pijnbehandeling komt uiteindelijk vaak de toepassing van opioïden aan de orde. Het is belangrijk om de patiënt en zijn of haar naasten goed te informeren wat er van deze middelen kan worden verwacht. De verschillen tussen de beschikbare opioïden zijn niet groot en als voorbeeld voor deze hele groep gebruiken we hier morfine. Werkingen en bijwerkingen Morfine heeft een hele reeks werkingen en bijwerkingen. In het centrale zenuwstelsel ontstaan analgesie, stemmingsveranderingen, sedatie, depressie van de ademhaling, misselijkheid en braken, hypothermie, miosis en bij langdurig gebruik endocriene effecten als menstruatiestoornissen; tot de perifere werkingen behoren afname van de motiliteit van de darmen, verhoging van de tonus van de urinewegen, afname van de tonus van de sympathicus met bloeddrukdaling en mogelijk ook bronchoconstrictie. De bijwerkingen liggen vaak, maar niet altijd, in het verlengde van de werkingen. Zo kan vooral in het begin van de behandeling door vrijmaking van histamine pruritus optreden en tot slot is er natuurlijk de tolerantie en afhankelijkheid. Gelukkig vallen de bijwerkingen bij zorgvuldige en langzame verhoging van de dosering in het algemeen wel mee doordat voor de meeste ongewenste werkingen tolerantie ontstaat. Obstipatie Er ontstaat echter geen tolerantie voor een bijwerking die aanleiding kan zijn voor veel narigheid en ongemak bij de toepassing van morfine: de verhoogde tonus en verminderde motiliteit van het maagdarmkanaal met obstipatie als gevolg. Dit kan vooral bij patiënten met veel pijn die zich niet veel bewegen of bedlegerig zijn dan wel adjuvante middelen met anticholinerge bijwerkingen (zoals bijvoorbeeld amitriptyline) gebruiken het geval zijn. En zoals zo vaak geldt ook hier dat voorkomen veel beter is dan genezen. De oorzaak van de verhoogde gladdespiertonus en verminderde motiliteit is de aanwezigheid van opioïdreceptoren in de zenuwplexus van de darmwand. Bij stimulering van deze µ-receptoren treedt remming van de prikkelgeleiding op door hyperpolarisatie. Gedeeltelijk komt de remming van de motiliteit echter ook door een centrale werking tot stand. Symptomen en klachten Obstipatie door gebruik van opioïden kan een veelheid aan symptomen en klachten veroorzaken. Het is niet voldoende alleen de defecatiefrequentie daarbij in de gaten te houden. Er kan ook sprake zijn van pijn in de (onder)buik, verminderde eetlust, opgezette buik, misselijkheid, braken, flatulentie, vol gevoel, moeilijke/pijnlijke of incomplete defecatie,...

Lees Verder
Obstipatie: Wees minder voorzichtig, schrijf sneller voor
sep15

Obstipatie: Wees minder voorzichtig, schrijf sneller voor

Obstipatie is een van de meest voorkomende klachten bij kinderen en adolescenten. Toch zijn er nog veel vragen over zowel de oorzaken, als de beste manier om het te behandelen. Veel van deze onduidelijkheid ontstaat omdat iedereen een mening heeft over obstipatie, stelt prof. dr. Marc Benninga, hoogleraar Kindergeneeskunde Maag Darm Leverziekten (MDL) in het AMC in Amsterdam. Hij geeft veel bijscholing aan apothekers over obstipatie. En soms kan het er dan pittig aan toe gaan. Want apothekers – net zoals huisartsen – hebben nogal wat vooroordelen over hoe je obstipatie zou behoren te behandelen, constateert Marc Benninga. “Ze waarschuwen ouders van kinderen met obstipatie bijvoorbeeld dat ze niet te lang een laxeermiddel moeten geven, zeker niet langer dan een week. Dat zou gevaarlijk zijn, bijvoorbeeld omdat het tot luie darmen zou kunnen leiden.” Dat is onzin, stelt Benninga. “Zoiets als een luie darm bestaat niet eens. En slechts een week laxantia geven aan een kind dat pijn heeft tijdens het poepen is zinloos. Na die week komt de obstipatie gewoon terug. Het kind krijgt opnieuw pijn, stopt weer met poepen en er is niets bereikt. Geef je de laxantia echter twee maanden, dan heeft het kind voldoende tijd om te ervaren dat poepen ook prettig kan zijn, dat het niet pijnlijk is en dat je er niet bang voor hoeft te zijn. In één week lukt die inprinting niet, maar na twee maanden wel.” In de internationale richtlijnen wordt daarom ook geadviseerd om laxantia gedurende twee maanden achtereen voor te schrijven. “Als ik dat tegen apothekers zeg, dan is hun bezorgde reactie: maar dan krijgt het kind diarree. Prima, dat is precies de bedoeling. Ik wil graag dat het diarree krijgt, want dan wordt de poep tenminste zacht en kan het kind weer poepen. In de 25 jaar dat ik kinderarts MDL ben, heb ik nog nooit een kind gezien dat is uitgedroogd van een laxeermiddel. Dat komt zelden of nooit voor. Je hoeft er dus niet bang voor te zijn.” Fabeltjes PEG (polyethyleenglycol) en lactulose zijn in de eerstelijnszorg de meest toegepaste laxantia voor de behandeling van obstipatie. “Ze zijn veilig en effectief, en de bijwerkingen zijn mild. Bij lactulose kan zich winderigheid of buikpijn voordoen, bij PEG’s een beetje buikpijn, maar dat is alles. Mijn advies aan huisartsen en apothekers is daarom: wees niet zo voorzichtig, geef een laxans, en geef het zolang als nodig is. Ze zorgen ervoor dat de ontlasting dun wordt, en risico’s zijn er niet.” De boodschap is glashelder, maar toch heeft Benninga vaak het gevoel dat zijn verhaal niet overkomt, niet bij ouders, en ook niet bij huisartsen en apothekers. “Dat...

Lees Verder