Zorg voor kwetsbare ouderen wordt landelijk onderzocht
Mrt06

Zorg voor kwetsbare ouderen wordt landelijk onderzocht

Zeventien organisaties, waaronder de KNMP, brengen in een landelijk onderzoek in beeld wat goed gaat en wat beter kan bij de zorg voor kwetsbare ouderen. Professionals en particulieren wordt gevraagd hun kennis, ervaringen en ideeën te delen. Met de uitkomsten hopen de organisaties te bewerkstelligen dat geld en oplossingen op de juiste plek terecht komen. De zorg voor kwetsbare ouderen kan en moet beter. De ouderenzorg is zo complex, dat de problemen nauwelijks kunnen worden opgelost. Met de vergrijzing nemen de problemen verder toe. Thuiswonende ouderen redden het op termijn vaak niet alleen. Veel mantelzorgers zijn overbelast, en het regelen van hulp en hulpmiddelen is voor veel mensen ingewikkeld en kostbaar. Totaalbeeld
 De organisaties streven naar een totaalbeeld van de problemen van thuiswonende ouderen met een kwetsbare gezondheid. Daartoe zijn er twee digitale vragenlijst opgesteld: een voor particulieren en een voor zorgprofessionals. Ook is het mogelijk telefonisch een melding te doen via het nationale zorgnummer: 0900  2356780 (20 cent per gesprek). Tevens betrekken de organisaties zoveel mogelijk partijen die een rol hebben in de zorg voor ouderen met een kwetsbare gezondheid. Ook koepels van ziekenhuizen, verpleeghuizen en thuiszorgorganisaties worden daarvoor benaderd. Zo kunnen de knelpunten in samenhang worden bekeken. Deelnemende organisaties De zeventien deelnemende organisaties zijn: Patiëntenfederatie Nederland, Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN), de Landelijke Huisartsenvereniging (LHV), apothekerskoepel KNMP, Alzheimer Nederland, KBO-PCOB, Verenso, Per Saldo, InEen – vereniging van organisaties voor eerstelijnszorg, Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), Branchevereniging Thuiszorg Nederland (BTN), Osteoporose Vereniging, Mezzo, Parkinson Vereniging, Nederlandse Patiëntenvereniging, ReumaZorg Nederland en Landelijke adviesgroep eerstelijnsgeneeskunde voor ouderen (Laego). Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
‘Polyfarmacie bij ouderen’ onvoldoende geïmplementeerd
Dec04

‘Polyfarmacie bij ouderen’ onvoldoende geïmplementeerd

Medicatieveiligheid bij kwetsbare ouderen die vijf of meer geneesmiddelen gebruiken, de polyfarmacie, is een speerpunt van de IGZ in 2015, zo maakte de Inspectie in november bekend. LHV, NHG en KNMP twijfelen echter of het mogelijk is voor 700.000 patiënten tegelijk een medicatiebeoordeling te realiseren. De Inspectie voor de Gezondheidszorg schrijft dat de multidisciplinaire richtlijn ‘Polyfarmacie bij ouderen’ is nog onvoldoende wordt geïmplementeerd. Zorgprofessionals zijn in het algemeen bekend met de richtlijn, maar voeren nog onvoldoende medicatiebeoordelingen uit. De selectie van kwetsbare ouderen met polyfarmacie die extra zorg nodig hebben, behoeft aanscherping. De kwaliteit van het medicatieoverzicht is onvoldoende en de samenwerking van zorgprofessionals tussen de verschillende domeinen in de zorg is nog nauwelijks formeel geregeld. Dit zijn de belangrijkste conclusies uit een brede nulmeting naar het huidige farmacotherapeutische zorgproces voor kwetsbare ouderen met polyfarmacie in huisartspraktijken, ziekenhuizen, verpleeghuizen, GGZ, openbare apotheek en ziekenhuisapotheek in 2013/2014, uitgevoerd door EMGO+/VUMC en IGZ. Toezicht op naleven richtlijn Belangrijke aanbevelingen zijn nu gericht op het aanscherpen van de selectiecriteria voor patiënten die voor een medicatiebeoordeling in aanmerking komen, het stimuleren van een systematische aanpak van de medicatiebeoordeling, en het bevorderen van samenwerkingsafspraken. De IGZ gaat vanaf 2015 toezien op het naleven van de richtlijn ‘Polyfarmacie bij ouderen’ als onderdeel van het zorgbrede toezicht op verantwoord voorschrijven. De Inspectie gaat in ieder geval toetsen of zorgprofessionals medicatiebeoordelingen uitvoeren volgens de richtlijn en of zij hiervoor samenwerkingsafspraken hebben gemaakt en vastgelegd, en bij welke kwetsbare ouderen zij een medicatiebeoordeling hebben uitgevoerd. Groeimodel voor de toekomst De LHV, het NHG en de KNMP reageren nu op het toezichtkader van IGZ voor 2015. Enerzijds voorzien zij dat het Landelijk Schakel Punt (LSP) en andere systemen voor gegevensuitwisseling nog onvoldoende voorzien in de medicatieoverdracht tussen apothekers en huisartsen. Anderzijds achten zij het onmogelijk om voor al die 700.000 patiënten tegelijk een medicatiebeoordeling te realiseren. De organisaties zullen daarom voorstellen te starten met een aanvankelijke versmalling van de inclusiecriteria en een groeimodel voor de toekomst, waarmee de richtlijnen voor medicatie-overdracht en medicatiebeoordeling wel goed kunnen worden nageleefd. Deze voorstellen worden voor het einde van het jaar met de IGZ besproken. Apotheekhoudende huisartsen De Apotheekhoudende afdeling van de huisartsenvereniging heeft bij herhaling ook de specifieke problematiek voor apotheekhoudende huisartsen bij de Inspectie onder de aandacht gebracht. Zo geldt bij de medicatiebeoordeling dat zij met een openbare apotheker moeten samenwerken aan medicatiebeoordeling, terwijl die nu juist in de werkgebieden van apotheekhoudende huisartsen dun gezaaid zijn. De Apotheekhoudende afdeling vindt dat de IGZ rekening moet houden met de specifieke situatie van apotheekhoudende huisartsen en zal ook hiervoor alternatieven voorleggen voor goedkeuring door de IGZ. Tekst: Kees...

Lees Verder