ZiNL:Vitaminen, mineralen en paracetamol 1000 horen niet in basispakket
dec22

ZiNL:Vitaminen, mineralen en paracetamol 1000 horen niet in basispakket

De Minister van VWS heeft het Zorginstituut gevraagd of vitaminen, mineralen en paracetamol 1000 mg thuishoren in het basispakket. Dat raakt direct aan de vraag: waar begint een collectieve verantwoordelijkheid voor zorgkosten en daarmee noodzakelijk te verzekeren zorg, aldus het Zorginstituut. Zij stelt in haar advies dat het gaat om een aantal relatief goedkope middelen die regelmatig worden voorgeschreven en die nu worden vergoed uit de basisverzekering. De totale kosten daarvan bedroegen in 2014 zo’n €115 miljoen. Het grootste deel (€79 miljoen) kwam voor rekening van colecalciferol (vitamine D3) al dan niet in combinatie met kalktabletten (calciumcarbonaat of calciumfosfaat). Voor een aantal van deze middelen is een (nagenoeg) vergelijkbaar product verkrijgbaar in de vrije verkoop, meestal voor een lagere prijs. Dat komt omdat er voor een product zowel een routing mogelijk is via de Geneesmiddelenwet als via de Warenwet. De fabrikant bepaalt die keuze. Alleen middelen die zijn geregistreerd als geneesmiddel, komen in aanmerking voor vergoeding uit de basisverzekering. Sommige van die geneesmiddelen mogen ‘uitsluitend op recept’ (UR) worden geleverd, andere zonder. Deze afleverstatus bepaalt het CBG. Vanwege een aantal inconsistenties in dit systeem is voor patiënten vaak niet duidelijk welke middelen waar verkregen kunnen worden en tegen welke prijs. Het is ook moeilijk uit te leggen dat een middel via een recept van de huisarts duurder is dan een goedkopere variant bij de drogist. Logischer mechanisme
 Het Zorginstituut adviseert de Minister te kijken hoe dit mechanisme logischer kan. Bijvoorbeeld of er meer middelen buiten de apotheek beschikbaar kunnen worden gemaakt. Daartoe kan de Minister het CBG vragen een eenmaal afgegeven UR-status van een geneesmiddel na verloop van tijd te heroverwegen. 
Het Zorginstituut is van mening dat middelen, waarvoor (nagenoeg) gelijkwaardige geneesmiddelen of voedingssupplementen verkrijgbaar zijn in de vrije verkoop, niet in het basispakket horen. Deze middelen zijn vergelijkbaar met zelfzorgmiddelen en kunnen voor eigen rekening van de burger komen. De prijs van deze middelen is in de vrije verkoop dikwijls lager dan via het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS). Dat heeft te maken met de receptregel-vergoeding (ongeveer 7 euro per uitgifte per medicijn). Dit is lastig uit te leggen aan mensen. Het Zorginstituut adviseert om middelen waarvoor een alternatief beschikbaar is in de vrije verkoop te laten uitstromen uit het GVS. Ze schat de te besparen kosten van deze middelen op €51 miljoen, ervan uitgaande dat er geen substitutie plaatsvindt naar nog wel (soms duurdere en zwaardere) vergoede middelen. De ervaring leert dat dit vaak wel gebeurt. Het Zorginstituut is van mening dat behandelaren daarin een verantwoordelijkheid hebben. Ze moeten hun patiënten uitleggen waarom deze middelen niet worden vergoed en waar zij die kunnen halen. Geen alternatief? Dan in basispakket
 Er...

Lees Verder