Peter Sollie? Oh die!
nov14

Peter Sollie? Oh die!

Mijn eerste contact met Peter Sollie bestaat uit de volgende email op mijn verzoek voor een interview op korte termijn. Peter: ‘De artikelen in FarmaMagazine zijn altijd zeer lezenswaardig en vlot geschreven. Lijkt me leuk daaraan een bijdrage te leveren. Korte termijn is in de journalistiek altijd het geval. Vraag me af waarom? Ben niet van plan om op korte termijn het loodje te leggen of een wereldreis te maken, bij mij is er geen reden voor korte termijn’. In stilte beken ik schuld, beloof beterschap en verwacht dat het hierbij blijft. Na de zomer ontvang ik echter een hartelijke uitnodiging om naar Amsterdam te komen. We spreken af in de Ferdinand Bol Apotheek. Hoe ziet het patiëntenbestand van Apotheek Ferdinand Bol eruit? Peter: “Wij hebben ongeveer 9000 patiënten. De apotheek ligt in de Pijp in Amsterdam-Zuid. Vijftien jaar geleden was dit een echte volksbuurt maar dat is veranderd. Inmiddels is het aantal hippe, jonge inwoners behoorlijk toegenomen. De buurt bestaat nu uit een mengelmoes van mensen met verschillende achtergronden, zowel in afkomst, opleiding en leeftijd. In heel Amsterdam en ook hier, is een mutatiegraad van 25%. We hebben te maken met veel passanten.” Je team is een afspiegeling van de bewoners in deze wijk. Wat betekent dit in de praktijk? “Er werken hier 9 apothekersassistentes afkomstig uit Nederland, Nepal, Turkije, Marokko, Suriname en Zuid-Afrika. Een mooie mix vind ik. Het maakt de communicatie aan de balie gemakkelijker. We kunnen patiënten in hun eigen taal toespreken. Het Frans en Duits neem ik voor mijn rekening. En tja, allemaal dames, dat betekent dat er weleens woordenwisselingen zijn maar ik denk dat dit bij alleen mannen hetzelfde is. Soms hoor ik dingen waarmee ik bewust niets doe. Eerst zelf oplossen. Als het echt nodig is, kunnen ze een beroep op mij doen. En het feit dat het dames zijn van verschillende afkomst, maakt daarbij niets uit.  Veel Turkse en Marokkaanse worden apothekersassistente omdat apothekersassistente in hun cultuur een eerzaam beroep is met status. Dat kan weleens roosterproblemen geven met de ramadan en het Suikerfeest. Daarom probeer ik de samenstelling van het team zo divers mogelijk te houden.” Het valt op dat veel collega’s jou kennen. Hoe komt dat denk je? “Ik stel altijd vragen. Dat begon al tijdens mijn studie, toen ik als een van de organisatoren van buitenlandreizen vragen moest stellen. En als ik bijvoorbeeld naar de jaarbijeenkomst van de KNMP ga, ben ik altijd goed voor een vraag. Mijn assistentes horen het ook vaak. Werk je bij Peter Sollie? Oh die! Vragen stellen zit in me. Ik bel veel met patiënten, artsen en andere zorgprofessionals. Ik praat met anderen. Ik...

Lees Verder