De NHG-Standaard Pijn is herzien
jul31

De NHG-Standaard Pijn is herzien

De kundigheid om de betekenis van pijn te beoordelen is misschien wel een van de moeilijkste in het medisch vakgebied. Maar als de betekenis en de oorzaak van pijn duidelijk zijn geworden is goede pijnstilling – indien gewenst –ook verre van eenvoudig. Zo de dokter of apotheker op enig gebied ‘a drug’ kan zijn, dan is het wel op het gebied van de pijnstilling. Het vertrouwen dat pijn in voldoende mate kan worden bestreden is vaak op zichzelf al een waardevol pijnstillend middel. Wat zijn in de onlangs herziene NHG-Standaard Pijn de belangrijkste veranderingen ten opzichte van de versie uit 2016? De nieuwe versie raadt aan om zeer terughoudend te zijn met het gebruik van opioïden voor niet-palliatieve pijnstilling voor bijv. lagerugpijn en voorts is er een advies betreffende cannabis opgenomen. Voor het overige is deze herziene versie identiek aan de vorige versie uit 2016 die in het najaar van 2016 in FarmaMagazine aan de orde is geweest (2016;11(10):28-31). Stappenplan Het Stappenplan is onverkort gehandhaafd en wordt beknopt vermeld: – Stap 1 paracetamol – Stap 2 – 
 
bij plaatselijke spier- en/of gewrichtspijn diclofenacgel 1-3% of ibuprofengel 5% op de huid – 
oraal (of zo nodig rectaal of intramusculair) naproxen, ibuprofen of diclofenac afhankelijk van de individuele kenmerken van de patiënt – Stap 3 tramadol – Stap 4 morfine of een ander sterk werkend opioïd – Stap 5 
subcutane of intraveneuze toediening van morfine of een ander sterkwerkend opioïd Voor doseringen en nadere bijzonderheden zoals o.a. wanneer naproxen de voorkeur heeft boven diclofenac en vice versa zij verwezen naar de herziene NHG-Standaard Pijn. Hier richten wij ons op de belangrijkste wijziging, dat wil zeggen het beleid betreffende de toepassing van opioïden. Daarbij is het van groot belang om onderscheid te maken tussen de palliatieve pijnstilling bij patiënten die meestal kanker hebben en de niet-palliatieve pijnstilling. Behandeling van pijn die niet verband houdt met kanker Er zijn in de jaren 2016 en 2017 resultaten van verschillende onderzoeken gepubliceerd waaruit blijkt dat het belangrijk is om opioïden bij niet met kanker verband houdende pijn zorgvuldig voor te schrijven om zo overmatig gebruik en nadelige effecten zoals dosisverhoging, overdosering, afhankelijkheid, botbreuken, myocardinfarct en endocriene dysfunctie te voorkomen. Op grond van deze artikelen bevat de NHG-Standaard Pijn een aantal aanbevelingen. De zogenoemde WHO-ladder dient men niet zonder meer toe te passen bij chronische, niet aan kanker verbonden pijn. Enerzijds bestaat het risico dat het aantal patiënten dat opioïden als onderhoudsmedicatie gebruikt met afhankelijkheid en overmatig gebruik stijgt, want reeds na enkele weken gebruik van ca. 30 mg morfine per dag ontstaat fysieke afhankelijkheid en treden bij staking van het gebruik onttrekkingsverschijnselen op. Anderzijds...

Lees Verder
Nieuwe richtlijn Pijn bij Kanker nog onvoldoende bekend
aug24

Nieuwe richtlijn Pijn bij Kanker nog onvoldoende bekend

Nog steeds weten veel zorgverleners niet goed om te gaan met pijn bij patiënten met kanker. Vooral doorbraakpijn wordt in het algemeen slecht gemeten en behandeld. De nieuwe richtlijn Pijn bij Kanker die in 2015 werd uitgebracht, besteedt hier speciaal aandacht aan. De komende maanden wordt tijdens acht bijeenkomsten in de regio’s, georganiseerd door bureau-prevents, de nieuwe richtlijn aan de hand van diverse casus toegelicht. Zodat betrokken artsen, verpleegkundigen en andere zorgverleners handvatten hebben om kankerpatiënten met pijn beter te behandelen. Voor patiënten die de diagnose kanker gesteld krijgen, is de angst voor pijn vaak een belangrijke bron van zorg. Dat is niet onterecht. Pijn en kanker zijn vaak met elkaar verbonden. Meer dan de helft van alle oncologische patiënten met pijn houdt, zelfs na behandeling hiertegen, pijn. Terwijl, als gehandeld wordt volgens de huidige kennis over pijnbehandeling, negentig procent van deze patiënten slechts hoeft te kampen met aanvaardbare pijn. Zelfs pijnvrij kan zijn. Er is echter een groot gebrek aan kennis over diagnostiek en behandeling van pijn bij patiënten met kanker. Zo weten veel medisch professionals onvoldoende de mate en soort van pijn vast te stellen en zijn ze terughoudend bij het voorschrijven van opioïden uit angst voor bijwerkingen, tolerantie en verslaving. Dit is een gemiste kans en onnodig, stelt Kris Vissers, hoogleraar Pijn en Palliatieve Geneeskunde aan het Radboud UMC en voorzitter van de Stichting Pijn bij Kanker. De hoogleraar stuurde de werkgroep aan die in 2008 de eerste richtlijn Pijn bij Kanker uitbracht en deed dit ook bij de herziene versie in 2015. Vissers: “Als wordt gehandeld naar de nieuwe richtlijn Pijn bij Kanker, dan hoeven patiënten met kanker niet onnodig pijn te hebben. Het probleem is echter dat er onvoldoende bekendheid is met deze nieuwe richtlijn. Vandaar dat de komende maanden door het hele land Pijn Spreekuren gehouden worden om medisch professionals te leren hoe om te gaan met pijn bij kanker. We weten dat deze werkwijze haar vruchten aflevert; medisch professionals die de richtlijn krijgen uitgelegd, handelen er in de praktijk vervolgens naar.” Pijn Spreekuur Het eerste Pijn Spreekuur vond midden juni in Eindhoven plaats. Tijdens de drukbezochte avond ging moderator Raymond Frederiks, anesthesioloog-pijnspecialist in het Laurentius Ziekenhuis in Roermond, samen met een panel van drie deskundigen aan de hand van drie casus in op het belang van vroege palliatieve zorg, de praktische problemen van doorbraakpijn en neuropathische pijn in een oncologische behandeling. Voor casusbespreking werd gekozen om de aspecten rond pijnbehandeling zo concreet mogelijk te maken. Zo kwam de heer S. aan de orde, een brandweerman van 56 jaar. Nadat hij wordt behandeld voor rectumcarcinoom met doorgroei naar de prostaat ontstaan bij hem...

Lees Verder