CRP-POCT in de huisartsenpraktijk
jul31

CRP-POCT in de huisartsenpraktijk

In de afgelopen februari-, maart- en april-editie van FarmaMagazine is uitgebreid ingegaan op Point of Care Testing (POCT); oftewel een methode aan de hand waarvan professionals in de directe nabijheid van de patiënt laboratoriumtests kunnen uitvoeren. Zo kwam aan de orde wat POCT precies is, hoe huisartsen en apothekers verantwoord aan de slag kunnen met POCT en wat de verantwoordelijkheden zijn rondom interpretatie van de resultaten van deze snelle tests. Bepaling van C-reactief proteïne (CRP) in de huisartsenpraktijk is een vorm van POCT. Met CRP-POCT kan door middel van één drupje bloed ernstige luchtweginfecties meteen worden onderscheiden van niet-ernstige varianten. Bij patiënten met diverticulitis kan CRP-POCT helpen bij het onderscheid maken tussen een ongecompliceerde en mogelijk gecompliceerde variant. En de verwachting is dat zorgverleners met CRP-POCT in de nabije toekomst ook andere infecties zullen uitsluiten, dan wel aantonen. Hierdoor worden minder antibiotica voorgeschreven, is er minder doorverwijzing naar de tweedelijns zorg en is er sneller duidelijkheid voor de patiënt. Maar gebruik van deze tests heeft pas zin als de huisarts en andere zorgverleners deze accuraat uitvoeren en de uitkomst correct interpreteren; scholing en begeleiding zijn dan ook essentieel. Correct identificeren Sinds CRP-POCT in 2011 werd opgenomen in de NHG-richtlijnen Acuut Hoesten en Diverticulitis én er in 2015 een speciale multidisciplinaire richtlijn POCT (Point of Care Testing) in de huisartsenpraktijk kwam, passen steeds meer huisartsen deze vorm van diagnostiek toe. Vijfennegentig procent van alle huisartsen wil er graag gebruik van maken, zo blijkt uit onderzoek, maar nog niet iedereen heeft een samenwerking kunnen opstarten met een ondersteunend diagnostisch centrum. Ook op de huisartsenpost is CRP-POCT inmiddels een gewilde methode om snel acute ziektebeelden te kunnen uitsluiten: verdenking van infectieuze exacerbaties van COPD, snel bepalen of er sprake is van pneumonie of een andere luchtweginfectie bij een hoestende patiënt, bepalen van de gradatie bij acute diverticulitis. Onderzoek laat namelijk zien dat huisartsen moeite hebben (long)ontstekingen correct te identificeren. Op de huisartsenpost geldt bovendien dat zorgverleners meestal te maken hebben met patiënten waar ze de ziektegeschiedenis onvoldoende van kennen en bovendien is de tijdsdruk groot. De aanvullende CRP-POC test kan dan uitkomst bieden. De voordelen zijn groot: gecombineerd met goede algemene consultvaardigheden kan hiermee onnodig antibioticumgebruik worden voorkomen. Bovendien leidt het tot veertig procent minder verwijzingen naar de tweedelijns zorg en is het een snelle en patiëntvriendelijke methode. De uitslag is namelijk binnen enkele minuten bekend, waardoor de zorgverlener tijdens het consult samen met de patiënt het beleid kan bepalen. Momenteel wordt onderzoek gedaan naar het inzetten van CRP-POCT bij een verdenking op sepsis. De verwachting is dat sepsis in een eerder stadium opgespoord kan worden. CRP-uitslag De meeste ‘winst’ haalt CRP-POCT...

Lees Verder
Drieluik PoCT | Deel 3:  Het belang van samenwerking in de keten
apr16

Drieluik PoCT | Deel 3: Het belang van samenwerking in de keten

Point Of Care Testing (POCT) begint een steeds grotere plaats in te nemen in de gezondheidszorg. In ziekenhuizen worden testen aan het bed van de patiënt al vele jaren onder regie van de klinisch chemici uitgevoerd, maar ook huisartsen zien interessante mogelijkheden voor hun praktijk en ook apothekers roeren zich. FarmaMagazine staat daarom in drie opeenvolgende edities stil bij dit onderwerp. In dit laatste artikel gaat het om de verantwoordelijkheid die de huisartspraktijk of apotheek neemt voor de interpretatie van de resultaten van een POCT, en de vraag welke ketenafspraken belangrijk zijn om die verantwoordelijkheid correct op zich te kunnen nemen. Vraag een huisarts of hij voldoende ervaring heeft met POCT om hiervan gebruik te maken in zijn patiëntenzorg én om de uitkomst van een meting te analyseren, en de kans is groot dat hij die vraag met ‘Ja’ beantwoordt. “Dit horen we vaak van huisartsen als eerste reactie”, zegt Marc Elisen (klinisch chemicus, hoofd klinisch chemisch laboratorium MC Zuiderzee en Trombosedienst Flevoland). “Maar als we er dan op doorvragen, blijkt de werkelijkheid vaak genuanceerder dan dit antwoord doet vermoeden.” Robbert Slingerland (klinisch chemicus in Isala ziekenhuis Zwolle) erkent dit. “Ik denk dat huisartsen wel nadenken over wat ze moeten doen als ze de juiste waarde hebben bepaald”, zegt hij, “maar de cruciale vraag is of ze altijd zeker weten dat ze de juiste waarde hebben. POCT is niet zonder reden een aandachtsgebied binnen de klinische chemie. De eenvoud van het systeem is vaak misleidend, en suggereert dat de uitkomst ook recht toe-recht aan is. Was het maar zo.” Juist vanwege die onzekerheid raadt Elisen huisartsen aan om samen te werken met klinisch chemische laboratoria, die hierin deskundigheid en ervaring hebben. Niet alleen in de meettechniek maar ook in training en begeleiding zodat de meters goed gebruikt worden en de uitkomst van de meting bruikbaar is. Correcte uitvoering De eerste vraag die moet worden beantwoord is of de meting correct is uitgevoerd. “Dat is niet altijd het geval en daar kunnen wij dus bij helpen”, zegt Elisen. Een advies dat Slingerland graag ondersteunt. Hij zegt: “Bij Isala zijn we sterk geporteerd voor samenwerking. We faciliteren de toepassing van apparatuur in huisartspraktijken en we verzorgen trainingen voor het goede gebruik ervan. Dit doen we voor apotheken ook, maar daar bestaat vaker de behoefte om apparatuur zelf aan te schaffen. Dit heeft te maken met het verschil in vergoedingenstructuur tussen huisartsen en apothekers.” De interpretatie van de meetgegevens dient onder begeleiding van een laboratorium te geschieden, stelt Slingerland. “De manier van werken moet goed geborgd zijn”, zegt hij. “Dit vraagt om implementatie van een kwaliteitssysteem waarin alles wat wordt gedaan wordt...

Lees Verder
Drieluik POCT | Deel 2: Verantwoord  aan de slag met  POCT
mrt15

Drieluik POCT | Deel 2: Verantwoord aan de slag met POCT

Point of care testing (POCT) begint een steeds grotere plaats in te nemen in de gezondheidszorg. In ziekenhuizen worden testen aan het bed van de patiënt al vele jaren onder regie van de klinisch chemici uitgevoerd, maar ook huisartsen zien interessante mogelijkheden voor hun praktijk en ook apothekers roeren zich. FarmaMagazine staat daarom in drie opeenvolgende edities stil bij dit onderwerp. Het tweede artikel gaat over de vraag hoe de huisarts en apotheek verantwoord met POCT aan de slag kunnen gaan, met welke factoren zij hierbij rekening moeten houden en welke risico’s hierbij komen kijken. Zoals in het vorige artikel werd gesteld, wordt een aantal POCT-testen al standaard in de huisartspraktijk gebruikt: nitriet in urine (om te bepalen of sprake is van urineweginfectie), glucose (voor diabetes), HbA1C (monitoring voor het instellen van de diabetespatiënt op de langere termijn), hemoglobine (voor bloedarmoede) en CRP (om te bepalen of sprake is van een infectie die het voorschrijven van antibiotica rechtvaardigt). De openbare apotheek kan gebruikmaken van een POCT-test voor creatininebepaling, om te controleren of de nierfunctie van de patiënt reden geeft om de medicatie aan te passen. Het Nederlands Huisartsen Genootschap heeft samen met de Nederlandse Vereniging voor Klinisch Chemici, de Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie en SAN centra voor medische diagnostiek de richtlijn Point of care testing (POCT) in de huisartspraktijk opgesteld. Doel van deze richtlijn is een goede kwaliteit van zorg te borgen en de risico’s op fouten met POCT in de huisartspraktijk zoveel mogelijk te voorkomen. “Veiligheidsaspecten komen hierin nadrukkelijk aan bod: gebruik van de juiste apparatuur die ook goed is afgesteld, correcte meting en aflezing en goede, elektronische verslaglegging en communicatie met andere zorgaanbieders”, zegt Ron Kusters (klinisch chemicus en medisch manager in het Jeroen Bosch Ziekenhuis in ‘s-Hertogenbosch en hoogleraar aan de Universiteit Twente). “De laatste twee aspecten zijn lastig omdat verschillende systemen met elkaar moeten kunnen praten: het huisartsinformatiesysteem, het ordersysteem, het laboratoriumsysteem en vaak ook het elektronisch patiëntendossier in het ziekenhuis. Het vraagt dus om goede ketenafspraken.” “Er worden veel merken en typen meters aangeboden die allemaal net iets anders meten. Samenwerking met het ziekenhuis is dus nodig bij de vaststelling van het assortiment dat je als apotheek wilt aanbieden, om tot goede afstemming te komen.” Eerst nadenken Maar voordat aan die ketenafspraken kan worden toegekomen, is het in de eerste plaats essentieel dat huisartsen weten waaraan ze beginnen. Marc Elisen (klinisch chemicus, hoofd klinisch chemisch laboratorium MC Zuiderzee en Trombosedienst Flevoland) heeft twijfels bij de vraag of dit altijd het geval is. “Ik denk niet dat huisartsen zich voldoende bewust zijn van de vraag wanneer toepassing van POCT wel en niet zinvol is....

Lees Verder
Drieluik POCT | Deel 1: De verschillende gezichten van  Point of Care Testing
feb19

Drieluik POCT | Deel 1: De verschillende gezichten van Point of Care Testing

Point of Care Testing (POCT) begint een steeds grotere plaats in te nemen in de gezondheidszorg. In ziekenhuizen worden testen aan het bed van de patiënt al vele jaren onder regie van de klinisch chemici uitgevoerd, maar ook huisartsen zien interessante mogelijkheden voor hun praktijk en ook apothekers roeren zich. FarmaMagazine staat daarom in drie opeenvolgende edities stil bij dit onderwerp. In dit eerste artikel ligt de focus op de vraag of iedereen die de term gebruikt het wel over hetzelfde heeft. Marc Elisen (klinisch chemicus, hoofd klinisch chemisch laboratorium MC Zuiderzee en Trombosedienst Flevoland) is ervan overtuigd dat dit niet het geval is. “POCT is helaas een containerbegrip geworden”, zegt hij. “Iedereen die de term gebruikt, heeft er zijn eigen beeld bij.” Naar zijn mening heeft dit te maken met het feit dat het om testen gaat die in het ziekenhuis, in de huisartspraktijk, in de apotheek of bij de patiënt thuis gebruikt worden. “Het is dus zaak dat discussie wordt gevoerd over die definitiebepaling”, zegt hij, “zeker nu de techniek zo snel voortschrijdt. In het verleden was de techniek nog niet zo ver gevorderd en waren de parameters die konden worden gemeten nog vrij eenvoudig. Maar die techniek heeft zich ontwikkeld en nu is er dus echt wel een verschil tussen de zelftest die de patiënt kan doen, de mogelijkheden voor POCT in het ziekenhuis, de huisartspraktijk en de apotheek en de metingen die in het laboratorium kunnen worden gedaan. In handen van een niet-deskundige moet een POCT of een zelftest een eenduidige conclusie geven. Interpretatie van een getal is dan lastig, zeker wanneer de klinische context ontbreekt. Een zwangerschapstest die een vrouw zelf kan uitvoeren is een goed voorbeeld van een eenvoudig uit te voeren en eenduidig te interpreteren test. De gevoeligheid en specificiteit van zo’n test moet zodanig zijn dat je zowel een zwangerschap kunt uitsluiten als aantonen, want voor beide vragen wordt de test aangeschaft. Dat stelt hoge eisen aan de technologie en daar voldoet het gros van andere zelftesten die te koop zijn niet aan.” Het ligt dus echt genuanceerd, vindt Elisen. En dit geldt bij glucosemeting net zo goed als bij die zwangerschapstest. “Bij glucosemeting wil de patiënt vooral continu op dezelfde manier meten: is de uitslag wat hoger of wat lager dan de vorige keer”, zegt hij. “Net als op een weegschaal staan dus, het absolute getal doet er wat minder toe. In de huisartspraktijk wel, want daar is het doel juist om een ziekte uit te sluiten of om te kunnen bepalen of de patiënt naar de medisch specialist moet worden verwezen.” “We denken al snel in 
termen van tests...

Lees Verder