Medicatiebeleid bij multimorbiditeit: afstemming huisarts en apotheker 
nov03

Medicatiebeleid bij multimorbiditeit: afstemming huisarts en apotheker 

Om ouderen met multimorbiditeit van  passende medicatie te voorzien is een duidelijke afbakening van de doelgroep nodig en een goede organisatie van de zorg. Huisartsen en apothekers moeten dit gezamenlijk oppakken en de patiënt hierbij betrekken. Structurele overlegmomenten kunnen bijdragen aan een heldere visie op het complexe medicatiebeleid voor patiënten met multimorbiditeit en polyfarmacie. Huisartsen gaan verschillend om met medicatiebeleid bij polyfarmacie. Ze geven aan dat zij willen overleggen met andere huisartsen en apothekers over het medicatiebeleid voor ouderen met meerdere ziekten. Dit blijkt uit het proefschrift van NIVEL-onderzoeker Judith Sinnige. Vergrijzing vraagt om meer afstemming Het aandeel ouderen in de bevolking neemt toe. Omdat ouderen langer zelfstandig thuis blijven wonen, zal een steeds groter deel van de patiëntenpopulatie van de huisarts op leeftijd zijn. Een deel ervan komt bij de huisarts voor de behandeling van een diversiteit aan combinaties van chronische aandoeningen. Deze patiënten met multimorbiditeit gebruiken vaak veel verschillende geneesmiddelen. Overigens betreft dit niet alleen ouderen. Chronische ziekten komen al veel eerder voor. Dit betekent dus complexe zorg in de huisartsenpraktijk; niet alleen voor de alleroudsten maar ook voor de 55- tot 70-jarigen. Variatie in geneesmiddelenvoorschriften De complexiteit van deze zorg wordt nog eens onderstreept door de aangetoonde variatie in het aantal geneesmiddelvoorschriften per huisartsenpraktijk. Huisartsen gaan niet allemaal hetzelfde om met het medicatiebeleid bij polyfarmacie. Zo zijn er grote verschillen in het aantal geneesmiddelvoorschriften per huisartsenpraktijk. Huisartsen laten in gesprekken weten dat zij gemaakte keuzes in het medicatiebeleid regelmatig willen doornemen met andere huisartsen en apothekers. Structurele overlegmomenten of training kunnen bijdragen aan een heldere visie op het complexe medicatiebeleid voor patiënten met multimorbiditeit en polyfarmacie. Daarin moet aandacht zijn voor individuele wensen en voorkeuren van patiënten. Verdediging proefschrift
 Sinnige gaat in haar proefschrift “Multimorbidity and medication managment in general practice” in op de complexiteit van de behandeling van oudere patiënten met multimorbiditeit in de huisartsenpraktijk, met een specifieke focus op het geneesmiddelengebruik en het medicatiebeleid. Haar promotie vond plaats op 31 oktober jl. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Medicatie-overdracht bij ziekenhuisbezoek
sep03

Medicatie-overdracht bij ziekenhuisbezoek

KWETSBARE OUDEREN – Veel apotheken participeren al in projecten waarin de medicatie-overdracht goed wordt georganiseerd. Er is nu opnieuw onderzoek dat de noodzaak daarvan onderstreept. Ditmaal onderzocht het RIVM de problemen bij kwetsbare ouderen rondom ziekenhuisbezoek. Een betere digitale vastlegging en uitwisseling van medicatiegegevens moet de veiligheid vergroten. Veel kwetsbare ouderen gebruiken dagelijks vijf of meer verschillende geneesmiddelen (polyfarmacie) en komen regelmatig in het ziekenhuis. Bij de overgang van huis naar het ziekenhuis en weer terug kunnen problemen bij het medicijngebruik ontstaan. De risicovolste momenten daarvoor zijn een acute ziekenhuisopname, polikliniekbezoek en de eerste weken vanaf ontslag uit het ziekenhuis. Om de medicatieveiligheid van kwetsbare ouderen te verbeteren zou volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) het toezicht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) zich op deze situaties kunnen richten. Problemen rondom ziekenhuisbezoek De problemen kunnen ontstaan doordat bij polikliniekbezoek en bij een acute opname vaak geen actueel medicatieoverzicht beschikbaar is. Ook is er niet altijd voldoende tijd om te achterhalen welke medicijnen de patiënt precies gebruikt. Bij een acute opname is de kwetsbare oudere bovendien niet altijd in staat om zelf te vertellen welke medicijnen hij gebruikt. Bij het achterhalen van het medicijngebruik, bekijken zorgverleners weliswaar of dit overeenkomt met alle beschikbare medicatieoverzichten, maar wordt niet beoordeeld of alle gebruikte geneesmiddelen (nog) goed zijn voor die patiënt. Daarnaast ontbreekt bij medisch specialisten soms kennis over de geneesmiddelen die andere artsen voorschrijven, waardoor medicijnen mogelijk niet goed samengaan. Ook is er niet altijd een zorgverlener aangewezen die de regie heeft over alle voorgeschreven medicijnen. Problemen na ontslag Problemen na ontslag uit het ziekenhuis ontstaan onder andere wanneer de patiënt niet goed heeft onthouden of begrepen dat bepaald medicijngebruik is gestart, gewijzigd of gestopt, en waarom dat zo is. Ook komt de informatie over ontslagmedicatie niet altijd snel terecht bij de huisarts of apotheker. Hierdoor kan een patiënt de medicatie thuis verkeerd gaan gebruiken en problemen krijgen, zonder dat zorgverleners dat in de gaten hebben. Verbeterpunten De grootste winst is waarschijnlijk te behalen als alle medicatiegegevens beter digitaal worden vastgelegd en uitgewisseld, inclusief de redenen van gemaakte aanpassingen. Ook zou de patiënt bij ontslag beter moeten worden geïnformeerd over de aanpassingen in het medicijngebruik. Dit moet gevolgd worden in de eerste weken na ontslag. Verder is het belangrijk dat een zorgverlener het overzicht heeft over alle gebruikte medicijnen en dat de medicatie voortdurend wordt bewaakt en periodiek wordt beoordeeld. Het 65 pagina’s tellende rapport Polyfarmacie bij kwetsbare ouderen: risico’s rondom overgangen tussen eerste- en tweedelijnszorg is hier te downloaden. Onder redactie van: Kees...

Lees Verder
‘Polyfarmacie bij ouderen’ onvoldoende geïmplementeerd
dec04

‘Polyfarmacie bij ouderen’ onvoldoende geïmplementeerd

Medicatieveiligheid bij kwetsbare ouderen die vijf of meer geneesmiddelen gebruiken, de polyfarmacie, is een speerpunt van de IGZ in 2015, zo maakte de Inspectie in november bekend. LHV, NHG en KNMP twijfelen echter of het mogelijk is voor 700.000 patiënten tegelijk een medicatiebeoordeling te realiseren. De Inspectie voor de Gezondheidszorg schrijft dat de multidisciplinaire richtlijn ‘Polyfarmacie bij ouderen’ is nog onvoldoende wordt geïmplementeerd. Zorgprofessionals zijn in het algemeen bekend met de richtlijn, maar voeren nog onvoldoende medicatiebeoordelingen uit. De selectie van kwetsbare ouderen met polyfarmacie die extra zorg nodig hebben, behoeft aanscherping. De kwaliteit van het medicatieoverzicht is onvoldoende en de samenwerking van zorgprofessionals tussen de verschillende domeinen in de zorg is nog nauwelijks formeel geregeld. Dit zijn de belangrijkste conclusies uit een brede nulmeting naar het huidige farmacotherapeutische zorgproces voor kwetsbare ouderen met polyfarmacie in huisartspraktijken, ziekenhuizen, verpleeghuizen, GGZ, openbare apotheek en ziekenhuisapotheek in 2013/2014, uitgevoerd door EMGO+/VUMC en IGZ. Toezicht op naleven richtlijn Belangrijke aanbevelingen zijn nu gericht op het aanscherpen van de selectiecriteria voor patiënten die voor een medicatiebeoordeling in aanmerking komen, het stimuleren van een systematische aanpak van de medicatiebeoordeling, en het bevorderen van samenwerkingsafspraken. De IGZ gaat vanaf 2015 toezien op het naleven van de richtlijn ‘Polyfarmacie bij ouderen’ als onderdeel van het zorgbrede toezicht op verantwoord voorschrijven. De Inspectie gaat in ieder geval toetsen of zorgprofessionals medicatiebeoordelingen uitvoeren volgens de richtlijn en of zij hiervoor samenwerkingsafspraken hebben gemaakt en vastgelegd, en bij welke kwetsbare ouderen zij een medicatiebeoordeling hebben uitgevoerd. Groeimodel voor de toekomst De LHV, het NHG en de KNMP reageren nu op het toezichtkader van IGZ voor 2015. Enerzijds voorzien zij dat het Landelijk Schakel Punt (LSP) en andere systemen voor gegevensuitwisseling nog onvoldoende voorzien in de medicatieoverdracht tussen apothekers en huisartsen. Anderzijds achten zij het onmogelijk om voor al die 700.000 patiënten tegelijk een medicatiebeoordeling te realiseren. De organisaties zullen daarom voorstellen te starten met een aanvankelijke versmalling van de inclusiecriteria en een groeimodel voor de toekomst, waarmee de richtlijnen voor medicatie-overdracht en medicatiebeoordeling wel goed kunnen worden nageleefd. Deze voorstellen worden voor het einde van het jaar met de IGZ besproken. Apotheekhoudende huisartsen De Apotheekhoudende afdeling van de huisartsenvereniging heeft bij herhaling ook de specifieke problematiek voor apotheekhoudende huisartsen bij de Inspectie onder de aandacht gebracht. Zo geldt bij de medicatiebeoordeling dat zij met een openbare apotheker moeten samenwerken aan medicatiebeoordeling, terwijl die nu juist in de werkgebieden van apotheekhoudende huisartsen dun gezaaid zijn. De Apotheekhoudende afdeling vindt dat de IGZ rekening moet houden met de specifieke situatie van apotheekhoudende huisartsen en zal ook hiervoor alternatieven voorleggen voor goedkeuring door de IGZ. Tekst: Kees...

Lees Verder