Richtlijn Herseninfarct en hersenbloeding herzien
mrt15

Richtlijn Herseninfarct en hersenbloeding herzien

De website www.volksgezondheidenzorg.info vermeldt verontrustende getallen betreffende de huidige en toekomstige aantallen mensen met een beroerte. In 2016 hadden 25.700 mannen en 29.300 vrouwen een TIA en 20.900 mannen en 21.400 vrouwen een beroerte. In totaal waren er in Nederland in 2016 naar schatting 451.900 mensen met een beroerte (jaarprevalentie, inclusief TIA), wat meer mannen dan vrouwen. De prevalentie neemt sterk toe met de leeftijd. Bij personen jonger dan 55 jaar komen beroertes niet zo vaak voor. Op grond van de getallen uit de periode 1991 tot 2014 lijkt het aantal nieuwe gevallen van beroerte de laatste jaren licht te dalen. Desondanks wordt op grond van demografische ontwikkelingen de komende jaren een flinke stijging van het aantal personen met een beroerte verwacht. Ook in financieel opzicht is beroerte een belangrijk gezondheidsprobleem: de kosten van zorg voor beroerte bedragen ongeveer 2,5% van de totale kosten voor gezondheidszorg in Nederland. Al met al zijn er voldoende redenen voor huisarts en apotheker om goed op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen en veranderende inzichten betreffende diagnostiek en behandeling van beroerte. Richtlijnen Een belangrijk middel daartoe zijn de richtlijnen die met een zekere regelmaat worden herzien. Zo werden vorig jaar de NHG-Standaarden Atriumfibrilleren en Diepe veneuze trombose en longembolie herzien. In dit tijdschrift werd daaraan aandacht besteed. Thans is op initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie en geautoriseerd door een hele reeks betrokken beroepsverenigingen en in samenwerking met o.a. het Nederlands Huisartsen Genootschap de richtlijn Herseninfarct en hersenbloeding herzien en in december 2017 beschikbaar gekomen. Allereerst is er voor de eerste lijn de uiterst belangrijke aanbeveling om de symptomen en een snelle herkenning van een beroerte onder de aandacht van de gehele Nederlandse bevolking te brengen. In wachtkamer en publieksruimte moet dat goed kunnen. Hoe sneller iemand met een beroerte wordt behandeld hoe meer hersenweefsel gespaard kan blijven. De FAST-test (Face-Arm-Speech-Time) is daartoe zeer geschikt. Is een van de symptomen aanwezig, dan kan via 112 onmiddellijk hulp worden ingeroepen. Voor de huisarts is er de NHG-Triagewijzer die bij telefonische melding van neurologische uitvalsverschijnselen kan worden gebruikt om de urgentie van de toestand te beoordelen en de patiënten die mogelijk voor acute behandeling in aanmerking komen te selecteren. De huisarts wordt vooral aanbevolen om aandacht te besteden aan de ketenzorg in de zin dat er goede afspraken worden gemaakt met de ambulancezorg in de regio. Er wordt voor gepleit om – voorafgaand aan beoordeling door de huisarts – bij melding onmiddellijk een ambulance te sturen met A1-urgentie indien de patiënt mogelijk voor acute behandeling in aanmerking komt. Op de Spoedeisende Hulp (SEH) aangekomen wordt zo snel mogelijk diagnostisch onderzoek verricht om te...

Lees Verder
Nieuwe richtlijn Pijn bij Kanker nog onvoldoende bekend
aug24

Nieuwe richtlijn Pijn bij Kanker nog onvoldoende bekend

Nog steeds weten veel zorgverleners niet goed om te gaan met pijn bij patiënten met kanker. Vooral doorbraakpijn wordt in het algemeen slecht gemeten en behandeld. De nieuwe richtlijn Pijn bij Kanker die in 2015 werd uitgebracht, besteedt hier speciaal aandacht aan. De komende maanden wordt tijdens acht bijeenkomsten in de regio’s, georganiseerd door bureau-prevents, de nieuwe richtlijn aan de hand van diverse casus toegelicht. Zodat betrokken artsen, verpleegkundigen en andere zorgverleners handvatten hebben om kankerpatiënten met pijn beter te behandelen. Voor patiënten die de diagnose kanker gesteld krijgen, is de angst voor pijn vaak een belangrijke bron van zorg. Dat is niet onterecht. Pijn en kanker zijn vaak met elkaar verbonden. Meer dan de helft van alle oncologische patiënten met pijn houdt, zelfs na behandeling hiertegen, pijn. Terwijl, als gehandeld wordt volgens de huidige kennis over pijnbehandeling, negentig procent van deze patiënten slechts hoeft te kampen met aanvaardbare pijn. Zelfs pijnvrij kan zijn. Er is echter een groot gebrek aan kennis over diagnostiek en behandeling van pijn bij patiënten met kanker. Zo weten veel medisch professionals onvoldoende de mate en soort van pijn vast te stellen en zijn ze terughoudend bij het voorschrijven van opioïden uit angst voor bijwerkingen, tolerantie en verslaving. Dit is een gemiste kans en onnodig, stelt Kris Vissers, hoogleraar Pijn en Palliatieve Geneeskunde aan het Radboud UMC en voorzitter van de Stichting Pijn bij Kanker. De hoogleraar stuurde de werkgroep aan die in 2008 de eerste richtlijn Pijn bij Kanker uitbracht en deed dit ook bij de herziene versie in 2015. Vissers: “Als wordt gehandeld naar de nieuwe richtlijn Pijn bij Kanker, dan hoeven patiënten met kanker niet onnodig pijn te hebben. Het probleem is echter dat er onvoldoende bekendheid is met deze nieuwe richtlijn. Vandaar dat de komende maanden door het hele land Pijn Spreekuren gehouden worden om medisch professionals te leren hoe om te gaan met pijn bij kanker. We weten dat deze werkwijze haar vruchten aflevert; medisch professionals die de richtlijn krijgen uitgelegd, handelen er in de praktijk vervolgens naar.” Pijn Spreekuur Het eerste Pijn Spreekuur vond midden juni in Eindhoven plaats. Tijdens de drukbezochte avond ging moderator Raymond Frederiks, anesthesioloog-pijnspecialist in het Laurentius Ziekenhuis in Roermond, samen met een panel van drie deskundigen aan de hand van drie casus in op het belang van vroege palliatieve zorg, de praktische problemen van doorbraakpijn en neuropathische pijn in een oncologische behandeling. Voor casusbespreking werd gekozen om de aspecten rond pijnbehandeling zo concreet mogelijk te maken. Zo kwam de heer S. aan de orde, een brandweerman van 56 jaar. Nadat hij wordt behandeld voor rectumcarcinoom met doorgroei naar de prostaat ontstaan bij hem...

Lees Verder