NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2
dec10

NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2

  Dit is het eerste artikel in de reeks ‘Standaarden en richtlijnen’ waarin arts en klinisch farmacoloog J.M.A. Sitsen nieuwe of herziene zorgstandaarden en richtlijnen voor u verheldert en duidt. Wat zijn de belangrijkste vernieuwingen en aanpassingen en wat betekent dit voor uw dagelijkse praktijk?   In september 2013 is de derde herziening van de NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 verschenen. Er is reikhalzend naar uitgezien: de tweede herziening was alweer ruim zeven jaar geleden in 2006 gepubliceerd en er gebeurt veel op het gebied van de behandeling (en preventie?) van diabetes mellitus type 2 (DM2). Nog steeds komen geneesmiddelen op de markt die het bloedglucosegehalte op weer andere wijze verlagen. Het laat zich raden dat deze duurder zijn dan de beschikbare middelen en het is maar de vraag of zij werkzamer zijn – niet alleen op de korte termijn (zeg een jaar) maar vooral ook op de lange termijn (vele jaren). Er zijn grote (financiële) belangen mee gemoeid want het aantal mensen met DM2 neemt nog steeds toe. De tweede herziening van de NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 (NHG2006) vermeldde dat in 2003 de prevalentie van DM2 bij mannen 36/1000 en bij vrouwen 39/1000 was, de derde herziening (NHG2013) vermeldt dat in 2007 deze prevalentie 40/1000 resp. 41/1000 was. En inmiddels zijn we alweer 6 jaar verder en er zijn geen aanwijzingen dat deze prevalenties afnemen, integendeel. Het Nationaal Kompas Volksgezondheid (www.nationaalkompas.nl) laat zien dat op 1 januari 2011 de prevalentie van diabetes mellitus (type 1 en type 2 samen) voor mannen 50,5/1000 en voor vrouwen 49,7/1000 was. Van deze mensen heeft ongeveer 90% DM2 hetgeen een geschatte prevalentie op 1 januari 2013 oplevert van 45,5/1000 resp. 44,7/1000. Aanbevolen medicamenteuze behandeling Zijn er verschillen in de aanbevolen medicamenteuze behandeling tussen de NHG2006 en de NHG2013? Vooral de vraag wat de NHG2013 vindt van de nieuwere bloedglucoseverlagende middelen is natuurlijk van groot belang. Weliswaar had de NHG in 2010 reeds een verklaring betreffende deze middelen gepubliceerd maar in NHG2013 verwacht men een nadere standpuntbepaling. De conclusie in het ‘NHG-Standpunt DPP-4-remmers en GLP-1-agonisten’ uit 2010 luidde als volgt: “DPP-4-remmers en GLP-1-agonisten zijn nieuwe medicamenteuze behandelingsmogelijkheden van type 2 diabetes die een bescheiden verlaging van het HbA1c geven vergeleken met placebobehandeling, maar, in geval van de DPP-4-remmers, een minder sterke HbA1c-daling laten zien dan met metformine, sulfonylureumderivaten of glitazonen kan worden bereikt. Er zijn geen resultaten van onderzoek op klinische eindpunten (micro- en macrovasculaire complicaties en mortaliteit) bekend. Dit maakt samen met het ontbreken van gegevens over effectiviteit en veiligheid op de langere termijn dat de nieuwe middelen vooralsnog geen aanleiding geven het huidige stappenplan voor medicamenteuze behandeling in de NHG-Standaard...

Lees Verder