Samenhang therapietrouw en kosteneffectiviteit
Apr07

Samenhang therapietrouw en kosteneffectiviteit

Als patiënten geneesmiddelen volgens voorschrift innemen, levert dat veel gezondheidswinst op tegen relatief lage kosten. Dit blijkt uit onderzoek van het RIVM naar de samenhang tussen therapietrouw en kosteneffectiviteit van twee groepen geneesmiddelen: cholesterol- en bloeddrukverlagers. De studie onderstreept daarmee het belang om de effecten van therapietrouw mee te nemen in kosteneffectiviteitsberekeningen van geneesmiddelen. Van cholesterol- en bloeddrukverlagers is bekend dat patiënten er vaak voortijdig mee stoppen of ze niet volgens voorschrift innemen, bijvoorbeeld met een verkeerde dosering. In het rapport “Samenhang tussen therapietrouw en kosteneffectiviteit voor geneesmiddelen in Nederland. Een casestudie naar statines en bloeddrukverlagers” is literatuuronderzoek verricht naar cijfers over therapietrouw en de gevolgen op lange termijn. Aan de hand hiervan zijn diverse scenario’s opgesteld vanuit een veronderstelde een betere therapietrouw. Vervolgens zijn de lange termijn gezondheidswinst en de gevolgen voor de zorgkosten van deze scenario’s berekend met het RIVM Chronische Ziekten Model. Gezondheidswinst
 De resultaten laten zien dat een verbetering van therapietrouw veel gezondheidswinst kan opleveren tegen relatief lage kosten. Dit bevestigt de relevantie van het meenemen van therapietrouw bij kosteneffectiviteitsberekeningen van geneesmiddelen. Dit kan alleen als gegevens over therapietrouw beschikbaar zijn, aldus het RIVM. QALY’s
 Gebrek aan therapietrouw heeft invloed op economische en gezondheidseffecten. Uit de scenario-analyses blijkt dat bij een verbetering naar volledige persistentie bij statines in totaal 260.000 QALYs kunnen worden gewonnen. Beter slikken volgens voorschrift levert 280.000 QALY’s op voor statines. Bij bloeddrukverlagers liggen deze cijfers op 96.000 QALYS bij volledige persistentie en 480.000 QALYS bij beter slikken. Interventies
 Kortom, de gegevens uit het onderzoek tonen aan dat door betere therapietrouw bij mensen die medicatie voor hart- en vaatziekte gebruiken nog veel gezondheid te winnen is en dat door gebrek aan refill-adherence (trouw aan herhaalreceptuur) en slechte persistentie veel gezondheidswinst blijft liggen. Bij een betere persistentie is potentieel meer gezondheidswinst te behalen; bij ‘beter slikken volgens voorschrift’ ligt de verhouding tussen kosten en opbrengsten gunstiger.  Uit het onderzoek blijkt eveneens dat er zeker ruimte is voor interventies. Dat is goed voor de gezondheidswinst, maar als de kosten daarvan niet te hoog zijn, zijn deze waarschijnlijk ook nog eens kosteneffectief. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Pil zoekt trouw
Mrt21

Pil zoekt trouw

De eerste lijn krijgt een steeds prominentere positie in de gezondheidszorg. Huisartsen en apothekers moeten intensiever samenwerken om de kwaliteit van de zorg hoog te houden. Deze overtuiging was voor de Vereniging Jonge Apotheker (VJA) en de Landelijke Organisatie van Aspirant Huisartsen (LOVAH) in 2015 reden om gezamenlijk een symposium te organiseren. Een initiatief dat zeker voor herhaling vatbaar was. En dat gebeurde. Op 30 januari jl. was er het tweede gezamenlijke symposium met als titel: Pil zoekt trouw – Hét recept voor een goed huwelijk. Het is duidelijk: therapietrouw is het centrale thema. Maar tegelijk loopt het ‘huwelijk’ van de apothekers en huisartsen als een rode draad door deze bijeenkomst. Een onontkoombare verbintenis: apothekers en huisartsen staan voor dezelfde patiënten. Om deze patiënten goede zorg te kunnen bieden, is inzet op samenwerking absoluut noodzakelijk. Dialoog aangaan Dat was ook de kernboodschap van dagvoorzitter Ruud Coolen van Brakel, directeur Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM). Hij stelt dat in vergelijking met andere landen beide beroepsgroepen goed met elkaar overweg kunnen. “Toch is samenwerking nog steeds niet vanzelfsprekend”, stelt hij vast. “Dat komt onder andere doordat artsen en apothekers fundamenteel anders kijken naar de werkelijkheid. Dat is niet verwonderlijk. Artsen zijn opgeleid om in geval van twijfel te handelen. Apothekers daarentegen zijn opgeleid om in geval van twijfel juist niet te handelen.” Hij benadrukt: “Dat verschil moet je van elkaar weten, sterker nog: je moet het koesteren. Beide beroepsgroepen maken vanuit hun eigen professie deel uit van het systeem van checks and balances. Ze vullen elkaar goed aan en moeten in samenspraak keuzes maken.” Coolen van Brakel is blij met het initiatief van VJA en LOVAH voor een gezamenlijk symposium. “Het IVM heeft vanaf het begin het FTO gestimuleerd, juist vanwege het grote belang dat apothekers en artsen elkaar treffen, kennis delen en afspraken maken. De FTO-groepen functioneren op een behoorlijk niveau. Het is zo zinvol op een bijeenkomst als dit symposium dat jonge professionals de dialoog met elkaar aangaan, elkaar beter leren kennen en van elkaar leren. Zo kom je tot waardering voor elkaars vak en de wens om samen stappen te zetten voor de verbetering van de zorg.” Zijn oproep: “Kijk waar de gezamenlijkheid zit en waar je verbinding kunt maken.” Krachten bundelen Therapietrouw noemt Coolen van Brakel een paraplubegrip. “Tegelijkertijd moet het op individuele basis worden bekeken en aangepast. Dat maakt het ingewikkeld. Er zijn talloze redenen waarom mensen niet therapietrouw zijn: onduidelijke instructies, vergeten, angst voor bijwerkingen, maar ook praktische zaken als gebruikersgemak. Hoe kun je patiënten motiveren, hen de zinvolheid en het nut van de therapie laten inzien? Therapieontrouw is een complex probleem, waarbij sprake is...

Lees Verder
Kijksluiter bevordert therapietrouw
Okt21

Kijksluiter bevordert therapietrouw

Eind dit jaar gaat kijksluiter.nl in de lucht. Met ruim duizend animatiefilmpjes over gebruik en bijwerkingen van geneesmiddelen, biedt de site begrijpelijke en laagdrempelige patiëntenvoorlichting. “We willen dat dit een maatschappelijk product wordt.” “Welkom bij Kijksluiter. Kijksluiter bespreekt voor u de meest belangrijke zaken over uw medicijn. Zodat u weet wat u moet doen, wat u kunt verwachten en waar u op moet letten.” Het zijn de eerste woorden die je te horen krijgt als je inlogt op kijksluiter.nl, de tool voor apothekers, apothekersassistenten en patiënten die eind dit jaar op de Nederlandse markt verschijnt. Op kijksluiter.nl staan ruim duizend animatiefilmpjes die de patiënt informatie geven over de hem voorgeschreven medicatie. Elk filmpje bestaat uit een consultgesprek tussen apotheker of apothekersassistent en patiënt. De apotheker legt daarin uit waar het medicijn voor dient en hoe de patiënt dat het beste kan gebruiken. De geneesmiddelenvoorlichting loopt behoorlijk achter in het digitale tijdperk, vertelt Afke de Jong, mede-initiatiefnemer van Zorganimaties, het bedrijf dat kijksluiter.nl heeft ontwikkeld. “Alles staat op schrift, in lange ingewikkelde lappen tekst. En dat terwijl 30 – 50 procent van de Nederlanders beperkt gezondheidsvaardig is. Dat betekent dat ze niet in staat zijn om medische informatie te lezen, te begrijpen en er adequaat naar te handelen.” Vooral bijsluiters worden daarom slecht gelezen én begrepen, vervolgt De Jong. “Er staat teveel informatie in. Daar komt bij dat bijsluiters meer doeleinden dienen dan alleen patiëntenvoorlichting. De informatie moet juridisch dekkend zijn, er staat informatie in voor de voorschrijver, en het moet ook voor alle indicaties, toedieningsvormen en doseringen van toepassing zijn. Bovendien staan alle gerapporteerde bijwerkingen beschreven. De bijsluiterinformatie streeft naar compleetheid. Het primaire doel gaat daarmee verloren: goede en begrijpelijke voorlichting voor de patiënt.” Verlies in gezondheidswinst En dat terwijl 30 – 40 procent van de geneesmiddelen in Nederland niet of niet goed wordt ingenomen. “Dat is verspilling van geld, maar ook verlies in gezondheidswinst. Daarnaast kunnen er complicaties en bijwerkingen optreden door verkeerd medicijngebruik. Ook dat brengt gezondheidsschade én zorgkosten met zich mee.” Iedereen is op zoek naar de Heilige Graal in geneesmiddelengebruik: hoe bevorderen we de therapietrouw van patiënten? De Jong: “Dé oplossing is nog niet gevonden, maar goede voorlichting is wel de eerste stap. Vanuit dat oogpunt zijn we met Kijksluiter begonnen.”  De animatievideo’s van Kijksluiter zijn gebaseerd op informatie uit de bijsluiters. “Het verschil is dat Kijksluiter slechts één doel heeft: patiëntenvoorlichting. Dat doen we door uit alle informatie een selectie te maken die voor de patiënt relevant is. We vervangen de bijsluiter niet, we ondersteunen het.” De Kijksluiter animaties zijn gepersonaliseerd naar geslacht, leeftijd, taal en indicatie. “Er zijn filmpjes specifiek voor mannen, vrouwen,...

Lees Verder
Marcel Kooij: Even bellen verhoogt therapietrouw
Okt20

Marcel Kooij: Even bellen verhoogt therapietrouw

Bellen met de patiënt verhoogt de therapietrouw. Dat leidt tot het voorkómen van ziekenhuisopnames en bij bepaalde medicatie ook tot lager ziekteverzuim. Zo zorgen apothekers indirect dat zieke werknemers sneller herstellen en eerder aan het werk gaan. Volgens apotheker en onderzoeker Marcel Kooij moeten apothekers hun meerwaarde laten zien aan werkgevers en overheid. “Therapietrouw moeten we op een hoger niveau aankaarten. Dat gebeurt nog onvoldoende.” Het is zoeken naar de heilige graal: hoe krijgen apothekers toch die patiënt zover dat hij of zij de medicatie gebruikt zoals bedoeld? En dan graag ook nog met interventies die kosteneffectief zijn. Kosteneffectiviteit begint met effectiviteit. En met effectiviteit zit het wel snor bij apothekers, zo laat apotheker en onderzoeker Marcel Kooij (37 jaar), werkzaam in Service Apotheek Koning in Amsterdam, zien. Hij promoveerde deze zomer op onderzoek naar therapietrouwverhogende interventies door de apotheker. De conclusie is helder: bel de patiënt op over zijn of haar medicatiegebruik. Dat belletje kost al met al 10 minuten per patiënt en leidt tot aantoonbaar beter gebruik van geneesmiddelen. Zeker bij de RAS-remmers en statines. Wat heeft uw onderzoek precies opgeleverd? “Aan het onderzoek deden 60 apotheken mee, waaronder veel Service Apotheken. Uit de resultaten blijkt dat patiënten deze service en begeleiding door de apotheker, want zo ervaren ze dat, erg waarderen. Ze zijn ook meer tevreden over de informatie die ze van de apotheker krijgen. Alleen al door te bellen laat je zien dat je zorgverlener bent. Patiënten die gebeld zijn, volgen langer de therapie en stoppen minder snel. Neem de RAS-remmers: in de controlegroep stopt 28 procent met de medicatie, tegen 22 procent in de interventiegroep. De therapietrouw is dus aanzienlijk hoger als je patiënten even opbelt. Maar nu komt het: we moeten slechts 16 patiënten bellen om er een therapietrouw te krijgen. Vergelijk dat eens met cijfers over behandeling met bijvoorbeeld statines: we moeten 83 patiënten gedurende 5 jaar met statines behandelen om uiteindelijk een sterfgeval te voorkomen.” Wanneer laat u de cijfers aan zorgverzekeraars zien? “Ik wil eerst aantonen dat deze interventie ook voldoende kosteneffectief is. Niet alleen in termen van aantal patiënten, maar ook in harde euro’s. Met harde euro’s sta je nu eenmaal sterker. We hebben alle data om uit te rekenen wat het kost en wat het oplevert. Ik hoop dat we voor het einde van dit jaar de harde getallen hebben voor zorgverzekeraars. Een vergelijkbaar project in Groot-Brittannië laat zien dat het kosteneffectief is.” Maar zijn zorgverzekeraars bereid te betalen voor deze interventie? “Dat is altijd de vraag. Maar ik denk dat niet alleen zorgverzekeraars blij worden van de resultaten. Bij een toename van het aantal therapietrouwe patiënten zit...

Lees Verder
Meer praten over therapietrouw bij orale oncolytica
Sep17

Meer praten over therapietrouw bij orale oncolytica

Je zou verwachten dat kankerpatiënten hun medicatie volgens voorschrift innemen. Toch is dat niet altijd het geval, bleek tijdens het symposium Therapietrouw bij het gebruik van orale oncolytica, 22 juni jl. in het VU medisch centrum (VUmc) in Amsterdam. Ook bij deze patiëntengroep vormt therapietrouw een serieus probleem, zeker nu orale oncolytica steeds vaker de plaats innemen van infuusmedicatie. Het organiseren van een symposium over therapietrouw bij orale oncolytica stond al langer op het verlanglijstje van dr. Jacqueline Hugtenburg, apotheker in Amstelveen, universitair hoofddocent bij de afdeling klinische farmacologie van het VUmc en medeorganisator van het symposium. Het was er echter nooit eerder van gekomen. Het afgelopen jaar raakten de plannen echter in een stroomversnelling. En dat is maar goed ook, stelt Hugtenburg, want nu er steeds meer orale oncolytica op de markt komen, en er bovendien veel nieuwe orale oncolytica in de pijplijn van de farmaceutische industrie zitten, begint het onderwerp alsmaar dringender te worden. Geen misverstand, Hugtenburg is blij met alle nieuwe orale geneesmiddelen voor de behandeling van tumoren. Patiënten kunnen thuis, in hun eigen omgeving, hun medicatie innemen in plaats van dat ze daarvoor naar het ziekenhuis moeten. Dat is wel zo prettig. “Bovendien zijn er tegenwoordig orale oncolytica op de markt voor ziektebeelden die eerder niet behandeld konden worden. Ook dat is winst.” Tegelijkertijd zit er een ‘maar’ aan het verhaal. Want patiënten worden bij die orale middelen zelf verantwoordelijk voor de toediening van het geneesmiddel. “Voor infuustoediening maak je een afspraak in het ziekenhuis, daar kun je niet omheen. Tabletten kun je vergeten in te nemen of je kunt eens een dag overslaan. Je zou denken dat dit niet gebeurt bij kanker omdat dit een ernstige ziekte is, maar het gebeurt dus wel.” Drug holiday Veel onderzoek is er nog niet gedaan naar therapietrouw bij orale oncolytica, maar het onderzoek dat er is, laat een grote spreiding zien in de omvang van het probleem. “Afhankelijk van de gebruikte meetmethode, soort ziektebeeld, voorgeschreven geneesmiddel enz., zit de range ergens tussen de 20 en 100 procent,” vertelt Lonneke Timmers, apotheker bij Menzis, onderzoeker in het VUmc en samen met Hugtenburg organisator van het symposium. Bij kankerpatiënten met kortdurende behandelingen lijkt therapietrouw meestal geen probleem, vervolgt ze, maar hoe langer iemand gebruikt, hoe meer de therapietrouw daalt. “En we zien in de oncologie steeds meer orale therapieën die langdurig worden gevolgd.” Praten over therapietrouw is overigens minder makkelijk dan het lijkt, want voor iedere patiënt, en ieder ziektebeeld, betekent het iets anders. Toch is het goed om te weten waar we het over hebben, juist om patiënten beter te kunnen helpen, benadrukt Timmers. “In de literatuur maken...

Lees Verder

De therapietrouw verbetert gemiddeld met een factor 2

Uit welk land de patiënt ook komt, therapietrouw is hij niet. Dat bleek uit onderzoek van WHO (World Health Organisation). Van Amerika tot Uganda, van Rusland tot Nederland: de helft van de mensen met een chronische aandoening gebruikt na een jaar zijn medicijnen niet meer, om maar een voorbeeld te noemen. Waar ligt dat nu aan? En, belangrijker: wat kun je eraan doen? In 2005 spraken twee artsen en een apotheker daarover. Ze waren er vrij snel uit: het werd hoog tijd dat therapietrouw ‘2.0’ ging. De apotheker was Sjoerd Komen. De artsen waren Paul de Wit en Jan Veldhuizen. Sjoerd: “We zeiden tegen elkaar: daar moet toch iets aan te doen zijn! Het duurde niet lang voordat een concept vorm kreeg.” Dat concept werd ‘Mijnmedicijncoach’, een digitale interventie die het driemanschap zelf doorontwikkelde binnen een speciaal daarvoor opgerichte firma, genaamd 2Comply. ‘Moet van de dokter’ Er zijn twee oorzaken aan te wijzen die de therapieontrouw van patiënten verklaren: beperkte betrokkenheid bij hun therapie en onwetendheid over de werking van de medicijnen. Sjoerd: “Vraag de gemiddelde patiënt waarom hij medicijnen slikt, en het antwoord is vaak: ‘Omdat het moet van de dokter’. Met andere woorden: het volgen van de therapie is niet iets van hemzelf, maar wordt hem van buitenaf opgelegd. Ze krijgen een briefje van de huisarts, halen hun (herhaal)recept op bij de apotheek, en gaan naar huis. Vervolgens maakt de patiënt een voornamelijk onbewuste afweging: hoe ernstig ervaar ik mijn aandoening? Welke (positieve of negatieve) gevolgen ondervind ik van mijn medicijngebruik? Merk ik er wel iets van als ik mijn medicijnen niet slik?” Als de antwoorden respectievelijk ‘nee’, ‘gering’ en ‘weinig’ zijn, kan de patiënt al snel besluiten om te stoppen met het medicijngebruik. “Als het bijvoorbeeld om hoge bloeddruk gaat, beseft de patiënt blijkbaar niet dat de schadelijke gevolgen op lange termijn groot kunnen zijn, ook al merk je er nu weinig van.” Dus is de vraag: hoe betrek je de patiënt actief bij zijn medicijngebruik en hoe maak je hem bewust van het belang van de therapie? Op basis van die vragen werd Mijnmedicijncoach ontwikkeld. Patiënt empowerment Mijnmedicijncoach is een internetapplicatie, gebaseerd op de drie pijlers waarop ook patiënt empowerment is gebaseerd: informeren, begeleiden en verbinden. Sjoerd: “Wanneer de patiënt inlogt, krijgt hij in een gepersonaliseerde omgeving onafhankelijke informatie over zijn aandoening en (de werking van) zijn eigen medicijnen. Die informatie wordt aangevuld met weblinks naar relevante sites en nieuwsberichten.” In een motivatiemodule leert de patiënt de voor- en nadelen van zijn therapie afwegen. Daarnaast kan hij vragenlijsten invullen waarin hij aangeeft wat hij verwacht van de therapie en hoe hij zijn medicijnen gebruikt. Als...

Lees Verder