NHG-Standaard: Urinesteenlijden herzien
jun23

NHG-Standaard: Urinesteenlijden herzien

Onlangs is na 8 jaar de NHG-Standaard Urinesteenlijden herzien, de vorige versie werd gepubliceerd in 2007. Men schat de jaarlijkse incidentie van urinesteenaanvallen in de huisartsenpraktijk op ongeveer 3 per 1000 patiënten. Dit komt overeen met ongeveer 24 gevallen per jaar voor een apotheek met  8000 patiënten. Urinestenen komen vooral bij volwassenen voor en tweemaal zo vaak bij mannen als bij vrouwen. De helft van de patiënten krijgt binnen 7 tot 8 jaar een recidief maar tot dusver laat zich niet voorspellen wie een recidief krijgt. Er lijkt een beperkte familiaire predispositie te bestaan. De oorzaak van de vorming van nierstenen is niet altijd duidelijk. Voeding en leefgewoonten hebben invloed op het ontstaan van nierstenen. Daarnaast zijn er (aangeboren) ziekten die de kans op bepaalde nierstenen vergroten. De vorming van de nierstenen kan worden veroorzaakt door te weinig urineproductie met als gevolg te geconcentreerde urine en uitkristallisering van bepaalde zouten. De oorzaak kan ook zijn gelegen in de uitscheiding van teveel zouten in de urine door een te hoge inname van bepaalde stoffen via de voeding. Uiteraard kan ook de samenstelling van de urine aan de vorming van stenen bijdragen niet alleen door te veel uitscheiding van zouten zijn, maar ook door te weinig uitscheiding van stoffen die de vorming van stenen juist tegengaan. Tot slot kan ook een veranderde zuurgraad van de urine of een urineweginfectie bijdragen aan steenvorming. De samenstelling van de urinestenen loop uiteen. Verreweg de meeste stenen bestaan uit calciumoxalaat (74%), gevolgd door calciumfosfaat (17%), urinezuur (3%) en cystine (1%). Struvietstenen (magnesiumammoniumfosfaat) ontstaan vaak als gevolg van herhaalde urineweginfecties. Analyse van een opgevangen (zeefje!) urinesteen is zinvol: urinezuur- en cystinestenen zijn waarschijnlijk het gevolg van een stofwisselingsstoornis. Voor de overige stenen geldt in veel mindere mate dat er een kans is dat er een onderliggend lijden wordt gevonden. Eenzijdige koliekpijn Een urinesteenaanval wordt gekenmerkt door eenzijdige koliekpijn, dat wil zeggen krampende pijn van wisselende intensiteit met bewegingsdrang en vaak misselijkheid en braken. Tijdens een aanval is er vaak extreme bewegingsdrang. De patiënt is rusteloos en loopt vaak rond en kruipt soms letterlijk over de grond van de pijn. Er kan een macroscopische hematurie zijn maar vaker vindt men de erytrocyten alleen bij microscopisch onderzoek van een urinesediment. Indien er geen koliekpijn is betekent dat geenszins dat er dus geen urinesteen is. De pijn ontstaan alleen als de urinesteen is vastgelopen. Urinestenen worden meestal tijdens of binnen twee maanden spontaan geloosd nadat de pijn is geweken. Uiteraard is dit mede afhankelijk van de grootte en de plaats waar de steen zich ophoudt. Er is geen reden om een bepaald dieet of vochtbeleid te volgen. Pijnbestrijding Tijdens...

Lees Verder