MedicijnMonitor 2018: alle kengetallen over geneesmiddelen
mei11

MedicijnMonitor 2018: alle kengetallen over geneesmiddelen

Recent is de MedicijnMonitor verschenen van de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen. Een fraaie uitgave met zeer veel gegevens, waaruit blijkt dat we het in ons land niet zo slecht doen. Zo toont de monitor aan dat we in Nederland per inwoner veel minder aan geneesmiddelen uitgeven dan gemiddelde in Europa: 376 euro in ons land tegenover gemiddeld 604 euro in vergelijkbare landen. Nieuwe medicijnen zijn in ons land meestal snel beschikbaar, blijkt uit de MedicijnMonitor. Gemiddeld duurt het na de registratie 228 dagen voordat een geneesmiddel wordt vergoed via de zorgverzekering en beschikbaar is. In de meeste Europese landen duurt dat aanzienlijk langer. Het is overigens wel meer dan de het gemiddelde van nog geen 200 dagen twee jaar geleden. Dat heeft een aantal oorzaken, waaronder de beoordeling door het Zorginstituut. Dit zou maximaal negentig dagen moeten duren, maar bij dure medicijnen waarbij de overheid onderhandelt over de prijs, is de wachttijd gemiddeld vijfhonderd dagen. Overigens: maar een klein deel van de patiënten krijgt innovatieve geneesmiddelen: in 2017 was 0,6 procent van de voorgeschreven geneesmiddelen korter dan vijf jaar op de markt. Medicijnen dragen bij aan gezondheidswinst
 In Nederland wordt 71% van alle geregistreerde medicijnen vergoed tegen slechts 50% in veel buurlanden, aldus de monitor. Deze bevat meer positieve berichten. Zoals het feit dat de vijfjaarsoverleving van kanker de afgelopen twintig jaar gestegen van 52 naar 64 procent. En het gegeven dat veel minder mensen aan diabetes overlijden dan vijftien jaar geleden. Aids is inmiddels chronische ziekte. Medicijnen leveren een belangrijke bijdrage aan deze verbeteringen. Gemiddelde prijs is vrijwel constant De monitor toont ook aan dat receptgeneesmiddelen een steeds kleiner deel uitmaken van de totale zorgkosten. De gemiddelde prijs van medicijnen is vrijwel constant gebleven. Dit is o.a. het gevolg van het preferentiebeleid. Nieuwe geneesmiddelen In 2017 liepen er wereldwijd 24.000 klinische onderzoeken naar geneesmiddelen. Er komen veel nieuwe biologische geneesmiddelen en geneesmiddelen op basis van de nieuwste technologieën, zoals immunotherapie en gentherapie. De afgelopen jaren zijn steeds meer nieuwe, hoopgevende medicijnen toegelaten, in 2017 waren dat er 92. Door onnodige regeldruk bij de registratie en vergoeding van een nieuw geneesmiddel te verminderen, kunnen nieuwe geneesmiddelen een jaar eerder op de markt komen. Dit kan een miljoen euro per geneesmiddel besparen, zo stelt de VIG. Nog veel werk te doen
 Gerard Schouw, directeur Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen benadrukt in het voorwoord de positieve berichten en stelt vervolgens: “Toch is er nog veel werk te doen. Daarom geven we niet op totdat we voor ernstige ziektes, zoals Alzheimer of kanker, een effectief medicijn hebben. Ook blijven wij ons inzetten voor de veiligheid van geneesmiddelen. Er worden bijvoorbeeld steeds meer vervalste geneesmiddelen aangeboden,...

Lees Verder
Verband tussen preferentiebeleid en geneesmiddelentekorten aannemelijk
mrt12

Verband tussen preferentiebeleid en geneesmiddelentekorten aannemelijk

Het preferentiebeleid raakt de beschikbaarheid van geneesmiddelen. Dat vergroot risico’s van het wisselen van medicatie, zoals medicatiefouten en een lagere therapietrouw van de patiënt. Daarom is een versoepeling van het preferentiebeleid nodig. Dit staat in rapport ‘Effecten van het preferentiebeleid op beschikbaarheid van geneesmiddelen’.  Diverse partijen hebben de afgelopen jaren gewezen op een mogelijke associatie tussen preferentiebeleid en geneesmiddelentekorten. Daarom hebben de KNMP, Bogin en de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen opdracht gegeven aan Berenschot tot dit onderzoek naar de effecten van het preferentiebeleid van zorgverzekeraars op de beschikbaarheid van geneesmiddelen. Tekort vaker bij preferent middel Het adviesbureau stelt vast dat geneesmiddeltekorten relatief vaker voorkomen bij preferent aangewezen geneesmiddelen. Sinds de invoering van het preferentiebeleid is het aantal gerapporteerde geneesmiddelentekorten gestegen en een verband met het preferentiebeleid is aannemelijk. Voor geneesmiddelen die onder het preferentiebeleid vallen, blijft de impact van tekorten voor de gezondheid van patiënten overigens beperkt. Het preferentiebeleid vergroot echter wel risico’s van het wisselen van medicatie, zoals medicatiefouten en een lagere therapietrouw. Ook levert wisseling regelmatig problemen op bij de vergoeding van het alternatief door de zorgverzekeraar. In de komende jaren zal slechts een beperkt aantal veel gebruikte, breed verkrijgbare geneesmiddelen uit patent gaan en in aanmerking komen voor preferentiebeleid. Het huidige preferentiebeleid sluit niet aan op een stijging in het gebruik van steeds specifiekere geneesmiddelen (personalised medicine). Nederland kent meer tekorten heeft dan andere landen in Europa. Echter, in andere landen is de rapportage waarschijnlijk minder goed dan in Nederland. Het is voorstelbaar dat het relatief grote aantal tekorten in Nederland samenhangt met relatief lage geneesmiddelenprijzen, een relatief kleine markt en een relatief hoog gebruik van generieke geneesmiddelen. Preferentiebeleid monitoren en versoepelen Het preferentiebeleid moet worden gemonitord, zo luidt de aanbeveling. Bij terugkerende tekorten moet het preferentiebeleid worden versoepeld en vereenvoudigd. Verder pleit Berenschot ervoor de lijst van geneesmiddelen waarvoor preferentiebeleid geldt te beperken. Reactie KNMP “Voor een doorontwikkeling van het preferentiebeleid pleiten wij al langer”, stelt voorzitter Gerben Klein Nulent van de KNMP. “We ervaren dagelijks in de apotheek dat de patiënt hinder ondervindt van het preferentiebeleid. Het zijn de apothekers die continu met veel kunst- en vliegwerk aan oplossingen moeten werken.” Samen met patiëntenorganisaties bood de KNMP vorig jaar een petitie aan voor een preferentiebeleid waarin zorgverzekeraars na twee jaar niet langer één maar vier of vijf middelen aanwijzen als preferent. Reactie Bogin “Lage prijzen en een onzekere, niet-flexibele markt maken Nederland minder aantrekkelijk voor generieke geneesmiddelfabrikanten”, stelt Bogin-voorzitter Martin Favié. “Voor goedkope generieke geneesmiddelen betalen we daarom de prijs dat er bij een tekort niet meteen andere producenten klaar staan om dit op te vangen. Met meer flexibiliteit, zoals het rapport aanbeveelt, kunnen we...

Lees Verder