Vitamine D – altijd goed?
jul11

Vitamine D – altijd goed?

Nog even en vitamine D krijgt de status van Haarlemmerolie of – in de lingua franca van vandaag – ‘snake oil’: altijd goed voor alles. De vraag is of alle claims op gunstige effecten berusten op de resultaten van goed wetenschappelijk onderzoek of dat er ongefundeerde uitspraken worden gedaan. Wat is vitamine D en wat doet het? In het menselijk lichaam komt vitamine D in twee vormen voor: ergocalciferol (vitamine D2) en colecalciferol (vitamine D3).  Ergocalciferol wordt geabsorbeerd uit het voedsel, vooral groenten, terwijl colecalciferol in de huid ontstaat uit 7-dehydrocholesterol indien voldoende ultraviolet licht wordt geabsorbeerd. Zowel ergocalciferol als colecalciferol wordt in de lever gehydroxyleerd tot resp. 25-hydroxyergocalciferol en 25-hydroxycolcalciferol, verbindingen die niet of nauwelijks werkzaam zijn. Deze omzetting wordt in tegenstelling tot die tot 1,25-dihydroxyergocalciferol resp. 1,25-dihydroxycolecalciferol niet heel strak geregeld en wordt vooral door het aanbod beïnvloed. De omzetting tot de werkzame 1,25-dihydroxyverbindingen heeft plaats in de nieren en staat onder zeer nauwkeurige invloed van parathyroïdhormoon (PTH), 1,25-dihydroxycole- en ergocalciferol zelf en de serumfosfaatconcentratie. PTH bevordert de 1-hydroxylering, terwijl fosfaat en de 1,25-dihydroxyverbindingen deze omzetting remmen. Er zijn nog meer dan 15 andere metabolieten van vitamine D bekend; hun fysiologische functie is onduidelijk. Tekort aan vitamine D Het lichaam heeft grote voorraden vitamine D opgeslagen in vetweefsel, waarvan dagelijks 1% tot 2% wordt aangemaakt en verbruikt. Tekort aan vitamine D ontstaat na jaren van onvoldoende opname uit het voedsel én onvoldoende endogene biosynthese (als gevolg van onvoldoende blootstelling aan zonlicht en/of chronische nierinsufficiëntie). Vitamine D, dat wil zeggen de actieve metabolieten 1,25-dihydroxycole- en ergocalciferol, hebben door binding aan de intracellulaire nucleaire receptor voor vitamine D (VDR) invloed op de aflezing van de genetisch code voor een aantal eiwitten. De affiniteit van de 1,25-dihydroxyverbindingen voor de VDR is ongeveer 1000 maal groter dan die van de 25-hydroxyverbindingen. Het gaat dus om de concentratie van de 1,25-dihydroxyverbindingen, niet of nauwelijks die van de andere metabolieten. 1,25-Dihydroxycolecalciferol is voor therapeutische doeleinden beschikbaar als calcitriol. Calciumhuishouding en celgroei De – thans bekende – werkingen van de werkzame metabolieten van vitamine D2 en D3 vallen uiteen in twee groepen. Enerzijds zijn er de klassieke werkingen op de calciumhuishouding (verhoging van de calciumabsorptie en botmineralisatie) en anderzijds is er een meer algemene remmende werking op de groei en differentiatie van cellen. Deze laatste zijn van belang voor o.a. de functie van macrofagen en de insulinesecretie en vormen waarschijnlijk de grondslag voor het gebruik van een synthetisch derivaat van vitamine D – calcipotriol – bij  psoriasis. Waarschijnlijk in verband met de meer algemene werkingen van ‘vitamine D’ is een tekort aan dit vitamine (doorgaans gedefinieerd als een te lage serumconcentratie van 1-hydroxycolecalciferol) in...

Lees Verder
Osteoporose en de rol van vitamine D suppletie
dec10

Osteoporose en de rol van vitamine D suppletie

Farmacotherapie bij osteoporosepatiënten is te verbeteren als huisartsen en apothekers hiervoor gericht met elkaar samenwerken. Apothekers kunnen een belangrijke adviesfunctie vervullen voor deze patiënten, onder andere op het gebied van vitamine D suppletie. Het advies van de Gezondheidsraad hierover vormt hiervoor een effectief uitgangspunt. Apothekers Jan Hermsen en Susanne Bouwman van dr Hemels Apotheken in Didam wonnen de Jonge Hondenprijs van de Vereniging voor Jonge Apothekers voor het beste farmaceutische patiëntenzorgproject. De kern van dit project is de osteoporosedialoog die ze hebben ontwikkeld voor gestructureerde communicatie met de huisarts, als basis voor verbetering van de farmacotherapie bij osteoporosepatiënten. “Bij de opzet van ons project zijn we uitgegaan van de vorig jaar herziene NHG-standaard Fractuurpreventie, de CBO-richtlijn Osteoporose en fractuurpreventie uit 2011 en het advies van de Gezondheidsraad over aanbevolen hoeveelheden vitamine D”, vertelt Bouwman. “We  hebben de patiëntenpopulatie van onze apotheek naast deze drie uitgangspunten gelegd en dit leidde tot het inzicht dat er drie mogelijkheden waren om de behandelopties voor osteoporosepatiënten te verbeteren. In de eerste plaats is het belangrijk om na vijf jaar de continuering van de behandeling met bisfosfonaten te heroverwegen vanwege het risico op het ontstaan van zeldzame bijwerkingen zoals osteonecrose. Het tweede is de toevoeging van vitamine D en calcium aan de medicatie van patiënten met osteoporose. Voor een goede werking van bisfosfonaten is suppletie van vitamine D immers essentieel. Het derde is gerichte controle op geneesmiddelen die als bijwerking osteoporose geven, primair glucocorticosteroïden. Alle drie bij uitstek zaken die tot het werk van de apotheker behoren.” Ruimte voor verbetering Op alle drie de punten bestond ruimte voor verbetering, bleek op basis van de gegevens van de 256 patiënten die Hermsen en Bouwman includeerden in de studie die aan hun project ten grondslag lag. Van hen bleken 201 suboptimaal behandeld te worden. Maar om het aantal suboptimale behandelingen te reduceren, is samenwerking tussen de huisarts en de apotheker nodig, concludeerden de twee. Dus ontwikkelden ze de osteoporosedialoog: een protocol op een A4 dat als basis dient om per patiënt de medicatiehistorie in kaart te brengen. “Dit maakt evaluatie van de farmaceutische patiëntenzorg moge­lijk”, vertelt Bouwman. “Het biedt een overzicht van het medicatieprofiel op het punt van de langdurig hoge dosering glucocorticosteroïden en het meer dan vijf jaar bisfosfonaat gebruik. Daarnaast worden in de dialoog het valrisico van de patiënt door de contra-geïndiceerde medicatie en de co-medicatie – de toevoeging van vitamine D en calcium dus – in beeld gebracht. Ook worden aanbevelingen gedaan voor het eventueel prikken van de calcidiol spiegel. Verder is er in de osteoporosedialoog aandacht voor de therapietrouw en de organisatie van de zorg rondom de patiënt. De apotheker beschikt dan...

Lees Verder