Monitor Voorschrijfgedrag Huisartsen
dec20

Monitor Voorschrijfgedrag Huisartsen

Onlangs is de Monitor Voorschrijfgedrag Huisartsen verschenen, opgesteld door het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM). Deze monitor biedt inzicht in de kwaliteit, veiligheid en doelmatigheid van het voorschrijven van geneesmiddelen door huisartsen. Het rapport schetst een landelijk beeld en brengt regionale verschillen in kaart. En die zijn aanzienlijk. De inleiding bevat een pleidooi voor de Monitor Voorschrijfgedrag Huisartsen . “Louter dit instrument is in staat gebleken zowel in kwaliteit als in kosten het voorschrijven van geneesmiddelen in de goede richting te bewegen. Dit inzichtgevende instrument, waarmee elke individuele huisarts zijn scores direct kan inzien en vergelijken met collega’s in de buurt, in de regio, en in het hele land, en dat rapportages op elke gewenst niveau kan genereren, dient behouden te blijven. Enkele uitkomsten zijn: Toename aantal voorschriften antibiotica
 Nederlandse huisartsen hebben in 2015 vaker antibiotica voorgeschreven dan in 2014. Dit is een breuk in de dalende trend in aantal voorschriften sinds 2011. De verschillen tussen huisartsen zijn groot: de meest voorschrijvende huisartsen schrijven aan twee keer zo veel patiënten antibiotica voor als de minst voorschrijvende huisartsen. Ook tussen regio’s zijn de verschillen aanzienlijk. Huisartsen hebben in 2015 wel iets minder vaak reserve-antibiotica (amoxicilline met clavulaanzuur, fluorchinolonen, cefalosporines) voorgeschreven dan in 2014. Ook hierbij bestaan grote verschillen tussen huisartsen. Combinatiepreparaat bij nieuwe astma- of COPD-patiënten 
 De huisartsen schrijven in 2015 bij 41% van de patiënten met astma of COPD als eerste middel een combinatiepreparaat van een langwerkend bètamimeticum en een inhalatiecorticosteroïd voor. Dit is niet in lijn met de NHG-Standaarden die een meer stapsgewijze aanpak, met één stof tegelijk, adviseren. Het direct starten van twee stoffen kan leiden tot overbehandeling en extra kosten. De grote praktijkvariatie (17 tot 74 procent) in het aantal starters met een combinatiepreparaat wijst op ruimte voor verbetering. Psychofarmaca door jongeren Het aantal jongeren (tot 25 jaar) dat start met een antidepressivum ligt in sommige regio’s drie keer zo hoog als in andere. Vooral in delen van Friesland is het aantal nieuwe gebruikers van antidepressiva relatief hoog. Ook bij starters met middelen bij ADHD bestaat grote variatie tussen regio’s: variërend van vijf per duizend jongeren tot het dubbele aantal elders. Huisartsen zijn bij bijna de helft van de voorschriften voor antidepressiva en een derde van de middelen bij ADHD de initiator. Regionale variatie in indicatorscores Huisartsen scoren in het algemeen steeds beter op de kwaliteits- en doelmatigheidsindicatoren van de monitor. Er blijft een aanzienlijke variatie bestaan tussen de regio’s. Effect prestatiebekostiging Opname van indicatoren in prestatiebekostiging lijkt effect te hebben. In 2015 gebruiken CZ, Menzis, VGZ, Zilveren Kruis, Zorg en Zekerheid en De Friesland scores op een aantal indicatoren om huisartsen te belonen voor...

Lees Verder
Afschaffing formulier leidt niet tot ander voorschrijfgedrag
dec05

Afschaffing formulier leidt niet tot ander voorschrijfgedrag

Huisartsen moesten bij het voorschrijven van een merkgeneesmiddel waarvoor ook generieke varianten bestaan, het formulier “Medische Noodzaak” invullen. In het kader van het “Het roer gaat om” is deze verplichting begin dit jaar vervallen. Nivel heeft onderzocht of dit heeft geleid tot verandering in het voorschrijven van merkgeneesmiddelen. Dat is niet het geval. De maatregel was indertijd ingevoerd om ervoor te zorgen dat de patiënt het middel toch vergoed kreeg van zijn zorgverzekeraar, ondanks dat er een goedkoper alternatief is. Een overbodige handeling, vond men in het kader van “Het roer gaat om”, het manifest om te komen tot minder administratie en rompslomp in de huisartsenzorg. Er kan ook op een eenvoudiger manier aangegeven worden dat het gaat om medische noodzaak.  Een compleet formulier invullen zag men als een te grote administratieve belasting. Daarom is het sinds 1 januari jl. voldoende als de huisartsen alleen op het recept aangeven dat het gaat om medische noodzaak. Vermelding op het recept volstaat om de zorgverzekeraar het merkgeneesmiddel te laten vergoeden. Geen verandering Het lijkt een logisch aanpassing, waar niemand moeilijk over doet. Toch vond men het noodzakelijk om te kijken of door deze vereenvoudigde handeling huisartsen niet ineens meer merkgeneesmiddelen gaan uitschrijven. En wat blijkt? Huisartsen hebben hun voorschrijfgedrag niet veranderd. Je kunt je ook afvragen waarom ze dat zouden doen, maar dat is nu ook daadwerkelijk aangetoond. De onderzoekers hebben gekeken naar het voorschrijfgedrag van een cholesterolverlager, maagzuurremmers en bloeddrukverlagers. Middelen waarvan in slechts 5% een merkgeneesmiddel wordt voorgeschreven en dat is dus zo gebleven. Ook in de ADHD-medicatie is het voorschrijven van merkgeneesmiddelen niet toegenomen. Maar…., zo zegt het Nivel: “Het verlichten van de administratieve lasten voor huisartsen heeft niet geleid tot veranderingen in de geleverde zorg. De analyses zijn wel kort na de verandering in het beleid uitgevoerd. Op de lange termijn kan nog wel een verandering plaatsvinden”. Is deze veronderstelling reden voor een volgend onderzoek? Onder redactie van Gerda van Beek  ...

Lees Verder