Geneeskundestudenten hebben onvoldoende kennis van geneesmiddelen
mrt14

Geneeskundestudenten hebben onvoldoende kennis van geneesmiddelen

Vrijwel elke arts schrijft dagelijks geneesmiddelen voor. Maar veel bijna afgestudeerde artsen in Europa zijn niet goed in staat om geneesmiddelen effectief en veilig voor te schrijven. Ze hebben onvoldoende kennis over veel voorgeschreven medicatie. Ze maken zelfs regelmatig fouten in geneesmiddelrecepten voor bekende ziektebeelden. Dat blijkt uit onderzoek van klinisch farmacoloog David Brinkman. Hij heeft de kennis en vaardigheden van geneeskundestudenten in Europa over het voorschrijven van geneesmiddelen onderzocht en is daarop recent gepromoveerd. “Geneeskundeopleidingen in Europa moeten hun curriculum verbeteren zodat beginnende artsen deskundiger zijn in het voorschrijven van geneesmiddelen”, raadt hij aan. “Het blijkt dat een behoorlijk deel van de bijna afgestudeerde artsen in Europa momenteel niet goed in staat is om effectief en veilig geneesmiddelen voor te schrijven. Zo hadden de studenten onvoldoende kennis over veel voorgeschreven medicatie. Ook maakten zij regelmatig fouten in geneesmiddelrecepten voor bekende ziektebeelden, zoals longontsteking en hoge bloeddruk”. Onvoldoende aandacht voor farmacotherapie Eén van de belangrijkste oorzaken voor het gebrek aan deskundigheid ligt bij de opleiding. Vaak is er onvoldoende aandacht voor klinische farmacologie en farmacotherapie. Brinkman: “Het onderwijs is bij de meeste opleidingen in Europa nog erg traditioneel. Kennis wordt alleen verkregen uit hoorcolleges en zelfstudie uit boeken. Studenten die meer praktijkgericht onderwijs volgden, hadden betere kennis en vaardigheden dan studenten die traditioneel onderwijs volgden.” In Nederland krijgen geneeskundestudenten overigens wel praktijkgericht onderwijs. Verplicht voorschrijfexamen Brinkman doet meerdere aanbevelingen om het onderwijs in Europa te moderniseren. Zo kunnen pas afgestudeerden bekwamer worden in het voorschrijven van geneesmiddelen. Brinkman: “Studenten moeten meer in de praktijk worden getraind. Dit kan met simulatie of echte patiënten onder begeleiding van ervaren artsen.” Daarnaast vindt hij dat er een verplicht voorschrijfexamen moet komen voor alle Europese landen. “Geneeskundestudenten in Europa moeten dit examen halen voordat zij hun voorschrijfbevoegdheid krijgen. Daarmee wordt ingezet op verbetering van de kwaliteit en veiligheid van de patiëntenzorg.” Bron: VUmc Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Huisartsen schrijven minder reserve-antibiotica voor
nov23

Huisartsen schrijven minder reserve-antibiotica voor

In 2015 schreven huisartsen minder vaak reserve-antibiotica voor dan de jaren ervoor. Dit past in een trend, want in de jaren daarvoor liep het aandeel van deze middelen ook terug. Wel is er nog steeds aanzienlijke verschillen tussen praktijken. De spreiding op de indicator Reserve- en tweedekeusantibiotica loopt van 10 tot 23 procent. Onder de reserve-antibiotica wordt verstaan: de fluorchinolonen, de cefalosporines en amoxicilline met clavulaanzuur. Deze antibiotica hebben een beperkte plaats in de richtlijnen, vanwege hun brede werkingsspectrum. NHG-Standaarden adviseren vaak te starten met eerstelijnsmiddelen, zoals nitrofurantoÏne en penicillines. Bij bepaalde infecties (urineweginfecties met weefselinvasie, aspiratiepneumonie) zijn de reserve-antibiotica wel de middelen van eerste keus. Ook als het eerstelijnsmiddel niet helpt, komt de patiënt voor een reservemiddel in aanmerking. Hoe ouder, hoe meer reservemiddelen
 Volwassenen tussen 18 en 50 jaar gebruiken het minst vaak reserve-antibiotica. Jonge kinderen en ouderen gebruiken meer reservemiddelen. Hierbij geldt: hoe ouder, hoe meer reservemiddelen. In Zeeland schrijven huisartsen het vaakste reserve-antibiotica voor, zoals ook te zien is op het overzichtskaartje op de site van IVM. Monitor Voorschrijven Huisartsen
 Het jaarlijkse rapport  Monitor Voorschrijven Huisartsen  van het IVM biedt veel cijfermatige informatie over de behandeling van bepaalde aandoeningen. Vanaf februari 2017 publiceert het IVM elke maand de uitkomsten van een van de indicatoren van de monitor. Sinds 2010 is er een meting van de reserve-antibiotica. Wilt u het gebruik van antibiotica bespreken in bijvoorbeeld een FTO? Download dan  de  FTO-materialen. U kunt hierbij ook de scores uit de  Monitor Voorschrijfgedrag Huisartsen  gebruiken.  De download van de FTO-materialen is gratis, maar u wordt wel verzocht om u eerst aan te melden. Zo kan het IVM bijhouden welke behoeftes er zijn en ons aanbod daarop aanpassen. Bron: IVM Onder redactie van: Gerda van Beek      ...

Lees Verder
Column: De apotheker gaat voorschrijven
mei20

Column: De apotheker gaat voorschrijven

Heb je het gehoord, Niels? Iedereen heeft het erover. De nieuwe voorzitter van de VJA, de club van jonge apothekers, de nieuwe voorzitter van Nefarma en ook de nieuwe manager zorgonderzoek en innovatie van de KNMP zegt zoiets. Ze roepen het eigenlijk allemaal. En als dit gremium het hardop zegt, dan moet het toch wel waar zijn. Even rustig, Bas. Ik hoor dat je opgewonden bent. Maar wat is er precies aan de hand? Gaat het roer bij de apotheker nu ook eindelijk eens een beetje om, komt paracetamol ook in de sluis van Edith, gaat de KNMP fuseren met de KPMG en wordt de Domus Medica het centraal gelegen machtsblok in de zorg? Niets van dat alles, Niels. Wat er gaat gebeuren is dat de panelen in de zorg nu eens echt verschuiven, dat het domeindenken z’n beste tijd tijd heeft gehad en dat de zorg voor de patiënt beter wordt georganiseerd.  Want – en daar komt ie: de apotheker gaat zich richten op de individuele patiënt, de apotheker gaat voorschrijven! Dat is in ieder geval de visie van Ron Bartels, de nieuwe voorzitter van de Vereniging van Jonge Apothekers. Daar zeg je me wat! Jonge Ron staat daarin overigens niet alleen: de nieuwe voorzitter van Nefarma, Paul Korte zegt in deze editie van FarmaMagazine precies hetzelfde, Bas! Schuif de apotheker naar voren in het proces zodat die zijn kennis kan inzetten bij de keuze van de medicatie en het volgen van de patiënt. Artsen richten zich op de diagnose want daarvoor zijn ze primair opgeleid. En de apotheker is de partner van de huisarts bij het vinden van de juiste medicatie bij de juiste patiënt. Precies, Niels. En Monique Kappert van de KNMP zegt in deze editie van FarmaMagazine dat de apotheker zich meer gaat richten op begeleiding van de individuele patiënt. En laten we eerlijk zijn: een patiënt heeft veel meer aan een specialist in farmacotherapie die gericht kan adviseren over bijwerkingen en een ander middel kan voorschrijven dat effectiever werkt, dan aan een apotheker die alleen maar geneesmiddelen distribueert. Scheelt de huisarts bovendien een boel tijd. De apotheker en huisarts als een tandem. Revolutionair is het idee van de apotheker als voorschrijver ook weer niet, Bas. In Groot-Brittannië gebeurt het immers al. Dus wat let ons? Nu moeten we nog zorgen dat de huidige voorschrijvers apothekers optimaal gaan informeren over de diagnose, dat alle labwaarden beschikbaar komen en dat het elektronisch patiëntendossier op orde is, Niels. Bastiaan Witvliet, hoofdredacteur Niels van Haarlem, redacteur  ...

Lees Verder
21 tot 43 procent teveel voorgeschreven
jan19

21 tot 43 procent teveel voorgeschreven

Geneesmiddelen overhouden? Dat blijkt te verschillen per huisarts. Patiënten uit de ene praktijk houden veel meer geneesmiddelen over dan patiënten uit de andere praktijk, zo blijkt uit een publicatie van onderzoekers van het NIVEL in het Pharmaceutisch Weekblad. De patiënten geven het vaakste aan met hun geneesmiddel te stoppen op advies van de arts. Andere veel genoemde redenen zijn dat de arts niet de juiste dosering of hoeveelheid heeft voorgeschreven, of voor een te lange periode. NIVEL-onderzoeker Margreet Reitsma: “Ook deze redenen verschillen tussen huisartsenpraktijken. Wellicht kunnen artsen dus ook bijdragen aan een besparing op geneesmiddelen door nog zorgvuldiger voor te schrijven. Het blijft zoeken naar een optimum tussen tegemoetkomen aan de individuele patiënt en het beperken van de hoeveelheid ongebruikte geneesmiddelen.” Oorzaken van verspilling NIVEL deed uitgebreid onderzoek. Ruim een derde van de mensen die geneesmiddelen op recept gebruiken, houdt die weleens over. Dit is de meest genoemde bron van verspilling bij het Meldpunt Verspilling van het ministerie van VWS. Met een zorgvuldiger geneesmiddelgebruik is jaarlijks naar schatting 7% op de zorguitgaven te besparen. Geneesmiddelen overhouden is overigens niet altijd verspilling. Het kan te maken hebben met de grootte van de standaardverpakking: als je zestien tabletten moet nemen uit een strip van twintig, houd je er vier over. Dat kan goedkoper zijn dan het aantal tabletten per strip aan te passen. Of als een chronisch zieke patiënt slecht ter been is, ligt het voor de hand deze wat grotere hoeveelheden voor te schrijven zodat deze patiënt niet iedere week opnieuw de gang naar de apotheek hoeft te maken. Verschillen per praktijk Er zijn dus allerlei goede redenen om geneesmiddelen over te houden. Vaak wordt echter gedacht dat patiënten die geneesmiddelen overhouden daar zelf wat laconiek mee omspringen, ze vergeten of er uit eigen beweging mee stoppen omdat ze niet aanslaan of vanwege bijwerkingen. Een deel van de hoeveelheid ongebruikte geneesmiddelen blijkt ook afhankelijk te zijn van de arts. Patiënten van de ene huisartsenpraktijk blijken veel meer geneesmiddelen over te houden dan patiënten van de andere huisartsenpraktijk. Het varieert van 23% in de ene tot 41% in de andere. Gegevens consumenten en huisartsen gecombineerd Wat is de rol van de dokter hierin? Voor het onderzoek zijn antwoorden op vragenlijsten van leden van het Consumentenpanel Gezondheidszorg gecombineerd met gegevens uit zeven huisartsenpraktijken uit de NIVEL Zorgregistraties eerste lijn. Het panel bestaat uit ruim 10.000 mensen van 18 jaar en ouder. NIVEL Zorgregistraties verzamelt routinematig gegevens bij onder meer 478 huisartsenpraktijken met meer dan anderhalf miljoen ingeschreven patiënten. Een deel van de panelleden is via deze praktijken geworven en heeft toestemming gegeven om hun antwoorden op de vragenlijsten te combineren met...

Lees Verder