Netwerk Patiënteninformatie bundelt betrouwbare digitale medicijninformatie
nov21

Netwerk Patiënteninformatie bundelt betrouwbare digitale medicijninformatie

Patiënten moeten betrouwbare en begrijpelijke medicijninformatie beter kunnen vinden op het internet. Om dat te bereiken is het Netwerk Patiënteninformatie gestart. Zeven organisaties tekenden daartoe een intentieverklaring en gaan aan de slag. De eerste concrete stap die wordt gezet, is het aan elkaar koppelen van vier websites: van de medicijnautoriteit (CBG), het bijwerkingencentrum (Lareb), de huisartsen (NHG, Thuisarts.nl) en de apothekers (KNMP, Apotheek.nl). Informatie over medicijnen is niet altijd gemakkelijk te vinden op internet en is ook niet altijd begrijpelijk. De partners in het Netwerk Patiënteninformatie willen samen een bijdrage leveren om de digitale zoektocht naar betrouwbare medicijninformatie eenvoudiger te maken. Daarnaast wordt de nadruk gelegd op het verbeteren van de begrijpelijkheid van medicijninformatie. Dit kan bijvoorbeeld door helder taalgebruik en gebruik van animaties als aanvulling op de bijsluiter. Versnippering tegengaan Veel Nederlanders gebruiken medicijnen. Het is belangrijk dat zij goed worden geïnformeerd over de werking, de risico’s en het gebruik van deze medicijnen. Op initiatief van het Ministerie van VWS heeft NIVEL in 2016 onderzocht wat de informatiebehoeften van patiënten zijn. Eén van de conclusies van dat onderzoek is dat het aanbod van digitale medicijninformatie enorm groot is en versnipperd. Een duidelijke ordening van de informatie ontbreekt. Ook is het voor mensen niet altijd duidelijk is of een website betrouwbaar is. Het Netwerk Patiënteninformatie wil daar dus verandering in brengen, te beginnen dus met het koppelen van de vier websites. Startschot Minister Bruins van VWS heeft recent het startschot gegeven voor dit Netwerk Patiënteninformatie. Onderzoeksinstituut Nivel, expertisecentrum gezondheidsverschillen Pharos en de Patiëntenfederatie Nederland adviseren de deelnemers in dit Netwerk. Met hun relevante kennis kan het Netwerk rekening houden met wensen en behoeften van medicijngebruikers in Nederland. Bron: Rijksoverheid en Nivel Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Hans Büller van Fair Medicine: “Samen het systeem veranderen”
okt18

Hans Büller van Fair Medicine: “Samen het systeem veranderen”

Het businessmodel voor de ontwikkeling van geneesmiddelen voor zeldzame ziektes heeft z’n beste tijd gehad. Fair Medicine’s medeoprichter en directeur Hans Büller, voormalig bestuursvoorzitter van het Erasmus MC, wil met een coalitie van betrokkenen zorgen voor betaalbare geneesmiddelen. Dit jaar komen de eerste middelen in klinisch onderzoek. Zes jaar geleden werd het idee geopperd om de vergoeding van medicijnen tegen de ziekte van Pompe en de ziekte van Fabry te stoppen: te duur, en niet effectief genoeg. Toch besloot Minister Schippers van VWS om deze medicijnen te blijven vergoeden. Aangespoord door massale protesten van patiënten. In 2012 werd ook de kiem gelegd voor de Stichting Fair Medicine, het bedrijf opgericht door kinderarts Hans Büller en biotechnoloog Frans de Loos. In die tijd was Büller bestuursvoorzitter van het Erasmus MC in Rotterdam. Hij kan zich 2012 nog goed voor de geest halen. In zijn ziekenhuis hadden wetenschappers de geheimen van de ziekte van Pompe ontrafeld en een begin gemaakt met het ontwikkelen van een medicijn. Het grote Genzyme toonde geen interesse, maar de start-up Pharming wel. Dat ontwikkelde het medicijn waarna Genzyme alsnog toesloeg en het product van Pharming kocht: het middel kwam uiteindelijk op de markt voor 700.000 euro per patiënt. 30 jaar roepen Dat moet toch anders, dacht Büller. “In kranten en op televisieprogramma’s wordt volop gepraat over dure geneesmiddelen. Dan wijzen de vingers naar de farmaceutische industrie. De discussie gaat keer op keer over het gebrek aan transparantie bij de industrie. En inderdaad, al ruim 30 jaar roepen we om transparantie, willen we weten hoe de prijs van een geneesmiddel is samengesteld, wat de kosten zijn, hoe groot het aandeel van marketing daarin is. Maar na dertig jaar is die transparantie er nog steeds niet. Onbegrijpelijk. Ontwikkelen van medicijnen kost veel geld, gebeurt gedeeltelijk in academisch medische centra, met geld van ons allemaal. Daarom is het zo belangrijk om transparant te zijn: laten zien wat het kost en wat het oplevert.” De grote bedrijven zijn echter gedreven door winstoptimalisatie, erkent de voormalig kinderarts. Dat verander je niet zo maar. Ze ontwikkelen medicijnen voor grote groepen patiënten en kunnen zo genoegen nemen met lagere winstmarges. De wet van de grote getallen. Medicijnen ontwikkelen voor zeldzame ziektes is een andere tak van sport: de kosten zijn hoog, de afzetmarkt veel kleiner en de marges zullen dan omhoog moeten. Met als gevolg dat de industrie niet snel in die markt springt, of hele hoge bedragen voor het medicijn vraagt. Samenwerken in een coalitie “Er zijn zo’n 7.000 zeldzame ziektes. Voor slechts 50 daarvan is een medicijn beschikbaar. Een medicijn dat tonnen per jaar kost. Fair Medicine wil dat systeem doorbreken....

Lees Verder
Turbulentie rondom preferentiebeleid
aug21

Turbulentie rondom preferentiebeleid

“Ik voel me ontzettend genaaid, genomen, gepiepeld, voor schut gezet, in de steek gelaten, voor jan-met-de-korte-achternaam gehouden, als gekke gerritje beschouwd en gesaboteerd. Door zorgverzekeraars en VWS. Maar ik meen dit echt. Ik kan hier niet meer tegen. Zorgverzekeraars, VWS: mede namens onze patiënten, luister eens naar ons. Neem je verantwoordelijkheid. Verander dat preferentiebeleid. Stop deze verdomde afbraak.” Huisarts Bart Timmers windt er in zijn blog in Medisch Contact geen doekjes om. Hij is het meer dan zat. En met zijn noodkreet trekt hij de aandacht van de landelijke media. Een huisarts die zo onomwonden zijn frustratie uit, dan moet er wat serieus aan de hand zijn, dacht de redactie van het actualiteitenprogramma Nieuwsuur en wilde er meer van weten. De uitkomst was interessant genoeg om er een deel van de uitzending aan te wijden. Medicijnen niet meer leverbaar Terecht, want het gaat om een probleem, waarmee artsen en apothekers al lange tijd veel last van hebben: de gevolgen van het preferentiebeleid. Bart Timmers verwoordt het helder in zijn blog: “Heel veel medicijnen zijn inmiddels zo goedkoop geworden dat fabrikanten doodleuk melden dat ze niet meer leverbaar zijn. Medicijnen uit alle uithoeken van de wereld worden geïmporteerd, met onleesbare doosjes, onuitspreekbare namen en af en toe een kankerverwekkend foutje bij de productie. Maar wél lekker goedkoop! Tien jaar geleden was ik nog gemotiveerd om generiek (op stofnaam) voor te schrijven, en legde ik ook nog wel uit dat het echt hetzelfde middel was. Nu geloof ik er zelf niet meer in. Wat moet ik tegen de persoon zeggen die toch écht bijwerkingen ervaart van het zoveelste veranderde pilletje? ‘Dat kan niet’? ‘U beeldt u dat in’? Of vooral: ‘Zoek ’t maar uit?’” Reactie KNMP In de uitzending van Nieuwsuur valt KNMP-voorzitter Gerben Klein Nulent hem bij. Ook hij gebruikt daarbij ferme taal. “De maat is vol. Het preferentiebeleid leidt tot lagere therapietrouw en tot onaanvaardbare werkdruk voor apothekers en artsen. Iedereen wordt er gek van!” Oninteressante afzetmarkt Het preferentiebeleid bestaat nu bijna tien jaar. Het lijkt een goed middel om de zorgkosten in de hand te houden: met het preferentiebeleid wordt jaarlijks zo’n 600 miljoen euro bespaard. Klein Nulent erkent dat het beleid veel geld heeft bespaard. Maar nu draagt het sterk bij aan de geneesmiddelentekorten. Nederland is voor fabrikanten steeds minder interessant, waardoor ze kiezen voor levering aan andere landen. “De geneesmiddelen zijn hier te goedkoop geworden. Daardoor is ons land een oninteressante afzetmarkt geworden.” Reactie ZN Directeur Petra van Holst van Zorgverzekeraars Nederland wijst in de uitzending op de vele miljarden die zijn bespaard dankzij het preferentiebeleid. Ze verklaart dat zorgverzekeraars met leveranciers afspraken maken over de...

Lees Verder
Nu alle geneesmiddelen hepatitis C in basispakket
jun30

Nu alle geneesmiddelen hepatitis C in basispakket

Een nieuwe behandeling tegen chronische hepatitis C met het geneesmiddel Vosevi wordt vanaf 1 juli 2018 vergoed vanuit het basispakket. Dat heeft minister Bruno Bruins (Medische Zorg) besloten nadat hij met de fabrikant onderhandeld heeft over de prijs van het nieuwe middel. Vosevi kan worden ingezet bij alle patiënten met een chronische hepatitis C infectie. Met de opname van Vosevi zijn nu alle geneesmiddelen voor hepatitis C patiënten in Nederland beschikbaar vanuit het basispakket. Chronische hepatitis C is een ziekte die in veel gevallen pas na vele jaren tot klachten leidt, zoals levercirrose en bij een klein percentage ook tot leverkanker. Door de komst van nieuwe medicijnen genezen er vanaf 2014 meer patiënten en zijn bestaande en intensieve therapieën overbodig geworden. Hoog kostenbeslag Gezien het hoge kostenbeslag van de nieuwe hepatitis C geneesmiddelen adviseerde het Zorginstituut Nederland eerder om voor deze groep middelen te gaan onderhandelen met de fabrikant over de prijs. Het is de achtste keer dat met succes is onderhandeld over de vergoeding van een geneesmiddel voor hepatitis C. Resultaat onderhandelingen In totaal zijn er voor 30 geneesmiddelen financiële arrangementen afgesloten. Een behandeling van 12 weken met Vosevi kostte oorspronkelijk €51.000. Door de onderhandelingen ligt deze prijs nu lager. Vanwege de vertrouwelijkheid van de afspraken met de leverancier kan de uitkomst van de onderhandelingen niet openbaar gemaakt worden. Wel kan een totaalbeeld worden gegeven. In 2015 en 2016 hebben prijsonderhandelingen met farmaceuten geleid tot een totale besparing van 155 miljoen euro. De resultaten over 2017 worden later dit jaar bekend. Bron: ministerie...

Lees Verder
Per 2019 Vrij verkrijgbare  paracetamol, vitaminen en mineralen uit basispakket
jun04

Per 2019 Vrij verkrijgbare paracetamol, vitaminen en mineralen uit basispakket

Vanaf 2019 komen er weer een aantal wijzigingen in het basispakket, waaronder vergoeding van een ‘gecombineerde leefstijlinterventie’ voor mensen met een gezondheidsrisico door overgewicht, verruiming van zittend ziekenvervoer, vergoeding van oefentherapie bij COPD vanaf de eerste behandeling. Dit staat in de pakketbrief die het ministerie van VWS heeft gepubliceerd. De Tweede Kamer neemt op 27 juni a.s. een definitief besluit over de samenstelling van het basispakket en de pakketbrief die vandaag via het ministerie van VWS is gepubliceerd. Reactie KNMP De KNMP is het oneens met de maatregel om vitaminen, mineralen en paracetamol per 1 januari 2019 uit het basispakket te halen, omdat een kwetsbare groep patiënten daarvan de dupe wordt. De KNMP heeft eerder dit jaar in twee brieven aan de Tweede Kamer zorginhoudelijke argumenten op een rij gezet waarom dit ongewenst en onzorgvuldig is. Dit als een reactie op het advies van het Zorginstituut om paracetamol, vitaminen en mineralen die ook in de vrije verkoop verkrijgbaar zijn, bij bijvoorbeeld de drogist of supermarkt, niet langer te vergoeden uit het basispakket. Gecombineerde leefstijlinterventie De gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) is gericht op het tegengaan van overgewicht door onder begeleiding minder te eten, meer te bewegen en met psychologische ondersteuning te werken aan gedragsverandering. Minister Bruins noemt het vergoeden van de gecombineerde leefstijlinterventie een belangrijke stap. “De gezondheid van de gebruikers zal erop vooruit gaan. Daardoor verwachten we tevens dat de kosten voor duurdere vormen van zorg lager zullen uitvallen. Dat is winst voor de patiënt en winst voor de premiebetaler.” Staatssecretaris Blokhuis: “Het kabinet zet in op langer leven in goede gezondheid voor alle Nederlanders. Deze maatregel draagt daar heel concreet aan bij. We gaan er vanuit dat deze mensen vervolgens ook weer beter kunnen meedoen in de samenleving. Het mes snijdt dus aan meerdere kanten.” Zittend vervoer en oefentherapie bij COPD
 De aanspraak op zittend ziekenvervoer wordt per 2019 verruimd. Hierdoor kunnen patiënten gebruik maken van vervoer (anders dan met de ambulance) van en naar consulten, onderzoek en controles als deze samenhangt met de behandeling. Ook wordt vanaf 1 januari 2019 oefentherapie bij COPD vergoed vanaf de eerste behandeling. Nu moeten patiënten de eerste 21 behandelingen nog zelf betalen. Wel komt er een maximum op het aantal vergoede behandelingen. In het eerste behandeljaar zijn dit er maximaal 70. In de jaren daarna is het aantal behandelingen afhankelijk van de ernst van de COPD. Bijbetalingen geneesmiddelen Tot slot worden de bijbetalingen voor bepaalde geneesmiddelen volgens afspraak in het regeerakkoord gemaximeerd op 250 euro per jaar. Dit is een belangrijk onderdeel van het pakket aan maatregelen om de stapeling van zorgkosten te voorkomen. Bronnen: ministerie van VWS en KNMP Onder redactie...

Lees Verder
Sluis officieel geregeld via Algemene Maatregel van Bestuur
mei18

Sluis officieel geregeld via Algemene Maatregel van Bestuur

Nieuwe geneesmiddelen die meer dan 50.000 euro per behandeling per jaar of in totaal meer dan 40 miljoen per jaar kosten, komen vanaf 1 juli 2018 standaard in aanmerking voor ‘de sluis.’ Hierdoor krijgt minister Bruno Bruins de mogelijkheid om eerst met de fabrikant te onderhandelen over die zeer hoge prijs, voordat het middel vergoed wordt uit ons basispakket. De Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) die dit regelt, is 15 mei in het staatsblad gepubliceerd. Minister Bruno Bruins zegt hierover:  ‘Nieuwe geneesmiddelen kunnen verschrikkelijk duur zijn. We hebben het soms over meer dan 100 miljoen euro per middel per jaar. Als je bedenkt dat alle ziekenhuizen in totaal ruwweg jaarlijks 2 miljard uitgeven   aan geneesmiddelen, kun je nagaan wat een impact zo’n nieuw middel op ons zorgbudget heeft. We moeten goed op dat budget letten, voor de patiënt van vandaag en voor de patiënt van morgen – wiens ziekte we nog niet kennen-  voor wie we ook een medicijn willen hebben. De sluis, die voorkomt dat zo’n middel zondermeer tegen de hoofdprijs vergoed wordt, is daarom onmisbaar als we onze zorg betaalbaar willen houden.’ Bijzondere (prijs-)afspraken
 Nieuwe geneesmiddelen die in het ziekenhuis worden gebruikt, worden tot op heden zonder bijzondere (prijs-)afspraken toegelaten tot het basispakket van de zorgverzekering. De nieuwe AMvB legt vast in welke gevallen de minister kan besluiten om nieuwe middelen toch tijdelijk uit het pakket te houden. In de tussentijd kan het Zorginstituut een advies uitbrengen en kan de minister met de fabrikant onderhandelen over de prijs.  Deze zogenaamde sluis wordt sinds 2015 toegepast. In totaal zijn sindsdien acht middelen in de sluis geplaatst. Tot nu toe gebeurde dit telkens ad hoc. Vijf van deze middelen zijn na een positief onderhandelingsresultaat toegelaten tot het pakket. Op dit moment zitten nog drie middelen in de sluis. Met de nu vastgelegde regeling is van tevoren duidelijk welke medicijnen voor de regeling in aanmerking komen, welke criteria de minister hierbij hanteert en welke stappen gezet worden in de verdere procedure. Horizonscan  
 Bij de bepaling welke nieuwe medicijnen mogelijk in de sluis worden geplaatst, wordt gebruik gemaakt van de horizonscan. In dit openbare document wordt bijgehouden welke nieuwe dure medicijnen de komende tijd hoogstwaarschijnlijk op de markt komen en wat ze gaan kosten. Deze horizonscan is te vinden op  www.horizonscangeneesmiddelen.nl Bron: VWS Onder redactie van: Gerda van...

Lees Verder
Medicinale cannabis niet in basisverzekering
feb28

Medicinale cannabis niet in basisverzekering

VWS heeft Zorginstituut Nederland gevraagd te toetsen of recente wetenschappelijke publicaties aanleiding geven tot een herbeoordeling van medicinale cannabis. Het Zorginstituut concludeert dat Voor de effectiviteit er nog steeds onvoldoende bewijs is. Medicinale cannabis komt dus niet in de basisverzekering. “Op basis van deze uitkomsten zie ik geen aanleiding om het pakketstandpunt te wijzigen”, schrijft minister Bruins aan de Tweede Kamer. Hij hecht wel belang aan kennis omtrent de effectiviteit van medicinale cannabis. Daarom is hij in overleg met het Bureau Medicinale Cannabis (BMC) over aanvullende wetenschappelijke studies. Door de gevoeligheid van het onderwerp is er weinig informatie beschikbaar. Echter: steeds meer landen halen het gebruik van cannabispreparaten uit de illegale sfeer. Prijsverlaging 
 Het BMC is als overheidsorganisatie verantwoordelijk voor de productie van medicinale cannabisproducten voor de Nederlandse markt. Onder voorwaarden kunnen andere landen een verzoek doen voor de levering van medicinale cannabis. De export van medicinale cannabis naar Duitsland is vorig jaar flink gestegen. Sinds maart mag daar via apotheken cannabis als medicijn worden verkocht. Duitsland heeft zelf nog geen kwekerij en koopt daarom drie jaar lang het Nederlandse product. Door de extra inkomsten uit de verkoop aan andere landen is de prijs van medicinale cannabis in ons land per 1 januari 2018 verlaagd van € 6,20 naar € 5,80 per gram. Aanvullend onderzoek 
 Minister Bruins onderzoekt welk aanvullend onderzoek nodig is om de wetenschappelijke onderbouwing ten aanzien van de werkzaamheid van medicinale cannabis te versterken. Hij vindt het belangrijk dat zowel de veiligheid als de effectiviteit van de door BMC op de markt gebrachte producten bewezen is. Op dit moment lopen er verschillende studies naar de werking en de veiligheid van medicinale cannabis bij verschillende patiëntgroepen. 1800 gebruikers
In Nederland zijn circa 1800 gebruikers van de medicinale cannabis, die op recept van een arts bij de apotheek te koop is. Er zijn aanwijzingen dat cannabis goed werkt tegen  spierkrampen en spiertrekkingen bij multiple sclerose, bij kanker en aids en bij chronische pijn. Bronnen: Rijksoverheid en Volkskrant Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Blokhuis: stevig inzetten op ambities zout, vet en calorieën
jan05

Blokhuis: stevig inzetten op ambities zout, vet en calorieën

In 2020 moet het makkelijk zijn om niet teveel zout, verzadigd vet en calorieën te consumeren. Daarover zijn in het ‘Akkoord verbetering productsamenstelling’ met tal van partijen ambitieuze afspraken gemaakt. Het is echter de vraag of de gestelde ambities met het huidige tempo worden behaald. Daarvoor is het noodzakelijk om alle zeilen bij te zetten. Staatssecretaris Paul Blokhuis (VWS) benadrukt in een brief aan de Tweede Kamer dat alle betrokken partijen er de schouders onder moeten zetten om de ambities voor 2020 te halen “in het belang van gezonde voeding. Ik vind het belangrijk om hier de komende periode stevig op in te zetten”, aldus Blokhuis. Maximumnormen voor zout, verzadigd vet of suikers Het Akkoord is in 2014 gesloten met supermarkten, de levensmiddelenindustrie, horeca en cateraars. Het gaat  om het verminderen van hoeveelheden zout, verzadigd vet en suiker. Maar ook om het verkleinen van de portiegrootte van producten, waarmee er wordt ingezet op minder calorieopname. Reductie van het zoutgehalte, suikers en vet vindt reeds plaats. Uit monitoring van de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) blijkt dat het zoutgehalte in brede zin in de afgelopen jaren is gedaald. Voor die productcategorieën waarvoor afspraken zijn gemaakt met maximumnormen voor zout, verzadigd vet of suikers, constateren het RIVM en de NVWA dat de productsamenstelling daadwerkelijk verbetert. Echter: ondanks deze geconstateerde verbeteringen geeft de WAC (de Wetenschappelijke Adviescommissie die de voorstellen van sectoren beoordeelt), aan dat de tot op heden gemaakte afspraken nog niet ambitieus genoeg zijn. Ook vindt de commissie dat er voor te weinig productsoorten afspraken zijn gemaakt. Zo zijn er bijvoorbeeld in de categorie ‘koek en banket’ nog helemaal geen sectorbrede afspraken. Internationaal
 Ook in de EU is er aandacht voor de problematiek van teveel zout, vet en suiker. Onder het voorzitterschap van Nederland hebben in 2016 alle lidstaten zich verbonden aan een Europese aanpak voor de verbetering van de productsamenstelling . Gezonde keuze ook de gemakkelijke keuze
 Blokhuis constateert dat er dus veel partijen zich inzetten voor een gezonder aanbod in de winkelschappen. Maar, zo besluit hij, “er moet nog veel gebeuren voor een verbeterde productsamenstelling en een gezonder aanbod, zodat de gezonde keuze ook de gemakkelijke keuze wordt.” Bron VWS Onder redactie van: Gerda    ...

Lees Verder
EMA:  en de winnaar is….. Amsterdam
nov20

EMA: en de winnaar is….. Amsterdam

Wat niet veel mensen hadden verwacht, is toch gelukt. Amsterdam wordt de nieuwe vestigingsplaats voor het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA). De verkiezeng was spannend tot het allerlaatste moment. Uiteindelijk moest een loting uitwijzen of het Milaan of Amsterdam zou worden. En het werd dus….. Amsterdam! Er waren veel Europese steden in de strijd om dit agentschap. Maar liefst 19 Europese lidstaten meldden zich aan om EMA binnen hun grenzen te krijgen. Niet verwonderlijk: want het gaat om een organisatie met ruim 900 hooggeschoolde werknemers. Daarnaast trekt het bureau jaarlijks nog eens zo’n 4.000 bezoekers. Milaan en Bratislava werden gezien als de grootste kanshebbers. In drie geheime stemrondes konden de 27 lidstaten kiezen uit 16 kandidaat-steden. Nederland haalde na een eerste stemronde al 20 punten binnen, Kopenhagen eveneens en Milaan ging met 25 stemmen aan kop. In de tweede stemronde viel Kopenhagen af. Tot ieders verbazing kregen Amsterdam en Milaan in de laatste stemronde elk 13 stemmen. Eén lidstaat heeft zich dus onthouden van stem. Daardoor werd de uitkomst uiteindelijk beslist door loting. Reactie VWS Minister Bruno Bruins van VWS kwam direct met een reactie. “Dit is goed nieuws voor alle patiënten in Europa. De keuze voor Amsterdam betekent dat de EMA haar belangrijke werk ook na de Brexit ongestoord kan voortzetten. Nieuwe innovatieve medicijnen kunnen zonder vertraging toegang blijven krijgen tot de markt. Ook blijft EMA in staat snel en adequaat in te grijpen als er problemen optreden met een middel. Beiden zijn van groot belang voor alle patiënten in Europa. Wij zijn heel blij dat Europa gekozen heeft voor de inhoud. Ik dank iedereen die een bijdrage heeft geleverd aan dit mooie resultaat.’ Sterke lobby
 Degene die zich daarvoor het meest heeft ingespannen, is Wouter Bos. Hij heeft maandenlang gelobbyd voor vestiging in Amsterdam. Ook voormalig minister Schippers heeft zich van meet af aan ingezet om Nederland als goede kandidaat te promoten. Daarbij zijn kosten noch moeite gespaard. Zie bijvoorbeeld het promotiefilmpje voor Amsterdam als vestigingsplaats. Zijn blijdschap laat zich raden. “Amsterdam scoort geweldig met de bereikbaarheid, alles wat de stad te bieden heeft voor de medewerkers van EMA en het nieuwe gebouw.” Amsterdamse Zuidas
 Dat nieuwe gebouw komt aan de Zuidas in Amsterdam en zal naar schatting zo’n 250 miljoen kosten. De Nederlandse overheid bekostigt dit en verhuurt het gebouw aan de EMA. Daarnaast trekt het kabinet 10 miljoen euro uit voor de organisatie. De gemeente Amsterdam verwacht dat er honderden mensen door de instelling aan het werk kunnen komen. Niet alleen bij het agentschap zelf, ook de horeca zal profiteren en mogelijk zullen er meer medicijnbedrijven naar Nederland komen. Londen is verliezer Grote verliezer is natuurlijk Londen,...

Lees Verder
Verlenging subsidie voor dienstapotheken
okt24

Verlenging subsidie voor dienstapotheken

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) verlengt voor 2018 de subsidieregeling voor apotheken, die ’s avonds, ’s nachts en in het weekend farmaceutische spoedzorg leveren. De tijdelijke subsidieregeling kent dezelfde voorwaarden als in 2016 en 2017. VWS benadrukt overigens dat verlenging voor 2019 niet voor de hand ligt. Met de regeling wil de minister te hoge eigen betalingen van patiënten aan farmaceutische spoedzorg voorkomen. Zorgverzekeraars kopen farmaceutische spoedzorg in tegen een kostendekkende vergoeding. In dunbevolkte gebieden worden echter vaak minder recepten verstrekt en zijn de kosten daardoor per recept hoger. Omdat de kosten onder het eigen risico vallen, kan dit leiden tot hoge eigen betalingen, met als mogelijk gevolg het mijden van zorg. De subsidieregeling zorgt ervoor dat farmaceutische spoedzorg de patiënt per terhandstelling niet meer kost dan € 45,00. Voorwaarden subsidie
 Dienstapotheken komen in aanmerking voor subsidie voor farmaceutische spoedzorg als de kosten voor de patiënt in 2017 hoger zijn dan € 45,00 per terhandstelling. Let op: dit bedrag is inclusief btw. Dus als het tarief voor de terhandstelling in de farmaceutische spoedzorg uitkomt boven de € 42,45 exclusief btw, kan subsidie worden aangevraagd. De subsidie is gebaseerd op de begroting voor 2018. Als er nieuwe gegevens beschikbaar komen, kan de subsidie gedurende het jaar worden herijkt. Een nacalculatie van het subsidiebedrag volgt in 2019, zodra de daadwerkelijk gerealiseerde jaarcijfers 2018 bekend zijn. Aanleveren documentatie
 Om het juiste bedrag van subsidie te bepalen, verzoekt het ministerie van VWS apothekers om vóór 15 november 2017 documentatie aan te leveren. Voor vragen kunnen apothekers contact opnemen met de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (070-340 55 55, keuze VWS),  VWSsubsidies@minvws.nl, of met afdeling GMT Marjolein Höfkens,  m.hofkens@minvws.nl. Per 2019 geen subsidie meer
VWS wil komend jaar met apotheken en zorgverzekeraars komen tot maatwerk, zodat de eigen betalingen voor patiënten vanaf 2019 beperkt blijven, dus zonder subsidieregeling. Onder redactie van: Gerda van Beek Bron:...

Lees Verder
Pagina 1 van 212