Huisarts ziet vaker complexe wonden
okt05

Huisarts ziet vaker complexe wonden

Veel huisartsen – en ook hun POH’ers en praktijkassistenten – hebben belangstelling voor de basiscursus wondbehandeling die het Nederlands Huisarts Genootschap aanbiedt. Begrijpelijk, want met de toename van het aantal thuiswonende ouderen melden zich meer patiënten met wonden bij de huisartspraktijk. Daarmee is dit echter nog niet in alle gevallen de beste plek voor behandeling ervan. Als gevolg van het kabinetsbeleid op het gebied van ouderenzorg blijven ouderen steeds langer thuis wonen, ook als hun kwetsbaarheid toeneemt. Dit heeft onder andere gevolgen op het gebied van de wondzorg. Toen de toegang tot verpleeghuiszorg nog eenvoudiger was en bovendien de keuze voor wonen in een verzorgingshuis nog open lag, was vaak de specialist ouderengeneeskunde het eerste aanspreekpunt voor een oudere die een wond opliep. Nu die ouderen langer thuis blijven wonen, wordt hierin de rol van de huisartspraktijk snel groter, want nu is de vaak huisarts degene tot wie een oudere die een wond oploopt zich wendt. Volgens Jolanda Kuijer ligt hier een uitdaging voor de huisartsen. Behalve wondconsulent en verpleegkundig specialist in opleiding bij Santé Partners in Tiel is zij via het Nederlands Huisarts Genootschap (NHG) actief als docent. De huisarts is eindverantwoordelijk voor de zorg aan zijn patiënten, maar weet tegelijkertijd dat hij bij een complexe wond niet per se in het gehele traject van wondgenezing de meest aangewezen behandelaar is. “Als hij een patiënt verwijst, wil hij de regie niet helemaal verliezen”, zegt Kuijer, “maar de angst dat dit toch gebeurt is soms terecht. Ook verwijzing naar de thuiszorg is iets waarbij de huisarts twijfels kan hebben, omdat hij geen zicht heeft op de competentie van degene die de behandeling dan uitvoert. We moeten als behandelaars echt leren om beter samen te werken. Ik betrap mezelf er ook wel eens op dat ik een huisarts vergeet te laten weten dat de wond van een patiënt inmiddels genezen is.” Kwaliteitsstandaard Samenwerking is ook het uitgangspunt van de Kwaliteitsstandaard organisatie van wondzorg die afgelopen juni is gepresenteerd. Die fungeert als uitgangspunt voor zorgaanbieders in een regio om met elkaar in gesprek te gaan over samenwerking op het gebied van wondzorg. Essentieel uitgangspunt hierbij is dat gerichte actie moet worden ondernomen op het moment dat een wond binnen drie weken niet de verwachte genezingstendens vertoont. Het risico dat die genezingstendens uitblijft, ligt altijd op de loer, zeker bij ouderen. Een wond kan ontstaan door vallen of stoten en lijkt dan bij oppervlakkige beschouwing eenvoudig behandelbaar. Maar gelet op het feit dat het om mensen gaat bij wie vaak sprake is van co-morbiditeit, ligt het voor dat hand dat in veel gevallen sprake is van een onderliggend lijden – hart- en...

Lees Verder
Wondzorg is wel/niet een taak voor de openbare apotheek
okt25

Wondzorg is wel/niet een taak voor de openbare apotheek

Welke rol speelt de openbare apotheek in de wondbehandeling? Over die vraag wordt verschillend gedacht. Er zijn genoeg voorbeelden van apotheken die zich heel actief op dit thema richten en die ook wondverpleegkundigen in dienst hebben. Maar er bestaan ook wondexpertisecentra die uitgaan van teams die de wondzorg bieden, waarbij de openbare apotheek niet een van de teamleden is. Het maakt niet uit bij welke keten of formule je zoekt, informatie over de rol van de openbare apotheek in de wondzorg vind je altijd. Soms richt die informatie zich rechtstreeks tot de patiënt om uitleg te geven over de verschillende soorten wonden en over de wondmaterialen die beschikbaar zijn om ze te ontsmetten en te bedekken. In andere gevallen ligt de focus op de dienstverlening aan die patiënt om de wondproducten zo snel mogelijk in huis te krijgen. In een aantal gevallen is aan de apotheek een verpleegkundige verbonden die – behalve voor advies over bijvoorbeeld diabetes en incontinentie – ook gericht advies kan geven over wondbehandeling. Een voorbeeld hiervan is de Transvaal Apotheek in Den Haag. Apotheker Paul Lebbink vertelt: “Primair is de apotheek een leverancier van genees- en hulpmiddelen. Maar dit betekent dat van het apotheekteam ook moet worden verwacht dat het kennis heeft over de producten die het levert en over de correcte toepassing daarvan in de praktijk. Voor de apotheker vormen wondzorgproducten een beetje een randassortiment. Hij wordt gedurende zijn opleiding niet onderwezen in wondzorg, maar gelet op zijn rol als leverancier van wondzorgproducten wordt hij wel geacht er verstand van te hebben. Dit onderschrijf ik ook, maar tegelijkertijd ben ik wel zo eerlijk om hieraan toe te voegen dat ik wondzorg persoonlijk een tamelijk complex onderwerp vind en dat het me ook nooit zo bijzonder heeft geïnteresseerd. Dit verklaart waarom we ervoor hebben gekozen een wondverpleegkundige aan te trekken.” Het juiste product De wondverpleegkundige in kwestie, Suzy Partodikromo, onderschrijft het verhaal van Lebbink helemaal. “Ik ben erin gerold omdat ik bij de openbare apotheken stuitte op veel onbegrip over het onderwerp wondzorg”, zegt ze. “Ik merkte bijvoorbeeld nogal eens dat een patiënt die naar de apotheek ging om een wondzorgproduct van merk A op te halen, de apotheek verliet met een product van merk B omdat de apotheek nu eenmaal met dat merk een leveringsafspraak had. Bedrijfseconomisch gezien vanuit het perspectief van de apotheek begrijpelijk, maar niet altijd in het belang van de patiënt. De behandelaar heeft verstand van wondzorg en stelt op basis daarvan bewust een bepaald wondzorgproduct voor. Het is daarom belangrijk dat de patiënt in de apotheek ook precies dat product krijgt.” Om deze reden zegt Partodikromo het belangrijk te vinden...

Lees Verder