Grip op dure geneesmiddelen
mrt19

Grip op dure geneesmiddelen

Dure geneesmiddelen zijn een hoofdpijndossier voor de ziekenhuizen, dus zoeken zij naar manieren om hierin een substantiële en structurele kostenreductie te bewerkstelligen. Achmea werkt tot ditzelfde doel samen met een aantal van deze ziekenhuizen. De eerste ervaringen smaken naar meer. Achmea maakte september vorig jaar bekend samen met een aantal ziekenhuizen dure geneesmiddelen te willen gaan inkopen. Op basis van eigen onderzoek concludeerde Achmea dat ziekenhuizen heel verschillend omgaan met het gebruik van dure geneesmiddelen bij vergelijkbare behandelingen. Elk ziekenhuis regelt de inkoop van dure geneesmiddelen zelf en dat leidt tot onnodig hoge kosten. Bovendien is het voor de ziekenhuizen een intensief traject, stelde Achmea. Gezamenlijke inkoop moet dit proces eenvoudiger maken en een aanzienlijke kostenbesparing kunnen opleveren. Die besparing wordt gedeeld: de deelnemende ziekenhuizen mogen een derde deel houden, een derde wordt besteed aan innovatie. En een derde vloeit via de premie terug naar de verzekerden. TNF-alfaremmers Bij de eerste inkoopronde sloten negentien ziekenhuizen zich bij het samenwerkingsverband aan, en daartussen zitten ook enkele ziekenhuizen waarin Achmea een geringer marktaandeel heeft. Het traject is gestart met TNF-alfaremmers. De gezamenlijke inkooppartijen selecteerden op basis van de informatie die de farmaceutische industrie aanleverde aan aantal generieke varianten hiervan. Het streven is die bij tachtig procent van de nieuwe patiënten die hiervoor in aanmerking komen voor te schrijven. De beperking tot nieuwe patiënten is een bewuste keuze: medisch specialisten zijn bevreesd voor preferentiebeleid en zitten er totaal niet op te wachten bestaande patiënten over te zetten op een preferent middel als die al een andere TNF-alfaremmer gebruiken en daarover tevreden zijn. Meer kosteninzicht gewenst De achtergrond waartegen Achmea het proces heeft ingezet, is dat het duurzame toegankelijkheid van dure therapieën nastreeft. Daarnaast wil het meer in de kosten die ziekenhuizen maken voor dure geneesmiddelen, omdat dit de enige realistische basis is om tot kostenbeheersing te komen. Op dit moment hebben ze alleen concreet inzicht in de add-ons, omdat die afzonderlijk worden gedeclareerd. Alle overige dure geneesmiddelen worden meegenomen in de volledige DBC/DOT, zodat gedetailleerd overzicht daarop ontbreekt. Bovendien bestaat rond de add-ons veel onduidelijkheid over de vraag of ze voldoen aan de stand van de wetenschap en praktijk, wat leidt tot discussie tussen zorgverzekeraars en voorschrijvers is het ziekenhuis over de vergoeding.  Zorginstituut Nederland (ZiNL) kan aan die discussie een einde maken, door middel van een beoordeling van deze middelen, maar doet dit op het moment nog slechts beperkt middels risicogericht pakketbeheer. Hierdoor blijft vooralsnog een grijs gebied bestaan van middelen die ZiNL niet beoordeelt, zodat daarvoor de bal nog steeds bij de zorgverzekeraars ligt. Die mogen om mededingingstechnische redenen geen gezamenlijke beoordeling doen. Ondertussen is de patiënt in het nadeel...

Lees Verder