Per 2020 wordt TPV vergoed uit de geneeskundige zorg
aug10

Per 2020 wordt TPV vergoed uit de geneeskundige zorg

Totale parenterale voeding (TPV) moet vanaf 1 januari 2020 voor alle TPV-patiënten alleen nog worden vergoed uit de geneeskundige zorg, aldus het Zorginstituut Nederland. Met dit standpunt komt er een einde aan de onduidelijkheid of de vergoeding van deze zorg valt onder de farmaceutische zorg, hulpmiddelenzorg of geneeskundige zorg. Totale parenterale voeding wordt altijd vergoed vanuit het basispakket. Maar er bleek veel onduidelijkheid te bestaan over de vergoeding van TPV voor chronische patiënten, zowel volwassenen als kinderen, die thuis verblijven. Voor deze groep patiënten worden de voeding en de hulpmiddelen die nodig zijn om de voeding toe te dienen, zoals infuuspomp met toebehoren, momenteel vergoed op twee manieren. Namelijk vanuit een combinatie van farmaceutische zorg (voeding) en hulpmiddelenzorg (infuuspomp met toebehoren). En vanuit de geneeskundige zorg. Dit zorgt in de praktijk voor verwarring. Medisch specialist altijd eindverantwoordelijk Het Zorginstituut is met alle betrokken partijen tot de conclusie gekomen dat de TPV-zorg vanaf 1 januari 2020 alleen vanuit de geneeskundige zorg moet worden vergoed. Dit betreft dus zowel de voeding als de hulpmiddelen. De voorschrijvende medisch specialist is en blijft namelijk eindverantwoordelijk voor TPV-zorg, zowel in het ziekenhuis als thuis. Ook zal altijd een achterwachtfunctie vanuit het ziekenhuis nodig zijn voor deze patiënten. Wijziging regelgeving Het Zorginstituut heeft de minister van VWS verzocht de regelgeving zodanig aan te passen, dat TPV en de bijbehorende hulpmiddelen per 1 januari 2020 alleen kunnen worden bekostigd via de geneeskundige zorg. Verder is het belangrijk dat voor de nieuwe situatie de bekostigingsstructuur per 1 januari 2020 wordt geregeld, zodat vergoeding vanuit geneeskundige zorg mogelijk wordt. Hiervoor hebben de betrokken partijen onlangs een wijzigingsverzoek bij de NZa ingediend. Richtlijn TPV-zorg De Stichting Darmfalen Nederland gaat in samenwerking met de zorgverleners en de patiëntenvereniging aan de slag met een richtlijn. Hierin wordt aangegeven hoe de TPV-zorg het beste kan worden georganiseerd. Bron: Zorginstituut Nederland Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Medicinale cannabis niet in basisverzekering
feb28

Medicinale cannabis niet in basisverzekering

VWS heeft Zorginstituut Nederland gevraagd te toetsen of recente wetenschappelijke publicaties aanleiding geven tot een herbeoordeling van medicinale cannabis. Het Zorginstituut concludeert dat Voor de effectiviteit er nog steeds onvoldoende bewijs is. Medicinale cannabis komt dus niet in de basisverzekering. “Op basis van deze uitkomsten zie ik geen aanleiding om het pakketstandpunt te wijzigen”, schrijft minister Bruins aan de Tweede Kamer. Hij hecht wel belang aan kennis omtrent de effectiviteit van medicinale cannabis. Daarom is hij in overleg met het Bureau Medicinale Cannabis (BMC) over aanvullende wetenschappelijke studies. Door de gevoeligheid van het onderwerp is er weinig informatie beschikbaar. Echter: steeds meer landen halen het gebruik van cannabispreparaten uit de illegale sfeer. Prijsverlaging 
 Het BMC is als overheidsorganisatie verantwoordelijk voor de productie van medicinale cannabisproducten voor de Nederlandse markt. Onder voorwaarden kunnen andere landen een verzoek doen voor de levering van medicinale cannabis. De export van medicinale cannabis naar Duitsland is vorig jaar flink gestegen. Sinds maart mag daar via apotheken cannabis als medicijn worden verkocht. Duitsland heeft zelf nog geen kwekerij en koopt daarom drie jaar lang het Nederlandse product. Door de extra inkomsten uit de verkoop aan andere landen is de prijs van medicinale cannabis in ons land per 1 januari 2018 verlaagd van € 6,20 naar € 5,80 per gram. Aanvullend onderzoek 
 Minister Bruins onderzoekt welk aanvullend onderzoek nodig is om de wetenschappelijke onderbouwing ten aanzien van de werkzaamheid van medicinale cannabis te versterken. Hij vindt het belangrijk dat zowel de veiligheid als de effectiviteit van de door BMC op de markt gebrachte producten bewezen is. Op dit moment lopen er verschillende studies naar de werking en de veiligheid van medicinale cannabis bij verschillende patiëntgroepen. 1800 gebruikers
In Nederland zijn circa 1800 gebruikers van de medicinale cannabis, die op recept van een arts bij de apotheek te koop is. Er zijn aanwijzingen dat cannabis goed werkt tegen  spierkrampen en spiertrekkingen bij multiple sclerose, bij kanker en aids en bij chronische pijn. Bronnen: Rijksoverheid en Volkskrant Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Pleidooi: houd vitaminen mineralen en paracetamol 1000 in basispakket
jan02

Pleidooi: houd vitaminen mineralen en paracetamol 1000 in basispakket

Het Zorginstituut Nederland heeft minister Schippers geadviseerd om diverse receptplichtige vitaminen, mineralen en paracetamol 1000mg uit het GVS te laten stromen. Het Zorginstituut vindt dat middelen niet in het pakket thuishoren als er in de vrij everkoop een (nagenoeg) gelijkwaardig geneesmiddel of voedingssupplement verkrijgbaar is. Zij wil dat deze middelen worden behandeld als zelfzorggeneesmiddelen. FarmaMagazine heeft hier eerder over bericht. Penny wise, pound foolish
 Echter: het advies van het Zorginstituut Nederland valt volstrekt in verkeerde aarde bij KBO-PCOB, Ephor en de KNMP. Zij doen in een brief aan minister Schippers een dringende oproep om vitaminen in het verzekerd pakket te houden. ‘Dit pakketadvies treft 1,7 miljoen mensen, veelal chronische patiënten. Wij maken ons zorgen om patiënten die zorg mijden. We willen een gesprek met minister Schippers over de impact,’ aldus Gerben Klein Nulent, voorzitter van de KNMP. KBO-PCOB, Ephor en de KNMP vinden dat het Zorginstituut in haar advies voorbijgaat aan het feit dat vooral kwetsbare chronisch zieke patiënten vitamines, mineralen en paracetamol gebruiken. Juist voor deze groep patiënten is adequate medicatiebewaking van groot belang. Ze vrezen dat de uitstroom van deze aangetoond (kosten)effectieve middelen uit het verzekerd pakket zal leiden tot therapieontrouw. ‘Dit is  penny wise, pound foolish  . Het afschaffen van de vergoeding van middelen ter preventie van botontkalking levert VWS een bedrag van € 100 per patiënt op, terwijl bijvoorbeeld een behandeling en opname van een oudere met een heupfractuur € 14.000 euro kost.’ Procedure besluit
 De minister besluit in het voorjaar van 2017 of zij het advies van het Zorginstituut al of niet opvolgt. De Tweede Kamer bespreekt dit tijdens het Algemeen Overleg Pakketbeheer in juni 2017 dat gaat over de samenstelling van het basispakket 2018. Zie bericht KNMP Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
ZiNL:Vitaminen, mineralen en paracetamol 1000 horen niet in basispakket
dec22

ZiNL:Vitaminen, mineralen en paracetamol 1000 horen niet in basispakket

De Minister van VWS heeft het Zorginstituut gevraagd of vitaminen, mineralen en paracetamol 1000 mg thuishoren in het basispakket. Dat raakt direct aan de vraag: waar begint een collectieve verantwoordelijkheid voor zorgkosten en daarmee noodzakelijk te verzekeren zorg, aldus het Zorginstituut. Zij stelt in haar advies dat het gaat om een aantal relatief goedkope middelen die regelmatig worden voorgeschreven en die nu worden vergoed uit de basisverzekering. De totale kosten daarvan bedroegen in 2014 zo’n €115 miljoen. Het grootste deel (€79 miljoen) kwam voor rekening van colecalciferol (vitamine D3) al dan niet in combinatie met kalktabletten (calciumcarbonaat of calciumfosfaat). Voor een aantal van deze middelen is een (nagenoeg) vergelijkbaar product verkrijgbaar in de vrije verkoop, meestal voor een lagere prijs. Dat komt omdat er voor een product zowel een routing mogelijk is via de Geneesmiddelenwet als via de Warenwet. De fabrikant bepaalt die keuze. Alleen middelen die zijn geregistreerd als geneesmiddel, komen in aanmerking voor vergoeding uit de basisverzekering. Sommige van die geneesmiddelen mogen ‘uitsluitend op recept’ (UR) worden geleverd, andere zonder. Deze afleverstatus bepaalt het CBG. Vanwege een aantal inconsistenties in dit systeem is voor patiënten vaak niet duidelijk welke middelen waar verkregen kunnen worden en tegen welke prijs. Het is ook moeilijk uit te leggen dat een middel via een recept van de huisarts duurder is dan een goedkopere variant bij de drogist. Logischer mechanisme
 Het Zorginstituut adviseert de Minister te kijken hoe dit mechanisme logischer kan. Bijvoorbeeld of er meer middelen buiten de apotheek beschikbaar kunnen worden gemaakt. Daartoe kan de Minister het CBG vragen een eenmaal afgegeven UR-status van een geneesmiddel na verloop van tijd te heroverwegen. 
Het Zorginstituut is van mening dat middelen, waarvoor (nagenoeg) gelijkwaardige geneesmiddelen of voedingssupplementen verkrijgbaar zijn in de vrije verkoop, niet in het basispakket horen. Deze middelen zijn vergelijkbaar met zelfzorgmiddelen en kunnen voor eigen rekening van de burger komen. De prijs van deze middelen is in de vrije verkoop dikwijls lager dan via het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS). Dat heeft te maken met de receptregel-vergoeding (ongeveer 7 euro per uitgifte per medicijn). Dit is lastig uit te leggen aan mensen. Het Zorginstituut adviseert om middelen waarvoor een alternatief beschikbaar is in de vrije verkoop te laten uitstromen uit het GVS. Ze schat de te besparen kosten van deze middelen op €51 miljoen, ervan uitgaande dat er geen substitutie plaatsvindt naar nog wel (soms duurdere en zwaardere) vergoede middelen. De ervaring leert dat dit vaak wel gebeurt. Het Zorginstituut is van mening dat behandelaren daarin een verantwoordelijkheid hebben. Ze moeten hun patiënten uitleggen waarom deze middelen niet worden vergoed en waar zij die kunnen halen. Geen alternatief? Dan in basispakket
 Er...

Lees Verder